Home

De valutamarkt is een megamarkt. En daar groeien nu de risico’s op instabiliteit, zegt het IMF

Financiële stabiliteit Het verhandelen van valuta neemt een hoge vlucht en gebeurt steeds meer door riskant opererende beleggingsfondsen, zo merkt het Internationaal Monetair Fonds op in de aanloop naar zijn jaarvergadering.

Het is de grootste financiële markt ter wereld: die voor het verhandelen van valuta. Bedrijven die betalen voor import of export zijn erop actief, centrale banken die hun reserves op peil moeten houden, grote en kleine beleggers die speculeren op schommelingen in wisselkoersen.

Dagelijks gaat op deze markt gemiddeld bijna 10.000 miljard dollar aan valuta van de ene naar de andere eigenaar, zo rapporteerde de Bank voor Internationale Betalingen (BIS), de club van centrale banken, vorige week.

10.000 miljard dollar – dat is ruwweg een derde van de omvang van het Amerikaanse bbp in 2024. De mondiale valutamarkten zijn onstuimig gegroeid: drie jaar geleden waren ze nog 28 procent kleiner, aldus het BIS-onderzoek.

Die snelle groei van deze zeer liquide megamarkt leidt nu toenemend tot zorgen: kunnen er ongelukken ontstaan, die voor bredere financiële instabiliteit kunnen zorgen? Deze dinsdag trekt het Internationaal Monetair Fonds aan de bel. „De centrale rol van deze markt in het internationale monetaire en financiële systeem maakt haar zeer gevoelig voor macro-economische gebeurtenissen en beleidswijzigingen – vooral als die de onzekerheid verhogen”, schrijft het IMF in het Global Financial Stability Report.

Veilige haven

Die onzekerheid is er genoeg, de laatste tijd. Denk aan de importheffingen en andere handelsbeperkende maatregelen van de regering-Trump in de VS. Omdat de valutamarkt is verbonden met andere delen van de financiële markten, zoals die voor aandelen en obligaties, kunnen er makkelijk „bredere stabiliteitsrisico’s” ontstaan, aldus het rapport, dat slechts deels werd vrijgegeven. Volgende week publiceert het IMF de volledige versie tijdens zijn jaarvergadering in Washington.

De valutamarkt heeft meerdere onderdelen. Je kunt valuta direct kopen en verkopen, bijvoorbeeld: dollars voor euro’s. Dit heet de spot-markt. Maar je kunt wisselkoersschommelingen ook afdekken, of er juist op speculeren, met allerlei termijncontracten (swaps). Hoe meer onzekerheid er is in de wereld, hoe groter de behoefte aan het afdekken van risico’s met verzekeringsconstructies. De gegroeide vraag hiernaar verklaart voor een deel de recente onstuimige groei van de valutamarkten.

De Amerikaanse dollar staat daarin centraal. De dollar was onderdeel van 89,2 procent van alle verhandelde valutaparen (dollar tegen euro, of Zwitserse frank tegen pond sterling bijvoorbeeld), zo blijkt uit het BIS-onderzoek.

In tijden van onrust vluchten beleggers dikwijls naar de Amerikaanse dollar, die geldt als een veilige haven. Dit omdat de waarde van de dollar, de wereldwijde meest gebruikte reservemunt van centrale banken, als stabiel geldt. Dit gebeurde bijvoorbeeld toen de coronapandemie uitbrak, in 2020. Maar anno 2025 wordt die dollar niet altijd meer als veilige haven beschouwd: het grillige optreden van de regering-Trump wakkert de onzekerheid aan over de Amerikaanse economie en overheidsfinanciën. In april dit jaar, toen het Witte Huis hoge invoerheffingen voor de meeste landen aankondigde, dumpten veel beleggers juist de dollar.

De dollar staat sinds Trumps aantreden, in januari, behoorlijk onder druk. Ten opzichte van een ‘mandje’ met andere belangrijke munten, waaronder de euro en de yen, is de dollar sinds begin dit jaar 9,2 procent minder waard geworden.

Strengere standaarden

Een bijzonder risico op de valutamarkt ziet het IMF in de opkomst van een relatief nieuwe groep handelaren: hedgefondsen, geldmarktfondsen en andere investeringsfondsen. Enkele jaren geleden nog werd de markt gedomineerd door grote banken, maar inmiddels zijn deze ‘non-bancaire financiële instellingen’ (nbfi’s) minstens zo belangrijk. Tot deze nbfi’s, ook wel ‘schaduwbanken’ genoemd, worden ook pensioenfondsen en verzekeraars gerekend. Nbfi’s hoeven niet te voldoen aan de kapitaaleisen die na de financiële crisis van 2007-2008 voor de banken werden ingevoerd. Toezichthouders letten een stuk minder scherp op deze instellingen dan op banken.

Dat brengt risico’s met zich mee, zo merkt het IMF op. De investeringsfondsen speculeren vaak op wisselkoersschommelingen met riskante, door schulden gefinancierde transacties. Ze hebben geen toegang tot de centrale bank wanneer ze een tekort hebben aan liquiditeit. Het IMF spreekt van een „structurele kwetsbaarheid” die het „risico voor het systeem” tijdens volatiliteit kan vergroten. Speculaties van beleggingsfondsen die verkeerd uitpakken kunnen leiden tot grote verliezen, die het ook het bredere vertrouwen in de financiële systeem een knauw kunnen geven.

De opkomst van non-bancaire spelers is niet alleen op de valutamarkten, maar breed op de financiële markten waarneembaar. Het aandeel van nbfi’s in de mondiale kredietverlening is gestegen van 43 procent in 2008 naar bijna 50 procent in 2023, volgens IMF-data. In de eurozone is de nbfi-sector sinds 2008 verdubbeld in totaal vermogen. Christine Lagarde, de chef van de Europese Centrale Bank, pleitte vorige week tijdens een speech in Amsterdam voor strengere standaarden voor nbfi’s die zich gedragen als traditionele banken.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next