Home

‘Dit is toch gewoon een kutland?’ vroeg ze, terwijl ze m’n pasfoto’s printte

Ik was weer eens in Nederland, voor het eerst sinds drie maanden. Ik had dit aan niemand verteld, want er moest een filmscript af. Maar het werd ook tijd voor een nieuw paspoort, dus fietste ik aan het einde van de eerste schrijfdag naar het overdekte winkelcentrum in de buurt van mijn huis, waar volgens het wereldwijde web een fotozaak was.

De dame achter de balie was een echte Rotterdamse. Ergens in de zestig, met kort kastanjebruin haar met witte uitgroei en een dikke bril. Ze bekeek me met een gulle lach en zei: „Zeg het eens!” Het verbaasde me hoe fijn het was om haar te horen. Ze was de eerste Nederlander in drie maanden die live tegen me sprak. Ze klonk alsof ze tijdens haar pauzes shagjes rookt. Ze voelde als thuis.

Ik nam plaats op een krukje. Ze bestudeerde mijn gezicht nauwkeurig van achter haar camera. „Ken ik jou niet ergens van?”

„Leest u NRC?”

Ze lachte alsof dit de meest hilarische vraag was die haar ooit was gesteld. „Natuurlijk niet!” Het had me inderdaad verbaasd als het antwoord ja was, dus zei ik, niet zonder trots, dat het dan waarschijnlijk van de televisie was.

„Hoe dan ook, je hebt een leuke bek”, zei ze, terwijl ze mijn haar gladstreek. Ik glimlachte. Het had hard gewaaid op de fiets. „Mag ik dat zo zeggen, ‘leuke bek’? Tegenwoordig weet je het soms niet meer.”

„Uiteraard. Ik ben ook een Rotterdammer, en u heeft ook een leuke smoel.”

Toen drukte ze op het knopje en toonde me de foto. „Te plat nu je haar?” Dat was het. Ik legde uit dat er een logica in mijn kapsel zit die niemand begrijpt, behalve ik. Voor een spiegel duwde ik het in model.

Terwijl de foto’s werden geprint, spraken we verder bij de kassa. „Dit is toch gewoon een kutland?” vroeg ze.

Ik dacht aan de blauwe zee waar ik een week geleden nog over uitkeek in Corsica. „Er bestaan inderdaad mooiere plekken.”

„Dit land is niet meer van ons”, zuchtte ze.

„Van wie dan?” vroeg ik en ik had daar onmiddellijk spijt van.

Haar gezicht trok strak. „Van die lui. Ze helpen dit land naar de klote. Ik stem gewoon op Wilders. Die zegt het zoals het is!”

Ik bestudeerde het bonnetje – 15 euro – en vroeg me af of dit het moment was om uit te leggen waarom we in mijn wereld niet geloven in De Telegraaf. Of dat werkelijk iets zou veranderen. En of het luiïgheid zou zijn als ik gewoon zou doen alsof ik haar niet had gehoord. „Ik geloof dat alleen wijzelf dit land leuker kunnen maken”, zei ik uiteindelijk maar. En omdat zij toch nog steeds degene was die dat voor mij had gedaan vandaag, keek ik haar toen weer in de ogen en wenste haar een mooie dag.

Voor de ingang van het winkelcentrum had zich een kring gevormd. Een kale man hield een magere jongen in een houdgreep en schreeuwde het plein bij elkaar. Een busje met agenten arriveerde. De jongen werd in de boeien geslagen en toen was het plein weer leeg.

Ik keek omhoog. De lucht dreef vol kleine wolken. Schapenwolken, had mijn lieve opa dit soort wolken ooit genoemd. Er kwam een storm aan.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next