Home

Kledingmerken kopen hun verduurzamingsplicht af en halen hun neus op voor recyclers

Nieuwe wetgeving gelast dat kleding ‘circulair’ wordt. Maar kledingmerken blijven doen wat ze steeds deden, zoals: hun neus optrekken voor kledingrecyclers.

Het is zoeken in shopwalhalla de Amsterdamse Kalverstraat. Er zou in de kledingwereld een circulaire revolutie gaande moeten zijn, maar daarvan is in deze winkels nog weinig te merken.

Achterin de Zara, naast de kassa’s, is er dan toch een aanwijzing dat er iets speelt. Een soort brievenbus, met de tekst: „Neem de kleding die je niet meer draagt en geef ze een nieuw leven.”

Dit jaar moeten kledingmerken en -winkels ervoor zorgen dat de helft van het volume kleding dat ze jaarlijks op de markt brengen naar de tweedehandsmarkt gaat of wordt gerecycled. Dat percentage moet oplopen naar 75 procent in 2030.

Je zou dus verwachten dat kledingwinkels vol staan met inzamelbakken om oude kleren in te leveren. Dat er een campagne op televisie loopt over hoe mensen hun kleding op de juiste manier moeten weggooien, zoals die er is voor flesjes en blikjes. Dat gebeurt allemaal niet.

Je zou ook verwachten dat bij kledingrecyclers als Brightfiber in Amsterdam – die nieuwe garens maken van oude kleding – de orders binnenstromen. Dat de machines dag en nacht draaien.

Is dat ook zo? „Nee”, zegt topvrouw Ellen Mensink. „Verre van. Er is wel interesse, maar de echt grote orders blijven uit.”

Ook bij inzamelaars en sorteerders (die kleding klaarmaken voor de tweedehandsmarkt of recycling) hangt geen vlag uit. Sterker, ze raken hun ingezamelde kleding niet kwijt, moeten extra loodsen huren om alles op te slaan, draaien verlies en vrezen voor hun voortbestaan. Hoe kan het dat regels die zijn bedoeld om de kledingindustrie circulair te maken niet leiden tot circulaire kleding?

Vervuiling

Mode is een industrie met een mooie verpakking en een lelijke achterkant. Van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen komt 2 tot 8 procent voor rekening van de kleding- en schoenenindustrie. Dat staat nog los van het waterverbruik (jaarlijks 86 miljoen olympische zwembaden), chemicaliën en microplastics in bodem en water.

In Nederland komen jaarlijks bijna een miljard kledingstukken op de markt, plus 70 tot 100 miljoen paar schoenen. En we gooien jaarlijks gemiddeld 12 kilo aan textiel per persoon weer weg.

Er zijn weinig sectoren die zo ‘op volume’ zitten als de mode-industrie, verzuchtte een topman van ASN nadat de bank zich in augustus vorig jaar volledig uit de sector had teruggetrokken als investeerder. „Op meer, op goedkoper, en dat wordt alleen maar erger.”

Kleding wordt ook steeds meer een wegwerpproduct. Modetrends krijgen daar vaak de schuld van. Maar het komt ook doordat webwinkels als het Chinese Shein en Temu marktaandeel winnen. Zij jagen de prijs van kleding naar beneden.

Net als de kwaliteit. Twee derde van de vezels uit de kledingindustrie bestaat tegenwoordig uit een vorm van plastic. Recycling is er nauwelijks: 0,3 procent van alle kleding bestaat uit gerecycled materiaal. En dat is geen oude kleding geweest, maar bijna altijd polyester gemaakt van oude petflesjes. Terwijl de frisdrankindustrie die prima zelf weer had kunnen gebruiken voor nieuwe flesjes. Logisch dus dat nieuwe wetgeving (die later ook in de rest van Europa zal gelden) kledingmerken verantwoordelijk maakt voor hun eigen afvalberg.

Om aan de wet te voldoen mogen producenten en winkels zich verenigen in een stichting. Die stichtingen hebben de afgelopen jaren onderhandeld met al bestaande kledinginzamelaars en sorteerders. Nederland is van oudsher Europees koploper in het inzamelen en sorteren van kleding voor de tweedehandsmarkt in Oost-Europa en Afrika. Alleen: door fast fashion is daar steeds minder mee te verdienen. Er zit minder kwalitatief goed spul tussen en de prijzen zijn wereldwijd gedaald. Eén kledingsorteerder ging al failliet, andere zitten in financiële problemen en moeten extra loodsen huren om de kleding in op te slaan.

De nieuwgevormde stichtingen geven inzamelaars en sorteerders sinds dit jaar een vergoeding voor het werk dat ze doen. De vergoeding is alleen minder dan de helft van de kosten die inzamelaars en sorteerders maken. En het lost hun probleem niet op: er is te weinig vraag naar tweedehandskleding.

Recyclers dan? Ook die zijn niet geholpen. Sommige krijgen van de nieuwe stichtingen een (niet-kostendekkende) vergoeding voor recycling. Recyclers zitten alleen niet te wachten op een vergoeding, zij willen klanten. Want enkele uitzonderingen daargelaten (zoals Zeeman die truien verkoopt die grotendeels uit gerecycled materiaal bestaan) kopen kledingmerken geen gerecyclede garens. Die zijn namelijk duurder. Recycling gebeurt in de praktijk hoogstens bij bedlinnen, werkkleding of als downcycling: oude kleding die als isolatiemateriaal of stoelvulling wordt gebruikt.

„We wachten met z’n allen op merken die onze producten afnemen”, zegt Ellen Mensink van Brightfiber. „Zonder vraag van de kledingindustrie kan deze markt zich niet ontwikkelen. Ook blijven de prijzen voor gerecyclede vezels dan hoog.”

‘Geen resultaatsverplichting’

Toezichthouder ILT gaat op de nieuwe wet toezien. Maar die waarschuwde deze zomer in een rapport dat veel bij het oude dreigt te blijven. Op die manier zal, vreest de ILT, „de hoeveelheden afgedankte oude kleding […] alleen maar toenemen”.

Er staat in de wet wel een „inspanningsverplichting” om 10 procent of meer gerecyceld materiaal uit oude kleding in nieuwe producten te gebruiken. Maar dat is „geen resultaatsverplichting”,, constateert Sekhar Lahiri, directeur van de stichting UPV Textiel, waar elfhonderd winkels en merken bij zijn aangesloten. „We kunnen constateren dat de wetgever merken geen verplichting heeft opgelegd om gerecycled materiaal gemaakt van oude kleding op te nemen in hun collecties.”

Los van recycling is het de vraag hoe kledingmerken überhaupt zullen waarmaken dat dit jaar de helft van de kleding wordt ingezameld voor hergebruik. Tot dusver verdween meer dan de helft van de kleding in het restafval bij mensen thuis, in plaats van bij kringloopwinkels of in de textielbak. Al die honderden miljoenen kledingstukken kunnen dus sowieso niet worden gerecycled of hergebruikt. De kledingbranche zou dat met grote voorlichtingscampagnes moeten veranderen, maar die blijven nog uit.

Volgens Lahiri heeft een transitie nou eenmaal tijd nodig. Hij wijst erop dat recyclers van zijn stichting wat financiële steun krijgen als het hen lukt met merken samen te werken. „Het is het eerste jaar dat er doelstellingen zijn. Er moet een beweging in gang worden gezet.”

Janine Röling van de kleinere stichting Collectief Circulair Textiel denkt niet dat de kledingindustrie als vanzelf gaat verduurzamen door de nieuwe wetgeving. „Er moet een verplichting komen voor het toepassen van gerecycled materiaal. Dat kan door Europese eisen te stellen aan het ontwerp van producten.”

En daarmee zijn we er nog niet, vreest ze. „Uiteindelijk moeten fiscale maatregelen ertoe leiden dat virgin polyester, gemaakt van olie of gas, niet zo goedkoop is als nu. Want daar kan geen vezel die gerecycled is tegenop.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next