Home

Gaza laat zien wat ons allemaal in de toekomst te wachten staat, aldus deze Israëlische historicus

Historicus Lee Mordechai is een opvallend kritische stem binnen Israël. Met zijn rapporten over de systematische ontmenselijking van Palestijnen heeft hij zich tot doel gesteld ‘de mist’ waarin Israëliërs leven zo veel mogelijk te laten oplossen – met alle risico’s van dien.

is journalist van de Volkskrant, historicus en schrijft over cultuur en maatschappij.

Als je het historicus en Israëlisch staatsburger Lee Mordechai vraagt, is het huidige internationale debat over de vraag of Israëls acties juridisch als genocide gelden ‘een gigantische tijdverspilling’ geweest. ‘Dit was anderhalf jaar geleden een wezenlijk debat, maar nu niet meer. Een paar maanden geleden kwamen allerlei Europese media naar me toe: wat is jouw standpunt? Is het genocide of niet? En ik zei steeds: het maakt niet uit, dit moet stoppen. Die hele discussie is een makkelijke uitweg geworden om inactiviteit te rechtvaardigen, terwijl het geweld doorgaat.’

Sinds het begin van de oorlog in Gaza op 7 oktober 2023 is Mordechai (43) uitgegroeid tot een opvallend kritische stem binnen Israël. In zijn lijvige rapport Bearing Witness – Gaza reconstrueert hij aan de hand van bijna vierduizend bronnen de Israëlische militaire campagne: van de grote aantallen burgerdoden en de vernietiging van ziekenhuizen en scholen tot de systematische ontmenselijking van Palestijnen in het publieke en politieke discours.

En hoewel hij de juridische discussie scherp bekritiseert, is zijn conclusie glashelder: wat er in Gaza gebeurt, voldoet aan de definitie van genocide uit het VN-verdrag van 1948. Mordechai vindt dat Israëliërs de manier waarop ze over genocide denken moeten loskoppelen van concentratiekampen en gaskamers. Het Genocideverdrag komt neer op daden en de intentie, zegt hij, en van beide kun je het bestaan vaststellen.

Daarmee schaart hij zich in het rijtje van andere kritische Israëlische historici en genocideonderzoekers als Amos Goldberg, Daniel Blatman, Omer Bartov en Raz Segal – van wie de laatste twee in de VS wonen.

Toch blijft deze groep een duidelijke minderheid binnen Israël. De meeste academici, journalisten en publieke figuren mijden openlijke kritiek op het ‘meest morele leger ter wereld’, zoals de IDF zichzelf noemt, een opvatting die diep verankerd zit in de Israëlische samenleving en nationale identiteit. ‘Je kunt openlijk kritiek op de regering hebben – dat is zichtbaar in de media – maar die kritiek reikt zelden tot het leger’, zegt Mordechai via een videoverbinding vanuit zijn woning in het centrum van Jeruzalem.

Uitspreken kan daarbij maatschappelijk en professioneel risico’s met zich meebrengen. Er ligt een wetsvoorstel in de Knesset dat het strafbaar stelt om informatie te verstrekken die kan worden gebruikt om een IDF‑soldaat voor het Internationaal Strafhof te brengen. Er komt tot 5 jaar gevangenisstraf op te staan. ‘Dat is in essentie wat ik al twee jaar doe.’

Lee Mordechai, een voormalig officier in het IDF Combat Engineering Corps, is momenteel universitair hoofddocent geschiedenis aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. Hij was op sabbatical in Princeton toen de oorlog uitbrak en binnen enkele uren begreep hij dat er een gigantische kloof bestond tussen wat het Israëlische publiek zag en de realiteit. ‘De meeste Israëliërs consumeren uitsluitend lokale media en zijn zeer sceptisch over alles wat niet door Israëliërs en niet in het Hebreeuws is geschreven.’

Hij besloot zijn vrije tijd tijdens de sabbatical te gebruiken om ‘de mist’ waarin het Israëlische publiek leeft zo veel mogelijk te laten oplossen. Sindsdien heeft Mordechai honderden uren gestoken in het verzamelen en verifiëren van informatie, en werkt hij zijn rapport voortdurend bij.

U bent gespecialiseerd in de Byzantijnse periode en uw onderzoek richtte zich grotendeels op premoderne (milieu)rampen, zoals de Pest van Justinianus en de vulkanische winter van het jaar 536. Hoe bent u bij Gaza uitgekomen?

‘In de eerste maanden van de oorlog – als dat het juiste woord is – merkte ik hoe weinig ik eigenlijk wist over Gaza, terwijl ik wel begreep dat er iets groots en ingrijpends gaande was. Mijn manier om te begrijpen wat er gebeurt, is door te lezen, vooral academische boeken. Een van die boeken, geschreven door Israëlische en Palestijnse auteurs, liet zien hoe Gaza telkens kortstondig zichtbaar wordt tijdens geweldsuitbarstingen, waarna het weer uit het Israëlische publieke bewustzijn verdwijnt.

‘Ik moest denken aan het Israëlisch-Palestijnse conflict van 2021. Israël reageerde op de raketaanvallen van Hamas met luchtaanvallen op de Gazastrook. De schok over de snelle gewelddadige escalatie was toen groot in Israël. Maar de aandacht verslapte snel. Ik wilde voorkomen dat Gaza opnieuw vergeten zou worden. Bearing Witness is mijn poging om iets blijvends vast te leggen in een tijd waarin zoveel informatie vluchtig is en snel verdwijnt.

‘Ik heb niet de illusie dat ik op korte termijn beleid kan veranderen, maar mijn doel is om over jaren – vijf, tien, twintig – een bron te bieden waarmee mensen kunnen begrijpen wat er in godsnaam is gebeurd. Als historicus zie ik het als mijn verantwoordelijkheid om bij te dragen aan het collectief geheugen. En als Israëliër voel ik ook een morele plicht. De genocide in Gaza gebeurt in mijn naam.’

In de inleidende woorden schrijft u dat het document in ‘droge, emotieloze taal’ is geschreven. Waarom wilde u dat duidelijk maken?

‘Het is makkelijk mensen te overtuigen met het gebruik van woorden als ‘gruwelijk’ of ‘bruut’. Ik vind dat goedkoop. Ook gebruik ik geen woorden die controversieel of onduidelijk zijn en worden ingezet om van alles te rechtvaardigen, zoals ‘terroristen’ of ‘zionisme’. ‘Antisemitisme’ is ook zo’n woord dat overal op wordt geplakt. Soms betekent het oprecht haat tegen Joden, maar het wordt ook vaak als wapen gebruikt om anti-Israëlische gevoelens mee aan te duiden.

‘In Israël is het heel gebruikelijk dat mensen elkaar overschreeuwen met oneliners, zonder ooit naar data of statistiek te kijken. Maar als je blijft herhalen dat Hamas de nieuwe nazi’s zijn, of eindeloos blijft praten over de gruweldaden van 7 oktober, volledig los van de context, dan leer je uiteindelijk niets.

‘Ik wilde mensen niet overtuigen via emotie, zeker niet als de feiten al zo sterk zijn. In januari van dit jaar waren er tussen drie- en vierduizend kinderen in Gaza van wie ledematen zijn geamputeerd: dát is een feit. Als Israëlische burger moet ik dan bedenken: is dit een prijs die ik wel of niet bereid ben te betalen voor een bepaald politiek doel? Is mijn morele grens bereikt?

‘Ik ga graag in discussie over de precieze cijfers. Neem het aantal doden: de meeste buitenlandse regeringen, media en internationale organisaties vertrouwen op de rapporten van het Palestijnse ministerie van Gezondheid in Gaza. De Israëlische overheid wuift die cijfers steevast weg door te zeggen dat ze van Hamas komen. Intussen komt Israël zelf niet met een eigen schatting van het aantal doden. Op die manier zaaien ze bewust twijfel.’

Het rapport bevat inmiddels ruim 2.100 voetnoten met verwijzingen naar duizenden bronnen, waaronder ooggetuigenverslagen, videobeelden, onderzoeksrapporten, mediaberichten en documenten van de Verenigde Naties en andere internationale organisaties. Het is daarmee een van de meest gedetailleerde documentaties van de oorlogsmisdaden die Israël in Gaza pleegt die in het Hebreeuws beschikbaar is.

Zo zijn er in het notenapparaat honderden links opgenomen naar getuigenissen waarin daden worden beschreven van Israëlische soldaten die onder meer ‘het vuur openen op burgers die met witte vlaggen zwaaien en mensen mishandelen – levenden, gevangenen en doden’.

Voetnoot 959 – in de laatste Engelse versie van de tekst – is een link naar een video van een Israëlische soldaat die een grote hond filmt die op een lijk aan het kauwen is. ‘Hij heeft de terrorist gepakt’, zegt de soldaat in het Hebreeuws. ‘De terrorist is weg, weg in alle betekenissen.’ Daarna richt de soldaat de camera omhoog naar een rode zonsondergang. ‘Maar wat een prachtig uitzicht.’

Eind 2024 ging het rapport na een samenvattend draadje van Mordechai op X viral in activistische en journalistieke kringen buiten Israël. In zijn eigen omgeving riep het felle reacties op. ‘Ik heb een goede vriendin: hoogopgeleid, centrumlinks. En ze begon letterlijk tegen me te schreeuwen toen ze hoorde waaraan ik werkte. Hoe durfde ik me te baseren op buitenlandse bronnen? Ik wist toch dat die allemaal antisemitisch zijn?’

De meest uitgesproken kritiek in academische kringen kwam in de vorm van een driehonderd pagina’s tellende weerlegging, opgesteld onder leiding van historicus Danny Orbach, een directe collega van Mordechai aan de Hebreeuwse Universiteit. In dat rapport wordt onder meer Mordechais schatting van het aantal door de IDF gedode burgers stevig betwist en drastisch naar beneden bijgesteld.

De Telegraaf publiceerde de bevindingen in september onder de kop ‘Nieuw rapport: claim dat Israël Gaza uithongert, klopt net zomin als genocide-beschuldiging’.

U overdrijft, stelt het onderzoek.

‘Hun kritiek pikt heel selectief slechts een paar stukjes uit mijn rapport. Ze negeren de bredere context – hoofdstukken over ontmenselijking, etnische zuivering, de verwoesting van Gaza – want hun doel is duidelijk: aantonen dat er geen genocide is. Binnen die beperkte focus doen ze twee dingen die ik belangrijk vind om te noemen.

‘Ten eerste kiezen ze ervoor de omvangrijke Israëlische bombardementen te negeren. Er is bijvoorbeeld de dataset van Airwars (een Britse non-profitorganisatie die internationale luchtoorlogen volgt en archiveert, red.) met ruim tienduizend incidenten met burgerslachtoffers. Je kunt deze oorlog niet bespreken zonder luchtaanvallen serieus mee te nemen.

‘Ten tweede dichten ze ongezond veel waarde toe aan officiële verklaringen van het Israëlische leger en negeren ze ooggetuigenverslagen van Palestijnen, artsen, ngo’s en zelfs kritische IDF-reservisten. De woordvoerders van de IDF zitten er niet om de waarheid te vertellen, maar om het oorlogsbeleid te legitimeren. Hun strategie is twijfel zaaien, net als tabaks- en fossiele industrieën zo goed kunnen. Door voortdurend te zeggen dat cijfers onbetrouwbaar zijn of dat er meer bewijs nodig is, blokkeren ze effectieve actie. Die strategie accepteer ik niet als serieus debat.’

Mordechais rapport is uitgegroeid tot een breder initiatief, waarbij zo’n honderd Israëlische vrijwilligers – juristen, cartografen, socialemediadeskundigen, academici – zich hebben aangesloten. Ze bouwen op dit moment een doorzoekbaar digitaal archief over de oorlog in Gaza. Er zijn inmiddels duizend documenten gecatalogiseerd, op basis van de database van ruim tienduizend bronnen die Mordechai zelf al in een gigantische Excelsheet had verzameld. Ook bouwt Mordechai met de vrijwilligers aan andere projecten, zoals een interactieve kaart die de vernietiging van specifieke gebouwen in Gaza in beeld brengt.

Mordechai doet het onderzoek op eigen titel, niet als docent van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. Onder meer de Universiteit van Amsterdam en de Erasmus Universiteit hebben de samenwerking met zijn universiteit bevroren zolang die niet aantoonbaar afstand neemt van het Israëlische leger. Een van de argumenten: zolang deze banden bestaan, kan Nederlandse kennis mogelijk militair worden ingezet.

Hoe kijkt u tegen zulke boycots aan?

‘Ik begrijp waarom universiteiten de samenwerking hebben opgeschort. In Israël zijn bijna alle universiteiten staatsinstellingen en dus verbonden aan en gefinancierd door de staat, wat betekent dat de staat wel degelijk invloed op ze uitoefent als instituten. Je zou kunnen zeggen dat universiteiten medeplichtig zijn en daarom moeten worden geboycot, maar er is een lange lijst van anderen die veel medeplichtiger zijn. In zekere zin zijn universiteiten dus een makkelijk doelwit, en leidt de focus op ze af van het aanpakken van andere, machtigere instellingen en individuen.

‘Het afgelopen jaar is het mij met enkele collega’s gelukt om binnen onze faculteit ruimte te creëren voor open antioorlogsactiviteiten op de campus. Dat kon alleen via strategisch handelen en onderhandeling, niet door directe confrontatie. In die zin denk ik: richt je pijlen op het grotere systeem. Stop eerst wat er in Gaza gebeurt, evalueer daarna wie daaraan medeplichtig waren.’

U bent in uw rapport kritisch over de rol van de Verenigde Staten in het Israël-Gaza-conflict.

‘De VS hadden dit al lang kunnen stoppen. Ondanks toenemende Amerikaanse en internationale kritiek op Israëls militaire optreden is de steun grotendeels intact gebleven. De prijs die Israël tot nu toe heeft betaald is minimaal, zelfs diplomatiek. Veel landen hebben hun ongenoegen geuit, maar hoeveel hebben echt de banden met Israël verbroken?’

En toen kwam Trump deze week met een vredesplan.

‘Zowel Trump als Netanyahu is erg bedreven in het creëren van dit soort afleidingsmanoeuvres. Geen van beiden blijkt op basis van hun eerdere uitspraken en daden echt geïnteresseerd in vrede vanuit een humanitair perspectief. Hun doel was vooral om het momentum aan Palestijnse zijde te stoppen. Daarin lijken ze behoorlijk succesvol: verschillende Europese en Arabische regeringen steunden het plan vrijwel direct, wat de druk op Israël verminderde. Sommige politieke dreigingen waarmee Israël werd geconfronteerd – de Gaza-vloot, de boycot van het Eurovisie Songfestival, de Uefa-boycot – lijken aan kracht en mediabelang te hebben ingeboet.

‘Kort na de bekendmaking van het plan sprak Netanyahu de Israëliërs toe in het Hebreeuws en pochte dat hij het tij had weten te keren – van wereldwijde druk op Israël naar wereldwijde druk op Hamas. Hij zei ook dat het Israëlische leger in de Gazastrook zou blijven en dat hij tegen een Palestijnse staat is. Daarmee wuifde hij feitelijk Israëls vage toezeggingen in het plan weg.’

Meerdere wereldleiders hebben onlangs de staat Palestina erkend. Het Internationaal Strafhof vaardigde een arrestatiebevel uit tegen Netanyahu. Een VN-commissie stelde vast dat Israël zich schuldig maakt aan genocide. Zijn dat nog positieve verschuivingen?

‘Wat zijn de uitspraken van het ICC en het ICJ nog waard als staten, ook de Europese, ze niet steunen? In mijn ogen markeert Gaza het einde van de internationale orde zoals we die kenden.

‘Ik ben in de veertig, ik groeide op in de jaren tachtig met het idee dat de wereld min of meer redelijk werd bestuurd en deze instanties burgers zullen beschermen. Maar we kunnen nooit meer terug naar de naïviteit van tien of twintig jaar geleden.

‘Op wereldschaal lijkt Gaza misschien een klein conflict – er sterven veel mensen, maar dat gebeurt ook op andere plekken. Het verschil is dat Gaza zo diep verweven is met het internationale systeem. Zodra je aan Gaza trekt, zie je hoe al die instellingen hun functie niet waarmaken. En ik denk dat het heel moeilijk, zo niet onmogelijk zal zijn om het vertrouwen daarin te herstellen.’

Wat kunnen de gevolgen zijn?

‘Bepaalde normen, zoals de bescherming van burgers of het handhaven van het humanitair recht, raken steeds verder uitgehold. Daarvan zie je nu al voorbeelden. De Amerikaanse luchtmacht bombardeert – met trots – vermeende drugsschepen voor de kust van Venezuela. Dit is precies dezelfde mindset die ik al jaren van Israël ken. Gaza speelt een sleutelrol in het normaliseren van dit gebruik van geweld.

‘In 2002 bombardeerde het Israëlische leger het huis van het militaire hoofd van Hamas in Gaza-Stad. Met hem werden dertien burgers gedood, onder wie zeven kinderen. Dat veroorzaakte toen enorme ophef in Israël. Toenmalig premier Ariel Sharon, nota bene zelf een havik en door velen als oorlogsmisdadiger gezien, heeft later gezegd dat als hij had geweten dat er onschuldige mensen zouden sterven, hij de aanval niet had toegestaan. Er kwamen journalistieke onderzoeken en zelfs een staatscommissie, die negen jaar later haar rapport publiceerde. En nu? Volgens het Israëlische beleid aan het begin van deze oorlog mocht je tussen de honderd en driehonderd burgers doden om één brigadecommandant van Hamas te treffen.

‘Gaza laat zien wat ons in de toekomst te wachten staat. Vandaag zijn het Palestijnen, morgen zijn het anderen. En misschien zijn dat dan mensen die dicht bij jou of mij staan. Het feit dat Palestijnen vandaag onveilig zijn, betekent dat wij allemaal in de toekomst onveiliger zijn. Want ik kan je uit eigen ervaring zeggen – ik heb het grootste deel van mijn leven in Israël gewoond – die morele verschuivingen worden niet zomaar ongedaan gemaakt.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next