Het leven in New York voerde mij langs een museum (de bezoekers waren weer eens bijna zo goed als de tentoonstelling), een nachtclub (te duur maar je mocht je eigen drank meenemen) en een bioscoop (One Battle After Another, een van de meest overschatte films van de afgelopen jaren: de humor belegen, de betrokkenheid zelfgenoegzaam, het geweld traditioneel, Leonardo Dicaprio bleef Leonardo Dicaprio maar eindelijk ouder en over Sean Penn zou een welwillende kijker best iets aardigs kunnen zegen.)
In een bistro ontmoette ik een Hongaar en zijn vriendin of zijn ex, dat weet je bij sommige mensen nooit helemaal zeker. Ze had me geschreven: ‘Ik verontschuldig me bij voorbaat voor hem. Hij eet als een monster.’
Dat bleek mee te vallen. De Hongaar at zoals vrijwel alle mensen eten en dat zou ik niet monsterlijk willen noemen. Hij was econoom en werkte aan een paper over de verleidingen van het fascisme. Hij sprak veel over masochisme en ik wees hem – dat was mijn plicht– op een beroemde tekst van Freud: Het economische probleem van het masochisme.
De Hongaar zei: ‘Ik schrijf voor tweehonderd mensen die ik bijna allemaal persoonlijk ken. Hoe is het om voor veel mensen te schrijven?’
‘Ach’, zei ik, ‘de tijd zal komen dat ik mijn lezers voor een kerstdiner kan uitnodigen.’
Ik had het nieuwste boek van Thomas Heerma van Voss gelezen, schrijversinterviews, ik wist wat me te wachten stond. Het leek me aardig te eindigen zoals Judith Herzberg. Dat je lezers op een gegeven moment bij je thuis laat komen om ze daar klusjes te laten doen.
Een lamp in de fitting draaien, eros is een half gepasseerd station.
Ik stond op om afscheid te nemen van de Hongaar en zijn vriendin. Ik ging pingpongen, ook dat moest gebeuren, voor de laatste lezer toeslaat.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant