Home

Bij Gaza weigert het kabinet, maar wanneer spreekt Nederland wel van genocide?

De organisatoren van de Rode Lijn-demonstratie, zondag in Amsterdam, noemen de oorlog in Gaza een genocide. Die term klinkt ook in de Kamer, bij mensenrechtenorganisaties en een VN-commissie, maar niet bij het kabinet. Wanneer spreekt de Nederlandse regering eigenlijk wel van genocide?

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

GroenLinks-PvdA-leider Frans Timmermans was ‘oprecht diep geschokt’, zei hij tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. Premier Schoof had met het kabinet geweigerd de conclusie over te nemen van een door de VN-mensenrechtenraad onafhankelijk ingestelde commissie, die eerder die week stelde dat er sprake is van genocide in Gaza.

Timmermans: ‘Hoe diep zijn wij gezonken, als land waar het internationaal recht altijd voorop stond in ons buitenlands beleid?’ Schoof herhaalde dat ‘alleen het Internationaal Gerechtshof uiteindelijk kan vaststellen of er sprake is van genocide’. Een oordeel daarvan laat nog jaren op zich wachten.

De verontwaardiging in de Kamer ten spijt, zou het opmerkelijk zijn geweest als het kabinet wél had erkend dat er sprake is van genocide. Nederlandse kabinetten hebben dat tot nu toe alleen gedaan bij de Holocaust, de Rwandese genocide en Srebrenica.

Uitspraken van internationale hoven

In 2017 somde het kabinet-Rutte III in het regeerakkoord algemene maatstaven op voor het erkennen van genocides. ‘Leidend bij de erkenning van genocides zijn voor de Nederlandse regering uitspraken van internationale gerechts- of strafhoven, eenduidige conclusies volgend uit wetenschappelijk onderzoek en vaststellingen door de VN.’

Met dat laatste bedoelt Nederland in de praktijk een bindende resolutie van de VN-Veiligheidsraad. ‘Wanneer het louter om historisch onderzoek dan wel een uitspraak van een individuele VN-rapporteur gaat, ligt erkenning niet in de rede’, aldus het kabinet in 2017.

In ieder geval moet er sprake zijn van ‘grondig en degelijk feitenonderzoek’. Wat daarbij de status is die wordt toegekend aan rapporten van ngo’s en door de VN ingestelde commissies, verschilt per keer. Toen Amnesty International concludeerde dat er in Gaza genocide plaatsvindt, schreef toenmalig minister Veldkamp in januari 2025 aan de Kamer dat het rapport ‘een bijdrage levert aan het feitenonderzoek’.

Over de bevindingen van de onafhankelijke commissie-Pillay, die in opdracht van de VN-mensenrechtenraad onderzoek deed en ook genocide vaststelde in Gaza, zei Veldkamps opvolger Van Weel dat het rapport ‘een opsomming van onbeschrijflijk leed dat gepaard gaat met oorlog’ bevat.

In 2016 kwam een vergelijkbare onafhankelijke VN-commissie tot de conclusie dat Islamitische Staat genocide heeft gepleegd op de Jezidi’s. Daarop was de reactie van het kabinet dat ‘voldoende feiten zijn vastgesteld om te oordelen dat hoogstwaarschijnlijk sprake is van genocide gepleegd door IS’. Tot een volmondige erkenning van genocide kwam het ook daar niet.

Rwanda en Srebrenica

In de praktijk laat de regering erkenning van genocide volledig afhangen van uitspraken van internationale hoven. De bewijsdrempel voor genocide ligt daar heel hoog. De intentie van de plegers om een groep geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen, moet onomstotelijk zijn vastgesteld: Tutsi’s omdát het Tutsi’s zijn, Bosnische moslims omdát het Bosnische moslims zijn.

