Home

Eén sprong, één foto, een levenslang gevecht: het verhaal achter de iconische foto van Michael Jordan door een Nederlandse fotograaf

Hij is inmiddels 89 jaar oud, Co Rentmeester, maar nog altijd windt hij zich op over ‘de fraude’ van Nike: zijn iconische foto van Michael Jordan werd volgens hem door Nike gekopieerd. Het markeerde het startschot van een levenslang gevecht.

is verslaggever van Volkskrant Magazine.

Co Rentmeester lag in het gras met zijn Hasselblad-camera in de hand. Het te schieten beeld was zo goed als compleet: een heuvel, wat bomen, een basket, een enorme lucht. Het wachten was op de hoofdrolspeler, Michael Jordan, de basketbal-superster in wording die in dat frame als een balletdanser omhoog diende te springen.

Er kon eigenlijk weinig misgaan voor de foto, die misschien wel de mooiste, maar vooral meest bewogen foto uit zijn loopbaan zou worden – door Time Magazine uitgeroepen tot een van de honderd invloedrijkste foto’s aller tijden.

Dit iconische beeld zette hem voor altijd recht tegenover Nike. Rentmeester vindt dat het Amerikaanse sportmerk zijn foto, waarop tevens het beroemde Jumpman-logo is gebaseerd, heeft gekopieerd. Al is hij nu 89 jaar oud, en communiceren we via een videoverbinding om de geschiedenis rond de Jordan-foto te reconstrueren, nog steeds windt hij zich op over ‘de fraude’ van Nike.

‘Elke keer als ik dat logo zie, voel ik een dolk in mijn hart’, zegt Rentmeester vanuit zijn huis in Westhampton Beach, Long Island. ‘Op shirts, op schoenen, op petjes. Het blijft misbruik van mijn creativiteit.’

Co Rentmeester had in februari 1984 de regie strak in handen op het sportcomplex van de Universiteit van North Carolina in Chapel Hill. Alles moest gebeuren volgens een door hem uitgewerkt gameplan. Geen Jordan dribbelend in een sportzaal, maar afgebeeld als een mythische gedaante, dansend in de buitenlucht. Allesbehalve doorsnee, geheel in lijn met Rentmeesters adagium: ‘Ik neem geen foto’s, ik maak foto’s.’

Wachtend op Jordan keek Rentmeester vervuld van poëtische verwondering naar de voorbijtrekkende wolken. Hij dacht aan alle verhalen die achter die wolken verscholen lagen. Zoals zijn eigen verhaal, dat van de Amsterdamse jongen die als roeier net geen medaille pakte op de Olympische Spelen van Rome in 1960, en een jaar later naar Amerika emigreerde om iets in de houthandel te betekenen.

Het liep anders, hij werd een wereldberoemde fotograaf die twee keer de World Press Photo won.

Of het verhaal van Michael Jordan, die in de zomer van 1984 ging debuteren in het nationale basketbalteam van Amerika op de Olympische Spelen van Los Angeles. Een 21-jarige speler van bijna 2 meter, geroemd om zijn atletisch vermogen en vooral: zijn uitzonderlijke sprongtechniek.

Michael Jordan was een van de twaalf olympische sporters die hij diende te portretteren voor de pre-olympische special van het magazine Life in 1984. Hij moest 22 pagina’s vullen met potentiële medaillewinnaars, een omvangrijke klus, hoger meende hij als fotograaf niet te kunnen reiken. Elke sporter op een spread in het veelgelezen blad, uniek geportretteerd, met de eigenzinnige Rentmeester-touch. Denk aan atleet Carl Lewis, fietser Rebecca Twigg, freestyle worstelaar Lee Kemp – en dus de speler die de grootste basketballer op aarde zou worden.

Eerlijk gezegd: Rentmeester hield niet eens van basketbal, hij had liever een grote voetballer geportretteerd, om maar eens wat te noemen. De opdracht van zijn broodheer was zonneklaar, hij moest de aanstormende shooting guard, feitelijk nog een prins, verheffen tot koning.

Maar dan moest die Jordan wel een beetje opschieten. Hij was al uren later dan was afgesproken, hier op het sportcomplex van de universiteit van North Carolina, waaraan Jordan studeerde. Nu was het frame perfect, alleen ging de zon zakken, en de wolken trokken weg. Bovendien moest Rentmeester een vliegtuig terug naar New York halen, om zijn rolletjes tijdig in te leveren bij het fotolab.

De basket met paal hadden ze die dag in een sportwinkel in de buurt gekocht en vervolgens ingegraven. De basketbal kwam van de campus. Speciaal voor de foto had een assistent van Rentmeester het gras extra kort gemaaid. Een tweede assistent had de rol van Jordan vervuld en sprong zo goed als hij kon een paar keer omhoog, de benen enigszins gespreid, met en zonder bal. Twee grote flitslampen op stroomaggregaten stonden zo gepositioneerd dat hij tegen de zon in kon fotograferen.

Hij was naar North Carolina afgereisd met in zijn achterhoofd eerder gemaakte fotoreportages over ballet. Zoals zijn reeks over een beroemd gezelschap, The Joffrey Ballet, waarbij hij de gratie en souplesse van de dansers had weten te vangen. Bovenal zat hij met zijn gedachten bij de uit de Sovjet-Unie gevluchte balletdanser Mikhail Baryshnikov, die hij in 1983 had gefotografeerd bij het balletgezelschap American Ballet Theatre. Baryshnikov danste met Susan Jaffe in een door hem zelf gechoreografeerd stuk, Don Quixote.

Rentmeester had voor Jordan een gestyleerde sprong à la Baryshnikov in zijn hoofd, de grand jeté. Een grote, hoge sprong, waarbij hij op ritmische wijze een splitpositie in de lucht bracht, een zwevende spagaat.

Zo moest Jordan het doen, normaal gesproken met in zijn rechterhand de bal. Dat betekende dat zijn gezicht niet goed te zien zou zijn. Dus moest Rentmeester hem vragen met links te spelen. Dat kon amper een probleem zijn, dacht hij, voor zo’n grote speler.

Gelukkig, daar was Jordan eindelijk, in zijn trainingspak van het nationale team, met glimmende, witte New Balance-basketbalschoenen aan de voeten. Rentmeester gaf ’m een hand, en legde uit wat de bedoeling was: wees een ballerina, spring omhoog.

Oké, reageerde Jordan nonchalant en coöperatief, aan de slag.

Wat Rentmeester hoopte, of eigenlijk waar hij op rekende, gebeurde nu voor zijn ogen. Hij zag hoe Jordan maling had aan de zwaartekracht en omhoog sprong alsof hij geen gewicht had. De bal was vergroeid met zijn hand, zijn gezicht gericht op de basket, alsof een dunk in de maak was. Rentmeester aasde op dat ene speciale moment, net voor het scoren. Je moest als kijker het verhaal zelf willen afmaken.

Negentien keer sprong Jordan, pak ’m beet, 1 meter 20 omhoog, zijn benen zoveel mogelijk gespreid, als een vogel hangend in de lucht. Feilloos uitgevoerd, niets minder dan een spektakelstuk. Fantastic! Rentmeester hoefde amper nog te regisseren of wat te doen, behalve op een knopje drukken en een keer een rolletje verwisselen. Hij schoot negentien foto’s. Binnen een half uur was het gedaan. Er was nog een kort gesprek van Jordan met Victoria Kohn, de verslaggever van Life.

Voor Rentmeester was het opruimen geblazen, en op naar het vliegveld van Charlotte, twee uur rijden van de universiteit.

De twee rolletjes bewaarde hij in een speciaal etuitje, om ze bij de controle op het vliegveld te beschermen tegen röntgenstralen. Het zou hem niet overkomen dat al dat moois werd verknald. En: had hij echt de goeie foto? Was het een spread waard? De belichting was goed geweest, en zijn uitgangspunt eveneens. Hij had zoveel mogelijk het toeval uitgesloten, en was zeker niet zonder idee op pad gegaan. Zo van: o leuk, een basketballer, klik-klik, klaar.

In het vliegtuig maalde het door zijn hoofd. Hij mocht zijn opdrachtgever niet teleurstellen. Hij mocht zichzelf niet teleurstellen. Hij was al tien jaar niet meer in vaste dienst van Life, dus hij moest zich keer op keer waarmaken, zodat ze hem bleven vragen.

Je moet zorgen dat je je onderscheidt, je moet anders zijn, denk artistiek – dat had hij zich als fotograaf in zijn hoofd geprent. Toen hij in de jaren zestig in Vietnam was, voor het fotograferen van de oorlog, zag hij dat televisieploegen veel sneller de beelden in Amerika konden krijgen. Hij moest het anders doen, besefte hij, om uit te kunnen blinken.

En zo kwam hij op het idee om de foto van tankschutter Kerry Nelson te maken, turend door het vizier van zijn M48-tank. Een vervreemdend beeld van een groot oog. Met deze foto won hij in 1967 de World Press Photo.

Later zag hij het als zijn missie om sportfotografie naar een hoger niveau te brengen, zich concentrerend op kracht en beheersing. Zulke foto’s kon hij maken omdat hij zelf een topsporter was geweest, een roeier van formaat. Iemand die wist hoe te trainen om het lichaam klaar te maken voor een finale, voor een grote prestatie.

Zie vooral de foto van zwemlegende Mark Spitz die hij in 1972 maakte, wederom de focus op het oog, waarvoor hij een tweede keer de World Press Photo ontving, nu in de categorie sport.

In New York nam hij de taxi naar het lab van Time Inc., toentertijd het moederbedrijf van Life. Een dag later zag hij dat het gelukt was, hij zag op de foto de perfecte balans tussen donker en licht. Het gras was echt groen, de schoenen wit, de oranje bal zo oranje als kan zijn, Jordan in volle glorie.

Waaahhh! Schitterend!

Het enthousiasme van de fotoredactie van Life stroomde hem tegemoet.

Michael Jordan was als een vliegende koning afgebeeld, en werd als zodanig afgedrukt in het zomernummer van 1984. In de inhoudsopgave stond zijn fotoreportage als volgt aangekondigd: ‘American Excellence. A stars–and–stripes portfolio of potential U.S. medal winners’.

Zijn naam werd expliciet vermeld, als een soort kwaliteitskeurmerk: ‘by Co Rentmeester’.

***

Co Rentmeester zat achterin de taxi, zoevend over de Interstate 90 E van het vliegveld van Chicago naar het centrum van de stad. Hij was begin 1985 op weg naar een afspraak met vertegenwoordigers van Philip Morris, met het oog op een nieuwe campagne voor Marlboro. Sinds 1977 trok hij eropuit voor het sigarettenmerk, om dagenlang in panoramische gebieden rond te hangen met rokende cowboys, onder wie de besnorde rancher die twintig jaar lang de Marlboro Man was, Darrell Winfield.

De Olympische Spelen in Los Angeles lagen alweer een half jaar achter hem. Michael Jordan was inderdaad uitgegroeid tot een koning, maar het had Rentmeester amper geboeid. Het ging hem om de foto, de compositie, niet om het spel dan wel de speler.

Jordan won met Team USA een gouden medaille en eindigde bij zijn olympisch debuut als topscorer. Hij had net zijn eerste paar maanden als professional bij de Chicago Bulls erop zitten en maakte indruk met hoge scores. Bovendien had Jordan zich commercieel verbonden aan het kleinere Nike, en niet aan de onder basketballers zo populaire sportmerken Converse en Adidas. Voor 2,5 miljoen dollar tekende Jordan bij Nike. Wat hem vooral over de streep trok, was dat er een gepersonaliseerde campagne rond hem zou worden ontwikkeld, met als speerpunt een eigen schoen: de Air Jordan 1.

Een maand na zijn bejubelde pre-olympische fotoreportage was er bij de agent van Rentmeester een verzoek binnengekomen. Een zekere Peter Moore van Nike wilde dia’s hebben van de Life-reeks van Michael Jordan. Hij stelde zich voor als ‘creatief directeur’. Dat gaat zomaar niet, zei Rentmeester tegen zijn agent. Ik moet weten wat ze ermee gaan doen. Het zou slechts als inspiratie dienen bij een presentatie, kreeg hij te horen.

Nou vooruit dan maar, zei Rentmeester aarzelend, en liet zijn agent twee dia’s opsturen in ruil voor 150 dollar. ‘For slide presentation only, no layouts or any other duplication’, luidde de meegestuurde tekst. ‘Lost or damages, $500.’ Niet namaken dus, een duidelijke boodschap.

En toen zag Rentmeester op de achterbank van de taxi, een half jaar na dat telefoontje van Nike, een beeld dat hij zijn leven lang niet meer zou vergeten. Op een levensgroot billboard afgedrukt, langs de snelweg, zijn foto van een springende Michael Jordan.

Maar dan ietsje anders.

WAT KRIJGEN WE NOU!

Hij kon moeilijk de taxi midden op de snelweg laten stoppen. Hij had het in het voorbijgaan echt goed gezien. Honderd procent zijn foto! Maar in plaats van het gras bij Chapel Hill, was er de skyline van Chicago als achtergrond. Woe-dend, was hij. Zijn hele idee! He-le-maal gekopieerd! Hoe durven ze? Kan dat zomaar? Wat een schande!

Bij terugkeer in New York belde Rentmeester onmiddellijk een advocaat. Well, zo sprake deze hem toe, je moet weten dat als je een rechtszaak aanspant, dat je dat als individuele fotograaf kwetsbaar maakt. Andere klanten zouden kunnen denken: ga niet met die man werken, want als het misgaat, haalt-ie er een advocaat bij. Je gaat klussen verliezen. En het gaat je veel geld kosten om Nike aan te pakken, als freelancer.

Well, vergeet het maar, Co.

Rentmeester voelde zich machteloos. Die Peter Moore van Nike had beloofd het niet te zullen gebruiken of na te maken, en had zijn woord niet gehouden. Wat kon hij doen? Hij was niet armlastig, hij verdiende goed met commerciële opdrachten van Marlboro en Exxon, en had klussen voor de magazines Sports Illustrated en National Geographic. Maar hij had geen honderdduizenden dollars om Nike aan te pakken.

Natuurlijk zocht hij onmiddellijk contact met Peter Moore. Hij was dreigend van toon, ze moesten betalen voor het kopiëren, want anders…

Rentmeester bood Nike aan de foto te kopen of voor het gebruik te dokken. Uiteindelijk werd afgesproken dat de foto twee jaar mocht worden gebruikt door Nike voor ‘Poster and Billboard, for North America only’, in ruil voor 15.000 dollar. ‘All other usage rights are reserved’, aldus de overeenkomst. Tevens zou Nike hem inschakelen bij toekomstige reclame-uitingen.

Maar nooit werd Rentmeester gebeld voor een klus van de sportfirma.

Ook bij de volgende stap van Nike werd hij genegeerd. De foto die in 1985 werd gebruikt voor een promotiecampagne voor de Air Jordan 1, dook drie jaar later in een nieuwe gedaante op. Nu was het beeld verwerkt tot een een silhouet, het wereldberoemde Jumpman-logo, op een nieuwe schoen, de Air Jordan 3.

De Air Jordan – al geruime tijd ondergebracht bij Jordan Brand, een zusteronderneming van Nike – groeide uiteindelijk uit tot het grootste verkoopsucces in de sneakergeschiedenis. Het bedrijf had vorig jaar een omzet van 7 miljard dollar. Dit jaar kwam de veertigste versie uit, de Air Jordan 40. Michael Jordan won met de Chicago Bulls zes keer het NBA-kampioenschap.

De fotograaf die Nike in 1984 had ingeschakeld voor de Chicago-variant, heette Chuck Kuhn, en kwam uit Seattle. Hij vertelde in Sneaker Freaker Magazine dat hij in november 1984 plompverloren een basket en paal neerzette in een park, met Chicago op de achtergrond, en wachtte tot de ondergaande zon het beste effect had. De foto van de sprong was een van de vele foto’s die hij had gemaakt van Jordan tijdens een twee dagen durende shoot, vertelde Kuhn. Op de eerste dag werd Jordan gefotografeerd op een schoolplein in Chicago, zijn schoenen in de hand. De dag erna ging hij aan de slag in het park.

Kuhn wist niet dat juist de springfoto zou uitgroeien tot een bekend beeld, bovendien zeer populair als poster voor de kinderkamer.

Hoe hij op het idee was gekomen, werd hem niet gevraagd.

Rentmeester kwam Kuhn bij toeval tegen, jaren later, in de lobby van een hotel in Nevada. Het was een ontmoeting die misschien vijf minuten duurde, amper een gesprek, want alleen Rentmeester was aan het woord: Hé, ben jij die gast die mijn foto heeft gekopieerd?, zei hij. Mijn naam is Co Rentmeester, en bedankt voor de creativiteit. Het is niet ethisch wat jij hebt gedaan! Het is een schande! Kuhn liep zo snel mogelijk door.

Rentmeester had over willen gaan tot de orde van de dag, hij bleef een veel gevraagde fotograaf. Hij herpakte zichzelf in fysieke zin. Te veel roken, drinken en eten had zijn conditie weinig goed gedaan. Hij ging weer roeien, bij wedstrijden bij de veteranen, of bij hem voor de deur in zijn zomerhuis in Westhampton Beach. Net als vroeger, hij alleen op het water, in een vaste cadans, rust in zijn hoofd.

Vergeten kon hij ‘de Jordan-situation’ niet. Overal op straat was de Jumpman. De Jumpman was zelfs te zien op het vliegtuig van Michael Jordan. Waarom was hij de ring niet ingegaan, dacht hij vaak genoeg? Waarom had hij geen geld geleend bij de bank en de best denkbare advocaat ingeschakeld? Nike was toch ook het bedrijf dat de ontwerpster van het Nike-logo, de Swoosh, met 35 dollar had afgescheept. Jaren later kreeg ze alsnog een pakket aandelen en een gouden Swoosh-ring.

Als hij iets is, zegt hij, dan is hij een strijder, niet iemand die zich ergens bij neerlegt, en met een amper door leeftijd te blussen geldingsdrang. Zijn vader zei tegen hem als kind maar al te vaak dat hij niks kon, met zijn platvoeten. Jij piloot worden, echt niet. Een roeikampioen? Dat moeten we nog maar eens zien. Het spoorde hem aan om ieders ongelijk te bewijzen.

Het is de rode draad uit zijn carrière, de beste willen zijn, iedereen verslaan, winnen.

Dus toen in 2014 een advocaat uit San Francisco zich bij hem meldde, met het idee om Nike aan te pakken, maakte zijn hart een sprongetje. No cure, no pay, zei de advocaat. Als we winnen, gaan we wat verdienen. Het werd een deceptie, hij verloor de rechtszaak in de hometown van Nike, in Portland, Oregon. Ook de poging om de zaak voor een hogere rechtbank te krijgen mislukte.

De rechter oordeelde in 2015 dat Nike de foto van Rentmeester niet heeft gekopieerd, zijn advocaat kon die beschuldiging in ieder geval niet sterk genoeg onderbouwen. Het hebben van een vergelijkbaar idee is geen inbreuk op het auteursrecht. Kleine verschillen, zoals de draai van Jordans hand of de hoek van zijn voet, waren voldoende om de afbeelding van Nike te onderscheiden van het origineel.

Wat Rentmeester het allerergste vond van de zitting, afgezien van de uitspraak, was dat de rechter zich uitliet over fotografie als een lage tree in de kunsten. Alsof iedereen zo’n foto kon nemen. Dat maakte hem nog kwader dan het verlies van de rechtszaak. Alsof je als fotograaf niets anders doet dan met een cameraatje een beetje speels om je heen schieten.

***

Co Rentmeester zit voor zijn beeldscherm, zijn armen over elkaar. Uren praten heeft de 89-jarige niet zichtbaar uitgeput. Hij had een beetje pijn aan zijn arm, nee nee, niet aan de hand waaraan hij in Vietnam in 1968 door een kogel werd geraakt.

Wat hij nog wil zeggen, is dat het spel wellicht nog niet is uitgespeeld. Er is de afgelopen tijd overleg geweest met advocaten die kansen zien voor Rentmeester om alsnog zijn gelijk te halen, in juridische en dus ook in financiële zin. Misschien niet de moeite waard voor hem, dan in ieder geval voor de volgende generatie Rentmeesters, zijn kinderen en kleinkinderen.

In een mogelijke nieuwe zaak draait het vooral om ‘frame vier’ van de negentien foto’s van Jordan. De rechter stelde in een eerdere zaak dat er tussen de Nike-foto en de Rentmeester-foto kleine verschillen waren, zoals bij de hand en de voet van Jordan. Op het vierde frame, een niet gepubliceerde foto uit dezelfde reeks, is alles zo goed als identiek. Deze foto was in de eerdere rechtszaak niet ingebracht.

In de tussentijd, wachtend op de definitieve beslissing om wederom naar de rechter te gaan, grijpt hij elke gelegenheid aan om te vertellen dat Nike niet eerlijk is geweest. Peter Moore en Chuck Kuhn, de verantwoordelijke copycats, kan hij niet meer aanpakken. Ze zijn beiden in 2022 overleden. Phil Knight is jaren geleden gestopt als baas van Nike, en de firma zelf heeft zich nooit publiek uitgesproken in deze zaak. Op vragen over de kwestie wordt nu ook niet gereageerd. Daarom wil hij ervoor zorgen dat mensen voor altijd zullen denken bij de Jumpman: dat is gebaseerd op een gestolen beeld van die Nederlander, gebaseerd op een foto gemaakt door Co Rentmeester himself. En als je maar lang genoeg je boodschap uitdraagt, blijft die vanzelf hangen.

Want ja, het doet nog steeds pijn.

Moet je horen: ter voorbereiding op de rechtszaak in 2015 kocht zijn vrouw een paar Air Jordans, special edition, verschenen ter gelegenheid van het dertigjarig bestaan van de sneaker. Ze had ze in een New York aangeschaft, die met de lookalike-foto erop.

Anyway, ze liggen ergens opgeborgen in een kast. Nee! Die gaat hij onder geen beding tevoorschijn halen, hij weet trouwens niet eens waar ze liggen. ‘Ik moet mezelf toch een beetje beschermen.’

Cv Co Rentmeester

1936 Geboren in Amsterdam.
1960 Roeier Olympische Spelen Rome (vijfde plaats).
1961 Emigreert naar Amerika, studeert fotografie in Los Angeles.
1965 Freelancer Life Magazine.
1967 World Press Photo voor tankschutter Vietnam.
1972 Magazine Photographer of the Year, University of Missouri.
1972 Tentoonstelling Van Gogh Museum.
1972 Boek: Indonesië. Drie gezichten.
1973 Eerste prijs WPP categorie sport, Mark Spitz.
1976 Medal of Distinction, New York Art Directors Club.
1979 Tweede prijs WPP categorie verhalen in kleur, surfen in de Sahara.
1984 Pre-Olympische reportage in Life met Michael Jordan.
1989 Tentoonstelling Fotofestival Naarden.
2001 Paul Huf Award.
2006 Documentaire over roeisport, De Perfecte Haal.
2012 Boek FootPrints.
2015- 2018 Verloren juridische procedure tegen Nike.
2018 Lucy Foundation Award for Outstanding Achievement in Sports Photography.

Co Rentmeester woont met zijn vrouw in Westhampton Beach (USA). Hij heeft uit een eerder huwelijk twee dochters.

Co Rentmeester – Witnessing Life. Een solotentoonstelling. Fotografiemuseum Foam in Amsterdam. Vanaf 10 oktober 2025 tot 11 februari 2026.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next