Home

Ontwerpduo Drift opent een eigen museum: ‘Iedere succesvolle kunstenaar is een netwerkkoning’

Lonneke Gordijn (45) en Ralph Nauta (46) zijn samen achttien jaar Studio Drift, nu Drift geheten. Hun installaties zijn te zien over de hele wereld. Soms zitten ze op één lijn, soms zijn ze elkaars stoorzender. Zij: „Ik wil het gesprek niet de hele tijd hierheen sturen.” Hij: „Even een klein, belangrijk zijpaadje. Mag toch?”

Ralph Nauta en Lonneke Gordijn

„Ralph!” Geen reactie. „Ralph?” Lonneke Gordijn (45) roept Ralph Nauta (46). Zij staat beneden in de grote open ruimte van hun studio op een industrieterrein in Amsterdam-Noord. Hij is boven op de vide aan het praten met een medewerker. Ze zijn een duo, de oprichters en eigenaars van Studio Drift, bekend van hun gigantische installaties, sculpturen en performances. Shylight in het Rijksmuseum: zwevende zijden bloemkelken die open en dicht gaan als kwallen in zee. Fragile Future: een constructie van ledlampen bedekt met paardenbloempluisjes – er hangt er één bij Máxima en Willem-Alexander thuis in Paleis Huis ten Bosch. Of Franchise Freedom: een formatie van honderden verlichte drones die als spreeuwen door de lucht vliegen, ze zwermden al eens over de Maas in Rotterdam, boven Central Park in New York en de NASA-basis in Florida. „Ralph! We hebben een interview. Al een kwartier.”

In de vijftien minuten dat Lonneke Gordijn nog alleen was, vertelde ze dat ze de ruimte hier nu twaalf jaar huren, plus een paar flinke loodsen waar hun werk wordt geassembleerd. Het was er „rauw en ruig”, maar de nieuw gebouwde huizen komen steeds dichterbij en nu moet het laatste randje industrie weg. De buren, de Noord Amsterdamse Machinefabriek, zijn al vertrokken. De spuitgieterij verderop in de straat ook. „Met die bedrijven werkten we samen.” Voor Studio Drift, of Drift zoals ze nu heten, moeten ze ook iets nieuws zoeken. Geen idee nog waar. „Wij passen nooit in welk bestaand format ook.” Ralph komt het kantoor binnen, de enige plek in de studio met muren. Hij vleit zich overdwars op de bank, Lonneke blijft aan tafel zitten.

Zij tegen hem: „Weet je waar dit voor is?”

Hij tegen haar: „NRC.”

Zij: „Voor een groot publiek. Het gaat over ons.”

Hij: „Dus niet over het museum? Hoe een kunstenaar zo’n gek idee krijgt…?”

Hun eigen museum; het Drift Museum. In 2026 gaat het open in de Van Gendt-hallen op een ánder voormalig industrieterrein in Amsterdam, het Oosterburgereiland. Vijf negentiende-eeuwse fabriekshallen waar stoomlocomotieven en scheepsmotoren werden gebouwd. In de jaren negentig kwamen de hallen leeg te staan, het gebouw viel toe aan de gemeente en kreeg de status van rijksmonument. Ga je er nu kijken, dan is het nog één groot bouwterrein, uitsluitend te betreden onder begeleiding en met helm op. De bouwopzichter wijst naar de hallen drie en vier waar de ketelmakerij en ijzergieterij zaten, dáár komt het Drift-museum. En dáár, onder het twintig meter hoge zadeldak komt het werk Drifters, een ‘betonblok’ van vier meter breed en twee meter diep en hoog dat niet hangt of staat, maar zweeft. En verder: zestien tentoonstellingsruimtes over achtduizend vierkante meter; anderhalf voetbalveld, net zo groot als het hele Stedelijk Museum. De aanlegsteiger voor rondvaartboten is net klaar, straks varen bezoekers zo het museum in.

Zij: „We zijn aan het testdraaien.”

Hij: „Het is zo ongelofelijk ingewikkeld, onze technologie. Dat is wat we al twintig jaar doen, technologie ontwikkelen om onszelf uit te drukken. Met natuurlijke algoritmes en frequenties willen we mensen laten ervaren wat ze herkennen, wat ze nodig hebben, maar vergeten zijn.”

Zij: „Om het even concreet te maken. Bestaande musea, normále musea, zijn lege, witte boxen waar je dingen kunt ophangen en die dingen rouleren. De omgeving is neutraal, waardoor de focus op de kunstwerken ligt. Maar onze kunst gáát over de omgeving en over de relatie met de ruimte, de context. Onze werken passen, letterlijk, niet in een gewoon museum. Daarom hebben we gedaan wat we altijd doen als we niet in bestaande structuren passen: zelf iets zoeken. In ons museum zal straks in elke ruimte beweging, licht en geluid zijn, allemaal op elkaar afgestemd. Daar moet een technische infrastructuur voor worden gebouwd, een controlekamer. Een beetje zoals in een theater, maar dan niet één stage, maar zestien.”

Hij: „We zijn er al acht jaar mee bezig…”

Zij: „Allemaal verschillende software…”

Hij: „… misschien wel negen.”

Zij: „En alles moet naar één centraal besturingssysteem worden getrokken.”

Hij pakt zijn telefoon: „Als je die openmaakt zie je de PCB, de printed circuit board van koperlijnen en chips. Die maken we zelf, voor elk werk apart, omdat wat wij doen niet bestaat.”

De Van Gendt-hallen kwamen in 2012 te koop, net toen zij op zoek waren naar een grotere studioruimte – Drift bestaat sinds 2007.

Zij: „Zo’n vet gebouw, zoveel karakter, zoveel ruimte. Ons werk past het best op een plek die identiteit heeft.”

Hij: „De historie voel je. De high-tech die daar is gebouwd.”

Zij: „We boden vijf miljoen.”

Hij: „Neeee.”

Zij: „Jawel.”

Hij: „Zeven toch?”

Zij: „Nee. Vijf of zes.”

Was het niet genoeg?

Zij: „Jawel, maar de gemeente zocht iemand die het gebouw ook kon renoveren. We hadden die vijf miljoen niet eens, alleen iemand die garant wilde staan. We hadden wel een heel plan, met plek voor andere kunstenaars, een hotel, restaurants en woningen.”

Hij: „Dat geld hadden we echt wel opgehaald.”

Zij: „We waren twee kunstenaars, net vijf jaar bezig. Eduard Zanen kocht het.” Eduard Zanen is mede-oprichter van kinderwagenmerk Bugaboo, dat werd verkocht voor – naar verluidt – 200 miljoen euro aan een Britse private-equityinvesteerder.

Hij: „Wij moesten verder zoeken. Ongelofelijk wat we allemaal hebben geprobeerd. De Lasloods in Amsterdam, de Bijlmerbajes [een voormalige gevangenis], het grootste vastgoedproject in Amsterdam. Met ons plan wonnen we de tender.”

Maar?

Hij: „We werden er natuurlijk uitgedrukt door de vastgoedmaffia.”

Zij: „Mag ik even vertellen hoe het ging? Voor de Bijlmerbajes wilde de gemeente deels een culturele bestemming. Ontwikkelaar AM zocht nog een invulling, want zelf hadden ze geen idee. Ons plan voor de Van Gendt-hallen bleek een-op-een geschikt voor de Bijlmerbajes, en in dat plan zat al twee of drie jaar van ons leven.”

Hij: „Járen hebben we verloren.”

Zij: „Wij snapten niks van die vastgoedwereld.”

Hij: „Vastgoed Nederland wil een cultureel sausje over projecten, maar die vastgoedrukkers snappen de waarde van cultuur niet. In Amerika wel, maar hier misbruiken ze je creativiteit, jatten op het laatste moment je plan, winnen daarmee de tender en ze flikkeren jou eruit….”

Zij: „Dit hóéft allemaal niet, hè?”

Hij: „Hoeveel ton heeft het ons gekost? Ze drijven je tot het punt waarop jij je huur niet meer kan betalen en zij lopen met de miljoenen weg…”

Zij: „Oké, klaar dit. We moeten het over Drift hebben.”

Hij: „Eén negatief dingetje mag toch wel?”

Zij: „Wij hadden het nooit gered zonder Eduard.”

Hij: „Iemand die bij ons kwam werken kende hem toevallig en zei: bel hem nou. De eerste keer koffiedrinken zaten we meteen op één lijn. Met hem hebben we een partner die het wel begrijpt.”

Waarom verhuist jullie studio en werkplaats niet ook naar de Van Gendt-hallen?

Zij: „Dat hadden we wel in het plan getekend. Maar we kunnen het niet betalen.”

Drift is een middelgroot bedrijf met een CEO en een HR-manager voor ongeveer zestig man personeel. Zij: „Wij maken alles in eigen beheer, van chip tot betonblok. Sommige kunstenaars maken alleen een tekening van hun installatie of sculptuur en besteden het maken ervan uit aan gespecialiseerde bedrijven die het produceren.” Ze hebben zeker 2.000 vierkante meter bedrijfsruimte nodig en dan worden de Van Gendt-hallen met een kantoorhuurprijs van 325 euro per vierkante meter wel erg duur.

Was het jullie plan om een kunstbedrijf te runnen?

Hij: „Natuurlijk niet. Je doet wat nodig is om je doel te bereiken.”

En het doel is?

Zij: „Werken maken.”

Hij: „Zonder compromis ons werk aan de wereld laten zien. Je kunt wel expositietjes houden in een kelder aan de grachtengordel, voor andere kunstenaars achter hun Euroshopper-biertje, maar dan ben je heel egoïstisch bezig. Dan maak je kunst voor elkaar, voor je netwerkje en jezelf, maar je bent niet bezig met impact creëren of een reactie uitlokken.”

Zij: „Bij je publiek.”

Hij: „Wij gaan de dialoog aan met de wereld. We willen een connectie met de mensen die de beslissingen nemen.”

Zij: „En welke connecties maken we dan?”

Hij: „Met de tech-wereld. Door het werk wat we maken komen we dichtbij de mensen die bepalen welke technologie de wereld inkomt. Wij willen bevragen of de Googles en de Tesla’s de juiste techniek ontwikkelen om de juiste redenen.”

Zij: „De wereld wordt op dit moment meer geregeerd door technologie dan door overheden. Wij willen begrijpen wat er gebeurt. Het menselijk aspect ontbreekt nogal eens bij technologie-ontwikkeling, en wij willen meepraten.”

Franchise Freedom (2017), boven Central Park, New York, 2023

Tree of Tenere (2017), Burning Man, Nevada, VS, 2017

Drift Us, Audi House of Progress, Salone del Mobile, Milaan, 2025

Hij: „Sciencefiction, let-ter-lijk mijn jeugd. Sci-fi is geen dom vermaak met aliens en lasers. Het is de meest voorspellende culturele uiting in onze samenleving, er wordt nagedacht over de invloed van toekomstige technologie. En de nerds, eind jaren tachtig op hun kamertje zoals ik, zagen bij Star Trek een touch screen en dachten: da’s vet, hoe kan ik dat maken? En zo ontstaat de iPad, snap je?”

En jullie vinden dat technologie niet altijd ten goede wordt benut?

Hij: „Met een auto kun je iemand doodrijden, maar je kunt er ook je kinderen mee naar school brengen. Hoe je technologie inzet, hoe je het gebruikt, dat is bepalend voor onze toekomst.”

Zij: „Technologie kán een positief effect hebben. De eerste keer dat we merkten dat ons werk het gedrag van mensen beïnvloedt was op onze eerste expositie een jaar na de academie.” Ze zaten op de Design Academy in Eindhoven. „Een early version van Shylight.” Het werk is een nabootsing van wat in de natuur nyctinastie heet; bloemkelken die zich openen bij zonlicht en sluiten bij duisternis.

Hij: „We hadden vijf constructies gemaakt met stofzuigeronderdelen, eentje werkte.”

Zij: „Ons werk was het enige bewegende tussen stilstaande objecten. Je zag mensen hun pas vertragen, kijken, wachten, lachen.”

Hij: „We kregen van het publiek de reactie die wij ook voelden.”

Zij: „We beseften: dit maakt mensen rustig. Vervolgens heeft het jaren geduurd om onder woorden te brengen wat het nou precies is dat we doen. Ja, we gebruiken technologie. Maar onze algoritmes zijn gericht op ménsen. Bij het programmeren checken we steeds bij onszelf: hoe voelt dit, hoe voelt het nu? Niet: technologietje, tik,tik en je hebt een effect. Je zoekt dialoog, wanneer voel je iets?”

Hij: „Daar is het misgegaan met de drones. Al in Flylight [een constructie met led-lampjes] bestudeerden we het zwermalgoritme van vogels. Dus toen dachten we…”

Fragile Future III (2009), Biënnale van Venetië, 2019

Shylight (2006), in New York City Ballet, 2023

Flylight (2009), sinds 2018 opgesteld in Stedelijk Museum Amsterdam

Jullie klanten kunnen een custom made versie van Flylight kopen. Zien ze dat als kunst of als een lamp?

Hij: „Als je een lamp wil, ga je naar IKEA.”

Zij: „We zitten niet in die markt.”

Hij: „Licht is voor ons een vertaling van energie. We gebruiken licht, beweging en geluid om je iets te laten ervaren.”

Zij: „Het is een gevoel. We verkopen gevoel.”

Hij: „Maar we dachten dus: wat nou als we lampjes aan drones bevestigen en die zo programmeren dat ze in groepsverband vliegen. Toen hebben we Intel benaderd.” Intel is een Amerikaanse producent van chips, software en computernetwerken.

Zij: „Die waren totaal niet geïnteresseerd in twee kunstenaartjes uit Nederland.”

Hij: „Tot we een bak geld meenamen.”

Hadden jullie een bak geld?

„Nee, maar we hadden BMW erbij gehaald en die hadden interesse.”

Want waar kenden jullie de mensen van BMW van?

Hij: „Van Art Basel.”

Zij: „Nee, de Biënnale van Venetië.”

En BMW wilde niet z’n logo in de lucht?

Hij: „Jawel.”

Zij: „Maar wij wilden dat absoluut niet en hebben ze kunnen overtuigen. Je leert hoe die wereld werkt.”

Hij: „Je leert je ertegen wapenen.”

Zij: „Je hoeft je ziel niet te verkopen om kunst te kunnen maken.”

Hij: „Wil je dat verhaal over New York vertellen?”

Zij: „Nee.”

Hij: „We zijn jaren bezig geweest met dat soort connecties bouwen. Nederlanders zijn koningen in netwerken, alleen vinden Nederlanders dat kunstenaars dat niet mogen.”

Zij: „Niet elke kunstenaar heeft een netwerk nodig.”

Hij: „Jawel, elke succesvolle kunstenaar is een netwerkkoning.”

Zij: „Oké.”

Hij: „Nee, niet oké. Salvador Dalí, Damien Hirst, Jeff Koons. Iedereen heeft een netwerk nodig. Ie-de-reen.”

Zij: „Ik wil het gesprek niet de hele tijd hierheen sturen.”

Hij: „Even een klein, belangrijk zijpaadje. Mag toch?”

Terug naar de drones.

Hij: „Wij wisten toen al dat de marketingbureaus en hun fucking nep-creatieven zouden denken: hé, da’s gaaf, als je die drones nou rechtdoor laat vliegen, kan je ook ons logo in de lucht maken. En dat is precies wat er gebeurde. Drone-adverteren is nu een miljardenbussines. Techneuten denken alleen: wat kan er? Zonder te voelen. En daar heb je de essentie van de kunstenaar te pakken. Wij zijn de verbindende schakel tussen techniek en samenleving, er zou alleen beter naar ons geluisterd moeten worden.”

Zij: „Er moet een visie zijn over wat je wilt dat techniek doet.”

Hij: „Sci-fi voorspelde al wat nu met AI [kunstmatige intelligentie] gebeurt. Er is een wedloop gaande tussen de grote tech-bedrijven, wie komt het eerst met artificial general intelligence [een systeem dat kan denken en handelen als een mens]. Als dat er eenmaal is, ik schat zo aan het eind van dit jaar, dan kan álles: nieuwe virussen de wereld inbrengen, nieuwe materialen, chaos. Mensen hebben geen idee wat er op ons afkomt.”

De techniek gaat verder dan de mens aankan?

Zij: „Wij kunnen dat probleem niet oplossen, maar als kunstenaar hebben we wél een visie op hoe technologie een positieve impact kan hebben voor de wereld. We kennen best wat mensen in Silicon Valley, de mensen achter Google…”

Hij: „Elon waarschuwt al decennia….”

Elon Musk?

Hij: „Ja. Kimbal, zijn broer, heeft ons later nog geholpen de drone-technologie van Intel terug te kopen.

En jullie kennen de Musks van…?

Hij en zij: „Burning Man.” Een jaarlijks festival eind augustus in de Black Rock Desert in Nevada, VS.

Zij: „We hebben onze drone-performance welbewust naar Burning Man gebracht. Daar lopen de tech-giganten rond, de grote beslissers. Het was voor het eerst dat ze zoiets zagen. Zeshonderd drones…”

Hij: „Driehonderd.”

Zij: „Zeshonderd.”

Hij: „Oké. Maar Elon dus, hij is alle overheden langs gegaan om te zeggen dat er wereldwijde wetgeving over AI moet komen. Maar er werd niet geluisterd.”

Zij: „Mag ik nu even? Wat we zien is: er is weinig visie over waar het heen moet met de samenleving. Neem klimaatverandering. Een klein groepje mensen maakt zich er druk om, de meerderheid trekt zich er niks van aan. Hoe krijg je mensen zo ver dat ze hun gedrag veranderen…”

Hij: „Hoezo nou per se klimaatverandering?”

Zij: „Ik zeg het als voorbeeld. Waar het om gaat is: hoe beweeg je mensen? Hoe krijg je een gigantische groep mensen op andere gedachten? Dat doe je door, zoals wij, een gedachte te visualiseren.”

Hij: „Ons werk, ons museum, brengt je aantoonbaar in een andere frequentie.” Hij drukt zijn telefoonscherm tegen zijn neus. „Niet allemaal individueel achter een schermpje. Door ons werk ga je een verbinding aan met de ruimte, met de natuur, met elkaar. Je vindt de rust om de juiste vragen in het leven te stellen. Los van de manipulatie die we constant om ons heen ervaren.”

Wat jullie doen is dan toch ook manipulatie?

Hij: „Nee, ik vertel je toch niet wat je exact moet voelen.”

Zij: „Mag ik dat even uitleggen? Wij werken met de mechanismen van de natuur. Stel je bent op het strand. Zand, zee, golven, wind. Na een half uurtje daar ben je relaxed. Dat komt omdat jouw lichaam reageert op de omgeving, je stemt af op het ritme van de zee. Dat is wat we van nature de hele dag doen: ons aanpassen aan de omgeving. Zo zijn we bedraad en zo overleven we als soort. Hoe beter je in line bent met je omgeving, hoe prettiger je je voelt. Minder weerstand, meer ontspanning. Dat afstemmen doen mensen ook onderling, in vriendschappen, op een dansvloer, bij een voetbalwedstrijd. Met ons werk willen we dat effect bereiken en daarvoor gebruiken we technologie. Met heel precies geprogrammeerde ritmes, bewegingen, lichten en geluiden laten we je ervaren hoe het voelt afgestemd te zijn op je omgeving.” Tech-art heet dat ook wel. Of immersive art – ervaringskunst.

Ze deden allebei de Design Academy in Eindhoven. Hij kwam uit Wageningen, zij uit Beuningen. Hij zat op zes basisscholen, van eentje werd hij afgestuurd. Zij: „Ralph kan snel getriggerd zijn, hij is snel boos.” Daarna moest hij wegens zijn dyslexie van de Vrije School af en naar de lom-school. Een school voor kinderen met leer- en opvoedingsproblemen.

Zij: „Ralph begrijpt geen regels. Nog steeds niet. Hij kan zich niet houden aan een regel die hij niet logisch vindt. Hij heeft best een unieke gebruiksaanwijzing.”

Hij, lachend: „Jij houdt je er alleen niet aan.” Daarna heeft hij zich via de lts en havo „opgebokst” tot het vwo. „Ik ben zeker tot de derde klas gepest.”

Omdat?

„Ik was een klein mannetje met grote voeten.” Zij: „Je weet ook wel dat dat de reden niet was.”

Hij: „Ik vond het moeilijk mezelf te wapenen, ook omdat ik het thuis lastig had, met mijn vader.”

Moeilijke man?

Zij: „Extreem moeilijk.”

Ralph wilde naar de Design Academy om „dingen te leren maken”. Zij is de dochter van het schoolhoofd, Jenaplan-onderwijs met „aandacht voor elk kind op het eigen niveau”. Haar moeder was ook leraar. Verantwoordelijke ouders, zegt ze. Een oudere zus en een twaalf jaar jonger zusje. Stabiele jeugd. Zij was altijd de beste van de klas in de kunstvakken en tekenen en wilde naar de Design Academy om „slimme dingen te bedenken die de wereld beter maken”. Dag één op de academie kwamen ze elkaar tegen.

Hij: „Drift is eigenlijk een liefdesverhaal. We hebben er zes jaar over gedaan om bij elkaar te komen, toen we afstudeerden kregen we een relatie en hebben we samen dit bedrijf gebouwd.”

Zij: „En we zijn uit elkaar gegaan na tien jaar.”

Hij: „En dat is ook alweer tien jaar geleden.”

Wat nekte jullie relatie?

Zij: „Samen werken en een relatie was te intensief. Als je zoveel samen bent…”

Hij: „Dag en nacht hè. We praatten over niets anders.”

Maar jullie bleven een duo.

Zij: „Wij zijn van het doorzetten. Dat was eerst natuurlijk wel heel moeilijk, maar…”

Hij: „We kunnen het volhouden, omdat wat wij doen zo echt is. Onze kunst is letterlijk de combinatie van ons tweeën.”

Zij: „Wij kunnen er niet tegen als een van ons een eigen werk uitbrengt. Soms wil je na 25 jaar je eigen keuzes maken en niet weer dat proces met elkaar door. Maar we verdrágen het niet.”

Ook als kunstenaars uit elkaar gaan was geen optie?

Hij: „Hebben we wel over gedacht.”

Zij: „Het was eerst: verstand op nul en doorgaan. Niet in emotie een beslissing nemen. Dat was me geadviseerd door iemand die ook een creatief duo was geweest. Zij was boos uit de samenwerking gestapt en had alles verloren. Ik dacht: ik ga niet omdat ik zo boos ben alles weggooien waar ik zo hard aan het gewerkt.”

Waarom was jij zo boos?

Zij: „Ik vond de taken oneerlijk verdeeld, ik had voortdurend kritiek en toen is Ralph ergens anders bevestiging gaan zoeken, laten we het daarop houden.”

En nu hebben jullie allebei vorig jaar een kind gekregen.

Zij: „Voor hem is het de tweede. Z’n oudste zoontje is vier.”

Hij: „Typisch mannending dat je denkt dat je niet aan kinderen toe bent. Als het zover is, is het het leukste wat er is.”

Zij: „Jij wou geen kinderen. Niet met mij. Ik wel.”

Hij: „Uit angst, weet je wel. Met mijn achtergrond. Hoe zou ik als vader zijn?”

Zij: „Veel vrouwen blijven ongewenst kinderloos als ze eind dertig nog op zoek moeten naar de vader van hun kind. Mannen hoeven alleen maar even te swipen en ze hebben een nieuwe vrouw.”

Hij: „Niet alle schuld bij mannen leggen hè, dat is wel heel simpel.”

Zij: „Ik denk dat het ouderschap op jou minder impact heeft dan op mij.”

Hij: „Ik geef geen borstvoeding.”

Zij: „Ralph heeft een supporting partner die voor de kinderen zorgt. Zes dagen per week tachtig uur werken, wat ik vroeger deed, dat wil ik niet meer.”

Hij: „Voorlopig wat minder reizen.”

Zij: „Er is veel geschreven over kunstenaarschap en moederschap, en dat het niet samengaat. Ik denk dat het wel kan, maar met Drift zitten we nu in zo’n versnelling, altijd op het hoogste niveau, altijd doorgaan, altijd alles tegelijk en altijd onder hoogspanning. Dat kan niet parttime, maar het moet wel.”

Geen kind van jullie samen, maar wel kunst?

Zij: „In al ons werk zit een vrouwelijke en mannelijke kant. De vruchtbare omgeving scheppen is de vrouwelijke kant, de omgeving waarin iets levendigs kan ontstaan en groeien. En de mannelijke kant is… pushen, doordrukken; we gaan die kant op. Ik zeg het te stellig, maar zo zit het ongeveer. Kijk, een zaadje gedijt in een acceptabele omgeving, onder te schaarse of te extreme omstandigheden groeit het niet. Maar je weet ook: het plantje wordt sterker als het groeien moeite kost.”

Hij: „Ons werk ontstaat door botsing, wrijving. En waar we samenkomen, daar ontstaat kunst.”

Zij: „Verbinding, daar gaat het over. Afstemming. Verschillende energieën op één golflengte krijgen. Als Ralph net uit Silicon Valley komt, waar iedereen superdruk en snel is, en ik kom ergens anders vandaan en dán gaan we praten…” Ze doet een ontploffende bom na.

Hij: „Afstemming kost tijd.”

Zij: „Van nature zitten Ralph en ik op dezelfde frequentie. Op de academie, konden we, kléng kléng, meteen heel goed samen. Als we op één lijn zitten, zijn we superproductief. Maar is hij in een andere mood, of zijn we het niet eens, dan voel je dat meteen. Dan ben je twee radioprogramma’s op dezelfde frequentie en zijn we elkaars stoorzender.”

CVDrift

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Broncode

Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren 

Source: NRC

Previous

Next