Krapte op het stroomnet Netbeheerders bouwen in rap tempo nieuwe elektriciteitshuisjes en leggen kabels aan. Ook proberen ze het bestaande net efficiënter te benutten. Toch lukt het niet om genoeg ruimte vrij te maken op het stroomnet.
Alle landelijke en regionale inspanningen kunnen de groeiende elektriciteitsvraag niet bijbenen.
Nog steeds blijft de ellenlange wachtrij met bedrijven die een nieuwe of zwaardere aansluiting op het stroomnet willen in rap tempo groeien. Ondanks de miljarden die netbeheerders uitgeven om het elektriciteitsnet uit te breiden en ondanks de moeite die ze doen om het al bestaande net efficiënter te benutten, lukt het niet om genoeg capaciteit vrij te maken. Alle landelijke en regionale inspanningen kunnen de groeiende elektriciteitsvraag niet bijbenen. De maandag gepubliceerde cijfers van koepelorganisatie Netbeheer Nederland over de krapte op het stroomnet laten een „ongemakkelijke boodschap” zien, concludeert Jinny Moe Soe Let, directeur Beleid en Communicatie.
Mede gebaseerd op die nieuwe cijfers schreef demissionair minister van Klimaat en Groene Groei Sophie Hermans een brief aan de Tweede Kamer over de voortgang van maatregelen tegen de krapte op het stroomnet, die zij eveneens maandag publiceerde. Het netcongestieprobleem, zoals het officieel heet, „neemt nog steeds toe”, schrijft Hermans. En „gemakkelijke oplossingen zijn er niet meer”.
Waarom is de situatie op het stroomnet ook alweer zo nijpend? Om de klimaatdoelen te halen, moet Nederland af van fossiele brandstoffen en over op groene elektriciteit. Bijvoorbeeld elektriciteit opgewekt met zonnepanelen of windmolens. Die overstap loopt voortvarend. Maar de huidige energie-infrastructuur is er niet op ingericht om al die opgewekte elektriciteit te vervoeren van bron naar gebruiker. Er zijn bijvoorbeeld simpelweg niet genoeg kabels onder de grond en elektriciteitshuisjes. Ook andere Europese landen kampen met netcongestie.
Bedrijven die (groene) stroom willen leveren aan het stroomnet krijgen daar niet altijd een aansluiting voor. En andersom: bedrijven die een nieuwe of zwaardere aansluiting willen, krijgen die ook lang niet altijd. Het net is niet altijd overal vol, maar tijdens piekmomenten, wanneer gebruikers massaal energie afnemen om te koken en de auto op te laden bijvoorbeeld, loopt het tegen grenzen aan.
Volgens de maandag gepubliceerde cijfers over Nederland staan nu 14.044 aanvragen op de wachtlijst om elektriciteit af te nemen bij regionale netbeheerders zoals Stedin en Enexis. Vorig jaar waren dat er 11.922. Nog eens 8.539 aanvragen staan op de wachtlijst om stroom te leveren aan regionale netbeheerders, tegenover 8.440 in 2024.
Wie naar de wachtrij voor het landelijke stroomnet van Tennet kijkt, waar bijvoorbeeld batterijen en datacenters op staan aangesloten, ziet dat de wachtlijst hiervoor wel is gekrompen. Vorig jaar stonden voor stroomafname 279 bedrijven op de wachtlijst, dat is inmiddels gedaald naar 212. In 2024 stonden er 256 partijen in de wachtrij om energie te leveren aan het net. De wachtrij daarvoor is gekrompen naar 161. Die krimp komt niet doordat het congestieprobleem bij Tennet is opgelost, maar doordat bedrijven zich terugtrekken uit de wachtlijst. Vooral batterijbedrijven die laag op de lijst stonden, trokken hun aanvraag in.
Het wrange is dat netbeheerders wel degelijk keihard bouwen om de groeiende vraag naar transportcapaciteit te beantwoorden. Vorig jaar hebben netbeheerders gezamenlijk zo’n acht miljard euro besteed aan het uitbreiden van het stoomnet, en dat bedrag loopt de komende jaren alleen maar op. Maar de vraag naar transportcapaciteit groeit harder dan netbeheerders kunnen bijbouwen.
Ook de zogeheten flexibele contracten, waar netbeheerders op aansturen, komen volgens Hermans onvoldoende van de grond. Met een flexibel contract worden bedrijven financieel geprikkeld om stroom af te nemen buiten de piekuren. Op die manier kan de elektriciteitsvraag beter verdeeld worden en kunnen meer bedrijven en woningcomplexen een aansluiting krijgen op het al bestaande net. Maar: „Tijdens werkbezoeken in het land hoor ik ook dat het bedrijven en netbeheerders veel tijd en moeite kost om daar werkbare afspraken over te maken”, schrijft Hermans. Voor bedrijven die al een aansluiting hebben, loont het vaak niet om hun energieverbruik te onderzoeken en anders in te richten. Ook niet als hier een voordeliger flexibel energiecontract tegenover staat. Het bestuderen van het energieverbruik kost veel mankracht, en het is voor veel bedrijven nadelig om op bepaalde tijdstippen de deuren te moeten sluiten.
Netbeheerders onderzoeken hoe ze het bestaande stroomnet zwaarder kunnen belasten dan gebruikelijk. Van oudsher proberen netbeheerders risico’s zo veel mogelijk uit te sluiten. „Wij hebben een wettelijke opdracht om energie te leveren met een bepaalde zekerheid”, zegt Moe Soe Let. Als er te veel elektriciteit door onderdelen stroomt, kunnen ze oververhit raken en afschakelen. Om dat te voorkomen, zit er een zekere veiligheidsmarge ingebouwd in de hoeveelheid stroom die door een bepaald onderdeel kan stromen. „Maar de huidige situatie dwingt ons om de grenzen meer op te zoeken. Op dit moment wordt onderzocht „wat dit betekent voor de betrouwbaarheid van het net”, schrijft Hermans. De resultaten worden begin 2026 verwacht.
Hermans gaat om tafel met netbeheerders en het bedrijfsleven om te onderzoeken hoe ze sneller kunnen bijbouwen, het net efficiënter kunnen benutten en betere prognoses kunnen maken voor de capaciteit en vraag in de toekomst. Sneller bouwen vraagt, schrijft Hermans, „om maatschappelijke keuzes tussen vlot doorpakken en andere belangen zoals lokale autonomie, inspraak van omwonenden en gebruik van ruimte.”
Maar, zegt Moe Soe Let, „we weten nu al dat we nooit genoeg kunnen bijbouwen om in de steeds groeiende vraag te voorzien. Ook over tien jaar niet. Want de vraag groeit zo hard, en er is simpelweg niet genoeg fysieke ruimte voor in Nederland om onbeperkt bij te blijven bouwen om aan de vraag te kunnen voldoen. Bovendien zouden de kosten dan extreem hoog oplopen.” Die kosten worden uiteindelijk door de consument betaald via de nettarieven.
De nieuwe realiteit moet tot bedrijven en burgers door gaan dringen, zegt Moe Soe Let: elektriciteit zal niet altijd op ieder moment en overal beschikbaar zijn. „Huishoudens en bedrijven moeten flexibeler omgaan met hun energieverbruik, zodat de beschikbare capaciteit in het land slim kan worden verdeeld.” Dat houdt bijvoorbeeld in: geen elektrische auto’s laden tussen 16.00 uur en 21.00 uur, het moment waarop het stroomnet vol zit, iets waar netbeheerders al ruim een jaar om vragen. „Dat is de nieuwe realiteit waar burgers en bedrijven aan zullen moeten wennen.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC