Home

Is het internationaal recht nog relevant na ‘Gaza’? ‘We gaan een donker decennium tegemoet’

Internationaal recht Wordt Gaza het kerkhof van het internationaal recht, nu Israël zich amper voor zijn vernietigingscampagne hoeft te verantwoorden? Zo fatalistisch zijn zes experts die NRC raadpleegde niet. Maar: er wordt „op erg stevige wijze” aan de grondslagen van het recht gemorreld.

Palestijnse jongen kijkt naar een Israëlische aanval op Gaza-Stad, 1 oktober 2025.

Gaza wordt het kerkhof van het internationaal recht. Dat zei commissaris-generaal Philippe Lazzarini van UNRWA, de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen, vorige maand in de Spaanse krant El País. Hij doelde op de straffeloosheid waarmee Israël meer dan 68.000 Palestijnen heeft gedood en een hongersnood heeft veroorzaakt onder de bevolking van Gaza.

Het plan van Donald Trump voor een staakt-het-vuren zal mogelijk een einde maken aan de Israëlische vernietigingscampagne. Maar wat niet eindigt, is die straffeloosheid. Zo legt de Amerikaanse president verlammende sancties op aan het Internationaal Strafhof omdat het een arrestatiebevel tegen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu heeft uitgevaardigd.

Daarbij lijkt in Gaza de internationaalrechtelijke bescherming van burgers, hulpverleners en journalisten amper nog iets waard te zijn. In de regio, zei Lazzarini, groeit het besef dat het internationaal humanitair recht niet universeel is. „We hebben het Verdrag van Genève bijna irrelevant gemaakt. Wat er vandaag in Gaza gebeurt en wordt geaccepteerd, kan niet geïsoleerd worden bekeken; het zal de nieuwe norm worden voor alle toekomstige conflicten.”

Twee jaar na de aanval van Hamas en de Israëlische vernietigingscampagne vroeg NRC zes academici op het gebied van het internationaal recht naar de toekomstige erfenis van ‘Gaza’. Is het internationaal recht nog relevant? Zien zij Gaza als een kantelpunt voor het internationaal recht? En maken ze zich zorgen over de toekomst van de rechtsorde?

De relevantie van het recht na ‘Gaza’

Op voorhand zijn de academici minder fatalistisch dan Lazzarini. De Leidse hoogleraar Larissa van den Herik begrijpt „de mensen die zeggen dat het internationaal recht begraven ligt in Gaza heel goed, maar ook als het recht in een bepaalde situatie niet wordt nageleefd en op grove wijze wordt geschonden, dan nog blijft het recht de taal van goed en kwaad.”

Kijk naar de voorlopige uitspraken van het Internationaal Gerechtshof, zegt Van den Herik: die zijn „lichtbakens” gebleken voor het maatschappelijke debat over Gaza. Het Gerechtshof in Den Haag heeft Israël opgedragen om de illegale bezetting van Palestina te beëindigen en, in januari 2024, alles in het werk te stellen om een genocide te voorkomen.

Ook haar collega’s benadrukken dat het internationaal recht relevant blijft. „Meer dan ooit”, zegt de Utrechtse hoogleraar Cedric Ryngaert. Hij ziet het als een aanjager voor debatten over genocide en het weren van producten uit illegale nederzettingen. Zijn Groningse collega Marcel Brus benadrukt het normstellende karakter: zonder internationaal recht „zouden we geen normen hebben waaraan we het gedrag van Israël en Hamas kunnen afmeten”.

Sergey Vasiliev van de Open Universiteit wijst erop dat het internationaal recht zijn relevantie ook niet verloren heeft na de Tweede Wereldoorlog, na de conflicten in voormalig Joegoslavië in de jaren negentig, en na ‘Oekraïne’. „Dergelijke momenten tonen juist aan hoe relevant en onontkoombaar het internationaal recht is, en hoe catastrofaal de gevolgen zijn wanneer staten, bewindslieden en politici dat niet erkennen.”

De Amsterdamse hoogleraar André Nollkaemper vindt de vraag over de relevantie van ‘het’ internationaal recht te ruim gesteld: zaken als handel, luchtvaart en scheepvaart functioneren door internationale afspraken immers prima. Maar: „Als de vraag scherper zou zijn, of internationaal recht nog relevant is voor het beperken of beheersen van conflicten die machtige staten zien als essentieel voor hun nationale veiligheid, dan is er wel reden om te twijfelen aan de relevantie van internationaal recht.”

Gewonde Palestijn met gewond kind in het Nasser-ziekenhuis in Khan Younis, oktober 2023. Foto Mahmud Hams/AFP

‘Gaza’ als kantelpunt voor de rechtsorde

Vasiliev ziet ‘Gaza’ als mogelijk kantelpunt in de afkalving van het internationaal recht. Daarbij wijst hij op de passiviteit van westerse landen, hun verzet tegen het aansprakelijk stellen van Israël, en in sommige gevallen zelfs hun medeplichtigheid. Dit is gevaarlijk voor de rechtsstaat overal, zegt hij: minachting voor het internationaal recht gaat gepaard met de erosie van de rechtsstaat en de bescherming van mensenrechten op nationaal niveau.

De gebrekkige handhaving is „altijd al de achilleshiel” van het internationaal recht geweest, zegt Ryngaert. „Gaza brengt dit probleem met nog grotere urgentie onder de aandacht.” Volgens Brus is Gaza een symptoom van de uitholling van de internationale politieke en juridische instituties die de uitoefening van rauwe macht tot op zekere hoogte konden inperken. „Natuurlijk is dit een bedenkelijke ontwikkeling. Maar het is ook van alle tijden.”

Verscheidene ondervraagden zien de rol van de Verenigde Staten als een mogelijk kantelpunt. Wat Gaza uniek maakt, zegt Nollkaemper, is de samenloop van de „flagrante schending van internationaal recht door Israël met de brede afwijzing van internationaal recht door de VS”.

Ook al waren de VS ambivalent en schonden ze het recht bij tijd en wijle, zegt Van den Herik, ze waren na het einde van de Koude Oorlog ook een belangrijke ‘sponsor’ van de internationale rechtsorde. „Die tijd lijkt nu voorbij. En dat brengt ons terug in een meer primitieve wereld, waar het ieder voor zich is en waar kernbeginselen van het recht – waaronder het verbod op geweldgebruik, het verbod op annexatie en het verbod op aanvallen tegen een burgerbevolking – niet meer voor zich spreken.” Dat speelt niet alleen in Gaza, maar bijvoorbeeld ook in Oekraïne.

Staat Israël boven de wet?

Alle ondervraagden benadrukken dat Israël juridisch gezien natuurlijk niet boven de wet staat, maar zich wel boven de wet plaatst. Dat daar weinig tegen te doen valt, komt door de bescherming die het land geniet vanuit het Westen. Onder meer door de „politieke onwil” van leden van de VN-Veiligheidsraad is het moeilijk om grootmachten aan het recht te houden, zegt Ryngaert.

Toch blijven de Israëlische schendingen niet zonder gevolgen, aldus Van den Herik. Na de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof over de illegaliteit van de bezetting hebben verscheidene staten geageerd met sancties, door bijvoorbeeld import van producten uit de bezette gebieden te verbieden. Netanyahu heeft zelf onlangs gezegd dat Israël geïsoleerd is komen te staan. Door dat isolement zal Israël zijn uitzonderingspositie niet kunnen volhouden, denkt Brus.

De Amsterdamse universitair hoofddocent Marieke de Hoon heeft daar minder vertrouwen in. „Als we Israël niet normeren, wordt dit gedrag de nieuwe standaard. Op de genocide moet er herstel volgen, maar dat zie ik niet vanuit de Israëlische samenleving komen. Ik denk dat je daarvoor onder meer een waarheidscommissie en een strafrechttribunaal nodig hebt. Behalve politici moeten ook legercommandanten en juridisch adviseurs worden vervolgd. En denk ook aan opruiende talkshows die de genocide mogelijk maakten, net als de radiozender Mille Collines in Rwanda.”

Naima Abu Ful met haar ondervoede zoontje Yazan (2) in het Shati vluchtelingenkamp in Gaza-Stad, juli 2025. Foto Jehad Alshrafi/AP

De onmacht van de westerse landen

Verbaasd zijn de meesten niet dat het Westen zo weinig voor elkaar krijgt om Israël tegen te houden. Vasiliev voelt wel teleurstelling, „en die zal ik altijd met me meedragen”.

De meeste westerse landen hebben nooit daadwerkelijk voor de rechten van Palestijnen willen opkomen, zegt Brus. In veel gevallen, aldus Vasiliev, hebben ze de informatie over het „overweldigende bewijs van Israëls schendingen van het internationaal recht genegeerd of zelfs onderdrukt” en zijn de belangrijke stemmen van juristen, experts, mensenrechtenactivisten en VN-functionarissen terzijde geschoven.

Het heeft Van den Herik vooral verbaasd dat sommige westerse regeringen, waaronder de Nederlandse, denken dat het in het belang van het volk van Israël is om een „lankmoedige houding” aan te nemen. „In Nederland wordt wel verwezen naar het feit dat Israël een bevriende staat is. Maar is het een teken van vriendschap om extreme leiders een carte blanche te geven en niet op de grenzen van het recht te wijzen? Op welke waarden is die vriendschap dan gebaseerd?” Nederland, zegt ze, is met deze opstelling in een heel klein groepje staten komen te zitten, een groepje om de VS heen.

De Hoon noemt het „kwalijk” dat de Nederlandse regering voor een oordeel over genocide zegt te wachten op een definitief oordeel van het Internationaal Gerechtshof. „Het genocideverdrag heet voluit het ‘Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide’. Genocide moet dus worden voorkomen, en dat verhoudt zich niet tot jarenlang wachten.”

De Pools-Joodse jurist Raphael Lemkin, de bedenker van de term ‘genocide’, zou zich volgens De Hoon in zijn graf omdraaien als hij zou zien „hoe politiek” de term genocide wordt gemaakt. „Lemkin wilde juist dat de term niet alleen op de Holocaust zou slaan, maar voor iedereen gelijk van toepassing zou zijn.”

In het algemeen constateert De Hoon dat er te snel gezegd wordt dat het „te moeilijk” is om Israël ergens aan te houden, of dat het „niet te handhaven” is. „Ik zou zeggen: kijk vooral wat je wél kunt doen. Ook als een regel moeilijk handhaafbaar is, is het belangrijk dat er een norm is. Is het te moeilijk om producten uit illegale nederzettingen te weren? Die opdracht heeft het Internationaal Gerechtshof al in 2004 gegeven. Men heeft dus al ruim twintig jaar de tijd gehad om iets te bedenken.”

De toekomst van het internationaal recht

Er wordt „op erg stevige wijze gemorreld” aan de grondslagen van het internationaal recht, zegt Brus – en hij is vermoedelijk nog de minst pessimistische van het zestal. Waar hij de zorgen over de toekomst van het internationaal recht „van alle tijden” noemt, maken zijn collega’s zich wel degelijk grote zorgen. Om de slachtoffers van kernmisdrijven, om het Internationaal Strafhof dat onder ongekende politieke druk staat, om de straffeloosheid (Vasiliev). Om de bescherming van vrede en veiligheid (Nollkaemper).

Of, zoals Van den Herik, over de toekomst van de wereld. „We gaan een donker decennium tegemoet. En zoals wetenschappers in het internationaal recht en denkers in de jaren dertig en tijdens de Tweede Wereldoorlog nadachten over de dag van morgen, zo moeten wij dat ook doen.”

Ook maakt ze zich zorgen over Nederland. „Voor ons, als klein land, is internationaal recht keihard eigenbelang. Wij gedijen niet in een wereld van ieder voor zich. Dat betekent dat we het internationaal recht steevast serieus moeten nemen, niet alleen als het uitkomt, en het betekent ook dat we internationale organisaties, zoals de Europese Unie en het Internationaal Strafhof, moeten stutten.”

Van den Herik wijst op het belang van bondgenootschappen met andere landen in eenzelfde positie, ook buiten Europa. „Juist als het ruig wordt, doet het recht ertoe voor de kleintjes. Dat besef lijkt nog niet sterk aanwezig.”

Experts De zes juristen met wie NRC sprak

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next