Home

Hemelse violen, galmend koper en een marsritme van paukenslagen: Sigur Rós begeleid door het Noordpool Orkest

Sigur Ros & Noordpool Orkest De IJslandse band bekend om zijn hemelse klank werkt nu samen met orkesten. De boodschap van optimisme zat hier in de kracht van ‘gemeenschap’.

Sigur Rós met het Noordpool Orkest in Carré in Amsterdam.

Liefhebbers van Sigur Rós, de postrockband uit IJsland, krijgen bij de nu gespeelde concertreeks een extra traktatie: de muziek van hun idolen, uitgevoerd met de nieuwe dimensie van akoestische instrumenten. Zondagavond, in Carré in Amsterdam, speelde het trio het eerste van drie uitverkochte concerten, samen met ruim dertig muzikanten van het Groningse Noordpool Orkest. Klank en aanblik van de nauwkeurig georkestreerde symfonieën waren overweldigend.

Sigur Rós. Gehoord: 5/10 Carré, Amsterdam. Herhaling: 6/10, 7/10, aldaar.

Het was op voorhand een bijzondere samenwerking, want de muziek van Sigur Rós staat bekend om de ruimtelijke klank, die etherisch lijkt te vervliegen. Die kwaliteit ontstaat deels door het gebruik van galm en elektronische effecten. Nu waren er de akoestische instrumenten die onversterkt een pure klank toevoegden.

Op het podium werd Sigur Rós omringd door de orkestleden. Zanger Jónsi Birgisson speelde piano en gitaar, vaak bespeeld met een strijkstok, Georg Hólm en Kjartan Sveinsson speelden afwisselend ook piano en gitaar.

Het Noordpool Orkest, nu onder leiding van Sigur Rós’ vaste dirigent Robert Ames, voegde eigen, aardse vibraties toe aan de doorgaans hemelse klank waarom de IJslandse band al een kleine dertig jaar geliefd is bij een groot publiek. Hun muziek heeft voor rockmuziek ongewone thema’s: geen stadse onrust, hier gaat het om weidsheid en associaties met landschap. Drums zijn zeldzaam, de muziekstukken van rond de zeven minuten hebben een meanderende opbouw. Hun stijl werd destijds een oriëntatiepunt voor collega’s, voor zowel David Bowie als beginnende bands.

Sigur Rós klinkt mysterieus door traagheid en een ongrijpbare klank. En door de IJslandse teksten die buitenlandse oren geen houvast geven. Bovendien bedacht zanger Jónsi Birgisson voor een aantal liedjes – bijvoorbeeld op het album met de onuitspreekbare titel () (2002) – een eigen fantasietaal. Dit noemt hij ‘Hopelandic’. Want dat is uiteindelijk de kern van de muziek: optimisme en hoop op verbetering.

Zanger en multi-instrumentalist Jónsi tijdens het eerste van drie concerten van Sigur Rós in Carré Amsterdam. Foto Andreas Terlaak

De boodschap werd in Carré niet in woorden geuit. In ruim twee uur speelden ze nummers van acht albums, waaronder Átta, dat in 2023 verscheen na tien jaar stilte en dat na het ruigere Kveikur (2013) weer vertrouwd ijl klonk.

Terwijl Birgisson gedrenkt in galm zijn vaak hoge uithalen zong, zat het optimisme in de kracht van ‘gemeenschap’. Dit was een ervaring die uitsluitend live kan ontstaan, waar je hoort hoe ieder instrument zijn akoestische ruimte inneemt, de precieze plaatsing van elkaar opstuwende strijkers, de grondtonen van maar liefst vier contrabassen, de vele violen en celli en verschillende soorten koper die tezamen een atmosferische tinteling creëerden waarbij niemand op de voorgrond drong. De tinteling werd nu en dan doorbroken, bijvoorbeeld door een marsritme van paukenslagen in een prachtige versie van het nummer ‘Von’ (2007). Andere hoogtepunten waren ‘Hoppípolla’, dat in opbouw en instrumentatie nog het meest lijkt op een rocknummer, en ‘Starálfur’ uit 1999, waar de emoties steeds breder uitzwiepten.

Geweldig was het slot van ‘Von’. Hemelse violen en galmend koper werden plotseling verdrongen door een dissonante gitaar, als de schreeuw van een kraai in de nacht.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next