Home

Een kwart van de docenten die AI gebruiken, doet dat voor nakijkwerk

OESO-enquête onderwijs Ongeveer een derde van de docenten in 55 onderzochte landen gebruikt AI, blijkt uit het vijfjaarlijkse onderzoek van de OESO naar de staat van het onderwijs. Van die groep gebruikt een kwart AI voor nakijkwerk, 73 procent raadpleegt het om snel iets te leren over een onderwerp.

Gemiddeld maakt 36 procent van docenten in het primair- en voortgezet onderwijs gebruik van AI, blijkt uit onderzoek van de OESO in 55 landen en gebieden.

Het is een „fundamentele verandering” in de docentenwereld: kunstmatige intelligentie (AI). Dat concludeert de OESO in haar vijfjaarlijkse enquête onder docenten en schoolhoofden in het primair- en voortgezet onderwijs. Er deden er 280.000 mee, van 17.000 scholen in 55 landen en gebieden.

In elk van de 55 onderzochte landen en gebieden gebruiken docenten AI, gemiddeld doet 36 procent van de docenten dat. Per land verschillen de normen nogal: driekwart van de docenten in Singapore en de Verenigde Arabische Emiraten gebruiken AI in hun werk, tegenover bijvoorbeeld slechts een vijfde van de docenten in Frankrijk en Japan. Nederland zit qua AI-gebruik op het gemiddelde van de OESO-landen.

Het rapport biedt veel statistische informatie, zoals dat negen op de tien docenten tevreden zijn met hun baan. De gemiddelde leeftijd van docenten: 45. En 70 procent van de docenten is vrouw, in Nederland is dat 56 procent. De conclusies die de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) over Nederland trekt voldoen niet helemaal aan de eisen die de onderzoekers zichzelf oplegden: er waren minder reacties dan bedoeld.

Nakijken met AI

Van de docenten die met kunstmatige intelligentie werken, doet twee derde dat bijvoorbeeld om snel informatie tot zich te nemen, of een tekst samen te vatten. Een ongeveer even grote groep zet AI in om plannen te maken voor lessen.

Van de AI-gebruikende docenten zet een kwart het ook in om opdrachten en toetsen na te kijken. Oezbekistan is een uitschieter op dit vlak: 85 procent van de AI-docenten kijken er mee na, in Azerbeidjan, Kazachstan, Noord-Macedonië, Zuid-Afrika, Turkije en Vietnam doet minstens de helft dat.

Voor Nederlandse docenten die AI gebruiken (een derde), is het vooral een instrument om lessen mee te plannen (67 procent), of om iets over een onderwerp te leren of informatie snel samen te vatten (50 procent). Nakijken wordt door 16 procent van deze groep als taak voor AI gezien.

De vraag is, schrijft de OESO: is dit een goede ontwikkeling, of niet? Het is begrijpelijk dat docenten naar een efficiënte manier van nakijken grijpen: 40 procent van de leraren in het onderzoek geeft aan dat het nakijkwerk een bron van stress is. AI-tools kunnen worden ingezet om snel grammatica, samenhang en structuur te controleren, schrijft de OESO. Tijd die vrijkomt kunnen docenten inzetten voor begeleiding van hun leerlingen.

Waakzaam

Tegelijk ziet de OESO redenen om waakzaam te zijn. De technologie heeft in korte tijd een enorme vlucht genomen, met de introductie van ChatGPT eind 2022. Nu wordt het instrument massaal ingezet, terwijl er in veel gebieden nog geen beleid of training voor is. De techbedrijven die de dienst verlenen hebben veel macht, tegenover weinig toezicht. Overheden moeten beleid vormen voor hoe de technologie wordt ingezet in onderwijs, schrijft de OESO, maar kunnen de ontwikkelingen vaak niet bijbenen met wet- en regelgeving.

Bovendien vraagt de OESO zich af of AI ongelijkheden niet eerder versterkt dan verkleint: kijkt AI eerlijk na, behandelt AI iedereen gelijk, gaan context en culturele verschillen niet verloren? En, vraagt de OESO zich af, doen leerlingen nog wel goed hun best als ze hun werk inleveren bij een AI in plaats van een mens?

Docenten zien die schaduwkanten ook. De helft van de docenten uit het onderzoek vindt dat AI überhaupt uit het onderwijs geweerd zou moeten worden. Eén op de tien van de ondervraagden werkt op een school waar AI-gebruik niet is toegestaan. En de groep docenten die denkt dat ze onvoldoende kennis en vaardigheden hebben om AI te gebruiken in het onderwijs, overlapt deels met de groep die het wel gebruikt: drie op de vier.

In het onderzoek staat de ervaring van docenten centraal, maar leerlingen maken natuurlijk ook gebruik van AI, op grote schaal. En dat weten docenten: zeven op de tien geven aan dat ze denken dat hun studenten AI kunnen gebruiken om werk onterecht als hun eigen werk te presenteren. Vier op de tien denkt dat AI vooroordelen versterkt, studenten op het verkeerde pad kan zetten, of nadelig kan uitpakken voor privacy.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next