De Europese staalindustrie moet beter beschermd worden tegen de import van goedkoop staal, anders dreigt ze te verdwijnen. De Europese Commissie zet daarom het mes in de hoeveelheid staal die tariefvrij mag worden geïmporteerd en pleit voor een verdubbeling van de importheffing voor het resterende staal dat naar de EU komt.
is EU-correspondent van de Volkskrant. Hij woont en werkt in Brussel.
De wereldwijde overcapaciteit van staalproducenten is groot en blijft maar groeien. Andere markten (de VS, Canada) schermen zich af, waardoor de EU zonder maatregelen de dumpplaats wordt van het overtollige staal. Europese Commissievoorzitter Von der Leyen deed een beroep op de EU-landen en het Europees Parlement – die de voorstellen moeten goedkeuren – om niet te dralen. ‘We moeten nu handelen’, zei ze dinsdag bij de presentatie van de voorstellen.
De tijd dringt, want de huidige Europese maatregelen tegen staaldumping (uit 2018) lopen volgende zomer af. Die bestaande waarborgen hebben onvoldoende effect gehad. De wereldwijde overcapaciteit in de staalindustrie is momenteel 620 miljoen ton, ruim vijf keer de totale vraag naar staal in de EU. De Commissie wil de staalindustrie in Europa per se behouden, omdat die essentieel is voor andere sectoren als defensie en de productie van wagens.
De Commissie stelt daarom voor het heffingvrije importquotum voor staal te verlagen naar 18,3 miljoen ton per jaar, een halvering vergeleken met de tariefvrije import in 2024. Op het overige staal dat binnenkomt, wil de Commissie een tarief van 50 procent heffen, twee keer zoveel als nu. Europese staalproducenten krijgen daardoor meer ruimte. De Commissie denkt dat door de maatregelen de Europese staalindustrie straks 80 procent van haar capaciteit kan gebruiken, tegen 67 procent nu.
De auto-industrie waarschuwde eerder dat minder (goedkope) staalimport auto’s duurder zal maken. De Commissie denkt dat dit zal meevallen. Het nieuwe importregime zal sowieso over twee jaar geëvalueerd worden en indien nodig opnieuw aangepast worden.
De Commissie maakt zich grote zorgen over de Europese staalindustrie. Producenten als Tata Steel in IJmuiden kampen met hoge energieprijzen, harde en vaak oneerlijke concurrentie uit China en India en moeten vergroenen. Dat is een zware opgave, en dus bestaat de vrees dat staalmakers hun productie verplaatsen naar regio’s buiten Europa. Dat staat haaks op het streven van de EU om economisch en militair meer op eigen benen te staan.
Volgens de Commissie is de Europese staalindustrie de enige grote producent (derde in de wereld) die afgelopen jaren iets gedaan heeft om de overcapaciteit te verminderen. Dat kostte duizenden banen, maar de sector zelf is nog steeds goed voor 300 duizend banen.
Hoe het heffingvrije importquotum verdeeld zal worden over de vele handelspartners van de EU, wordt later vastgesteld. Landen die nauw verbonden zijn met de EU als Noorwegen, zijn vrijgesteld van heffingen. Ook voor Oekraïne belooft de Commissie een soepele opstelling. De meeste staalimport komt uit China, India, Japan en de VS.
De VS treft de Europese staalexport momenteel met een heffing van 50 procent om de eigen industrie te beschermen. De Commissie praat al langer met Washington om dat percentage te verlagen. Ze hoopt dat haar voorstel het Witte Huis gunstig zal stemmen. De EU pakt immers China aan, in lijn met wat de VS ook doen.
De Commissie stelt dat haar voorstel niet in strijd is met de internationale regels voor de vrijhandel. Ze zal met partners in gesprek gaan en onderzoeken of voor andere producten de importtarieven omlaag kunnen als compensatie voor de hogere heffing op staal.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant