Rode-Lijndemonstratie Bij het protest op het Museumplein in Amsterdam tegen de genocidale oorlog van Israël in Gaza waren ook vertegenwoordigers van Joodse groeperingen aanwezig. Een aantal met rood T-shirt waarop staat ‘Jews for Palestinian liberation’
Joodse medebetogers bij de Rode-Lijndemonstratie in Amsterdam, zondag.
Met zijn gehaakte keppeltje in de kleuren van de Palestijnse vlag, met het bord van ‘een ander joods geluid’ dat hij omhoog houdt, krijgt Jaap Hamburger al lopend over het Amsterdamse Museumplein voortdurend bemoedigende klopjes op de schouder, een aai over zijn rug, duimen in de lucht, instemmende knikjes van de overige demonstranten. „Sterkte”, roept er een. „Fijn dat je er bent”, zegt een ander.
Er waren volgens de organisatie 250.000 demonstranten („helemaal niet gek” geschat vond de politie dat), maar juist de groep waarin Hamburger deze zondag meeloopt krijgt de schouderklopjes en de opgestoken duimen. Dat komt, ze zijn Joods, sommigen Israëlisch. En ze spreken zich in Amsterdam uit tégen de vernietigende oorlog die Israël in Gaza voert, vóór het recht van Palestijnen om hun eigen leven te bepalen en tégen „het frame dat Israël de Joden in de hele wereld vertegenwoordigt”, zoals kunstenaar Yael Wassen zegt. Dat laatste verklaart de tekst op de meeste bordjes die worden meegedragen in het ‘Joodse blok’ deze middag: ‘Niet in mijn naam’.
Jaap Hamburger van Een ander Joods geluid. Foto Simon Lenskens
Miriam Guttmann, een van de organisatoren, zegt dat vijf Joodse organisaties plus een flink aantal individuele Joden bewust gezamenlijk naar deze demonstratie wilden gaan. „Velen van ons hebben al vaker gedemonstreerd sinds de oorlog in Gaza is begonnen, maar nu zijn we één groep, bewust zichtbaar als Joodse demonstranten.” De groep, die zich een uur voor het begin van de manifestatie verzamelt bij het Barlaeus Gymnasium, telt zo’n honderdvijftig mensen. Af en toe trekt een regenvlaag over en ze worstelen wat met regenponcho’s of de voorgedrukte rode T-shirt met ‘Jews for Palestinian liberation’ erop.
Vertegenwoordigers van Joodse groeperingen. Foto Simon Lenskens
De aanmoedigingen die Hamburger ten deel vielen op het Museum-plein herkent Guttmann ook van eerdere demonstraties, zegt ze. „Wij worden soms te hoog geprezen, omdat we Joods zijn. Dat is bijna pijnlijk. Alsof het zo bijzonder is dat we tegen geweld demonstreren omdat we Joods zijn. We demonstreren omdat we als mensen niet kunnen aanzien wat Israël de Palestijnen in Gaza aandoet.”
Haar zuster Tamar zegt dat de Joodse geschiedenis haar juist hiertoe heeft gebracht. „Met Pesach herdenken wij de onderdrukking van Joden als een gemarginaliseerd volk. Voor mij als Joodse vrouw, en dat was ook zo bij ons thuis, geldt het ‘nooit meer’ dat bij de herdenkingen van de vervolgingen uit de Tweede Wereldoorlog wordt verkondigd voor álle onderdrukte en gemarginaliseerde mensen.”
Yael Seggev pakt net haar paraplu en moet haar kartonnetje met ‘Stop the genocide’ even uit handen geven als het pandemonium van professionelere activisten losbarst. Achter een reusachtig banier met ‘Militaire embargo NU!’ staan actievoerders met maskers van Nederlandse politici en ‘I-hartje-Genocide’ erop. Er wordt driftig op trommels, pannen en houtjes geroffeld. Een van de leiders zweept de boel op met een megafoon: „From the river to the sea, Palestine will be free”.
Vindt Seggev dat intimiderend? Ze is Israëlisch, maar is welbewust naar Nederland geëmigreerd in 2006, toen Israël voor de tweede keer oorlog voerde tegen Hezbollah in Libanon. „Israël grijpt altijd naar geweld, niet naar diplomatie bij een conflict”, zegt ze. „En als het een tijdje rustig is in de regio, maken ze niet van de gelegenheid gebruik om duurzame vrede te waarborgen.”
Veel van de Joodse betogers droegen leuzen mee. Foto Simon Lenskens
Maar het blijft haar moederland. Dus wat doet een massaal gescandeerd ‘From the river to the sea’ haar? Daar schrikt ze niet van, zegt ze, terwijl ze een folder aanneemt. „Ik weet dat het vaak wordt uitgelegd alsof de Joden moeten worden verdreven uit Israël, maar ik zie het meer als een oproep voor de bevrijding van de Palestijnen.”
Jaap Hamburger mist minister-president Dick Schoof op het Museumplein vandaag. Bij de vorige Rode-Lijndemonstratie schreef Schoof op X dat hij het geluid van de demonstranten had „gehoord”. Hamburger: „Maar verder niks mee gedaan. En vanochtend gaat hij wel naar een door officieel Joods Nederland georganiseerde herdenking van de aanval van Hamas op 7 oktober 2023, maar hier laat hij zich niet zien.”
Overal worden folders uitgedeeld die om boycots van een of ander Israëlisch bedrijf vragen. ‘Slik geen Teva’ verwijst met een QR-code naar medicijnen zoals paracetamol die worden gemaakt met de producten van het Israëlische bedrijf Teva, dat het Israëlische leger zou helpen.
Ook Zohar Ianovici is uit Israël naar Nederland verhuisd, net als Benno ter Kuile met zijn Israëlische vrouw. Ter Kuile vertrok al in 1989 naar Nederland omdat hij niet in het leger wilde dienen. „Het idee dat je dan in bezet gebied mensen de hersens moet inslaan alleen omdat ze hun eigen leven willen bepalen.”
Ianovici heeft veel vaker tegen de oorlog gedemonstreerd, sinds januari 2024 is er elke zondag een wake op het Spui. Daar is de groep aangegroeid van een stuk of tien, twaalf demonstranten in het begin, naar soms wel honderd nu. Hij is sceptisch, maar licht optimistisch over de ontwikkelingen van afgelopen week. „Heel licht. Want deze oorlog gaat om het beschermen van premier Netanyahu, en hij noch Donald Trump is nou bepaald betrouwbaar. Wij knokken door tot we weten of er een serieus resultaat wordt bereikt.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC