Home

Altijd te laat: waarom lukt het sommige mensen nooit om op tijd te komen?

De trein halen of op tijd op werk of bij een etentje met vrienden komen. Het lukt sommige mensen gewoonweg vaak niet. Hoe komt dat, en wat kun je eraan doen?

De bel klinkt. De laatste kinderen trekken sprintjes richting de sluitende deur. Ouders met bakfietsen komen hijgend aangefietst. Iedere ochtend zijn het vrijwel dezelfde gezinnen. Waarom lukt het sommigen wél om altijd op tijd te zijn, en anderen structureel niet?

‘Te laat komen lijkt een absoluut gegeven, maar dat is het niet’, zegt universitair hoofddocent organisatiepsychologie bij de Amsterdam Business School Wendelien van Eerde. ‘In Nederland geldt de norm dat je je aan een afgesproken tijdstip houdt. Kom je later, dan schend je de afspraak. Maar er zijn ook culturen waar een afspraak eerder wordt gezien als intentie, waardoor je er ook niet te laat kúnt komen.’

Dit hangt vaak samen met de omstandigheden, zegt Van Eerde. ‘In landen met onvoorspelbaar verkeer is punctualiteit minder haalbaar.’ In Nederland, waar infrastructuur wel betrouwbaar is, worden afspraken juist zeer strak geïnterpreteerd.

Maar de verschillen zijn niet alleen van praktische aard, maar ook van culturele. Deze variatie wordt vaak omschreven met de begrippen monochroon en polychroon. ‘In monochrone culturen, zoals Nederland, draait alles om planning, afspraken en de klok’, legt Van Eerde uit. Tijd is lineair en wordt nauwgezet ingedeeld. In polychrone culturen is tijd flexibel. ‘Gebeurtenissen volgen hun natuurlijke verloop en dingen kunnen door elkaar lopen. Een bijeenkomst begint pas wanneer iedereen er is.’

Monochrone mensen

Polychrone mensen combineren graag taken. Ze nemen een hap ontbijt, lezen de krant en draaien een wasje tussendoor. Onderweg naar hun bestemming kappen ze een gesprek niet zomaar af, of slaan een spontane uitnodiging niet af. Gevolg: planningen lopen in de soep en afspraken lopen regelmatig uit. Monochrone mensen hanteren zelfs bij sociale afspraken een strak tijdsvenster. Zoals journalist Vera Spaans in haar boek Te Laat – waarom je nooit zomaar te vroeg of te laat bent schrijft: ‘Zij kunnen een ontmoeting abrupt beëindigen met: ‘Ik moet verder, anders kom ik te laat’, waar hun tegenpolen zeggen: sorry dat ik te laat ben, ik kwam iemand tegen.’

Het op-tijd-venster van de gemiddelde Hollander is een smalle marge van tien minuten voor of na het afgesproken moment, zegt Spaans: ‘Te laat is niet goed, te vroeg ook niet. Wie structureel te laat komt, wordt al snel als onbetrouwbaar gezien. Of zelfs als egoïstisch: iemand die geen waardering heeft voor andermans tijd.’

Maar dat oordeel is niet altijd terecht, vindt Spaans. ‘Er zijn laatkomers die er lak aan hebben, en laatkomers die er juist onder lijden.’ Ze herinnert zich haar schuldgevoel als ze weer eens te laat arriveerde, met als dieptepunten de lintjesregen van haar stiefvader en de begrafenis van haar oudtante.

Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoordt de Volkskrant, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl

Op tijd komen in een cultuur waar stiptheid de norm is, is voor sommige persoonlijkheden een dagelijkse worsteling. In haar boek verwijst Spaans naar verschillende onderzoeken naar die persoonlijkheidskenmerken. Zo blijkt dat mensen die laag scoren op de Big Five‑dimensie ‘consciëntieusheid’ minder gestructureerd zijn en moeite hebben vooruit te plannen, en dus vaker te laat komen. ADHD kan dit effect versterken.

Relaxed en relatiegericht

Ook het goed kunnen inschatten van de tijd speelt een rol. De Amerikaanse psycholoog Jeffrey Conte onderzocht hoe mensen tijd beleven, met behulp van de klassieke tweedeling tussen type A- en type B-mensen. Eerstgenoemden zijn kortgezegd competitief en gehaast, type B’s zijn relaxed en relatiegericht. Conte ontdekte dat type A’s gemiddeld na 58 seconden denken dat er een minuut is verstreken, terwijl type B’s dit gemiddeld na 77 seconden pas denken. ‘Zij hebben dus echt het idee dat er meer kan in minder tijd’, zegt Spaans. Hier komt volgens Spaans het hardnekkige beeld vandaan van de laatkomer als optimist.’ Toch nuanceert ze dat: ‘Toen ik te laat kwam op de begrafenis van mijn oudtante dacht niemand: daar komt een optimistische vrouw binnen.’

Volgens Spaans mag ‘ik ben nu eenmaal zo’, geen excuus zijn. Ze haalt in haar boek ontwikkelingspsycholoog Steven Pont aan, die zegt: ‘Vrijwel niemand komt te laat bij een sollicitatiegesprek of bij het vliegtuig. Als het belangrijk genoeg is, kunnen we allemaal plotseling wel goed klokkijken. Vaak is het dus een kwestie van al dan niet bewuste motivatie.’

Op tijd komen is dus meestal een kwestie van echt willen, en vervolgens goed plannen. ‘Het helpt om op te schrijven welke stappen er nodig zijn, om realistischer in te schatten hoeveel tijd iets werkelijk kost’, tipt Spaans. Technologie kan daarbij een bondgenoot zijn. ‘Gebruik apps die een seintje geven als je moet vertrekken.’ Ook voorspelbare routines maken verschil. ‘Leg spullen altijd op dezelfde plek, zodat je niet elke ochtend je sleutels hoeft te zoeken.’

Extra marge inbouwen

Extra marge inbouwen helpt bovendien, zegt Spaans. ‘Ik hanteer altijd een spook-tien-minuten voor onverwachte vertraging. Zie de eventuele extra wachttijd als een voordeel en neem bijvoorbeeld een boek mee. Veel mensen komen te laat doordat ze het een vervelend idee vinden te vroeg te komen.’

En als je toch te laat bent, deel je locatie, zegt Spaans: ‘Het scheelt gedoe dat je geen berichtjes vol excuses hoeft te sturen tijdens het autorijden of fietsen, en de ander weet precies wat hij kan verwachten. Dat scheelt een boel frustratie. En als je toch te laat bent: zeg één keer sorry, maar put je niet uit in excuses, want dan trek je met je laatkomerij twee keer de aandacht.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next