Musea Langdurige bruiklenen zijn een uitkomst voor kleinere musea. Er is nu een speciaal fonds voor opgericht. „Als je een topstuk mag lenen, wil je dat ook het podium geven dat het verdient.”
Het Tegeltableau ANNO 1707 uit de collectie van het Rijksmuseum is binnenkort te zien in het Nederlands Tegelmuseum in Otterlo.
In het Nederlands Tegelmuseum in Otterlo is vanaf 24 oktober een tegeltableau te zien van 4,35 meter breed, bijna even breed als De Nachtwacht (4,53 meter). En net als dat schilderij is Tegeltableau ANNO 1707 – het jaar waarin Willem van der Kloet het ontwierp voor stadspaleis Galvao Mexia in Lissabon – eigendom van het Rijksmuseum in Amsterdam. Dat verwierf het tegeltableau in 1955, het hing ook een tijdje op zaal.
Conservator Johan Kamermans van het Nederlands Tegelmuseum, hij werkt al een kwart eeuw bij het museum, heeft het daar ooit gezien, weet hij nog. Hij begreep meteen hoe bijzonder het was: Tegeltableau ANNO 1707 laat zien hoe Nederlandse tegelmakers uit Amsterdam en Rotterdam rond 1700 enorme, kunstige tableaus maakten voor de buitenlandse markt. Maar toen het Rijksmuseum na een tienjarige verbouwing in 2013 weer openging, was Tegeltableau ANNO 1707 verdwenen: opgeslagen in depot. „En dan denk je: als wíj nog eens verbouwen, en er komt ruimte voor vrij, wat zou het dan geweldig zijn als we zo’n topstuk hadden.”
Tegeltableau ANNO 1707 is nu een langdurig bruikleen van het Rijksmuseum aan het Nederlands Tegelmuseum, waar ze het de titel Een deftig gezelschap hebben gegeven. Aanleiding was niet een verbouwing, daar heeft het museum geen geld voor, net zomin als voor aankopen, maar een nieuw fonds voor langdurige bruiklenen. Dat ‘Fonds Fusien’ is een initiatief van de Vereniging Rembrandt (en genoemd naar de vorige directeur, Fusien Bijl de Vroe), die al bijna 150 jaar musea steunt die kunst willen aankopen: de vereniging betaalt een deel van de koopsom. Maar kleinere musea – en de meeste musea zijn kleinere musea – ontbreekt het vaak aan geld voor zulke aankopen. Dus waar ze echt niet zonder kunnen, zijn bruiklenen: tijdelijke voor tentoonstellingen, langdurige als ze hun collectie willen uitbreiden maar dat niet kunnen betalen.
Hoe gaat dat systeem van bruiklenen dan in zijn werk?
Twee bediendes bij een huis. Onderdeel van het tegeltableau ANNO 1707.
Het Nederlands Tegelmuseum begon in 1961 in de bungalow van architect Gerrit Feenstra (1890-1985), die bij leven wandtegels en tegeltableaus verzamelde. In die bungalow aan de Eikenzoom in Otterlo zit het museum nog steeds. De collectie omvat intussen zo’n 13.000 objecten, die verdeeld over de verschillende zalen – de vroegere kamers van de bungalow – „de ontwikkeling van de tegel vanaf de zestiende eeuw tot nu toe tonen”, aldus de website.
Aantal bezoekers per jaar: negen- à tienduizend. Aantal voltijdbanen: anderhalf. Daarnaast werken er een stuk of 25 vrijwilligers. En zoals bij veel kleine musea, lees je in het Beleidsplan 2021-2025, „is het ieder jaar weer spannend wat er financieel onder de streep over blijft”. En, lees je ook: „Het bijna zestig jaar oude museum moet zich vernieuwen om het voortbestaan te borgen.”
Dus toen Johan Kamermans in de nieuwsbrief van de Vereniging Rembrandt las over het nieuwe Fonds Fusien, hij er met een paar mensen over had gepraat, en ook nog contact had gezocht met het Rijksmuseum („zouden jullie erachter staan, als wij dit zouden aanvragen?”), trok het museum de stoute schoenen aan. „Er was geen renovatie op komst, dus eerst vonden we: we zijn nog niet zover. Maar toen dachten we: je kunt wel eindeloos wachten, maar je kunt ook zeggen: dit staat al zo lang op ons verlanglijstje.”
Fonds Fusien keerde het museum 10.000 euro uit. Van dat geld wordt het transport betaald („er moeten kisten worden gemaakt waar de panelen in gaan”) en een speciaal frame om het tableau in op te hangen. Ook komt er een kleine opknapbeurt van de zaal: teksten, muren, indeling. Het bruikleen zelf wordt kosteloos ter beschikking gesteld, dat is al langer een afspraak tussen musea.
In het kantoor van de Vereniging Rembrandt aan de Denneweg in Den Haag heeft directeur Geert-Jan Janse een afbeelding van Tegeltableau ANNO 1707 voor zich op tafel liggen. „Mooi hè? En straks weer te zien.”
Het is de eerste keer dat de vereniging bijdraagt aan een langdurig bruikleen, in plaats van aan een aankoop. Waarom?
„Een paar jaar geleden realiseerden we ons: de collectie kunst van dit land is al zo groot en divers, dat uitbreiding niet altijd een aankoop hoeft te zijn. Het kan ook een object zijn dat in de ene collectie zelden het depot uitkomt, het leidt daar als het ware een slapend bestaan, terwijl het ergens anders een wezenlijke toevoeging zou zijn. Dat is dan geen uitbreiding van de landelijke collectie, maar wel van de zichtbaarheid van die collectie.”
Een paar jaar geleden waren musea vaak en lang dicht vanwege corona. Was dat de aanleiding?
„Dat speelde een rol, ja. Sindsdien zie je een minder snelle opeenvolging van tentoonstellingen en blockbusters – en meer focus op de eigen collectie. En dan zijn er soms onderwerpen waar een museum geen aandacht aan kan besteden, omdat in de collectie de objecten ontbreken die het verhaal kunnen vertellen.”
Tenslotte was er nog de kwestie van het gebrek aan geld bij musea. Bovenop de magere coronajaren kwamen de inflatie, de hogere energieprijzen, hogere materiaalkosten, de gestegen salarissen, soms minder subsidie. „De kosten stegen, terwijl de budgetten onder druk kwamen te staan. Wat dan als eerste sneuvelt, zijn de aankopen.”
Gezelschap van drie vrouwen en een man aan tafel op een terras. Onderdeel van het tegeltableau ANNO 1707.
In Museum Gouda kon je tussen 2018 en 2024 vier keer een tentoonstelling bezoeken van een stuk of 40, 45 bruiklenen uit (het depot van) het Rijksmuseum in Amsterdam. Het waren reizende tentoonstellingen, met steeds een van de vier elementen (aarde, water, lucht, vuur) als thema. Schatten uit het Rijks, zoals de reeks tentoonstellingen werd genoemd, deed ook de stadsmusea aan van Zutphen, Hoorn, Bergen op Zoom, Harlingen en Venlo.
Voor de zes musea gold dat ze dankzij de tentoonstellingen regelmatig meer bezoekers hadden dan ooit. Vanaf volgend jaar komt er een nieuwe reeks, drie reizende tentoonstellingen onder de noemer Geloof, Hoop en Liefde. De nieuwe reeks trapt af in Museum Gouda, waar de tentoonstelling over geloof te zien zal zijn van februari tot augustus 2026.
Museum Gouda is een middelgroot stadsmuseum, met objecten die het verhaal van de stad vertellen, maar ook altijd met een wisselende kunsttentoonstelling. Er werken achttien mensen (veertien voltijdbanen), het gemiddeld aantal bezoekers per jaar is 40.000 (met vorig jaar een uitschieter van 65.000). Ook werken er zo’n tachtig vrijwilligers.
En middelgroot museum of niet, ook hier geldt: er is niet veel geld om vrij te besteden. Directeur Femke Haijtema: „De subsidie is op als ik huur, energie en personeel heb betaald. Voor tentoonstellingen en eventuele aankopen moeten we een beroep doen op fondsen.”
Dat de reizende tentoonstellingen volgend jaar terugkomen, is te danken aan zulk geld van buiten: 1,5 miljoen euro van de VriendenLoterij en een bijdrage van het Mondriaan Fonds. Het is bedoeld voor onder meer transport, inrichting en marketing. De vier elementen trokken tussen 2018 en 2024 ruim 300.000 bezoekers. Voor Geloof, Hoop en Liefde rekenen de zes musea op ten minste evenveel publiek.
Wat verklaart het succes van die reizende tentoonstellingen? „De namen van bekende kunstenaars: Gerrit Dou, Jan Steen, Jozef Israëls. Als kleiner museum kun je werken laten zien die hier anders misschien niet zouden komen, van kunstenaars die vaak niet in je eigen collectie zitten. Maar ook ‘Rijksmuseum’ resoneert, merken we – dat is een enorm kwaliteitskeurmerk.”
En Fonds Fusien? Gaat het museum daar nog een beroep op doen?
„Dat is wel het plan. En ik heb ook al wat op het oog. Maar nu nog niet, die aanvraag doen we pas als we een nieuwe, vaste presentatie maken. Als je een topstuk mag lenen, wil je dat ook het podium geven dat het verdient.”
Bediende bij een trap met aan weerskanten twee tuinvazen. Onderdeel van het tegeltableau ANNO 1707.
Directeur Taco Dibbits van het Rijksmuseum in Amsterdam heeft het nog even op een rij laten zetten. „Vorig jaar hadden we tijdelijke bruiklenen in 58 musea in Nederland. En langdurige bruiklenen zijn er op 257 plekken.” Het Rijksmuseum (bijna zevenhonderd voltijdbanen verdeeld over ruim achthonderd medewerkers en 2,5 miljoen bezoekers in 2024) heeft een collectie van ongeveer een miljoen objecten. Bruiklenen worden altijd gratis ter beschikking gesteld, bijkomende kosten zijn voor het lenende museum. Ook andere grote musea (Boijmans Van Beuningen, Kunstmuseum Den Haag) lenen veel uit. Waarom wordt er zoveel uitgeleend?
Taco Dibbits: „Wij beheren een collectie die niet alleen ván het land, maar ook vóór het land is. Dus is het onze taak om die collectie op zo veel mogelijk plekken te laten zien.” Tegelijk: „Er komt veel bij kijken: de conservator die checks doet, de administratieve afhandeling, de logistiek van het transport. Het is altijd een hele organisatie.”
Het museum heeft onlangs een nieuwe functie gecreëerd: één persoon als aanspreekpunt voor bruiklenen aan kleinere musea. „Wij zijn met zoveel medewerkers erg groot, daar moet je dan steeds je weg in vinden als je bij ons aanklopt. En het voordeel van één persoon is ook: die heeft overzicht, zodat niet de ene provincie veel meer of juist minder leent dan de andere.”
In 2018 wisselden Taco Dibbits en directeur Hugo ter Avest van Het Hannemahuis in Harlingen, een van de deelnemers aan Schatten uit het Rijks, een dag van plek. Het Hannemahuis had in 2018 2,9 voltijdbanen en 11.000 bezoekers. Taco Dibbits kan zich de dag nog goed herinneren. „Je merkt dat zo’n klein museum een band heeft met zijn publiek. Het vertelt de geschiedenis van de omgeving, staat dicht bij de mensen. Zulke musea hebben een sociale functie.” En ook dat is een reden voor bruiklenen, vindt hij. „Er zijn steeds minder plekken waar mensen samenkomen. En musea zijn zulke plekken, die je moet koesteren.”
Het Nederlands Tegelmuseum in Otterlo is open van di t/m zo van 13 tot 17 uur. Tegeltableau ANNO 1707 (Een deftig gezelschap) is er te zien vanaf 24 oktober. nederlandstegelmuseum.nl
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC