Home

In ‘De Laffe Verlosser’ sprankelt het genie van Hans Teeuwen bij vlagen

Hans Teeuwen In zijn negende cabaretsolo weet Hans Teeuwen weer een stel magnifiek absurde stukken op te voeren. En taboes en heilige huisjes zijn nog altijd niet veilig bij hem.

Hans Teeuwen in 2024. Foto Martijn van de Griendt / ANP / Hollandse Hoogte

Een nieuwe Hans Teeuwen is altijd een belevenis. Ook bij zijn negende cabaretsolo ervaar je de opwinding vooraf: er staat altijd wat te gebeuren als Teeuwen het podium betreedt.

Hans Teeuwen: De Laffe Verlosser. Gezien: 5 oktober, Schouwburg Het Park, Hoorn. Tournee t/m 19 mei 2026. Info: hansteeuwen.nl

De verwachtingen worden gevoed doordat Teeuwen weinig speelt. De vorige show, Nou lekker dan is van 2022, Echte Rancune uit 2016 en Spiksplinter, waarmee hij na zeven jaar afwezigheid terugkeerde op het podium stamt alweer uit 2011. Sinds hij in de jaren negentig toonaangevend werd in het cabaret, met kompaan Theo Maassen, voelt elke volgende show bovendien als een nieuwe vraag naar zijn originaliteit.

Teeuwen is inmiddels 58 jaar, een rijpe leeftijd voor de baldadige puber die hij in wezen is. Maar bij De Laffe Verlosser vult hij de belofte vanaf de start in. Zijn sarcastische openingslied over een verlosser die altijd goed doet, is een geinige steek naar het geloof in een leider die alles oplost. „De Verlosser heeft de sleutel naar de poorten van het Dromenrijk.” Gezien de adoratie van zijn onverminderd grote publiek zou het zomaar over hemzelf kunnen gaan.

Waarna Teeuwen zichzelf neerzet als „een man van opvattingen”, en, heel verrassend, ook over sport. Daaruit volgt een heerlijke persiflage, die begint als een deskundige die in evidente algemeenheden over voetbal praat, maar via almaar andere sporten een geolied raderwerk van ontsporende malligheid wordt. Mooi zoals hij op ernstige toon ‘wijze raad’ heeft voor bobsleeërs: „Jongens, ik snap dat je snel wil gaan. Maar let op die bochten.”

Ook het verhaal over zijn ontdekking van een vergeten boek van Annie M.G. Schmidt is een wonder van meligheid, waarbij het onophoudelijk herhalen van de nonsens-titel het halve werk doet. En in een lang verhaal over een man die woedend wordt van zee en duinen voert Teeuwen een strandjutter op die spreekt in een zelfverzonnen dialect, een onnavolgbare woordenbrij, die hij na elke zin vertaalt naar het Nederlands. Het zijn stukken waarin het talent van Teeuwen sprankelt en hij je moeiteloos meeneemt, zijn konijnenhol in, naar de wondere wereld van zijn prettig-verknipte brein.

Snel gekwetst

Daar staan stukken tegenover die minder goed werken. Hij voert Agaath op, een vrouw die overstuur raakt als Teeuwen tegen haar zegt bij warm weer last te hebben van de „luchtvochtigheid”. Het blijkt een omslachtige manier om de spot te drijven met mensen die te snel gekwetst zijn. Even wijdlopig is de fantasie over een alternatieve serie gewelddadige Jumbo-reclames voor Frank Lammers. De Laffe Verlosser bestaat uit een reeks van die lange verhalen, en het is gedurfd dat Teeuwen de tijd neemt, maar soms is de grapdichtheid laag en voelt een verhaal traag aan.

Het is daarbij soms ook zoeken naar de absurde gekte die Teeuwen zo’n comedian van de buitencategorie maakt. Zijn carrière is gebouwd op de manier waarop hij op het podium staat: als de ontoerekeningsvatbare clown, een man met talloze tics en onzinnige, buitensporige ideeën. Al zijn extreme botheid en grofheid was daarop terug te voeren. Als hij bijvoorbeeld zei de zwakkeren te willen afschieten (in Hard en Zielig, 1994), dan werd dat gezegd door de labiele, ziekelijke jongen die hij op dat moment speelde.

In De Laffe Verlosser treedt hij geregeld op als verteller, als zichzelf. Daardoor ontstaat ruimte tussen hem en de bizarre personages die hij opvoert. Dat is een essentieel verschil, waardoor de onontbeerlijke gekte soms ontbreekt. Deels zit die gekte nog wel in zijn fysieke uitspattingen, met vertrokken gezichten en wapperende ledematen, en in sputterende geluidjes, en rare stemmetjes. Het is onweerstaanbaar als hij eindeloos tegenover een bezoeker zijn leipe dansje doet en uitdagend blijft herhalen: „Why don’t you wanna dance?” Het voelt als een lapmiddel als hij ervoor kiest alleen maar te benoemen wat zijn theater-persona mankeert: hij noemt zichzelf een „fucking freak”. In zijn vorige show, Nou lekker dan, deed hij hetzelfde en omschreef hij zichzelf als „iemand met serieuze mentale problemen”. Punt is dat het absurde pas helemaal tot zijn recht komt als het opgesloten zit in zijn spel.

Wanneer hij vertelt dat hij vroeger een Arisch activist was, vijandig over andere rassen, beschrijft hij zichzelf als „dom als een plank” in die tijd. Dat is ook een manier om de verteller in een ander daglicht te stellen. Jammerlijk expliciet is ook de gekte in een verhaal waarin hij, ook als jonge man, „de genant” was op feestjes van rijkelui. Waarbij Teeuwen uitlegt dat hij genant deed op plekken waar de conversatie stokte: met een demonstratie van zichzelf als schreeuwende bekkentrekker zet hij zijn eigen stijl in de uitverkoop.

N-woord

Bij momenten krijgt de artiest trekken van de man die hij buiten het podium is, met opvattingen over de actualiteit, zoals hij dat zelf noemt. Op sociale media gaat hij tekeer tegen de islam en noemt hij bijvoorbeeld veel van de beelden uit Gaza „fake” en de zorg om de genocide „hypocriete mode”. Die commentator neemt het op het podium een aantal keren over van de artiest, wat betekent dat de humor en de dubbelzinnigheid het verliezen.

Als hij bijvoorbeeld vertelt twee boeken te hebben verbrand, zegt hij niet te verklappen wat het tweede boek was. Hij trekt er het schalkse gezicht bij van mensen die elkaar begrijpen. Het is een vette knipoog naar extreem-rechtse koranverbrandingen. En als hij een verhaal vertelt, waarin het onder meer de bedoeling is het uitspreken van de term ‘N-woord’ belachelijk te maken, kan hij het niet laten het N-woord ook een keer voluit te zeggen. De pestkop in hem gaat graag grenzen over. Zoals hij in Met een Breierdeck (1995) badinerend verkondigde: „Ik doe heilige huisjes en taboes. Maar vooral heilige huisjes.” Maar dat is alleen leuk als het verpakt is in een grap.

Merkwaardig is de keuze van het slotnummer, waarin hij nog een keer een sportdeskundige opvoert. Dat is te veel van het goede. Wat niet wegneemt dat De Laffe Verlosser al met al geïnspireerder aandoet dan voorganger Nou lekker dan, dat routineus zat volgeplempt met seksgrappen. Het is ook niet moeilijk mild te zijn voor de op leeftijd rakende artiest die Teeuwen is. Zijn aanpak heeft onverminderd meer eigenheid, meer vuur en meer komisch dna dan het gros van zijn collega’s. En zoals hij triomfantelijk over zichzelf zingt: „Slechte programma’s maak ik niet.”

Ondertussen is het te hopen dat hij nog eens de geest krijgt en een programma zo compleet en goed als Echte Rancune weet te produceren. Want hij wordt ondertussen ingehaald door een nieuwe generatie absurdisten, voor wie hij een voorbeeld is. Die jonge cabaretiers zijn bij vlagen spitser, sneller en grappiger dan hij. De vraag is wel: kunnen ze zijn hoogtes bereiken? En gaan ze het ook zo lang volhouden?

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next