Home

Op kot in Leuven: waarom het in België wel lukt een studentenkamer te krijgen

In het Belgische Leuven zitten ruim 40 duizend studenten op kamers. Ze wonen beter en goedkoper dan studenten in Nederland, die steeds vaker bij hun ouders blijven wonen. Kunnen Nederlandse studentensteden van Leuven leren?

is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.

Nog altijd even verbaasd als enthousiast leidt Julien Tromp zijn bezoek via een grote rechthoekige binnentuin en door de hoge deuren van een enorm eeuwenoud carrévormig pand naar de studentenkamer waar hij zich een paar dagen geleden installeerde. De 22-jarige Nederlandse student psychologie zit ‘op kot’ in het Belgische Leuven en hij kan nog nauwelijks geloven hoezeer hij het getroffen heeft. ‘Een week nadat ik me ervoor had aangemeld, kreeg ik dit: een kamer met eigen douche in een prachtig gebouw op kruipafstand van de faculteit.’

Tromp heeft een van de 181 ‘koten’ bemachtigd in het Paus Adrianus VI-college. Het was de woning die de enige paus uit de Nederlanden in de 16de eeuw naliet aan de stad om er theologiestudenten op te leiden. Nu is het in bezit van de Katholieke Universiteit Leuven, die bijna veertig van zulke residenties voor studentenhuisvesting in eigendom heeft.

Aldus biedt de KU Leuven, steevast in de lijst van honderd beste universiteiten van de wereld (nu plek 60), huisvesting aan zesduizend van de circa 42 duizend studenten die in de stad ‘op kot’ zitten. In de zomer, als ze vrijwel allemaal elders zijn, heeft Leuven een inwonertal van ruim 100 duizend. De gemeente dicht bij Brussel in Vlaams-Brabant is wat je noemt een studentenstad.

Ook hier eisen pro-Palestijnse actievoerders dat de universiteit banden met Israëlische instellingen doorsnijdt. Bij de opening van het academiejaar lagen ze voor de ‘stoet der togati’. Professoren in toga stapten bij hun ceremoniële optocht door de stad voorzichtig om en over de demonstranten. Kort daarna kregen Tromp en zijn medestudenten hun eerste introductiecolleges.

In tegenstelling tot Nederlandse studentensteden zoals Utrecht, is er ondanks de enorme aantallen jongeren die huisvesting zoeken, in Leuven geen kamernood. ‘We zien dat er evenwicht is op de kamermarkt’, zegt Ludo Clonen, verantwoordelijk voor het beheer van de residenties van de KU Leuven. ‘Kamers blijven leegstaan als de huur te hoog is.’

Met zoveel vraag naar studentenhuisvesting valt te verwachten dat de kamerhuur torenhoog is. Leuven is met een gemiddelde van 601 euro weliswaar de duurste stad in Vlaanderen (Brugge sluit de rij met 460 euro), maar is aanzienlijk goedkoper dan Amsterdam, waar een kamer gemiddeld 979 euro kost, en Utrecht – 803 euro. Daarvoor heeft een student in Leuven minstens een riante studio met eigen douche, toilet en keuken.

Wat zijn de succesfactoren in Leuven? En kunnen Nederlandse studentensteden daar iets van leren?

Teleurstelling

In Nederland daalt het aantal uitwonende studenten snel. Tien jaar geleden woonde 52 procent van alle studenten op kamers, nu nog 44 procent, blijkt uit cijfers van Kences, het Kenniscentrum Studentenhuisvesting.

Die daling komt volgens Kences vooral door teleurgestelde aspirant-studenten die geen pogingen meer doen om aan een kamer te komen en dan maar bij hun ouders blijven wonen. Wegens een lange reistijd kunnen ze daardoor afzien van de studie van hun eerste keuze of er helemaal de brui aan geven. Kences ziet het ‘huisvestingstekort’ voor hbo- en wo-studenten in de 19 grootste studentensteden alleen maar oplopen. In het slechtste geval zijn er over zes à zeven jaar 63.200 woonruimten te weinig.

De kersverse bachelorstudent Tromp koos vooral voor Leuven omdat de faculteit psychologie in Europa hoog staat aangeschreven. Het gemak waarmee hij aan zijn Leuvense kamer is gekomen, is wat hem betreft op geen enkele manier te vergelijken met wat hij hoorde van vrienden die in Nederland een kamer zochten. ‘Ik begon op de Stuvo-site van de KU Leuven. Daar staat alles over studentenvoorzieningen tot in detail op met overzichten, uitlegvideo’s en links naar andere websites.’

