De schoonheid waarmee de libi gepaard gaat schuilt evenals ongeluk in een klein hoekje. Anderhalve week geleden katapulteerde ik mezelf van mijn fiets door tegen een nabijgelegen stoep te schaven. Het stijgende entropiegehalte in ons doen door alcohol en de scrupuleuze orde der verkeer dienen elkaar niet te treffen, maar helaas ben ik nog steeds een zondaar en een bron van knulligheid. Het was de kracht van overschatting die mij dreef om na een glas of vier plus wat mixdrankjes helemaal van Amsterdam-Noord naar de Bijlmer te fietsen.
Korte metten maakte het lot met die misvatting, en hoe. Er zat op z’n minst drie meter tussen mij en de Van Moof S3 toen ik met mijn rug op het asfalt lag. De volgende ochtend besefte ik pas hoe heftig de schade was, en ik doel op mijn lichaam, want mijn fiets waar ik mij vlak na het ongeluk meer zorgen om maakte dan mijn eigen gezondheid was er goed vanaf gekomen. De grootste nalatenschap van de val was een diepe wond ter hoogte van klokslag vijf uur in mijn handpalm, waarmee ik de val probeerde te pareren.
Maar zelfs in dezen is de charme van die libi te zien: hoe ik nu na anderhalve week zie hoe de lagen van mijn huid zich opstapelen tot herstel. Eerst groeit er een korst over de open wond om die te isoleren, om vervolgens de ruimte te bieden aan wat lijkt op een tijdelijke huidlaag die op haar beurt het plateau biedt waarop het volledige herstel plaats kan vinden. Naast het feit dat ik hier niets voor hoef te doen, is het fascinerend hoe intelligent moeder natuur haar werking manifesteert. En hoe bijzonder is het dat de pezen en zenuwen in onze handpalm zich vertakken als wortels of takken.
Of neem een watermeloen: hoe perfect geometrisch die er vanbinnen uitziet wanneer je er een door de helft snijd is mindblowing. En om soortgelijke patronen vervolgens ook te traceren in afbeeldingen van bloedvaten is ronduit magisch. Koop een watermeloen en aanschouw het zelf, en dan doel ik niet op zo een van Albert Heijn! Geen GGO-troep.
Nog los van de structuren: het is toch parra dat fruit gewoon groeit, en dat die shit ook nog goed is voor onze gezondheid. Wonend in een stad waar we omringd zijn door cementblokken en asfalt kan je dit vergeten, maar in Suriname, waar mijn wortels liggen, pluk je de manja’s – mango’s – van de boom op de hoek van de straat.
Dat wij er met z’n allen zo’n zooitje van maken terwijl moeder natuur ons dit alles in de schoot heeft geworpen, ontstijgt absurditeit. Mijn tip aan jou: trek je schoenen aan, stap de deur uit en zoek de natuur op. Laat je telefoon thuis, muziek ook, en neem plaats op een bankje. Te midden van de natuur klaart alles op, net als de wond op mijn hand zich herstelt dankzij de wetten van natuur.
Soortkill is schrijver. Onlangs verscheen bij uitgeverij Pluim Smibologie Vol. 2. Operational Manual.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC