Home

Plat, ranzig, seksistisch: de popcultuur van de jaren nul heeft ons beeld van seks bepaald

Tienersekssymbolen, American Pie, reality-tv: in de jaren nul is het denken over seks sterk veranderd. Mannen leerden alles te bespringen wat ze tegenkwamen. Vrouwen leerden lachend voorover te buigen. Maar is dat het hele verhaal?

Er zijn ergere dingen dan puberen in Haarlem in de jaren nul. Er was klein leed, zeker. Klein leed waarvan je kleinkinderen waarschijnlijk ooit zullen zeggen: dat was geen klein leed, oma. Dat was het patriarchaat dat je zonder consent bij de billen pakte en over de keukentafel vouwde om je met een paar ferme heupstoten je plek te wijzen. Zomaar, voor de grap, midden op een huisfeestje.

Maar in die tijd, de zero’s, noemde ik dat ‘het vrijgelaten libido van mijn goede vriend B. op vrijdagavond’. Niets persoonlijks, zo ging dat toen. B. (zelf ook minderjarig) humpte niet alleen ongevraagd tegen de kontzakken van mijn Indian Rose-jeans, hij humpte alles. Als een bezeten konijn leefde hij zich uit op straatlantaarns, auto’s, taxushagen en bovenbenen.

‘You and me, baby, ain’t nothing but mammals, so let’s do it like they do on the Discovery Channel’, zong The Bloodhound Gang profetisch in 1999. Humpen alsof je een primaat was, dat zou een definiërend gebaar worden voor het decennium dat volgde.

Het is vijfentwintig jaar later en ze zijn terug, de ‘noughties’. In flarden achtervolgen ze ons, zoals dat gaat, in mode en popmuziek. Maar het is meer dan een blije renaissance van heupbroeken, spacebrillen en lavalampen, zo wordt ons inmiddels verteld in boeken, podcasts en documentaires die de cultuur van de jaren nul historiseren. Ook de minst flatteuze kanten van dat hitsige tijdperk maakten de laatste jaren een herintrede: de vunzigheid en de recreatieve misogynie waarop de popcultuur vanaf dat moment begon te draaien.

Die term, recreatieve misogynie, komt van de Britse journalist Sophie Gilbert, redacteur bij The Atlantic. In haar recente boek Girl on Girl How Pop Culture Turned a Generation of Women Against Themselves, reconstrueert ze hoe media en entertainment vanaf de jaren nul, onder steeds zwaardere invloed van steeds wijder verspreide porno (bedankt, breedbandverbinding) en de esthetiek die daarbij hoorde, het idee begonnen te bestendigen dat seks het belangrijkste, zo niet het enige middel is dat vrouwen tot hun beschikking hebben om macht mee uit te oefenen.

Het soort seks, bovendien, dat gericht is op mannelijk genot.

Virulente vrouwenhaters

Het idee kwam tot Gilbert in de vroege jaren 2020, toen MeToo en de weerslag daarvan nazinderden. De verkiezing van Trump, het terugdraaien van Roe v. Wade in de VS, de opkomst van Andrew Tate en zijn online leger van virulente vrouwenhaters: dit gevoel herkende ze van de millenniumwisseling. Ook toen werd het feminisme van de jaren negentig vermorzeld door een culturele explosie van extreme, platte grappen en de massale objectificatie van vrouwen.

Als ik me die culturele explosie van toen voor de geest probeer te halen, dan zie ik roedels met jongens. Witte jongens in polo’s, die in de club humpen op hiphop; jongens tegen wie je plichtmatig je billen aandrukt, terwijl 50 Cent rapt dat hij een motherfucking P.I.M.P. is en Sisqó zeurt dat hij je string wil zien.

Jongens, ook, die op vrijdagavond in een gejatte winkelwagen van de helling bij de parkeergarage denderen omdat ze stoned zijn en Jackass hebben gekeken. Gasten die liters bier naar binnen gooien en grappen beginnen te maken over hun pik, die Henkie heet. Jongeheren, kortom, voor wie vermaak bij voorkeur een goede, speelse portie geweld en seks bevat.

Ik betrap mezelf op weemoed, want die jongens waren mijn vrienden en ze bedoelden het meestal goed. Mochten die kleinkinderen ooit vragen hoe het was voor een meisje om ongevraagd, bij wijze van koddige performance, door zo’n roedeldier te worden besprongen, dan zou het eerlijkste antwoord luiden: een complimenteuze vernedering. Een twijfelachtige eer.

Dit klinkt nu allemaal zo fraai niet meer. In die video van The Bloodhound Gang, destijds voortdurend op MTV, werden vrouwen op straat met pijltjes verdoofd en in een kooi gestopt. Lachen? De grappen van Hans Teeuwen, waarin vrouwen, Surinamers en kinderboerderijen het moesten ontgelden, leken een decennium lang onsterfelijk onder mijn vrienden en bevonden zich toen (meenden wij) nog veilig aan de ironische, absurdistische kant van een grens. Een grens die tegenwoordig een moeras is, waarin ironie, racisme en misogynie de modder zijn – het een niet van het ander te onderscheiden.

Dat moeras, nu de vruchtbare bodem voor populisten en de bloeiende kijkcijfers van Vandaag Inside, bestond toen natuurlijk ook al. In de ontluisterende Netflix-documentaire Trainwreck: Woodstock ’99 is te volgen hoe dat muziekfestival vol losbandige jongeren door hitte, slechte organisatie en opzwepende optredens ontaardt in een orgie van geweld.

Mijn herinnerde tafereeltje van humpende hockeyjongens, maar dan met een duivels filter eroverheen: brandstapels, krijsende halfapen die in geluidstorens klimmen, hekken afbreken en door de stront rollen. En ja, massa-aanrandingen, groepsverkrachtingen, de hel op aarde.

Dit had met het oorspronkelijke Woodstock niets te maken. Het was 1999 en op het podium stonden bands als Limp Bizkit en Korn te raggen. ‘How many people out there like to fuck!?’, schreeuwde de leadzanger van die laatste band, schijnmasturberend naar de kolkende menigte. I don’t know your fucking name/ So what, let’s fuck. All day long I dream about fucking/ All day long I dream about sex.

Eerder speelde op datzelfde podium ook Sheryl Crow, die door het duizendkoppige monster van een publiek werd aangemoedigd om haar tieten te laten zien. Veelzeggend, want Crow hoorde bij een eerdere generatie idealistische muzikanten uit de jaren negentig, onder wie Tori Amos en Alanis Morissette.

Sterke vrouwen met zelfstandige posities in de industrie, die volgens Sophie Gilbert precies rond de eeuwwisseling werden verdrongen door commercieel geknechte meisjes zoals Britney Spears.

Britney, Lindsay, Paris

Ach, Britney. In 1999 verscheen ze op de cover van Rolling Stone. Halfnaakt op bed, op haar rug, met een Teletubbie-knuffel (Tinky Winky?) tegen zich aangedrukt, als om nog even te benadrukken dat het hier om een tiener ging.

De voormalige kindster werd met collega’s als Lindsay Lohan en Paris Hilton een schoolvoorbeeld van wat cultuurcriticus Mark Greif sex children zou dopen, die op de grens van juridische volwassenheid precies de juiste combinatie van seks en minderjarigheid uitstralen. Een aan ontucht grenzende sweetspot, waarmee je bij zowel tieners als volwassenen kon scoren.

Sex children schiepen een diabolisch cultureel ideaal dat kinderen aanspoorde tot seksualisering en volwassen vrouwen om zich zo uit te hongeren dat ze op 16-jarigen leken. En dat in een samenleving die tegelijk steeds hysterischer werd over pedofilie en kinderporno. (‘Vind je het gek!?’, was Greifs punt.)

Gilbert wijt de toxische cocktail van pop, reality-tv, porno en dieetcultuur die dat kindvrouw-ideaal zou versterken deels aan wat ze postfeminisme noemt. Deze stroming werd al in de nineties belichaamd door de Spice Girls. Hun ‘Girl Power’ was een zorgeloze, hypercommerciële en apolitieke versie van de radicale punkgeest van de riotgirls uit de jaren negentig.

Het feminisme was voltooid, zo klonk de postfeministische boodschap, je kon gerust van de barricade afdalen en die lesbische tuinbroek uittrekken, want vrouwen hadden nu alle mogelijkheden om zich als individu te ontwikkelen en te doen wat ook zij really really wilden: geld verdienen, lol maken, spullen kopen en neuken.

Daartegenover stond: niet zeiken, niet oud of dik worden en vooral niet preuts doen. Om als vrouw te floreren in postfeministische tijden, moest je bij voorkeur in je minirok meelachen om hoe je seksegenoten op tv werden geobjectificeerd. De video van Christina Aguilera’s Dirrty, geregisseerd door modefotograaf David LaChapelle, introduceerde een microversie van de minirok en gaf een glansrol aan het kruis van de zangeres – ook vrouwen konden dus humpen.

De clip maakte zichtbaar hoe de dominante beeldtaal vanuit de modefotografie versmolt met die van porno, ‘het meest bepalende culturele product van onze tijd’, aldus Gilbert.

Pixelige foto’s en een videoband

Seks! Je hoefde er niet meer voor naar het vieze hoekje van de videotheek; het was overal waar je keek voor een tiener in de jaren nul. Maar wat was seks in de praktijk?

Inderdaad, naschoolse uren vol MTV gaven me een notie van wat geil moest zijn – bloot, dun, voorovergebogen. Maar ik geloof ook dat ik tot een laatste cohort van meisjes behoorde voor wie de details van het copuleren nog een mysterie waren. Ik had geen eigen computer in die vroege jaren nul en de familie-pc werd gebruikt om The Sims te spelen en deel te nemen aan sociale drama’s op MSN Messenger.

Pornografie, dat waren die blaadjes in de supermarkt en die pixelige foto’s die balkje voor balkje op je scherm verschenen.

Wel had ik op mijn kamer een oude tv en een videoband waarmee ik in slaap viel na in breezer gedrenkte vrijdagavonden. Het was American Pie (1999), de knusse comedy waarin de hoofdpersoon een warme appeltaart humpt. Een instantklassieker onder mijn generatie.

Het hele plot: vier jongens gaan in het laatste jaar van de middelbare school op een queeste naar het verlies van hun maagdelijkheid, een vagevuur waaruit je zo snel mogelijk moest zien te ontsnappen.

‘Ze zijn allemaal involuntary celibates’, merkt Gilbert op over deze ‘tienersekscomedy’. ‘Seks is het doel, maagdelijkheid de eindbaas, en meisjes zijn de poortwachters – degenen die in de weg staan van de lotsbestemming van de held.’

Daaruit zou je kunnen opmaken dat hier de basis werd gelegd voor de incelbeweging. Ook de docu Trainwreck: Woodstock ’99 wijst American Pie aan als het begin van de bro-cultuur die op het festival zo ontvlambaar blijkt te zijn. Maar hoewel de film op een paar punten slecht is verouderd, had hij een zekere onschuld. Met name het onweerstaanbare personage Jim (die van de appeltaart) ondergaat vernedering na vernedering, zonder ook maar ergens naargeestig of haatdragend te worden. Het is nog een flinke stap van deze vunzige, maar lieve bromance naar de sperma-emmers van de jaren twintig.

Er wordt veel gehumpt en gemasturbeerd, maar American Pie neigt meer naar slapstick dan naar porno. Nachtenlang via de tv-video-combo in het gezelschap verkeren van deze dudes en hun seksobsessie leerde een meisje op een kamer in Haarlem dat het zaak was om tijdig ontmaagd te worden, maar zo goed als niets over hoe dat in de praktijk precies in z’n werk zou gaan. Hoe je het leuk, lekker of ook maar comfortabel kon maken.

Zo kwam het misschien dat dit evenement het karakter kreeg van een prozaïsche rite de passage, zoals het halen van je rijbewijs, of de eerste keer je oren laten piercen. Ik weet er weinig meer van, behalve dat de cd No Sweat 10 draaide in de boombox en dat de woorden ‘even doorzetten’ eraan te pas kwamen. Ik had American Pie zo vaak gezien dat ik na afloop het idee had dat me een gunst was verleend.

Je kon het seks noemen, maar daar was alles mee gezegd.

Female chauvinist pigs

Voor de jaren nul geldt, net als voor de puberteit, dat we er veel leerden wat we later weer moesten afleren. (Je bent in bed niet verplicht je te gedragen alsof je in een pornofilm speelt, bijvoorbeeld.) Dat gaat op voor zowel mannen als vrouwen. Maar het is Gilbert vooral te doen om wat die jaren met vrouwen hebben gedaan.

De titel van haar boek, Girl on Girl, refereert aan een lesbisch pornogenre (gemaakt voor heteromannen), maar ook aan de manier waarop de popcultuur vrouwen tegen zichzelf en elkaar opzette. Door het hele boek stroomt het gevoel dat vrouwen medeplichtig zijn gemaakt aan hun eigen onderdrukking. We humpten mee op de vuige beats, lachten om laag-bij-de-grondse grappen, tiranniseerden onze lichamen om ze te spiegelen aan steeds meer beelden van surrealistische perfectie.

Oud nieuws, maar nog steeds van toepassing. Met het tonen van die zelfondermijning borduurt Gilbert voort op het werk van feministen als de Amerikaanse schrijver Ariel Levy. Met een gelijknamig boek muntte zij in 2005 de term female chauvinist pigs voor vrouwen die zichzelf moedwillig tot seksobject maakten om zich te conformeren aan de raunch culture – laten we zeggen humpcultuur – die in die tijd vanuit studentensociëteiten de hele cultuur doortrok. Niet alles wat na het feminisme komt, schreef ook Levy, is automatisch feministisch. ‘‘Raunchy’ and ‘liberated’ are not synonymous.’

Onwetend voegde ook ik me dus bij de female chauvinist pigs toen ik op 14-jarige leeftijd vol trots een synthetisch zwart shirtje aanschafte bij wat bekendstond als ‘het hoerenwinkeltje’, met daarop in blinkende steentjes het Playboy-logo op de borst. Zo volwassen en toch zo rebels! Of zo.

Maar dat vrouwen zich met dat geile konijn met vlinderdas wilden associëren was volgens Levy precies het probleem.

Een female chauvinist pig maakte zichzelf wijs dat ze empowered was, terwijl ze zich in een categorie bevond met wat we toen een breezersletje noemden, en nu een pick-me-girl.

One of the boys, in je stringbikini, of meegiechelend om Johan Derksen.

Waar Levy een beschuldigende toon aansloeg, is Gilbert twintig jaar later uit op collectieve zelfcompassie. Ja, we hebben onszelf ondermijnd, maar we zaten met onze neus zo dicht op de cultuur dat we niet zagen wat we deden.

Rolmodel én mannenfantasie

Hoe karig waren ook de goede voorbeelden voor meisjes waar het op seks aankwam. Wilde je iets meer dan de vroomheid van de Gilmore Girls, dan strandde je tussen de ranzige reality-tv die MTV langzaam overnam en het gladde postfeminisme van Sex and the City.

En dacht je, zoals ik, je heil te vinden in de Nederlandse literatuur, geroemd om haar taboedoorbrekende, emancipatoire karakter, dan kwam je – achteraf bezien – bedrogen uit.

In de voor de hand liggende, vaak ook verfilmde leeslijstboeken van Ronald Giphart, Joost Zwagerman en Kees van Beijnum die ik verslond (kan niet liegen) kwamen absoluut seksueel vrijzinnige vrouwen voor. Wilde meiden die de gevoelige hoofdpersonen tot romantische waanzin dreven terwijl ze verleidelijk enorme oesters van Nam Kee naar binnen slobberden.

Maar ze waren toevallig wel bijna allemaal sekswerkers, borderliners, een combinatie van beide of, als je geluk had, zoals in Gipharts Ik omhels je met duizend armen: arts én fotomodel.

Rolmodel én mannenfantasie, ziedaar de verscheurde opdracht die in de jaren nul zo veel publieke vrouwen de vernieling in hielp. Hoe die vernieling zélf door paparazzi tot non-stop-entertainment werd gemaakt, zien we nu in een stroom aan docu’s. Die vertellen – half verlekkerd, half verontwaardigd – het ‘echte verhaal’ van de grootste slachtoffers, zoals Britney Spears, Lindsay Lohan en Jessica Simpson.

Schandaaldocumentaires over de jaren nul doen het überhaupt goed. The Rise and Fall of Abercrombie and Fitch, The Cult of American Apparel, Fit for TV (over het zieke afvalprogramma The Biggest Loser): alleen al op Netflix kun je wekenlang een avondvullend programma samenstellen dat je er diep van doordringt hoe verdorven en seksistisch dat tijdperk was.

Ontsnappen aan de mainstream

Die zero’s hebben ons echt verneukt, zo moet je terugblikkend concluderen.

Maar het humpen even terzijde: op mijn mp3-speler spookte dankzij Napster en Limewire behalve Britney en Christina ook mijn hele schooltijd lang de tegendraadse geest van de jaren negentig: Tori Amos, Alanis Morissette, No Doubt en Anouk. Moest ik één soundtrack aanwijzen voor die periode, dan zou het toch echt Nobody’s Wife zijn.

Op de familie-pc wisselde ik bij nader inzien ook gekwelde gedichten uit op het forum ComingOut.nl, waar queerjongeren uit heel Nederland elkaar ontmoetten. En al in 2005 downloadde ik stiekem afleveringen van The L Word, de glamoureuze, geile lesbische soap die het plotseling denkbaar maakte om niet als hetero door het leven te gaan en die zo de rest van mijn (seks)leven een waarachtiger richting gaf.

Samen met de pornoficatie van de samenleving, wil ik maar zeggen, bracht het internet een scholier in de jaren nul ook mogelijkheden om te ontsnappen aan de benauwende mainstream van een schoolplein waar de humpende Ralph Lauren-polo’s heersten.

Dat je voor politiek en commercieel gewin inmiddels enorme reservoirs van mannelijke frustratie kunt aanboren, zegt bovendien ook dat er in de tussentijd veel goed moet zijn gegaan – het sluimerende virus van misogynie speelt altijd op wanneer het idee leeft dat vrouwen vooruitgang boeken.

De strijd om die vooruitgang kreeg pas expliciet weer vorm in de jaren tien met alles wat leidde naar de MeToo-beweging. Maar vrouwen deden het maatschappelijk al zo goed in de zero’s – met name in het onderwijs streefden ze mannen zelfs voorbij – dat journalist Hanna Rosin in 2010 het einde van het patriarchaat inluidde in een explosief artikel getiteld The End of Men: The Rise of Women.

Seks, seks, seks

Een hitsige bedoening blijft het, die eeuwwisseling. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het was voor een jonge queer om zichzelf in de jaren nul ineens gerepresenteerd te zien in tv-series als Queer as Folk (2000) en The L Word (2004). Maar die series bevestigden de tijdgeest in zoverre dat er krankzinnig veel in werd geneukt. Ook buiten de heteroseksuele orde verkocht je je baanbrekende cultuurproduct blijkbaar beter als dat het predicaat ‘geil’ verdiende.

De erfenis van de zero’s is namelijk niet alleen een geïnternaliseerde patriarchale seksualiteit, maar ook dat elke 12-jarige aanvoelt dat wereld draait om (geld en) seks, seks, seks.

‘Al dat seksgedoe bestond vroeger niet’, merkte de 100-jarige Noor de Vries-Cijfer onlangs droogjes op tegen de Volkskrant. ‘Seks was minder belangrijk dan nu.’ Daar mogen we de seksuele revolutie voor bedanken, maar zeker ook de noughties.

Is dat erg? Kan of moet het een keer wat minder? Gilbert noemt ergens dat ze niets tegen porno heeft, en ze waagt zich verder niet aan die discussie, maar haar boek leest niet alsof ze een proponent is van sex positivity. Die emancipatiebeweging droeg bij aan de broodnodige verbreding van onze horizon die mevrouw De Vries-Cijfer ‘al dat seksgedoe’ noemt.

Sex positivity heeft het inmiddels onder andere volkomen mainstream gemaakt om als vrouw bevrijding te zoeken in de consensuele onderwerping van bdsm. Feministen zullen waarschijnlijk tot in de eeuwigheid debatteren over de nauwelijks te beslechten kwestie of dat echt bevrijding is, of geïnternaliseerde onderdrukking, of een complexe combinatie van beide.

Maar na een nostalgisch tripje naar de noughties overheerst bij mij het sentiment dat ik iedereen een slaapkamer gun waarvan de deur dicht kan, zodat die opdringerige en hypocriete cultuur zich niet bemoeit met wat zich daarbinnen met wederzijdse instemming voltrekt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next