Daarop bezocht hij zes residenties en maakte een top-3 met het Paus-college op één. ‘Voor ‘de paus’ – zo staat deze plek in Leuven bekend – was een motivatiebrief verplicht. Ik schreef een A4’tje over mijn hobby’s, passies, mijn verleden en waarom ik dacht dat ik goed zou passen in het Paus-college. Een week later, serieus, kreeg ik een mailtje: welkom in het Paus Adrianus-college.’

Nu zit Tromp in zijn strak gestucte studentenkamer van 13 vierkante meter à 630 euro per maand, inclusief gas, water, licht en wekelijkse schoonmaak van de wc’s en de gedeelde keuken op de gang van zestien studenten die zijn gemixt naar studie, geslacht en nationaliteit. ‘Niet heel goedkoop, maar in Nederland is zoiets als dit heel moeilijk te krijgen. Daar heb je na veertig keer hospiteren nóg geen kamer. Mij hoor je dus niet klagen.’

Priesteropleidingen

Dat de precies 600 jaar oude universiteit van Leuven zelf zo veel woonruimte voor studenten bezit, is historisch bepaald, legt hoofd residentiebeheer Clonen uit. ‘Leuven was al eeuwen geleden een studentenstad met heel veel priesteropleidingen.’ De studenten werden ondergebracht in internaten, zoals het Paus Adrianus VI-college. ‘De studies veranderden en de seminaries werden gewone studentenhuizen. Daarna is de KU Leuven blijven bijbouwen naar de circa zesduizend kamers die we nu verhuren.’

Aldus zet de universiteit, als veruit grootste speler op de Leuvense studentenkamermarkt, de toon. De commerciële- en privé-aanbieders van de resterende circa 36 duizend ‘koten’ volgen de marktleider. ‘De filosofie van KU Leuven is altijd geweest om een impact te hebben op de hele kamermarkt, vooral op de kamerhuur’, zegt Clonen. ‘Privéverhuurders gebruiken onze prijzen vaak als referentie.’

De universiteit probeert met haar leidende rol ook de kwaliteit van de kamers op peil te houden, zegt Katrien Devillé, senior expert huisvesting van de Vlaamse universiteiten. ‘Zo hebben we een databank waar privéverhuurders hun aanbod op kunnen zetten. Daarvoor moeten ze wel voldoen aan een aantal voorwaarden zoals studentvriendelijkheid, woning- en contractkwaliteit en brandveiligheid.’

De Vlaamse overheid stelt zwaardere eisen aan studentenhuisvesting. ‘Dan moet je denken aan een minimum kameroppervlakte van twaalf vierkante meter, minimum plafondhoogte, zo veel douches en keukenruimte per zo veel kamers. Stedelijke overheden zien daar zeer streng op toe. Soms vinden we ze te streng, maar het draagt wel bij aan de kwaliteit van de kamer.’

Letter ‘K’

Overal in Leuven hangen bordjes met de letter K op gevels: een keurmerk voor deugdelijke studentenhuisvesting. Maar ook een garantie voor doorstroming. Want wie in Vlaanderen klaar is met de studie, moet, zo is de regel, zijn of haar kamer verlaten indien die het ‘kot-label’ heeft.

Clonen en Devillé durven wel van ‘een succesverhaal’ te spreken, maar het is de vraag of de noorderburen daarvan iets kunnen leren. Want dé succesfactor in Leuven, een universiteit die duizenden studentenkamers bezit, is in Nederland onbekend. Wel werken sommige universiteiten hier nauw samen met woningbouwcorporaties.

Zouden Nederlandse studentensteden de kamernood willen aanpakken, dan zal volgens de twee werknemers van de KU Leuven de plaatselijke universiteit een prioriteit moeten maken van huisvesting. ‘Cruciaal is vervolgens een nauwe samenwerking tussen de universiteit die eigen huisvesting heeft en de stad die vergunningen uitgeeft. Samen reguleren ze aldus de markt’, zegt Clonen. ‘Ook belangrijk’, voegt Devillé toe, ‘is dat universiteiten op het gebied van studentenhuisvesting onderling samenwerken.’

‘De Vlaamse overheid geeft ons ook nog een duwtje’, vertelt Clonen, ‘in de vorm van renteloze leningen.’ Die miljoenen vult de KU Leuven aan met eigen middelen om honderden studentenwoningen bij te bouwen. Zo verstevigt de universiteit haar positie op de markt, houdt ze de huren laag én kan ze huisvesting blijven bieden aan 2.500 financieel kwetsbare Belgische studenten. De nieuwbouw vergt investeringen met een voor commerciële aanbieders te lange horizon, legt het hoofd residentiebeheer uit. ‘Wij gaan immers uit van 25 jaar huurinkomsten om alle kosten te dekken.’

Studiepunten

Psychologiestudent Tromp laat vanuit de binnentuin van het Paus-college zijn ogen nog maar eens glijden over deze residentie van de universiteit. ‘Ik weet dat ik eruit moet als ik klaar ben met mijn studie, maar dat is misschien pas over vijf jaar.’ Er is wel een voorwaarde. ‘Ik moet ook uit mijn kamer als ik minder dan de helft van mijn studiepunten haal. Dat is een goede motivatie om in zo'n prachtig complex als dit te blijven wonen.’

Raven Maen

‘Ik hoorde dat een vriendin van mijn oma voor haar kleinkinderen een kot had en dat ik daarbij kon intrekken.’ Viavia, zo vinden veel Belgische studenten in Leuven een kamer, legt de 18-jarige eerstejaarstudent Raven Maen uit. ‘Ik betaal 520 euro voor een kamer met eigen douche en een gedeelde keuken.’ Maen zit aan de rand van de stad. ‘Op tien minuutjes wandelen van de universiteit.’

Ze had zó snel iets gevonden, dat ze zich niet hoefde te verdiepen in het aanbod van commerciële aanbieders en van de universiteit. ‘Er zijn hier veel bedrijven die het echt toegankelijk willen maken voor studenten om een kot te vinden. De universiteit heeft ook veel informatie.’

Maen kreeg de tip om vroeg te beginnen met zoeken. ‘Anders zijn alle goede en betaalbare koten weg.’ Een iets kleinere, maar veel goedkopere kamer van 300 euro ging aan haar neus voorbij. ‘Wat ik nu voor mijn kot betaal, is voor Leuven een gemiddelde prijs. Maar het is wel veel geld. Ik denk dat ik ga proberen iets goedkopers te zoeken.’ Hospiteren hoeft ze daarbij niet. ‘Ik hoor dat er in Nederland feestjes zijn om naar het gedrag en eventueel drankgebruik te kijken, maar dat is bij ons niet.’

Viktoria Fooken

Volgens de 24-jarige Duitse masterstudent Viktoria Fooken komen Belgen makkelijker aan een mooie, goedkope kamer dan buitenlandse studenten. Want op ‘vrienden van vrienden van vrienden’ kan je geen beroep doen als je, zoals zij, uit Hamburg komt. ‘Ik vond via Instagram een kleine kamer voor 635 euro. Een beetje duur, want ik moet keuken, wc en douche met acht personen delen. Wel ligt het centraal.’ Als het contract over een jaar afloopt, gaat Fooken iets goedkopers zoeken.

Ze studeerde vier jaar in Nederland: in Groningen en Maastricht. ‘Daar was de kamersituatie beter dan hier. Ik heb in vier huizen in Groningen gewoond en in eentje in Maastricht en ik betaalde nooit meer dan 600 euro. Ik vind de huren voor buitenlandse studenten in Leuven exorbitant hoog voor wat je ervoor krijgt. Je hebt een achterstand als je hier niet vandaan komt.’

De universiteit bood geen soelaas, zegt ze. ‘Ik heb geprobeerd haar advies te volgen en heb meerdere verhuurders gemaild en geappt. Maar ik hoorde niets terug, geen enkel antwoord.’

Roel Martens

Een jaar voordat hij ging studeren had de 21-jarige masterstudent Roel Martens zijn kamer al geregeld. ‘Via een vriend van mijn onkel hoorde ik dat een kot vrij zou komen. Sowieso geldt in Leuven dat je tegen de paasvakantie toch wel op zoek moet gaan naar een kot op de privémarkt,als je het volgend academiejaar wilt beginnen.’

Martens heeft een baantje bij de receptie van de universiteit. ‘Ik zie hier veel internationale studenten. Meestal wonen die in een residentie van de KU Leuven, eerder dan privé, zoals ik.’

Drie jaar woont hij nu in zijn kamer van 500 euro per maand. Feitelijk is het een studio met eigen douche, wc en keukentje. ‘Mijn broer heeft iets vergelijkbaars in Maastricht en betaalt 1.500 euro. Maar goed, hij werkt al.’

In Martens’ gebouw – ‘met kot-label’ – wonen nog vijf studenten en elk jaar gaat en komt er wel iemand. Want wie student-af is, moet eruit. ‘Zoals ik het begrijp, wil de kotbaas alleen studenten, omdat hij anders veel meer belasting moet betalen. Zo werkt het, denk ik, in de meeste Vlaamse steden.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next