Internationaal Strafhof In Den Haag is de Soedanese milieleider Ali Kushayb veroordeeld voor oorlogsmisdaden in Darfur. Maar twintig jaar later herhalen zijn opvolgers dezelfde misdaden in Soedan.
Ali Muhammad Ali Abd-Al-Rahman, bijgenaamd Ali Kushayb, in april 2022 bij het begin van zijn proces wegens oorlogsmisdaden bij het Internationaal Strafhof in Den Haag.
Het Strafhof kan de klok niet terugdraaien, zei ICC-hoofdaanklager Karim Khan in december vorig jaar, bij de slotpleidooien van het proces tegen de Soedanese militieleider Ali Kushayb. In Den Haag kunnen de doden niet tot leven worden gewekt, noch kan de oorlog die de West-Soedanese regio Darfur twintig jaar geleden verwoestte ongedaan worden gemaakt.
Die reflectie klinkt nu wranger dan ooit: het Hof achtte Kushayb maandag schuldig aan 31 oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid als leider van de inmiddels opgeheven Janjaweed-militie. Twee decennia later herhalen de opvolgers, de Rapid Support Forces (RSF), hetzelfde patroon van geweld in een meedogenloze oorlog met het Soedanese regeringsleger. De tijd, die zoals Khan zei niet valt terug te draaien, lijkt in Soedan juist in cirkels te bewegen.
De zaak tegen de 76-jarige Ali Muhammad Ali Abd-Al-Rahman, bijgenaamd Ali Kushayb, is de eerste waarin een internationaal tribunaal zich uitspreekt over de massamoorden, verkrachtingen en gedwongen deportaties in Darfur, tijdens een oorlog die aan honderdduizenden mensen het leven kostte en waarbij miljoenen ontheemd raakten. Zijn strafmaat wordt pas later vastgesteld, na een nieuwe zittingsronde. „Vandaag is iemand veroordeeld voor misdaden die nog steeds worden begaan”, zegt de Britse Soedan-kenner Alex de Waal, verbonden aan de Tufts-universiteit in Boston, telefonisch in een reactie. „Misdaden die een direct vervolg vormen op dezelfde geschiedenis van geweld.”
Aanklager Khan, die het proces in april 2022 begon, schetste de afgelopen maanden een beeld van systematisch geweld onder Kushaybs leiding: dorpen werden omsingeld door strijders in terreinwagens met zware mitrailleurs, vrouwen verkracht, mannen samengedreven en geëxecuteerd, kinderen werden geboren uit verkrachting of stierven in vluchtelingenkampen. Kushayb, die volhoudt niet Kushayb te zijn maar een eenvoudige apotheker met een toevallige bijnaam, zou destijds 2.500 strijders onder zich hebben gehad. Volgens de aanklacht lag de verantwoordelijkheid niet alleen bij zijn milities zelf, maar bij het machtsapparaat in de Soedanese hoofdstad Khartoem dat hen bewapende en financierde.
Twintig jaar nadat de Darfur-zaak haar weg vond naar het Strafhof, blijft gerechtigheid in Soedan een onvoltooid hoofdstuk. Het Hof mag alleen oordelen over de misdaden die destijds in Darfur zijn gepleegd omdat de VN-Veiligheidsraad zijn mandaat nooit heeft uitgebreid naar andere delen van het land. Daardoor kan het niet optreden tegen het huidige geweld, dat zich intussen over heel Soedan heeft verspreid. Terwijl in Den Haag de daden van Ali Kushayb werden berecht, worden sinds april 2023 elders in het land opnieuw burgers geëxecuteerd, vrouwen verkracht en dorpen platgebrand. Ditmaal door strijdkrachten die deels zijn voortgekomen uit dezelfde Janjaweed-milities van toen. Straffeloosheid, schreef Human Rights Watch in juli, is niet alleen een erfenis van Darfur, maar de „brandstof van de huidige oorlog”.
Het proces tegen Kushayb toont vooral de structurele dynamiek achter het Soedanese geweld: een systeem waarin de staat zichzelf bewapent via milities, hen beloont met macht en middelen, en uiteindelijk door diezelfde milities wordt overvleugeld. De huidige oorlog tussen het Soedanese leger en de RSF is daarvan het directe gevolg. Die laatste milities, geleid door generaal Hemedti, stammen rechtstreeks af van de Janjaweed die Kushayb ooit aanvoerde. „Hemedti maakte van geweld een onderneming”, aldus De Waal.
Voor veel Soedanezen betekent de veroordeling van Kushayb een late erkenning van het leed dat in Darfur begon. Maar volgens De Waal ligt de diepere betekenis elders: het toont hoe Soedan in twee decennia is afgegleden naar een wankele staat waar elke rekenschap zoek is.
„Vandaag heerst een gevoel van totale en volstrekte straffeloosheid”, zegt De Waal, die tijdens het proces als getuige-deskundige optrad. „Niemand verwacht nog ergens verantwoordelijk voor te worden gehouden.” Toch sprak de Soedanese mensenrechtenactivist Niemat Ahmadi eerder van een „historisch” proces. Niet omdat het iets herstelt, maar omdat het eindelijk bevestigt wat zó lang is genegeerd: dat de staat zelf de dader was.
De namen die de afgelopen maanden in de rechtszaal weerklonken, verwezen niet alleen naar lokale strijders, maar waren die van de beschuldigden uit het oude machtsapparaat in Khartoem. De belangrijkste? Die van oud-president Omar al-Bashir, in 2019 omvergeworpen en inmiddels gevangengenomen, maar nooit uitgeleverd aan Den Haag. Kushayb gold destijds als een van Bashirs trouwe bondgenoten en belangrijkste commandanten binnen de door de regering gesteunde Janjaweed. Die militie bestond uit mannen te paard die in 2003 en 2004 dorpen van de Fur aanvielen, een niet-Arabische landbouwgemeenschap in het westen van Soedan die door het regime werd verdacht van steun aan rebellen.
Volgens De Waal groeide in die jaren een systeem waarin geweld niet langer een uitzondering was op bestuur, maar een manier om het te handhaven. Milities kregen de vrijheid om te plunderen, land in te nemen en vrouwen te verkrachten in ruil voor loyaliteit aan de staat. Zo vervaagde de grens tussen gezag en misdaad. „Het conflict in Darfur was een katalysator in de ontmanteling van de Soedanese staat,” zegt hij. „De regering huurde milities in en voerde contraguerrilla op de goedkope manier.”
Twintig jaar na de eerste gruweldaden is juridisch slechts één man ter verantwoording geroepen, terwijl de architecten van het systeem dat hij diende - van oud-president Omar al-Bashir tot militieleider Hemedti - de dans nog altijd ontspringen. Volgens De Waal werd het Strafhof in de loop der jaren „slechts een element in het politieke landschap van Soedan: een verre dreiging die boven Bashir en een paar anderen hing, maar zonder betekenis voor het dagelijks leven van de bevolking van Darfur.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC