Home

Sinds 7 oktober leven Joden in angst, wrok en eenzaamheid

Het is zo’n herinnering die altijd zal blijven: de eerste berichten over de moorden en vernietigingen in de Israëlische grensdorpen en kibboetsiem op 7 oktober 2023. Hoe het koude besef dat er iets vreselijks en onherroepelijks gebeurde die ochtend in mijn lichaam kroop.

Jessica Durlacher is schrijver.

Rond zevenen popten er die zaterdag ineens berichten op over rakettenregens en infiltranten in Zuid-Israël, en hoorden we verhalen over moorden op families die we toen nog nauwelijks konden geloven. Zenuwachtig gingen we die ochtend op zoek naar bewijzen, de geruststelling dat het niet klopte, gedesoriënteerd zoekend naar een uitweg uit een tunnel van bijna ongeloofwaardige ergheid, maar er volgden steeds meer berichten die ons (mijn kinderen, man en ik) volstrekt ontregelden.

Iets later die dag verschenen de (daarna uitentreuren herhaalde) horrorbeelden van het verminkte lichaam van de dode Shani Louk online. Ik zag hoe een ander meisje, dat zoals later bleek Naama Levy heette, hardhandig een truck in werd geduwd door zichtbaar uitzinnige gemaskerde en gewapende mannen, en durfde bijna niet te kijken naar haar op het kruis besmeurde joggingbroek, uit deernis om haar gêne zichzelf in haar doodsangst te hebben bevuild. Pas later, toen de eerste gruwelen die Hamas online had gezet, werden vrijgegeven, inclusief de massaverkrachtingen door triomfators, heb ik me gerealiseerd dat die broek waarschijnlijk van bloed doordrenkt was.

In Naama’s blik viel nauwelijks nog iets levends te zien, het was een blik zonder enige hoop waartegen de waanzin en triomf in de ogen van de beulen die haar nu als trofee in een truck meevoerden scherp afstak, en ik had letterlijk iets, een vuist, een tang, mijn hart voelen dichtknijpen.

Verkracht, verminkt

Het land Israël, dat ik ondanks zijn politieke tegenstrijdigheden, strijd, en pijn was gaan liefhebben, het Joodse land waar ik me thuis voelde, het land waar we boeken geschreven hadden, onze kinderen hadden laten studeren – was verkracht, verminkt. En het onzegbaar vreselijke geweld, zorgvuldig vastgelegd met headcams, de wreedheid en de de vreugdekreten en wilde triomfgebaren tijdens het pronken met en meesleuren van de lichamen van (half)dode jonge mensen achter trucks, katapulteerde ons terug naar een duistere periode van voor de beschaving – een tijd waarin ongeschreven en geschreven regels voor menselijke betrekkingen niet bestonden, of zonder pardon geschonden mochten worden. Een tijd waarin alles mogelijk was – de essentie van onveiligheid. Iets was stukgemaakt, schokkend en onherstelbaar.

Het gevoel dat de wereld van het ene op het andere moment was veranderd, raakte in de maanden en jaren die erop volgden, helaas steeds meer bewaarheid. Dat dit het begin zou zijn van een verschrikkelijke oorlog, was me vanaf het begin duidelijk. Met iedereen die om Israël geeft, was ik vanaf minuut één bang voor wat de vijand nog meer in petto had, maar ook hield ik mijn hart vast voor de consequenties die Israël eraan zou verbinden.

Op 11 september 2001 heb ik moeten huilen om de wilde en megalomane boosaardigheid van de aanvallen op de hoogste torens van New York, en de symbolen van de macht in Washington. Ik herkende er de engste kant van de mensheid in, de kant waarvan ik zoveel meekreeg door de verhalen van mijn vader, over de groots opgezette naziterreur met zijn concentratiekampen en beestachtige pogroms. Nu huilde ik opnieuw.

Ook 8 oktober verstreek in een roes van ongeloof en doem. Maar dat ik de ontzetting van de hele wereld voelde en hoorde in de berichtgeving over de aanval van Hamas, schonk een zekere troost.

Nog een dag later, maandag 9 oktober, belde ’s morgens een nieuwsprogramma dat die avond zijn uitzending aan de aanvallen wilde wijden. De redacteur vroeg me hoe ik de zevende „had ervaren” en wilde me uitnodigen om dat te komen vertellen. Het leek haar mooi om me tegenover iemand te zetten die er anders „in stond”. Ik vroeg wat ze bedoelde. Hoe dacht of voelde je over zoiets gruwelijks als dit anders, dan, nou ja, ik? Ze begon over de achterstelling van Palestijnen, die we hier „niet los van konden zien”. Ik bleef thuis.

Het bleek een prelude op wat komen ging.

Nog voor Israël de tegenaanval inzette, begonnen de eerste protesten. Al op 8 oktober ontstonden in verschillende Nederlandse steden kleine pro-Palestijnse demonstraties. Het kwam me nog steeds als een obscene omkering voor om nu te demonstreren voor de zaak van de moordenaars en verkrachters, maar het bleek een plot-twist die veel navolging kreeg.

Later die maand vonden sit-ins en studentenprotesten plaats op campussen en stations. Niet om het uit te schreeuwen van verontwaardiging over de gijzelneming van 251 onschuldigen, of over verkrachte vrouwen en verbrande baby’s, maar om de vermeende achtergrond van de terreur, die al zolang het verontwaardigde discours in bepaalde kringen had bepaald: de onderdrukking van Palestijnen versus de suprematie van Israël. De misdaden van Hamas maakten onlustgevoelens wakker die kennelijk al lang sluimerden.

Barbaarse verrassingsoorlog

Het nieuwe woord werd: ‘kolonialisme’, een just cause om tegen tekeer te gaan. Op 15 oktober vond een grote pro-Palestijnse demonstratie plaats in Amsterdam. De demonstratie voor Israël dezelfde dag bleef kleinschalig. „Free free Palestine”, schreeuwde men. En: „From the river to the sea...” – ofwel opheffing van Israël. Hamas mocht met zesduizend terroristen een barbaarse verrassingsoorlog zijn begonnen tegen mensen die al jaren met Palestijnen werkten en bevriend waren, deze mensen projecteerden er een volstrekt ander verhaal op.

Het ontging deze mensen – sommigen noemen hen nuttige idioten – dat Hamas al sinds 2005 (het jaar waarin Israël zich terugtrok uit Gaza) de ergste onderdrukker van de Palestijnen is, en zijn uit donaties van over de hele wereld vergaarde miljoenenbudget niet had gebruikt om huizen, fabrieken en winkels te bouwen, maar om een ondergrondse oorlogsindustrie op te zetten met als doel Israël te vernietigen. Dat de zogenaamde vrijheidsstrijders van Hamas 251 burgers ontvoerden, gijzelaars ingezet als pasmunt, vonden de demonstranten een geoorloofde onderhandelingsmethode – nood breekt wet.

In de weken die volgden, begonnen er her en der de pogingen tot verklaren en begrijpen – de relativering van de aanval van Hamas. Ze leidden niet per se tot een rechtvaardiging, maar duidden al wel op distantie, een stapje terug, een poging tot inleving in de beweegredenen van de daders. Er ontstond een narratief waarin de slachting werd geframed als een wanhopige tegenaanval na jaren bezetting en kolonisatie.

Voor de verkrachtingen, verbrandingen en moorden op kinderen in het zicht van ouders en omgekeerd, waren voor velen zelfs hardere bewijzen nodig dan de door de terroristen zelf gefilmde beelden. Ik schreef in november 2023 een stuk voor een andere landelijke krant, en de links naar beelden met zulke gruwelen vond men daar verdacht – klopten die wel? Schoorvoetend erkende men pas veel later: ja, ondanks hun onvoorstelbaarheid waren de beelden echt.

Driehonderdduizend Israëlische burgers verlieten op 7 en 8 oktober huizen en banen om zich bij hun mobilisatie-eenheden te voegen. De luchtaanvallen op Gaza begonnen. Iets later voerde Israël een blokkade in. Op 27 oktober startte het grondoffensief. De verliezen onder de Palestijnse bevolking waren talrijk en verschrikkelijk, elk bombardement voerde een stukje verder weg van de hoop op vrede.

Het pro-Palestijnse protest van die allereerste dagen na 7 oktober was misschien wat prematuur geweest, maar hierna stond er geen rem meer op. In de pers werden de aantallen Palestijnse doden betreurd. Vaak heb ik aan mijn vaders woorden gedacht: Israël is een geliefde die zich misdraagt. Handenwringend zag ik de schuldvraag kantelen, al klonk toen het woord ‘genocide’ nog niet. En de moordpartij van 7 oktober raakte op de achtergrond.

De gevolgen van 7 oktober en de oorlog in Gaza, die al twee jaar woedt, zijn groot. Iedere Jood die ik ken, is er (in meer of mindere mate) onafgebroken mee bezig. Met de schok over Israëls ontluisterende zwakte op die gruweldag; met het eenzijdige dader-slachtoffer-narratief van het Israëlisch-Palestijnse conflict bij de demonstranten; met de frustratie over hun onwetendheid over de geschiedenis en de achtergronden van het Midden-Oosten, terwijl zovelen er desondanks op sociale media stellige meningen over verkondigen; maar ook met de afschuw over het geweld dat zovele Palestijnse burgers treft en de pijn daarover.

Er wordt geworsteld met de identificatie van het land dat we kenden, en dat nu zo’n hevige oorlog voert; met de pijn om de media die stelselmatig essentiële feiten weglaten en hun kritiek op Israël niet verhullen; met de grote haat die het conflict losmaakt, niet alleen ten aanzien van Israëliërs maar ook van Joden, en die bovendien de vraag oproept of die haat niet al bestond vóór Israëls keiharde optreden; met de schok om het gemak waarmee Israëls oorlogsvoering vergeleken wordt met de daden van de nazi’s – waarmee in een moeite de Holocaust verjaard verklaard is; met de ontzetting om de besmeuring van Joodse graven, monumenten, namen, het straffeloze verdoemen van de Holocaust; met het stellige gebruik van definities als ‘genocide’ en ‘kolonisatie’, die tot veroordeling en canceling leiden en tot de algehele uitsluiting van Joodse en Israëlische kunstenaars, wetenschappers en schrijvers om dingen waar ze niets aan kunnen doen; met de uitsluiting van Joodse studenten op universiteiten wereldwijd. En dan is er nog de erkenning van Palestina door tal van landen, door veel Joden die ik ken beschouwd als een beloning voor de terreur van Hamas op 7 oktober.

Shoah-trauma’s

Veel Joden zoeken steun bij elkaar. Ook zij die zich eerder niet zo Joods voelden, doen dit nu wel – de synagogen hebben nog nooit zoveel aanmeldingen gehad als de laatste twee jaar van mensen die zich willen laten bevestigen als Jood. Het gevoel van veiligheid is weg. Het tribalisme viert hoogtij.

Sinds 7 oktober zijn angst, wrok en eenzaamheid geen uitzonderingen meer. Oude shoah-trauma’s zijn getriggerd, en hoewel men onwillekeurig zoekt naar gelijkgestemden tekenen zich binnen de gemeenschap ook allerlei scheuringen af: zij die zich tegen het beleid van de regering en het leger keren en Israël openlijk veroordelen, versus degenen die dat alleen intern doen.

En er zijn natuurlijk ook velen die het Israëlische optreden begrijpen, zij het vaak vertwijfeld. De meeste Joden die ik ken, zijn bang voor de toekomst en willen weg uit Nederland, al weten ze niet waarheen.

7 oktober heeft veel, heel veel teweeg gebracht. Twee jaar later zijn er een wereld binnen, en een wereld buiten ontstaan. Zelf praat ik er weinig over met niet-Joodse vrienden, al denk ik er steeds aan. Ik weet dat mijn stem overslaat als ik me erin begeef. Het verhaal is te veelkantig, te complex.

Waarvan akte.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next