Protest in Marokko Na een week van protest en repressie lijkt de rust enigszins teruggekeerd in Marokkaanse steden. De onvrede onder jongeren blijft. „De straat is de enige plek waar we onze stem kunnen laten horen.”
Werkzaamheden bij een voetbalstation in Rabat.
Foto Mosa’ab Elshamy
Nee, de problemen in Marokko zijn niet nieuw, zegt de 23-jarige student Mohammed Amine. „Regeringen komen en gaan en de problemen zijn nog altijd niet opgelost.” Dat moet anders, vindt de nieuwe, anonieme beweging GenZ 212. En dus gaan jongeren in verschillende Marokkaanse steden al meer dan een week elke dag de straat op om te protesteren. Voor betere gezondheidszorg en onderwijs en tegen corruptie.
In Rabat staat Amine met iets meer dan honderd anderen voor het parlementsgebouw deze avond. Om hen heen wordt, ook in de avonduren, hard gewerkt aan een nieuw wegdek. Grote machines rijden af en aan om nieuw asfalt aan te leggen. Vrij zichtbaar staat daarnaast op meerdere plekken politie opgesteld, veel agenten hebben wapenschilden.
Generatie Z, jongeren geboren tussen pakweg 1995 en 2015, laat zich er niet door tegenhouden. Amine protesteert onder meer omdat hij zelf hinder heeft ondervonden van het slechte onderwijssysteem. „Ik heb moeite met Frans”, vertelt hij. „Als dat mijn eigen schuld was: prima. Maar 90 procent van mijn klasgenoten heeft hetzelfde probleem. Dan ligt het aan het onderwijssysteem.” Daarnaast ziet hij wat veel jongeren om hem heen ook zien: hoge werkloosheid. Veel leeftijdsgenoten met wie hij opgroeide hebben geen diploma en geen werk.
GenZ 212 (het getal verwijst naar het netnummer van Marokko) is begonnen op social mediaplatform Discord. In korte tijd is het aantal leden gegroeid naar bijna 190.000. Wie er achter zit is onbekend en de beweging heeft ook geen leiders. Door middel van peilingen beslissen leden of ze willen protesteren en zo ja, op welke plek.
Ze verzamelen zich vervolgens schuchter op die locatie, zo is te zien in Rabat. Zonder iemand die het voortouw neemt, is het wachten tot een grote groep jongeren naar voren stapt. Zodra dat gebeurt, stromen van allerlei kanten mensen toe. De bijeenkomsten zijn levendig, er worden verschillende leuzen gescandeerd. ‘Het volk wil af van de corruptie’, bijvoorbeeld. En sinds een paar dagen is daar ook ‘Free koulchi’ bijgekomen: ‘Bevrijd iedereen’.
Werkzaamheden bij een voetbalstation in Rabat. Foto Mosa’ab Elshamy
Jongeren protesteren bij het parlementsgebouw in Rabat, 4 oktober. Foto Mosa’ab Elshamy
De autoriteiten traden de eerste paar dagen hard op. Honderden jongeren zijn opgepakt. Velen zijn vrijgelaten, sommigen moeten nog voor de rechtbank verschijnen. Op de derde en vierde dag van de protesten liep het uit de hand: daarbij zijn drie doden gevallen. In Lqliaa, bij de zuidelijke kuststad Agadir, doodde de politie twee demonstranten, nadat ze een gebouw van de gendarmerie zouden willen bestormen.
In de buurt van Rabat, in Salé, zijn winkels geplunderd en politieauto’s in brand gestoken. GenZ 212 heeft vervolgens via Discord opgeroepen om alleen geweldloos te protesteren. Dat lijkt effect te hebben: sinds afgelopen donderdag verlopen de demonstraties vrijwel probleemloos. Ook de politie grijpt niet meer in.
De 35-jarige Mohammed el Mousayer zegt dat het onderwijs in Marokko „catostrofaal” is. Hij heeft gestudeerd, maar kan nu geen baan vinden. „In mijn familie zitten meerdere mensen die hetzelfde probleem hebben. Ondertussen zijn we veel geld kwijt aan huur en levensmiddelen.”
„Wat GenZ 212 vraagt is legitiem. Maar als de regering niet met ons praat, dan is de straat de enige plek waar we onze stem kunnen laten horen.” El Mousayer zegt dat hij doorgaat met demonstreren tot de regering ingaat op de eisen van de beweging. „En ze moeten concreet maken: we hebben jullie gehoord, we begrijpen jullie en we zijn het met jullie eens. Wat ze nu doen, de repressie, wakkert het vuur alleen maar aan.”
Afgelopen donderdag reageerde premier Aziz Akhannouch voor het eerst op de protesten. Hij zei bereid te zijn in gesprek te gaan met de demonstranten. GenZ 212 heeft eind vorige week een nieuwe lijst met eisen gepubliceerd. De beweging wil dat corrupte politieke partijen worden ontbonden en dat er meer vrijheid van meningsuiting komt. Her en der wordt ook gevraagd om het aftreden van de regering.
Jongeren protesteren bij het parlementsgebouw in Rabat, 4 oktober. Foto Mosa’ab Elshamy
Met de mensenrechten in Marokko „gaat het achteruit”, zegt Hakim Sikouk (40) van de Marokkaanse mensenrechtenorganisatie AMDH. „Dat zie je alleen al aan de manier waarop de autoriteiten omgingen met deze demonstraties.” Dat vertelt hij op het kantoor van de organisatie, gevestigd in een onopvallend wooncomplex in Rabat, in een omgebouwd appartement. De organisatie is in 1979 opgericht, telt zeker zesduizend vrijwilligers verspreid over honderd locaties, maar is officieel verboden.
Volgens Sikouk was er totale willekeur in wie de politie heeft opgepakt. „Als je in de omgeving stond en je zag er jong uit, werd je aangehouden.” De meeste jongeren zijn volgens hem vrijgelaten nadat hun telefoons zijn doorzocht en nadat ze een papier hadden ondertekend dat ze niet nog eens zouden demonstreren.
De harde manier waarop de overheid reageert schrikt de jongeren niet af, zegt de 34-jarige Simane (haar achternaam wil ze niet geven) voor het parlementsgebouw van Rabat. „We blijven komen om te laten zien dat niks ons bang zal maken. Geen gevangenis, geen repressie of arrestatie zal ons doen stoppen. Sterker nog: toen ze mensen oppakten, gaf ons dat meer motivatie. Het laat zien dat wij in ons recht staan en dat de staat bang is.”
Simane is boos. Vanwege de aanleiding van het protest, de acht vrouwen die na een keizersnede zijn overleden in het Hassan II-ziekenhuis in Agadir (dat in de volksmond nu ‘het ziekenhuis des doods’ wordt genoemd). En omdat niemand naar de jongeren luistert. Ze blijft bij haar eis voor betere gezondheidszorg en onderwijs. Maar er is wel een nieuwe bijgekomen, wat haar betreft: „De mensen die zijn opgepakt tijdens deze protesten moeten worden vrijgelaten. En ik wil gerechtigheid voor de jongeren die zijn gedood.”
Hakim Sikouk van mensenrechtenorganisatie AMDH. Foto Mosa’ab Elshamy
Jongeren protesteren in Rabat, 3 oktober. Foto Mosa’ab Elshamy
Jongeren protesteren in de wijk Derb Sultan in Casablanca, 5 oktober. Op de affiches wordt premier Akhannouch opgeroepen om te vertrekken. Foto Mosa’ab Elshamy
De 31-jarige Anass (achternaam bekend bij de redactie) was afgelopen weekend een dag in Rabat voor het grote Gazaprotest. Hij woont in Casablanca en is daar meermaals de straten opgegaan. De eerste paar dagen waren vooral spannend en omschrijft hij als „steeds uit de buurt blijven van de politie”. Maar nu ze de jongeren ongemoeid laten, ontstond er iets anders, vertelt hij. „We gingen in een kring staan en iedereen vertelde wat hem of haar motiveerde om daar te staan. Het was heel emotioneel.”
Anass heeft een baan en realiseert zich dat hij op bepaalde fronten veel geluk heeft gehad. „En dat wil ik voor iedereen. Casablanca is een financiële hub met veel werkkansen en zelfs daar zijn veel mensen die geen baan kunnen vinden.”
De jongeren richten zich tegen de Africa Cup, die over twee maanden wordt gehouden, en de voorbereidingen voor het WK van 2030 dat Marokko samen met Spanje en Portugal organiseert. In korte tijd zijn daarvoor flinke stadions uit de grond gestampt.
Wie door Rabat loopt, kan het bijna niet ontgaan. Op digitale billboards wordt in lange reclames uitgelegd hoe je kaartjes kunt kopen en hoe je vervolgens je zitplek kunt vinden. Vorige maand ging in Rabat het prins Moulay Abdellah stadion open, met zo’n zeventigduizend plekken. Daarnaast zijn tientallen werknemers in de warme zon middenin de hoofdstad hard aan het werk om een futuristisch ogend stadion op tijd af te krijgen voor de Africa Cup, stadion Al Barid. De grasmat is klaar, alleen de entree behoeft nog wat werk.
Beide stadions zijn echter niets vergeleken met wat er in Ben Slimane, in de buurt van Casablanca, moet verrijzen: het grootste stadion ter wereld, met plek voor 115.000 mensen. Geplande opening: 2028.
Die stadions, zegt Anass, leveren veel werk op. „Maar niet voor de mensen in de buurt. Sterker nog, er zijn in Ben Slimane mensen hun huis uitgezet om de bouw mogelijk te kunnen maken.”
Het zou geen keuze moeten tussen zijn tussen voetbal of betere zorg en onderwijs, zegt hoogleraar politieke wetenschappen en staatsrecht Charifa Lemouir (39) in een café in Rabat, op een steenworp afstand van het parlementsgebouw. „We willen het allemaal. Als Marokko in korte tijd grote stadions kan bouwen met moderne technieken, dan hebben we die kennis ook in huis om de gezondheidszorg en het onderwijs te verbeteren.”
Charifa Lemouir, hoogleraar politieke wetenschappen en staatsrecht in Rabat. Foto Mosa’ab Elshamy
Lemouir begrijpt waarom de jongeren demonstreren. In Marokko bestaan openbare ziekenhuizen en privéklinieken. Die laatste categorie is erg duur, de eerste kampt met zowel personeelstekorten als een gebrek aan goede medische apparaten. „Als je een afspraak maakt, kun je vaak pas over lange tijd terecht. Als je er eindelijk bent, blijken medische scanners niet te werken”, zegt Lemouir.
De gezondheidszorg is voor student Mohammed Amine een persoonlijke reden om te protesteren. Hij heeft kanker en aan den lijve ondervonden hoe slecht de zorg is, vertelt hij. „Het duurde twee maanden voor ik überhaupt terecht kon om een diagnose te krijgen”, vertelt hij. Daarnaast is hij een paar maanden geleden geopereerd en toen hij met pijn wakker werd, was er niemand in de buurt om hem pijnstilling te geven. „Ik bleef maar schreeuwen.” Uiteindelijk is hij naar een privékliniek gegaan.
Naast de algemene eisen, zijn er per regio specifieke eisen, ziet Lemouir. „In Zagora vragen ze bijvoorbeeld om drinkbaar water.” Meerdere mensen vergelijken de protesten met die van 2011, die werden georganiseerd door de 20 februari-beweging, tijdens de Arabische Lente. Een groot verschil tussen toen en nu is dat de demonstranten nu vooral sociale veranderingen willen, waar in 2011 ook politieke verandering werd gevraagd.
Daarnaast is er nog iets anders aan het wijzigen, ziet mensenrechtenactivist Sikouk. „De staatsmedia lijken zich achter de jongeren te scharen. Ze snappen niet waarom ze niet het recht hebben om te demonstreren. Dat is uniek.” Dat de demonstranten nu niet meer worden opgepakt is volgens Sikouk niet omdat de makhzen (het staatsapparaat) van mening is veranderd, maar omdat ze de controle willen behouden. „Ze gokken erop dat het op een gegeven moment gaat stoppen.”
Sikouk steunt de jongeren. „Als je nu gezond naar het ziekenhuis gaat, kom je er ziek uit. Als je spoedeisende zorg nodig hebt, dan allah y rahmek (God hebbe je ziel).”
Maar verandering kan niet alleen van bovenaf komen, zegt Lemouir. „Onderin heb je ook veel corruptie.” Ze noemt een voorbeeld. Bij ziekenhuizen staat vaak een beveiliger. Het komt dikwijls voor dat die je niet naar binnen laat gaan, tot je hem geld toestopt, vertelt ze. „Dat moet ook stoppen, het helpt niet als je alleen de regering naar huis stuurt.”
De protesten lijken inmiddels een beetje gedoofd te zijn. In Rabat groeide het aantal deelnemers de afgelopen dagen niet. Deze week houdt koning Mohammed VI een toespraak in het parlement, zegt Lemouir. Ze verwacht niet dat hij heel direct op de protesten in zal gaan, maar wel dat hij subtiel zal laten weten dat hij de jongeren heeft gehoord.
Jongeren protesteren in de wijk Derb Sultan in Casablanca, 5 oktober. Foto Mosa’ab Elshamy
dit achtergrondartikel over de protesten in Marokko
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC