Het gebeurt opmerkelijk vaak de laatste tijd, dat ik boven de krant hang en met immense afkeer hardop zeg: ‘Wat is dit toch een rotland!’ ‘Geworden’, zeg ik er dan vaak nog achteraan. De VVD wil gezinshereniging voor vluchtelingen zo goed als onmogelijk maken, de PVV en haar boerenafdeling, plus de van christelijke naastenliefde vervulde SGP willen geen doodzieke kinderen uit Gaza hier laten opereren, andere bewindspersonen slagen er niet in een nazigroet te herkennen en allemaal belijden ze met een schijnheilig gezicht dat vluchtelingen natuurlijk welkom zijn, jazeker daar staan ze helemaal achter.
Nu ja, ik vermoed dat menigeen zo zit te mompelen en tieren tijdens de nieuwsconsumptie. En zich moedeloos afvraagt wat te doen, behalve straks op andere partijen stemmen. Maar links betekent voor veel mensen niet langer zoiets als solidariteit, rechtvaardige verdeling, zorgzaamheid voor elkaar en de wereld, maar gedram, onverdraagzaamheid en het afpakken van alles wat fijn is.
Oké, tot zover het dagelijkse gemopper, we weten het nu wel.
Maar eigenlijk weet ik het niet. Eerlijk gezegd ben ik niet alleen vaak verontwaardigd maar ook steeds vaker bang. Niets zo griezelig als hordes die zich tegen alles keren wat er nu juist voor moet zorgen dat iedereen vrijuit verontwaardigd kan zijn. Niets zo griezelig als ministers van Justitie die geen flauw idee hebben hoe de rechtsstaat in elkaar zit.
Maar wat te doen? Hoopvol las ik de Abel Herzberg-lezing van Sheila Sitalsing die ik bewonder om haar analyserend vermogen en haar kennis van hoe de politiek en de rechtsorde horen te functioneren. Die lezing viel niets tegen. Ze waarschuwde voor het maar ‘gewoon doen’, alsof we helemaal niet op een schuin vlak lopen maar nog altijd rechtuit, voor het denken: ‘het gaat wel weer over’. Ze citeerde Abel Herzberg die heeft gezegd dat iedereen de keuze heeft in zijn werk zichzelf te zoeken of juist de zaak, het grotere belang. Dat lijkt heel helder, maar zoals Sitalsing uiteenzette, dat is het vaak helemaal niet. Ze legde precies de vinger op de zere plek: dat we wel van alles kunnen zeggen over wat onze houding moet zijn, maar dat het in de praktijk niet zo makkelijk is om te weten wat de zaak is, noch om te weten of en hoe je die dient en niet jezelf.
Dus wat, wat, wat te doen? Ik las net de vorige, wel érg dikke, Ian McEwan, Lessons, en een recensie ervan in The Guardian waarin van de hoofdpersoon gezegd wordt dat hij zijn besluiteloosheid verwart met machteloosheid, dat hij nooit eens iets doet, dat hij zijn geweten sust door op de juiste partij te stemmen. De recensent keurt dat af, dat ligt voor de hand, maar de vraag blijft: wat dan wel?
In de krant las ik dat ze in een AZC in Arnhem gewoon open dagen hadden gehouden, ondanks de over het internet vliegende dreigementen, en die dagen waren heel geslaagd geweest. Zulke mensen, dacht ik, die doen het juiste, die houden iets hoog. De mensen van mijn moeders verzorgingshuis die hun best doen om het leuk te maken voor de bewoners, hoe onleuk het vaak ook is, trouwens ook. Of Marjolein Moorman die onvermoeibaar strijdt voor gelijke kansen in het onderwijs. De leraren die zomercursussen geven aan leerlingen die niet op vakantie gaan. De advocaten die mensen met weinig geld bijstaan. De huisarts die ’s avonds opbelt om te vragen hoe het gaat.
Allemaal antwoorden, en op die manier kun je het zelf wellicht ook ‘goed’ doen. Maar toch lijkt het ook erg op waar Sitalsing voor waarschuwde: gewoon maar doorgaan alsof alles normaal is.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC