Home

Cultuurpaus Michaël Zeeman was briljant én onmogelijk als collega. Zijn biograaf ziet vooral zijn vriend

Michaël Zeeman (1958-2009), jarenlang de voornaamste literaire criticus van de Volkskrant, was briljant, geestig, en in gedrag soms ‘klein als een mannetjesdwerg’. Aldus Willem Otterspeer, die in zijn biografie een poging doet zijn grote vriend beter te begrijpen. Is dat gelukt?

is schrijver en chef van Zondag, het essay- en boekenkatern van de Volkskrant.

Ga er maar voor zitten, want hier volgt een heel magere anekdote over Michaël Zeeman:

Ik was begin 20, was net actief in de literatuurkritiek, en had een Rome-vakantie voor de boeg. ‘Je moet Zeeman opzoeken!’, zei een collega.

Michael Zeeman, 1958-2009: dichter, VPRO-presentator en bovenal de gezaghebbendste cultuurcriticus van deze krant.

Ik mailde hem. Zeeman zei: ‘Kom langs.’ Eenmaal in Rome matchten onze agenda’s niet.

Einde anekdote.

Het punt is: ik was opgelucht. Er hing iets om Zeeman heen. Hij had de reputatie scherp te zijn, je deed het niet snel goed. Hij had vetes, hij had rivalen, hij was een boekendief, hij zou bij de Volkskrant zijn ontslagen omdat hij op computers van collega’s had ingebroken.

Iedereen had een mening. Hij was twee meter lang. Hij leek me een beetje eng.

Uiteindelijk heb ik hem nooit ontmoet. Zeeman stierf jong, in 2009. In 2010 schreef universiteitshistoricus en W.F. Hermans-biograaf Willem Otterspeer over Zeemans overlijden in een bundel over vriendschap: Omdat hij het was, omdat ik het was. Ik heb het boekje vooral bewaard omdat ik Otterspeers essay zo mooi vond.

‘Die ziekte overviel hem als een spook in een droom’, schreef Otterspeer. Zeeman was net bij Amos Oz in Israël geweest, maar kwam hondsmoe thuis, ‘alsof een zak over zijn hoofd getrokken was’. Na de hoop op een hersenvliesontsteking bleek het de wanhoop van een tumor.

Dit was wat Otterspeers verhaal zo pijnlijk maakte: Otterspeer probeerde tot hem te komen, zijn vriend op te zoeken, te troosten, afscheid te nemen. Maar Zeeman weigerde aanvankelijk elk bezoek. ‘Hij sloot zich af in een zwart mengsel van paniek en woede.’

En wat nog meer beklijfde: dat Otterspeer zich continu afvroeg hoe goed hij zijn beste vriend eigenlijk kende. Zeeman mythologiseerde in al zijn verhalen, de realiteit was van ondergeschikt belang.

Nu dan onderneemt Otterspeer een poging tot een beter kennen: In alles ben ik groot – Leven en lezen van Michaël Zeeman. ‘Dit boek is geen poging om zijn donkere kanten te verdoezelen’, schrijft Otterspeer. ‘Dit boek is vooral een poging hem te begrijpen.’

Otterspeer zegt ook hóé hij hem wil begrijpen: ‘Michaël Zeeman was vooral een romanfiguur. (...) Een hoogstapelaar. Een schelm.’

Hollands drama

Om met de jeugd te beginnen; dat was inderdaad die van een romanfiguur, in een buitengewoon Hollands drama.

Zijn vader was dominee, uit Marken. Daar begint het al. De verhouding tussen vader en zoon, schrijft Otterspeer, had vooral de vorm van ‘dominee en ouderling’. De twee hadden theologische discussies die vaak eindigden in een woedende vader en een huilende zoon.

Slaan heette ‘tuchtigen’. Of zoals het in Spreuken staat: ‘Tuchtig uw zoon als er nog hoop is.’ En vader had hoop. Zozeer dat decennia later Michaëls broer Gabriël vertelde dat hij hun vader op diens doodsbed (uitgeteerd, baard afgeschoren) alleen had herkend aan zijn handen.

Het gezin verhuisde naar Lioessens in Friesland, waar de moeder vrijwel alle sociale omgang met het dorp onmogelijk maakte. Otterspeer: ‘Ze kon zorgzaam zijn, maar van het soort dat lijkt op een dwangbuis.’ De kinderen mochten nagenoeg niks, behalve hun mond houden en stilzitten. Geen moeder om een moederskindje bij te zijn, maar dat was Michaël toch.

Later verstopte Zeeman zich achter een haag van haat wanneer hij over haar sprak: ‘Ze is boosaardig, vals tot in het merg. Mijn relaties met vrouwen zullen hier ongetwijfeld uit verklaard kunnen worden.’

Toen Zeeman vertrok, deden zijn ouders zijn slaapkamerdeur op slot en mocht niemand nog in de kamer komen.

Hij belandde in Leeuwarden – hij kreeg er zijn eerste serieuze relatie, met de gescheiden M., kreeg zijn eerste gezaghebbende baan, en zijn eerste schandaal.

Geboren schriftgeleerde

In Leeuwarden dook hij het culturele leven in, schreef over toneel voor de Leeuwarder Courant, en kreeg aanzien als medewerker van boekhandel De Tille. Hij liep over van energie, las alles dat los- en vastzat, onthield gedichten moeiteloos. Dat is dan het voordeel van een dominee als vader; Zeeman was een geboren schriftgeleerde.

Maar Leeuwarden moet ook de stad zijn geweest waarin hij zichzelf voor het eerst tegenkwam. Als hij zich in De Tille heer en meester voelde, dan leidde dat gevoel er ook toe dat andere collega’s zich door hem gekoeioneerd voelden.

Dat laatste zorgde ervoor dat er over hem gesproken werd. Hoe kon hij, die jonge Zeeman, thuis al zo’n gigantische bibliotheek hebben opgebouwd? Klopte dat wel?

Dit is een van de hardnekkigste reputaties van Zeeman: die van boekendief. Want in oktober 1989 werd hij door de politie uit zijn huis gehaald. Binnen de kortste keren had de halve stad het erover: Zeeman zou voor duizenden guldens boeken achterover hebben gedrukt.

Het hoofdstuk over de arrestatie is niet alleen veel – het is te veel. Otterspeer beschrijft het gevangenisregime met een intensiteit (‘Als je erom vroeg, kreeg je water, één keer per dag werd hij voorzien van een piepschuimen bakje met voer.’) alsof Zeeman tien jaar vastzat op Duivelseiland. Terwijl, met alle respect, hij de zoete wind der vrijheid weer om de neus voelde blazen voordat hij zich serieus had hoeven scheren.

De anekdotes van Zeeman neemt hij zonder meer over: in de cel zou Zeeman zijn nek expres hebben opengehaald aan de brits, want dan kon hij door de pijn wakker blijven. ‘Overlevingsriten’, noemde hij het zelf. In die doorwaakte nacht zou hij alle gedichten die hij uit zijn hoofd kende opzeggen. ‘Ik was zo geconcentreerd die nacht, dat ik het gevoel had mijn hele bibliotheek als het ware in één nacht te kunnen lezen.’

Dit is zoiets dat je van je beste vriend misschien gelooft. Maar als het niet je beste vriend is, zou je zeggen: houd toch op. De dichter-criticus die in de cel poëzie opzegt: dat klinkt als borrelpraat. Ik geloof het niet.

Verder ontkracht Otterspeer de diefstal overtuigend. De Tille betaalde overuren van medewerkers uit in boeken, alleen niemand controleerde overuren of de uitbetaling. De zaak werd geseponeerd.

Van de bovenste plank

Dan de Volkskrant, die courantpapieren majesteit:

Begin jaren negentig legde Zeeman de hoofdredactie een plan voor om de cultuurredactie naar een hoger plan te tillen. Hij kreeg groen licht en toen brak de tijd aan dat een halve generatie met de kritieken van Zeeman moet zijn groot geworden. Zeeman greep van de bovenste plank. Hij was voornaam pleitbezorger van namen als Sándor Márai, Jaan Kross, Ismail Kadare, W.G. Sebald, Amos Oz, V.S. Naipaul, Orhan Pamuk, Salman Rushdie, Imre Kertész – en natuurlijk Philip Roth.

Hij essayeerde eens: ‘In de literatuur geeft, zodra zij belangrijke kwesties aan de orde stelt, de stijl de doorslag, niet de netto-uitkomst van het engagement.’

Stijl, natuurlijk. Maar als je de lijst van zijn favoriete schrijvers ziet, zie je dat het Zeer Serieuze Schrijvers zijn. Het zijn schrijvers die maatschappijen, culturen, ideeën, hele werelddelen proberen te vatten in hun romans. Dit is de grote inzet die Zeeman in schrijven en dus in lezen zocht. Schrijven en lezen als manier om je tot de grootst mogelijk wereld te verhouden.

Dit waren tropenjaren van congressen, debatten, dagvoorzitterschappen, radio- en tv-optredens culminerend in VPRO’s (inmiddels) cultklassieker Zeeman met Boeken. Hij publiceerde zijn eerste gedichtenbundels en de verhalenbundel De verduistering (1995), waarmee hij direct in de problemen kwam. Alle Volkskrant-medewerkers herkenden in een verhaal zijn collega Peter van Bueren als ‘die filmjournalist met dat waterige varkenshoofd’.

Ambitieus, klinken de culturele katernen van de Volkskrant van die tijd. Hoogdravend. Bevlogen. Literatuur op het scherp van de snede. Maar vooral, zoals Otterspeer het beschrijft – en overigens, zoals het hier om me heen door enkele collega’s wordt herinnerd – redelijk vreselijk. Getreiter, geruzie, geroddel, woedende dronken mails, huilpartijen op de redactie.

Zeeman redigeerde criticus Arjan Peters en neuriede hardop ‘Och, Heer, voor Peters, geef ons iets beters.’ Over Joost Zwagerman neuriede hij, op de wijs van ‘Liever Kips leverworst dan gewone leverworst’, ‘Liever Kutzwagerman dan gewone Zwagerman’.

De vete tussen Zee- en Zwagerman is een studie op zich, maar is op een fundamenteel niveau moeilijk als iets anders te zien dan apenrotsisme. Wijselijk schrijft Otterspeer dat wie de dolkstoten over en weer beschouwt, de indruk krijgt ‘dat het hier om een gesloten economie van vraag en aanbod gaat’. Oftewel: de een had de ruzie met de ander nodig om zich groot te voelen.

En ondertussen: vrouwen, minnaressen, porno, contactadvertenties, sekswerkers. Zo veel dat je geneigd bent te denken dat hij zich niet echt voor vrouwen interesseerde. In een mooi, zwierig hoofdstuk laat Otterspeer een oud-minnares leeglopen over hun af-en-aan contact, hun slepende verliefdheid, om vervolgens te constateren dat zo’n liefde als individueel geval heel iets lijkt. Maar in de lange rij van affaires zie je alleen een patroon. ‘Hier wordt niets herinnerd’, schrijft Otterspeer, ‘hier wordt – lees Freud – herhaald.’

Die vetes kostten hem uiteindelijk de kop. Zeeman citeerde uit mails van collega’s om te bewijzen dat ze hem zwartmaakten. Maar hoe kwam hij aan die mails? Want collega’s merkten dat iemand geprobeerd had in hun afwezigheid op hun computers in te loggen.

Alles wees naar de boomlange Zeeman, want – ‘nu bereikten de speculaties de fijnmazigheid van Sherlock Holmes’ – de stoel van toenmalig chef Aleid Truijens was opgeschroefd tot een gebruikershoogte die wees op een lang persoon.

De hoofdredactie verklaarde hem onhoudbaar, zeiden zijn contract op en spraken af dat hij correspondent werd. Hij ging naar Rome, kreeg een nieuwe relatie, werd ziek en stierf.

Scherpe onliners

Als je geïnteresseerd bent in literaire kritiek, of in krantengeschiedenis, of in Nederlandse letterkunde aan het einde van de 20ste eeuw, dan is In alles ben ik groot niet te missen. Otterspeer schrijft bij vlagen geweldig, vol scherpe oneliners, mooie metaforen, met oog voor treffende anekdotes en overtuigende psychologische interpretaties.

Toch blijft het een biografie door een vriend. Otterspeer past keer op keer Zeeman in de mal van ‘de schelm’. In de literatuurgeschiedenis is een schelm een kwajongen, een gedaanteverwisselaar, een gewiekste bluffer. Diefstal door een schelm ‘is geen diefstal, maar de realisering van een droom’. Een schelm vergeef je zijn zonden, want hij heeft een klein hartje.

Maar: ik krijg het idee – maar dit is dan mijn psychologische interpretatie – dat Otterspeer die mal van de schelm nodig heeft om zich te verzoenen met zijn vriend. Otterspeer zoekt een manier om Zeeman zijn zonden vergeven, want Zeeman was zijn gulle, geestige, krankzinnig belezen, meeslepende boezemvriend.

Het mag duidelijk zijn dat hij maar voor een kleine kring zo’n vriend was. Deze lezer leest iets anders. Zeeman brak met vrienden, bedroog zijn geliefdes. Hij was hoffelijk tegen de hoofdredactie, honds tegen collega’s onder hem. Als vrouwen weigerden hem te bewonderen, moesten ze ‘totaal afgebroken worden’. Otterspeer: ‘Hij kon daarin klein zijn als de kleinste mannetjesdwerg.’

In feite doet Otterspeer iets uitzonderlijks. Hij verdedigt Zeeman tegen verwijten dat hij een criticus was die van zijn macht genoot om schrijvers te maken en breken. Maar tegelijk citeert Otterspeer zo veel mensen die hem een geheime agenda verweten, dat die wisdom of the crowd meer resoneert dan Otterspeers verweer.

En toch, als je het boek leest, denk je vooral: wat een energie. Wat een literaire ondernemingsdrift. Wat een aanjager van het intellectuele klimaat. Ik weet niet of ik graag met hem had gewerkt, maar ik was Zeeman heel graag blijven lezen.

Willem Otterspeer: In alles ben ik groot – Leven en lezen van Michael Zeeman. Prometheus; 352 pagina’s; € 37,50.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next