Home

Succes is een keuze, dicteert de prestatiemaatschappij. Hoe zien ze dat op de Zuidas?

Hypernerveuze samenleving Prestatiedruk, burn-outs – volgens de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving lijdt iedereen eronder. Studenten, werknemers, zzp’ers. Hoe denken ze erover op de Amsterdamse Zuidas, epicentrum van stressvol Nederland?

Drukte op de Zuidas rondom station Amsterdam Zuid. Foto Bram Petraeus

Marieke Wiersma herkent het onderwerp onmiddellijk: de hypernerveuze samenleving. Ze luncht, beneden, in het World Trade Center in Amsterdam. Op tafel liggen twee telefoons: één voor privé en één voor het werk. Vooropgesteld, zegt ze: zij is 46 jaar en laat zich niet meer gek maken. Ze kan haar werk – „sales-talenten” koppelen aan een werkgever – ’s avonds goed loslaten. En als de privételefoon tijdens het werk gaat, dan is dat haar man of zijn het de kinderen – en dan neemt ze ál-tijd op. Maar ze ziet jongeren op hun tenen lopen, „fast paced” willen werken en leven. Jongeren die hun grenzen overschrijden. En klanten en werkgevers die er gebruik van maken.

Dinsdagmiddag op de Zuidas. Misschien wel het epicentrum van de ‘hypernerveuze samenleving’ zoals de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving Nederland die maandag beschreef. Het Amsterdamse kantorenpark telt honderden bedrijven; van advocatenkantoren, accountants, communicatie- en adviesbureaus, banken en beleggingsadviseurs, ontwikkelaars en investeerders tot heel veel horeca om alle professionals overdag te bedienen. Iedereen is slank, netjes gekleed, loopt stevig door en heeft twee telefoons. Een voor het werk en één voor privé.

De hele samenleving lijdt inmiddels onder prestatiedruk, waarschuwt de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. Met cijfers illustreert de Raad dit: in 2005 zei 20 procent van de jonge vrouwen dat ze (nogal) veel druk ervaren, in 2021 was dat 52 procent. Bij jonge mannen steeg dat van 18 naar 38 procent. Ziekteverzuim door burn-out steeg tussen 2014 en 2024 volgens gezondheidsinstituut RIVM van 5,7 procent naar 8,6 procent. Vrouwen hebben er iets vaker last van dan mannen.

Het kan altijd beter

In de prestatiesamenleving, schrijft de Raad, kan het altijd beter. Deze notie hangt samen met het ‘meritocratisch ideaal’, waarbij niet je geboorte, maar je inspanningen je positie in de samenleving bepalen. ‘Succes’ is, kortom, daarin een keuze. „Op alle terreinen moet geëxcelleerd worden. Dan voelt het niet voldoen aan de hoge eisen, in een samenleving waar je als individu je eigen succes bepaalt, al snel als individueel falen.”

Dat idee dringt door tot de vroegste jeugd: ouders prijzen kinderen die ‘snel’ leren lopen, praten, lezen. „Prestaties op het gebied van school, werk en sociale relaties worden gevangen in meetbare uitkomsten. Zo zijn betere cijfers op school, in meer vakken eindexamen doen en veel likes en vrienden op sociale media meetbaar en wordt dit gezien als een eigen verdienste”, aldus de Raad. Net als zo snel mogelijk, zo veel mogelijk geld verdienen.

Een jonge bankier, wiens naam bij de redactie bekend is, zit in zijn pauze ook te lunchen op de Zuidas, met zijn moeder. Hij heeft niet zo’n last van druk of stress, lacht hij vriendelijk. Maar ja, hij loopt dan ook zes dagen per week hard. Hij is 28 jaar en beheert bij een bank beleggingen van klanten. Ook bij hem liggen twee telefoons op tafel. Waarom twee? „Zodat ik rust heb in het weekend. En niet door klanten wordt gebeld die zich zorgen maken over hun beleggingen.”

Een economie gericht op zorg in plaats van groei en individueel gewin? Het kan, zegt deze econoom

Jonge werknemers moeten kunnen omgaan met veel eisen en prikkels, onderschrijft zijn moeder. Meer dan vroeger. „Maar ze hebben ook meer mogelijkheden dan vroeger. Mijn zoon heeft net een aantal dagen remote gewerkt in Spanje.” Leren omgaan met al die prikkels, eisen, verleidingen – daar draait het om, zegt zijn moeder. En dát is volgens haar een kwestie van opvoeding. „Toen wij op vakantie gingen, zaten de kinderen altijd te kleuren, kaartspelletjes te doen en te lezen. Ja toch? Nu zie ik kinderen allemaal wezenloos naar een schermpje turen.” Weerstand bieden aan prikkels lukt haar zoon goed, vindt zijn moeder. „Hij neemt ook heel vaak zijn privételefoon niet op.”

Dagelijkse discussie

Werkende ouders worstelen thuis ook met de hoge eisen die de omgeving stelt. „Ik heb dagelijks discussies met mijn oudste dochter die een fatbike wil”, vertelt consultant Marieke Wiersma. „Iederéén heeft er een, zegt ze dan. Maar school is zes minuten fietsen op een gewone fiets, dus ik vind het echt onzin.”

En dan de druk van smartphones en sociale media. Wiersma’s jongste, van tien, wil graag een smartphone. „Elke dag dat ik dát kan uitstellen, is winst”, vindt Wiersma. Ze is heel kritisch over de invloed van schermen op kinderen. „Voor de huidige tieners is het al te laat, maar voor volgende generaties moet dat echt aan banden worden gelegd. Het is inmiddels onvoorstelbaar dat je als 14-jarige níét op Snapchat zit.” Ze herhaalt: „Echt no-go dat je er níét op zit. Dat is toch ongelofelijk? De kinderen communiceren allemaal zo met elkaar. Ook via elektronische spelletjes. Ik strijd elke dag tegen de verleidingen daarvan en de verslaving. Ik wil dat ze, als het eten op tafel staat, meteen een elektronisch spelletje of telefoon kunnen wegleggen.”

De druk die kinderen voelen om ‘erbij te horen’ is groot, constateert Wiersma. Ze probeert haar kinderen te leren dat het niet hoeft. „Je bent wie je bent en dat is genoeg.”

Onderwijl functioneert ze zelf in een pittige prestatieomgeving. Ze krijgt een vast salaris, maar ook bonussen als ze haar KPI’s (key performance indicators) haalt. „Die bonussen maken wel het verschil. Maar weet je, je doet wat je kunt. En in het ergste geval haal je de bonussen niet. Geld is ook maar geld.”

De burn-out van de één is werk voor de ander. „Ik kom werken dóórdat anderen tijdelijk zijn uitgevallen”, zegt Manita Bijl (35). Ze zit buiten in het zonnetje. Ze is assistent van executives, ceo’s en cfo’s. Altijd tijdelijk – vijf maanden hier, twee maanden daar. Nu werkt ze bij een investeerder en ontwikkelaar in logistiek vastgoed. „Ik krijg wel energie van een prestatiegerichte omgeving”, vertelt ze. „Als er een deal moet worden gesloten, bijvoorbeeld. Soms ga je mee met de waan van de dag en voordat je het weet, is het half zes.” Maar ’s avonds rust ze uit: ze kookt, gaat sporten of wandelen.

Ze heeft zichzelf de afgelopen tien jaar leren kennen, zegt Bijl. „Sommige opdrachtgevers verwachten dat je in het weekend en ’s avonds nog mails beantwoordt. Maar dat doe ik niet zomaar. Ik kan inmiddels zelf wel beoordelen of iets urgent is.”

Recht op onbereikbaarheid

Bij software-ontwikkelaar Afas (zeshonderd mensen in Leusden) doen ze er alles aan om de werkdruk te beperken – en met succes, vertelt algemeen directeur Bas van der Veldt. Zijn initiatief om sinds januari alle werknemers een vierdaagse werkweek te geven – vier keer acht uur – en toch voor vijf dagen te betalen, kreeg veel publiciteit. „Het werkt! We draaien sindsdien 11 procent meer omzet, met mínder arbeidsuren. We hebben veel onzin geschrapt en de creativiteit is verhoogd”, zegt hij. Belangrijker misschien nog wel: Afas heeft maar 2 procent ziekteverzuim, terwijl het landelijk gemiddelde steevast rond de 5 procent schommelt. „Gelukkige medewerkers zijn een concurrentievoordeel. We krijgen en houden de beste mensen.” Afas werkt ook al zo in België en gaat dat doen op Curaçao en Aruba.

Zijn werknemers hoeven van vrijdag tot en met zondag niet bereikbaar te zijn. Sterker, als ze elkaar op vrijdag e-mails sturen, komen die pas maandagochtend aan. Van der Veldt: „Ik kan een e-mail doorduwen als het echt moet, maar de norm is: drie dagen niet met werk bezig zijn.”

Alleen het support-center dat klanten met software-problemen helpt, is bereikbaar op vrijdag. „Maar die mensen rouleren en hebben dan weer woensdag vrij. Ook hun werkweek is maar vier dagen.”

Voor studenten komt de druk van alle kanten – en drank en drugs ook

Volgens Van der Veldt vergroot het bedrijfsmodel bij Zuidaskantoren de druk op personeel enorm: „Ze werken vaak ‘uurtje-factuurtje’, dus elk uur dat je bereikbaar bent, is geld. Bij ons is het andersom: je betaalt één bedrag voor onze software en wij proberen dan in zo min mogelijk uren alles te regelen en je te ondersteunen.”

Van de prikkels om voortdurend online aanwezig te zijn, heeft ondernemer Jordy van Bennekom een bedrijfsmodel gemaakt. Dat begon drie jaar geleden met ‘offline weekenden’ in Drenthe waarbij twaalf mensen in een huisje zitten en 48 uur lang hun telefoon en iPad niet aanraken. „Ze krijgen te eten, doen spelletjes, kunnen creatief zijn, wandelen, praten. Alles wat je doet als je niet online bent. Veel jonge mensen zijn eenzaam, juist doordat ze veel online zijn maar in het echt niet met mensen verbinden. Dat heb je wel nodig.”

Inmiddels organiseert hij zeven offline events per maand, van drie uur. Daar komen twintigers en dertigers voor een ‘digitale detox’. „Het eerste uur is er altijd stilte, waarin je kunt lezen, mediteren, breien – wat je wilt. Daarna gaan we kletsen en spelletjes spelen. We laten zien wat er allemaal mogelijk is als je je telefoon weglegt.”

Uit een eerdere versie van dit stuk is om privacyredenen een naam verwijderd.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Kantelpunten

De beste ideeën over de planetaire verschuivingen in AI, ecologie en geopolitiek

Uitgelichte artikelen

Source: NRC

Previous

Next