Na de uitbarsting van extreemrechts geweld twee weken geleden op het Malieveld in Den Haag, bracht NRC een reeks uiteenlopende vervolgverhalen en podcasts, over de politiek, over de daders en over de opkomst van extreemrechts. Fraai was de onthulling dat demissionair minister Foort van Oosten (Justitie en Veiligheid, VVD) een dringend advies had genegeerd van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) om de rellen in Den Haag expliciet als ‘rechts-extremistisch’ te bestempelen. Hij deed dat daarna alsnog.
Indrukwekkend was de reportage van een verslaggever die een paar dagen na de ontspoorde anti-immigratiedemonstratie terugging naar Den Haag en daar vier Nederlandse Hagenaars met wortels buiten Nederland en één Turkse student sprak. „Of ze nu een Surinaams-Hindoestaanse achtergrond hebben, Marokkaanse of Turkse wortels, allemaal voelen ze dat de woede waarop deze demonstratie dreef, tegen hen is gericht.”
Het meest schrok ik van het nieuws dat de dataredactie van NRC woensdag 24 september bracht, met de kop „Er is in Nederland brede steun voor de ‘eigen volk eerst-gedachte’, en dat kan een voedingsbodem bieden voor extreemrechts geweld”. Vier op de tien Nederlanders steunen die gedachte, was de belangrijkste conclusie van onderzoek van de denktank The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) samen met Kieskompas. „De ultranationalistische groepen vinden onder de zwijgende middenklasse steun en legitimiteit”, zei HCSS-onderzoeker Gerben Bakker. Het onderzoek was in de zomer gedaan, maar werd in het artikel aan de recente rellen gekoppeld. Het liet zien „dat de geweldplegers met hun eigen-volk-eerst-opvattingen bepaald niet alleen staan in Nederland”.
Op dit artikel kwam kritiek van lezers en op de redactie was er veel discussie over. Het gelijkstellen van de opvatting dat de belangen van Nederlanders die hier geboren zijn zwaarder wegen dan die anderen en de overtuiging „eigen volk eerst” is te simplistisch, schreef een lezer op de brievenpagina. Een andere lezer mailde: „Het bewuste artikel wijst op een nogal ongenuanceerde onderzoeksaanpak; zo van dik hout zaagt men planken.”
Was het artikel ongenuanceerd en simplistisch? Nee, dat was het niet, maar de kritiek was wel begrijpelijk.
HCSS publiceerde het onderzoek begin september al met de titel Autocratisch Sentiment. De denktank trok zelf een andere hoofdconclusie: grote delen van de bevolking hebben een voorkeur voor een ongehinderde autoritaire doorzettingsmacht boven een democratisch bestuur dat is gebonden aan checks and balances en rechtsregels. De dataredactie kreeg de volledige dataset van het opinieonderzoek: de 4.800 personen die meededen vormden een representatieve steekproef uit een bestand dat Kieskompas beheert met circa 250.000 personen. De redacteuren maakten diverse interessante onderzoeksslagen, bijvoorbeeld over verschillende opvattingen tussen grote-stadsbewoners en dorpelingen. De onderzoeksaanpak stond uitgelegd in een kader dat helaas ontbrak in de papieren krant.
De belangrijkste conclusie van het NRC-artikel kwam uit de stelling: „De belangen van Nederlanders die hier geboren en getogen zijn, moeten zwaarder tellen dan die van anderen”. Van de respondenten zei 41 procent het hiermee eens of helemaal eens te zijn. Is daarmee gezegd dat vier op de tien Nederlanders de ‘eigen volk eerst-gedachte’ steunen? Hier wordt het ingewikkeld.
Allereerst over de term ‘eigen volk eerst’. Dat is een extreemrechtse leuze, of heeft op zijn minst een radicaal-rechtse bijklank. Het Belgische Vlaams Blok profileerde zich er in de jaren tachtig mee en de extreemrechtse politicus Hans Janmaat werd voor het gebruik van deze frase, én ‘vol=vol’, midden jaren negentig veroordeeld voor rassenhaat en aanzetten tot discriminatie.
Grote vraag lijkt mij hoe de respondenten de stelling hebben opgevat. Ik consulteerde een deskundige, Tom Louwerse, onderzoeksdirecteur van het Instituut Politieke Wetenschap. „De exacte vraagstelling maakt uit”, stelt hij. Als bijvoorbeeld de term ‘eigen volk eerst’ in de stelling was opgenomen, waren er mogelijke andere resultaten uitgekomen. En de term ‘anderen’ maakt de stelling multi-interpretabel, vindt Louwerse. „Zijn die anderen ‘Nederlanders die niet hier geboren en getogen zijn’ of ‘iedereen in Nederland die niet hier geboren en getogen is’ of (zelfs) ‘iedereen ter wereld die niet een in Nederland geboren en getogen Nederlander is’? Dat laatste mag misschien minder voor de hand liggen, de vraagstelling sluit een dergelijke interpretatie ook niet uit. Juist omdat die ‘ander’ zo relevant is bij het kenschetsen van het ‘eigen volk’, is het mijns inziens minder gelukkig dat dit in de vraagstelling vaag blijft.”
Op mijn verzoek bekeken de NRC-collega’s nog wat de politieke voorkeur was van degenen die de stelling hadden onderschreven. Daar kwam bijvoorbeeld uit dat 28 procent van de CDA-stemmers en 8 procent van de GroenLinks-PvdA-aanhang het met de stelling eens was. Zouden zij écht de extreme ‘eigen volk eerst-gedachte’ onderschrijven? „Deze respondenten zijn zeker niet allemaal extreemrechts, maar ze spreken wel hun steun uit om de belangen van de eigen bevolking voorop te stellen”, zegt één van de auteurs, Karel Berkhout. Hij vindt dat de stelling wel goed geformuleerd was. „Door die grof te formuleren, krijg je interessantere antwoorden. Als je het ermee eens bent, ben je er dus voor om mensen voor te trekken die hier geboren zijn. Dat toont hoe diepgeworteld zulke ideeën zijn.”
Louwerse tekent aan dat een deel van de ‘Nederlanders die hier geboren en getogen zijn’ zogenoemde tweede generatie-migranten zijn. „In sommige uitsluitende opvattingen over wat het ‘eigen volk’ is, behoren zij juist niet tot dat ‘eigen volk’. De vraag is natuurlijk of respondenten dat ook zo lezen, of juist niet.”
Over een cruciale stelling uit het onderzoek, was dus te veel discussie mogelijk. Maar het onderzoek was wel degelijk interessant en alarmerend. Zo vinden drie op de tien Nederlanders dat de regering moet kunnen ingrijpen als rechters besluiten nemen die tegen de wil van de meerderheid ingaan. Bijna driekwart van de respondenten verkiest in deze tijd een daadkrachtige leider boven „een regering die altijd op zoek is naar compromissen”. Het laat zien hoe broos democratie en rechtsstaat zijn. En de commentaren die de respondenten konden toevoegen stonden bol van vreemdelingenhaat en racisme. De duidelijkste stelling, zeker in aanloop naar de verkiezingen, was naar mijn idee: immigratie bedreigt de Nederlandse samenleving. Daar is de helft het mee eens. Hierover komt de dataredactie met een vervolg.
Herman Staal
Reacties: ombudsman@nrc.nl
Beatrice de Graaf, hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen in Utrecht, is een vaste columnist in NRC. Ze schrijft elke maand op zaterdag een bijdrage voor het wetenschapskatern, vaak over democratie en politiek. Net als in 2023 staat ze bij de komende Tweede Kamerverkiezingen als lijstduwer op plek 50 van de kandidatenlijst van de ChristenUnie. Is dat niet problematisch, vraagt lezer Wouter Teepe zich af. „Ze is weliswaar onverkiesbaar maar wel duidelijk gelieerd aan een politieke partij. Waarom zet NRC haar rol als columnist ogenschijnlijk onveranderd voort, terwijl Rosanne Hertzberger zich meteen terugtrok toen ze op de lijst bij NSC kwam?”
Adjunct-hoofdredacteur Clara van de Wiel: „Het argument om Beatrice de Graaf toe te staan columnist voor NRC te blijven was en is inderdaad dat ze niet op een verkiesbare plaats staat en geen ambitie heeft om in de Tweede Kamer te gaan zitten als volksvertegenwoordiger – een duidelijk verschil met Rosanne Hertzberger in 2023. Daarbij komt dat De Graaf in haar columns weliswaar de actualiteit bespreekt, maar altijd met een duidelijke historische blik. Dat neemt niet weg dat het belangrijk is zo transparant mogelijk te zijn. We denken op dit moment na over hoe we de achtergronden, levensloop en activiteiten elders van onze columnisten nog duidelijker kunnen vermelden op onze site.”
De ombudsman opereert onafhankelijk; zijn oordeel is persoonlijk en niet dat van de (hoofd)redactie. Kijk hier voor de statuten van de ombudsman. Wilt u rechtstreeks reageren op artikelen of audioproducties van NRC, dan kunt u een brief van maximaal 200 woorden mailen aan opinie@nrc.nl.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC