nieuwsbriefNRC Voorkennis
NRC Voorkennis Als we discussiëren over internationaal reizen gaat het over het vliegtuig en de trein, maar bijna nooit over de langeafstandsbus. Dat is onterecht, zeggen experts. Juist de bus, bijvoorbeeld die van Flixbus, kan een goedkoop en duurzaam alternatief zijn.
Ik ga vandaag, maandag 6 oktober, naar Brussel. De aanleiding: Busworld Europe 2025. Dat is een van de grootste vakbeurzen en congressen in Europa over bussen. In Brussels Expo, aan de voet van het Atomium, praat de hele Europese bus-business zes dagen over de touringcar van de toekomst, de elektrificatie van de bus en allerhande software om de vloot te beheren. Wist je dat één bus tegenwoordig meer dan 20.000 computerchips bevat?
Om eerlijk te zijn: ik had al bijna een kaartje voor de trein naar Brussel gekocht. Snel en gemakkelijk met de Eurocity Direct vanaf Amsterdam. Maar hoe anders reis je naar een buscongres dan met de bus? Helemaal als je een uitnodiging hebt van Flixbus om ’s avonds in Brussel stil te staan bij het feit dat het van oorsprong Duitse bedrijf (ruim) tien jaar actief is in de Benelux. Op 21 mei 2015 reed de eerste Flixbus van Amsterdam naar Brussel.
Je leest hier een verkorte versie van onze nieuwsbrief NRC Voorkennis. Twee keer per week schrijven wij over economische ontwikkelingen die op de redactievloer tot opwinding leiden. Inschrijven (voor Plus-abonnees) doe je hier:
Inschrijven voor NRC Voorkennis
Dat ik aanvankelijk helemaal niet dacht aan de langeafstandsbus voor de rit naar Brussel blijkt kenmerkend. Ik ben niet de enige die de bus over het hoofd ziet voor grensoverschrijdende reizen van een paar honderd kilometer, schreven in mei twee onderzoekers van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), een onderzoeksinstituut van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
In hun rapport Als beste uit de bus? noemen Mathijs de Haas en Koen Arendsen de langeafstandsbus zelfs „de vergeten groente van het internationaal reizen in Europa”. „De bus kan het reizen en de internationale bereikbaarheid helpen verduurzamen”, schrijven ze onder meer. Volgens brancheorganisatie Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) is de bus per reizigerskilometer schoner dan de trein (en uiteraard dan de auto en het vliegtuig). Dat wil zeggen: als je meerekent wat de CO2-uitstoot is bij de aanleg van de infrastructuur. Reken je dat niet mee, en beschouw je de snelweg en de rails als een gegeven, dan is de trein duurzamer.
Tijd om me eens te gaan verdiepen in de schorseren en postelein van het Europese openbaar vervoer.
Eerst maar eens inzoomen op Flixbus. Het Duitse bedrijf, opgericht in 2013 in München, is veruit de grootste aanbieder van internationaal busverkeer in Nederland. Elke week rijden 850 tot 1.000 bussen van Flix van en naar ons land. Het bedrijf heeft een marktaandeel van 85 procent in internationaal busvervoer-met-losse-tickets in Nederland.
Het Franse BlaBlaCar Bus is hier de enige concurrent van een zekere omvang. Naast de losse tickets bestaat het internationale touringcarsegment uit georganiseerd busvervoer, zoals pakketreizen naar de zon en de sneeuw.
Flixbus, officieel Flix SE, groeit hard. Zie deze cijfers:
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Vorig jaar overwoog Flix, dat in Duitsland ook actief is op het spoor, om naar de beurs te gaan. Dat plan is geannuleerd vanwege het slechte beursklimaat. In plaats daarvan namen vorig jaar het Zweedse private-equityfonds EQT en de Hamburgse logistieke miljardair Klaus-Michael Kühne samen voor een onbekend bedrag een minderheidsbelang (35 procent) in Flix SE.
Flixbus noemt zich geen bus- of ov-bedrijf. De Duitse onderneming beschrijft zichzelf als een „techbedrijf in de mobiliteitssector”. Het heeft geen bussen in eigendom en geen chauffeurs in dienst. Flixbus huurt bussen en chauffeurs van lokale busbedrijven en verzorgt zelf de boekingstechniek, het plannen van routes en andere digitale zaken.
Flix is een soort Booking.com, lees je wel, maar dan zonder boze hoteliers die klagen over te hoge commissie. Ten minste – met een steekproef van N=1 – als je luistert naar Werner Bakker van touringcarbedrijf Bakker Travel in Wormerveer. Hij rijdt al jaren voor Flixbus, met tien van zijn zestig bussen, naar Brugge, Brussel, Parijs en Berlijn.
Bakker vertelde vorige week dat de hoge eisen die Flixbus stelt aan bussen en chauffeurs zorgen voor een professionalisering van de branche. In Nederland zijn circa 250 touringcarondernemingen actief, vaak familiebedrijven, en dat aantal daalt licht. Een contract met Flixbus zorgt voor een stabiele bron van inkomsten, aldus Werner Bakker.
Niks te klagen dan? Nou, Bakker zou wel graag wat meer medewerking krijgen van de gemeenten in Nederland waar hij en zijn collega’s passagiers oppikken. Er kan nog wel het een en ander verbeteren aan de voorzieningen op de haltes. Bovendien, zegt Bakker, weet lang niet iedereen dat zijn touringcars een vergunning hebben om gebruik te maken van busbanen en andere voorzieningen voor het ov. Zo werd hij eens tegengehouden voor een afgesloten Coentunnel (bij Amsterdam) terwijl de busbaan gewoon vrij was.
In het rapport van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) breken auteurs De Haas en Arendsen zoals gezegd een lans voor de langeafstandsbus. „Vooral als het gaat om stedelijke bestemmingen tot grofweg 500 kilometer lijken busdiensten waarvoor je losse tickets kan boeken potentie te hebben”, schrijven ze. „En ook voor bestemmingen tot grofweg 1.000 kilometer waarbij je ’s nachts kan reizen of waar je per trein of vliegtuig niet kan komen (zoals wintersportgebieden).”
Daarvoor, stellen beide onderzoekers, is het wel nodig de bekendheid van de langeafstandsbus te vergroten en de beeldvorming over het comfort en de reistijd van deze vervoerwijze bij te stellen. Ongeveer drie op de tien Nederlanders zijn geheel niet bekend met het bestaan van internationale busdiensten, schrijven ze. En dat terwijl de bus vaak veel goedkoper is.
De Haas en Arendsen zien een verschuiving voor zich: van trein naar bus en van vliegtuig naar trein. „Het zijn met name degenen die momenteel voor de trein zouden kiezen bij een reis naar het buitenland die de bus als alternatief vervoermiddel zien. Luchtvaartreizigers zien eerder de trein of de auto als alternatief.”
Een probleem, vertelt ook touringcarondernemer Werner Bakker, is de elektrificatie van de langeafstandsbus. Voor afstanden van pakweg 500 kilometer en verder zou je nu nog zulke zware accu’s moeten meenemen dat er veel minder ruimte is voor passagiers. Eens kijken in Brussel wat Busworld voor oplossingen biedt.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC