Frank Diamand (1939-2025) maakte meer dan vijftig documentaires over politiek en kunst. Zijn verleden stuurde zijn keuzes.
Frank Diamand (2019) Foto Yoram Diamand
„Ik had daarstraks echt een aanval van ik wil hier niet zijn, ik wil hier niet filmen, ik wil hier helemaal niks, ik wil hier nooit geweest zijn”, zegt Frank Diamand. Zijn gezicht wordt van dichtbij gefilmd door vriend en cameraman Melle van Essen. Terwijl Diamand om zich heen kijkt, krimpt hij soms ineen. Voor het eerst in lange tijd was hij dit voorjaar in concentratiekamp Bergen-Belsen, het kamp waar hij in september 1944, in een van de laatste treinen voor het eind van de oorlog, naartoe werd getransporteerd vanuit Westerbork. Hij wil er een film maken over de 55 andere kinderen die in het kamp hebben gezeten en nog in leven zijn. Al komt Diamand er dáár achter dat de documentaire toch ook over hemzelf moet gaan.
Van een afstandje filmt Van Essen als Diamand met een van de andere overlevenden praat. „Ik probeer nog steeds te rechtvaardigen dat ik leef, dat ik een overlevende ben, terwijl zes miljoen van ons zijn vermoord”, zegt hij. Het gaf alles wat hij deed een gevoel van urgentie, opgejaagd door de gedachte dat het allemaal wel zín moest hebben.
Filmmaker en dichter Frank Diamand (Amsterdam, 1939) overleed afgelopen 31 juli. Hij werkte als journalist voor onder meer Vrij Nederland, begon al jong met dichten en publiceerde na zijn debuut Wie wil er nu met Hitler in de tobbe? (1986) nog zes andere dichtbundels. Hij maakte meer dan vijftig documentaires over politiek en kunst. Daarvoor reisde hij onder meer naar de Sovjet-Unie om daar in het geheim met een meegesmokkelde Super 8-camera de weduwe van dichter Osip Mandelstam, omgekomen in een concentratiekamp van Stalin, te interviewen. En hij filmde in Nicaragua, Chili, Argentinië, Uruguay en El Salvador, landen waar dictators aan de macht waren en bevolkingen en kunstenaars in opstand kwamen.
Frank Diamand (omstreeks 1960) Foto privéarchief
Tijdens de opnames voor El Salvador, Revolutie of Dood raakte Diamand gewond toen hij samen met journalist Jan van der Putten beschoten werd. Het was 1980, kort nadat aartsbisschop Óscar Romero, die zich verzette tegen het militaire regime, was gedood. Vriend en collega Bert Janssens was in hetzelfde jaar met Diamand in Chili, waar dictator Augusto Pinochet een referendum had uitgeschreven over een nieuwe grondwet. In het centrum van Santiago stonden de twee mannen te wachten of er demonstraties zouden uitbreken. „Frank richtte zijn camera niet op de mogelijke demonstranten, maar op de militairen. Pal op hun gezicht. En daarna filmde hij ze van boven tot onder. Hij wilde weten hoe de militairen keken naar de demonstranten, zag hoe ze hun gezicht strak probeerden te houden terwijl er in hun hoofd van alles gebeurde.”
De nieuwsgierigheid van Diamand naar het perspectief van de dader had volgens Janssens met zijn verleden te maken. Net als de meeste van zijn keuzes in zijn politieke documentaires. Hij liet meestal het perspectief van de onderdrukten zien, wilde duidelijk maken wie hier goed was en wie slecht. „En hij wilde altijd het liefst iets teweegbrengen bij de mensen die hij filmde”, zegt Janssens. „In de jaren zeventig ging hij met zijn gezin terug naar Angola, waar hij eerder had gefilmd, om er les te geven aan jonge mensen.”
Diamand was bevlogen, zegt zijn dochter Lara, en ook wel ‘heftig’. Hij was iemand die veel deelde: emoties, meningen, alles moest uitgesproken worden – Lara noemde hem weleens Zwelgje, naar het vurige draakje in de Bommel-film Als je begrijpt wat ik bedoel (1983). „Ik heb van hem geleerd dat ik moet nadenken over wat ik vind, en hoe ik dat moet doen”, zegt Lara. „Het maakte niet uit wát ik vond, als ik het maar kon beargumenteren.”
Op feestjes, diners met vrienden of in de montagekamer ging hij het liefst in discussie met mensen met een andere mening. „We konden het zo ontzettend goed oneens zijn met elkaar”, zegt Bert Janssens. „Over politieke dingen die speelden, of een boek goed was of niet, of muziek ertoe deed.”
In de jaren negentig verschoof de nadruk van zijn films van politiek naar kunst. Diamand maakte een portret van de Amerikaanse moderne componist Henry Brant, filmde een ballet van choreograaf Beppie Blankert over de vrouwen van Odysseus, maakte een documentaire over Venancio Mbande, een timbila-speler (een soort xylofoon) uit Mozambique. Diamand was in een artistiek milieu opgegroeid: moeder Marianne Asscher was zangeres, oom Peter Diamand was de eerste artistiek directeur van het Holland Festival. „Voor hem was het de kunst die het mogelijk maakte te overleven”, zegt Janssens. „Om het leven draaglijk te maken.”
Net als lekker eten en goede wijn, trouwens. Lara herinnert zich hoe blij haar vader was toen ze hem vertelde dat ze voor het eerst had genoten van een slok wijn. „Hij was dolgelukkig dat hij nu samen met zijn dochter kon genieten van een van die dingen waar hij zo van genoot.” Een paar jaar eerder, na haar schoolexamen, ging ze met vriendinnen op vakantie en dronk ze tequila en Baileys. „De meeste ouders zouden me een preek hebben gegeven, mijn vader kocht een fles Baileys voor me.”
In zijn vroege gedichten schreef Diamand al over zijn jeugd in de oorlog, maar in zijn documentaires bleef hij ervan weg. Toen hij op latere leeftijd een relatie kreeg met Evelien Gans, historica en onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), begon hij zich meer bezig te houden met wat het betekende om Joods te zijn. Hij maakte een documentaire over historicus Saul Friedländer, die in zijn onderzoek steeds probeerde zijn verbijstering over de Europese Jodenvervolging te bewaren. Het maken van die film, Als de herinnering komt (2012), viel Diamand emotioneel zwaar, omdat hij door het werk weer met zijn eígen herinneringen bezig moest zijn.
De film die hij in Bergen-Belsen voor ogen had, zou zijn eerste sinds 2012 worden. De camera filmt hem terwijl hij moeizaam een heuvel af loopt. „Het is voor het eerst in twaalf jaar dat ik weer aan een film werk en dat voelt goed”, zegt hij.
„Hij was vooral nog niet klaar met leven”, zegt Lara. En dus had hij nog iedere dag een afspraak. En kaartjes voor twaalf concerten in het Concertgebouw, voor komend seizoen.
In deze rubriek elk weekeinde een portret van iemand die recent is overleden.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
De beste filmstukken interviews en recensies van de nieuwste films
Source: NRC