Slechts in een klein aantal gevallen hebben internationale hoven genocide vastgesteld. ‘Dan gaat het om het Rwanda-tribunaal, het Joegoslavië-tribunaal en het Internationaal Gerechtshof bij Srebrenica’, zegt genocideonderzoeker Thijs Bouwknegt van het Nederlands Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (Niod): ‘Bij die genocides is erkenning juridisch, wetenschappelijk en maatschappelijk niet meer im frage.’ Op nationaal niveau zijn er gerechtelijke uitspraken geweest over genocide door de Rode Khmer in Cambodja, op de Koerden door Irak en op de Jezidi’s door Islamitische Staat.

Hoewel het kabinet het wel als genocide erkent, geldt voor de Holocaust strikt genomen dat niemand tijdens de Neurenbergenprocessen concreet is veroordeeld en gestraft voor het misdrijf genocide. Dat komt omdat het Genocideverdrag pas in 1948 werd opgesteld, aldus Bouwknegt. ‘Toch is er bijna geen land dat de Holocaust geen genocide zal noemen, ook omdat vooral de Holocaust aanleiding was tot het verdrag.’

Parlementen kunnen ook genocides erkennen

De Nederlandse Tweede Kamer is veel scheutiger met het stempel genocide dan het kabinet. In juni riep die de deportatie van honderdduizenden Krim-Tataren door de Sovjet-Unie in 1944 nog per motie uit tot genocide. Met als disclaimer ‘naar hedendaagse maatstaven’, omdat het zich afspeelde voor de vorming van het Genocideverdrag.

De Tweede Kamer erkent ook de moord op meer dan een miljoen Armeniërs door Turkije, de uithongering van Oekraïeners door Stalin in de jaren dertig, de onderdrukking van de Oeigoeren, en de massamoord van IS op de Jezidi’s als genocide.

Ook een rechtszaak is afhankelijk van politiek

De formalistische benadering van de Nederlandse regering is ergens te verklaren, zegt Bouwknegt: ‘We hebben in onze grondwet staan dat Nederland de internationale rechtsorde moet bevorderen. Dan kun je als regering heel technisch-formalistisch naar het internationaal recht kijken en politiek beargumenteren dat het juist van respect daarvoor getuigt om af te wachten met iets genocide noemen tot er een rechterlijk oordeel is.’

Anderzijds maakt de regering zich daardoor afhankelijk van de politieke wil of mogelijkheid om ergens een rechtszaak van te maken. Bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ) kunnen landen onderlinge geschillen uitvechten, bijvoorbeeld als ze vinden dat er sprake is van overtreding van een verdrag. Dat het ICJ een oordeel velt over Gaza, komt doordat Zuid-Afrika daarover een zaak heeft aangespannen tegen Israël, dat het verdenkt van het overtreden van het Genocideverdrag.

Datzelfde ICJ wees een zaak af tegen de mogelijke rol van de Verenigde Arabische Emiraten bij genocide in Soedan. De Emiraten hebben net als Israël het Genocideverdrag wel ondertekend, maar met het voorbehoud dat geschillen hierover niet voor het ICJ mogen komen.

De kans dat de VN-Veiligheidsraad in een bindende resolutie een genocide vaststelt, is uiterst klein, omdat de permanente leden vetorecht hebben. Tot nu toe is het nooit gebeurd. Rusland sprak bijvoorbeeld in 2015 een veto uit over een resolutie die voorstelde Srebrenica als genocide te erkennen, iets wat internationale rechtbanken toen al hadden gedaan.

De straftribunalen voor Rwanda en Joegoslavië zijn wel ingesteld door de Veiligheidsraad. Later is weer het Internationaal Strafhof (ICC) opgericht, niet te verwarren met het Internationaal Gerechtshof. In tegenstelling tot het ICJ is het ICC geen VN-rechtbank en niet bedoeld voor geschillen tussen staten. Het is een hof om individuen te vervolgen voor internationale misdrijven, waaronder genocide. Het heeft een beperkte rechtsmacht: het kan alleen individuen vervolgen voor misdrijven als die gepleegd zijn op het grondgebied van de 125 landen die zich er zelf bij hebben aangesloten, en heeft nog nooit iemand veroordeeld voor genocide. Bouwknegt: ‘In veel gevallen is juridisch nooit beslecht of er sprake was van genocide, simpelweg omdat er nooit een zaak van is gemaakt.’

Ingrijpen bij risico op genocide

Nederland is niet altijd afwachtend als het gaat om het verkrijgen van een uitspraak over internationale misdrijven. Zo heeft het kabinet zich na een motie van de Kamer bij Gambia aangesloten in een genocidezaak bij het ICJ tegen Myanmar, waar het spreekt van vermeende genocide. Dat deed Nederland onder meer omdat het Genocideverdrag staten verplicht om naar vermogen in te grijpen als alleen al het risico bestaat op genocide.

Die verplichting bevestigde ook de Nederlandse adviescommissie voor volkenrechtelijke vraagstukken recentelijk in het geval van Gaza, maar wat ingrijpen naar vermogen precies behelst, is voor discussie vatbaar. In het ene geval kan dat het beginnen of steunen van een zaak bij het ICJ zijn, in het andere geval het stopzetten van wapensteun, als er sprake is van wapenleveranties. Het erkennen van een situatie als genocide staat los van de plicht om iets te doen bij dreigende genocide.

Diezelfde adviescommissie voor volkenrechtelijke vraagstukken concludeerde in 2017 dat terughoudendheid in het geval van het genocidelabel wenselijk is als er niet genoeg feitenonderzoek is. Een regering hoeft echter niet alleen volgend te zijn op gebied van internationaal recht, een regering kan het ook vormgeven, aldus de commissie.

Waar internationale verdragen ontbreken of aan interpretatie onderhevig zijn, kijken internationale hoven soms naar zogenoemd gewoonterecht. Hoe gedragen staten zich in de praktijk? Als regeringen in verklaringen aangeven hoe zij bijvoorbeeld de toepassing van Genocideverdrag zien, heeft dat mogelijk invloed op de jurisprudentie.

Kabinet: alleen ICJ kan genocide vaststellen

Van Nederland zal zo’n vooruitstrevende rol, zeker in het geval van Gaza, niet komen. In Kamerbrieven over Gaza heeft de zittende minister van Buitenlandse Zaken meermaals verwezen naar het algemene, terughoudende beleid. Drie pijlers zijn van invloed op of Nederland genocide erkent: uitspraken van internationale hoven, eenduidige conclusies uit wetenschappelijk onderzoek en vaststellingen door de VN-Veiligheidsraad.

In reactie op het rapport van de VN-commissie-Pillay schreef minister Van Weel in september zelfs aan de Kamer dat ‘het oordeel of sprake is van genocide uiteindelijk aan het Internationaal Gerechtshof’ is. Dat werd nog eens herhaald door premier Schoof tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen: ‘De lijn die het kabinet heeft gekozen, die we in de brief nog een keer hebben aangegeven, zonder iets te willen afdingen op het rapport, is dat genocide uiteindelijk alleen langs de lijnen van het Internationaal Gerechtshof kan worden vastgesteld.’

Het kabinet lijkt het staande beleid daarmee te vernauwen door te zeggen dat ‘alleen’ het ICJ genocide ‘uiteindelijk’ vast kan stellen. Op vragen van de Volkskrant of het beleid daarmee is veranderd, zoals Schoof en Van Weel impliceren, of dat het oordeel in dit specifieke geval van het ICJ afhangt omdat daar nu eenmaal een zaak speelt, antwoordt het ministerie van Buitenlandse Zaken ontkennend.

In veel andere landen spreken regeringsleiders openlijk van genocide in Gaza, al is onduidelijk welke maatstaven zij hanteren om tot een formele erkenning over te gaan. Onder meer België en Noorwegen lijken in deze casus de Nederlandse lijn te volgen door een uitspraak van het ICJ af te wachten.

Los van de juridische werkelijkheid kan het ook van symbolische waarde zijn als een regering een genocide erkent, zegt Niod-onderzoeker Bouwknegt: ‘Genocide is een politieke krachtterm. Een uitspraak daarover is meteen ook een erkenning dat mensen slachtoffer zijn geworden omdat ze onderdeel zijn van een groep die formeel en objectief erkend is als een beschermde nationale, etnische, raciale, of religieuze groep.’

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next