Home

Werkend sterven, in vergrijzend Japan is er speciaal woord voor – pin pin korori . ‘Ik ga nog tien jaar door, tot ik 78 ben’

Ouderen in Japan In Japen werden in 2024 686.000 baby’s geboren, terwijl in hetzelfde jaar ruim 1,6 miljoen Japanners overleden. De recordgetallen illustreren Japan als het schoolvoorbeeld van vergrijzing. Om pensioenen overeind te houden zet de overheid in op langer doorwerken.

Overzichtsbeeld van het hele zwembad van Akio Nakajo.

Spartelende ouderen met schuimen zwemplankjes dartelen langs elkaar heen in het water. Met de armen op de gele overloopgoten, die rondom dit zwembad zijn aangelegd, rust een enkeling uit terwijl ze andere deelnemers luidkeels aanmoedigen om door te zetten. „Over een paar minuten beginnen we met de aerobics-klas”, zegt de 68-jarige zwembadmanager Akio Nakajo.

Na het piepende waarschuwingssignaal dat de opwarmronde voorbij is schuift de groep naar één kant van het bad. Gesprekken weerkaatsen tegen de muren. „Sommigen komen hier al meer dan dertig jaar”, vertelt Nakajo, terwijl hij de deelnemers van de ouderenklas één voor één een fijne ochtend wenst. De zwemmers uit de buurt, hier in het zuiden van de stad Osaka, knikken hem glimlachend toe. „Het zijn vaste gezichten.”

Japan staat bekend als het schoolvoorbeeld van een vergrijzende samenleving. Bijna een derde van de bevolking is inmiddels 65 jaar of ouder, en de groep 75-plussers groeit sneller dan het aantal nieuwgeboren kinderen. In 2024 kwamen er 686.000 baby’s bij, terwijl in datzelfde jaar ruim 1,6 miljoen Japanners overleden. Recordgetallen die de demografische onbalans onderstrepen.

En dat heeft gevolgen voor de beroepsbevolking. Waar in de jaren zestig nog negen werkenden het pensioen van één oudere ondersteunden, zijn dat er vandaag maar twee. In de komende decennia dreigt die verhouding verder te kantelen, met ingrijpende consequenties voor de arbeidsmarkt én de houdbaarheid van het pensioenstelsel.

„Ik begon hier toen ik 22 jaar oud was, direct nadat ik van de universiteit afkwam”, vertelt badmeester Nakajo. Hij graait een fles ijskoffie uit de koelkast, en gaat op een laag bankje in de kleine kantoorruimte naast het bad zitten. Een instructrice heeft de les overgenomen. „Al 46 jaar doe ik dit werk”, zucht hij. De kletsende en spetterende zwemmers zijn door het flinterdunne glas nog goed te horen. Om de paar seconden klinkt een fluitsignaal, het teken dat een nieuwe oefening begint. Nakajo had al drie jaar geleden met pensioen kunnen gaan. „Maar ik ben niet van plan te stoppen. Ik ga nog tien jaar door, tot ik 78 ben.”

Nakajo is daarmee meer de regel dan de uitzondering in Japan. De overheid zet er al twintig jaar lang op in om ouderen aan het werk krijgen, of houden, en zo de pensioenlast te verlagen. Tot in de jaren negentig dwongen veel bedrijven hun werknemers namelijk voor hun 60ste al te stoppen, om loonkosten te besparen. Het publieke pensioen begon echter pas vanaf 60 jaar, geleidelijk verhoogd naar 65, waardoor er een inkomensval kon ontstaan.

Subsidie voor 70-plussers

Om dat op te vangen moeten bedrijven sinds 2006 zorgen dat werknemers tot hun 65ste kunnen doorwerken, bijvoorbeeld met verlengde contracten of herplaatsing. Werkgevers mochten echter nog steeds selecteren wie daarvoor in aanmerking kwam. Een procedure waar maar weinig ouderen doorheen kwamen. In 2013 werd de regel daarom verder aangescherpt, sindsdien moet ieder bedrijf alle werknemers de mogelijkheid bieden om tot hun pensioenleeftijd in dienst te blijven. In 2021 kwam daar een nieuwe, vrijwillige, regeling bij die werk tot 70 jaar moet stimuleren door middel van subsidies. Iets minder dan een derde van de werkgevers maakt daar nu gebruik van.

Zodra de aerobics-klas voorbij is glijdt de 77-jarige Saburo Nakamoto met rustige schoolslagen langs de roodgekleurde plastic boeien die het bad in banen verdelen. Hoewel de les gemengd is, zoeken de oudere deelnemers vanzelf hun vertrouwde gezelschap op tijdens de cooldown; een groepje mannen aan de ene kant, vrouwen aan de andere. „Grappig eigenlijk”, zegt Nakamoto met een brede lach zodra hij even tot stilstand komt aan de rand. „Ik heb mijn hele leven de chemische middelen verkocht waarmee zwembaden worden schoongemaakt. Maar pas toen ik vorig jaar, op mijn 76ste, met pensioen ging, heb ik voor het eerst écht leren zwemmen.”

In 2023 telde Japan 69,25 miljoen werkenden, van wie ongeveer vier miljoen tussen de 65 en 69 jaar, en nog eens ruim vijf miljoen van 70 jaar of ouder. Meer dan de helft van de 65–69-jarigen blijft aan het werk, een derde van de 70–74-jarigen en zelfs één op de tien 75-plussers is actief op de arbeidsmarkt. Daarmee is meer dan één op de tien werkenden in Japan ouder dan 65. Het contrast met Nederland is groot: hier werkt volgens de meest recente CBS-cijfers slechts één op de vijf 65 tot 75-jarigen (20 procent), en onder 75-plussers is dat nog geen vijf procent, minder dan één op de twintig.

En in het Japanse pensioenstelsel betalen werkenden via premies de uitkeringen van gepensioneerden. Dat werkt goed zolang de bevolking groeit. Maar met een krimpende beroepsbevolking en een snel stijgende levensverwachting is het niet houdbaar. In 2004 voerde de overheid daarom een nieuwe wet door waarmee de hoogte van pensioenuitkeringen automatisch wordt verlaagd in lijn met deze demografische realiteit. Het gevolg is een gestage, maar structurele verschraling van pensioenbetalingen.

Nog geen duizend euro per maand

Gemiddeld komt een Japans pensioen voor een alleenstaande nu neer op zo’n 150.000 yen per maand, nog geen duizend euro. Daarmee bungelt Japan onderaan de lijst van OESO-landen, een economisch samenwerkingsverband van geïndustrialiseerde landen.

Bij Nakamoto telde dat ook mee bij zijn besluit door te werken. Hij was na zijn 62ste verjaardag al een keer gestopt, maar besloot dat hij het extra inkomen kon gebruiken. „Werken houd je bovendien scherp. Ik heb uiteindelijk nog 13 of 14 jaar parttime doorgewerkt.” Het besluit om helemaal te stoppen was niet zijn eigen keus. „Het bedrijf is ermee opgehouden, het was maar een kleine onderneming en de concurrentie werd te hevig. Sindsdien ben ik echt met pensioen.”

Voor werknemers die hun loopbaan bij een groot Japans bedrijf afsloten, biedt een extra bedrijfspensioen en een forse vertrekbonus een extra vangnet naast het publieke pensioen. Maar de miljoenen Japanners die hun leven hebben doorgebracht in tijdelijke of laagbetaalde banen hebben die zekerheid niet. Voor hen is doorwerken na de pensioenleeftijd een noodzaak. En dat beeld wordt onderstreept door de arbeidsmarktstatistieken. Het aandeel niet-vaste contracten stijgt sterk na het zestigste levensjaar.

Bij mannen neemt dat toe van 11 procent rond hun 55ste naar bijna 68 procent bij 65-69 jaar; bij vrouwen werkt zelfs 85 procent van de 65–69-jarigen in een tijdelijk of parttime dienstverband. Ouderen vinden daarbij vooral werk in sectoren met relatief lage lonen of lichter fysiek werk, zoals detailhandel, zorg en dienstverlening.

Werkmentaliteit

Het gemiddelde jaarinkomen van oudere huishoudens ligt momenteel rond 3,2 miljoen yen (22.600 euro), minder dan de helft van het gemiddelde inkomen per gezin. Bijna de helft van de ouderen leeft volledig van het pensioen. Daar staat tegenover dat Japanners op hogere leeftijd gemiddeld meer vermogen hebben opgebouwd dan jongere generaties. Het mediane spaarsaldo van een huishouden boven de 65 bedraagt circa 120.000 euro, en ouderen bezitten samen ruim de helft van al het spaargeld en beleggingen in het land.

Tegelijk hebben veel ouderen wel vermogen, zoals een huis, maar weinig inkomen, waardoor hun financiële problemen minder snel zichtbaar zijn.

Daarbij is de ongelijkheid onder hen groot. Ruim een miljoen ouderen ontvangen bijstand, en volgens onderzoek kan dat aantal in 2050 verdubbelen. In werkelijkheid ligt het aantal bijstandsgerechtigden hoger, want veel Japanners mijden steun uit angst voor stigma en sociaal isolement.

In Japan draait werken namelijk niet alleen om inkomen. Sinds de jaren zestig groeide er een cultuur waarin een vaste baan een hoge mate van zekerheid bood, in ruil voor levenslange loyaliteit aan het bedrijf. Dat systeem bestaat inmiddels niet meer, maar de mentaliteit leeft nog altijd voort. Volgens peilingen van de overheid zeggen vier op de tien 60-plussers door te willen gaan „zolang ze kunnen”, en samen met de groep die tot minstens hun 70ste actief wil blijven, komt dat neer op bijna negentig procent. Werk is daarmee niet alleen noodzakelijk, maar ook een bron van zingeving.

In Gel Swimming School Kitanoda, Sakai in het Japanse Osaka spreekt de 68-jarige eigenaar Akio Nakajo met twee zwemmers.

De 76-jarige Noriko Maruyama weet dat uit ervaring. „Ik ben op mijn 73ste gestopt met werken, zo’n drie, vier jaar geleden. Als je stopt, kom je al snel thuis te zitten met helemaal niks te doen”, vertelt ze zodra ze het zwembad is uitgeklommen. Ze trekt in een vloeiende beweging haar badmuts van haar hoofd om te laten zien hoe sterk ze nog is. „Daarom kom ik hier elke dag zwemmen, om niet te verslappen. Al praten we bijna net zoveel als dat we bewegen”, vervolgt ze met een giechel. „Maar dat is ook gezond!”

Zwembadmeester Nakajo kijkt na de les toe hoe de deelnemers langzaam richting de kleedkamers bewegen. Hij glimlacht en zegt dat de Japanners een woord hebben voor werken tot je neervalt, pin pin korori, een samentrekking van de woorden voor ‘levendig’ en ‘plotseling omvallen’. „Dat is hoe de meesten van ons het willen”, vertelt hij. „Actief blijven tot het eind en dan plotseling sterven.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next