Home

Het basisinkomen blijkt niet de heilige graal, maar dat betekent niet dat het geen comeback verdient

Geef iedereen een vaste maandelijkse uitkering en armoede is verleden tijd. Het basisinkomen is al decennia populair onder bepaalde economen en politici. Maar werkt het? Recente grote studies concluderen van niet, maar dat is niet het hele verhaal.

schrijft voor de Volkskrant over medische- en betawetenschappen.

‘De allereerste Nederlander met een basisinkomen.’ Zo noemde Frans Kerver (nu 64) zichzelf. In 2014 kreeg de Groninger maandelijks 1.000 euro overgemaakt van stichting Ons Basisinkomen, betaald via crowdfunding. Het label ‘allereerste’ was deels bedoeld om aandacht te genereren, vertelt hij aan de telefoon.

Maar het idee erachter was bloedserieus en simpel in zijn eenvoud. Geef alle Nederlanders – of ze nu werken of niet – een vast maandelijks bedrag dat de eerste levensbehoeften dekt, zonder voorwaarden of beperkingen, en armoede is verleden tijd. De kosten vang je op via belastinginkomsten en de afschaffing van het minimumloon. Gratis geld voor iedereen, in de woorden van publicist Rutger Bregman in zijn gelijknamige boek uit 2014.

Voor Kerver pakte het experiment goed uit, zegt hij terugkijkend. Hij was destijds tekstschrijver, maar ook actief als vrijwilliger bij Tuin in de Stad, een groene ruimte vlak bij de stad Groningen waar mensen kunnen ontspannen of evenementen organiseren. ‘Dankzij het basisinkomen kon ik daar veel meer tijd in steken. Inmiddels is het een goedlopende organisatie die zonder subsidie kan draaien.’

Roep om een basisinkomen

Er wordt al lang over het basisinkomen gediscussieerd. De Nederlandse econoom en winnaar van de ‘Nobelprijs voor Economie’ Jan Tinbergen (1903-1994) pleitte er bijvoorbeeld in 1932 voor. ‘De werkgelegenheid zou door een dergelijke verschuiving waarschijnlijk zeer belangrijk toenemen’, betoogde hij in het religieus-socialistische weekblad Tijd en taak.

De roep om een basisinkomen is behoorlijk conjunctuurgevoelig, laat krantendatabase Delpher mooi zien. De zoekterm levert verschillende piekjes op, bijvoorbeeld in de jaren tachtig en de eerste helft van de jaren negentig van de vorige eeuw. Precies de perioden waarin de werkloosheid enorm hoog was, net als in de jaren dertig van Tinbergens artikel. ‘In tijden van grote werkloosheid klinkt de roep om een basisinkomen harder’, verklaart econoom Loek Groot (Universiteit Utrecht). ‘Als de banen schaars zijn, waarom zou je mensen dan richting een baan pushen?’

Een basisinkomen geeft werknemers bovendien meer macht – een tweede reden waarom het traditioneel populair is aan de linkerkant van het politieke spectrum. ‘Arbeidskracht staat dan niet meer in dienst van het kapitalisme’, zegt emeritus hoogleraar Paul de Beer (Universiteit van Amsterdam), die hier in het verleden onderzoek naar deed, onder meer voor het wetenschappelijk bureau van de PvdA. ‘Eigenlijk kennen we al een vorm van basisinkomen: de AOW. Al kent die wel een voorwaarde natuurlijk: leeftijd.’

Bijna ten grave gedragen

Toch lijkt een basisinkomen voor alle volwassenen anno 2025 bijna ten grave gedragen. Volgens recente grote experimenten gaat het armoede namelijk niet tegen. ‘Pijnlijk om dit te moeten delen’, schreef Bregman op X. En kijk je naar verkiezingsprogramma’s, dan heeft alleen Volt het basisinkomen nog prominent in haar verkiezingsprogramma staan. Er lijkt verder slechts nog in werkgroepen over te worden gepraat, zoals binnen GroenLinks-PvdA, D66 en de Vereniging Basisinkomen.

Maar is deze onbemindheid wel terecht? Wat zegt de wetenschap over het effect van een basisinkomen? Gaan mensen inderdaad massaal op de bank hangen, zoals sceptici vrezen, en hoe zit het met de betaalbaarheid?

Rond 1970 leidden de ideeën van Milton Friedman (ook winnaar van de ‘Nobelprijs voor Economie’) over een ‘negatieve inkomstenbelasting’ tot een reeks experimenten. De Amerikaanse econoom vond dat mensen onder een bepaalde inkomensgrens geld moesten terugkrijgen van de Belastingdienst, in plaats van betalen. Ook een soort basisinkomen dus. Zo’n regeling leek inderdaad effectief, bleek toen bijna vijfduizend gezinnen in Denver en Seattle haar mochten uitproberen. Huishoudens die belasting terugkregen (rond de 5.000 dollar per jaar), kwamen boven de armoedegrens uit, terwijl de kostwinners maar 9 procent minder gingen werken.

Somberder beeld

Recente grote, wetenschappelijk opgezette studies schetsen echter een somberder beeld. Onderzoekers van het Amerikaanse Stanford bedachten vorig jaar een variant op het basisinkomen: kwijtschelding van medische rekeningen. Aan de proef deden maar liefst 83 duizend mensen mee; gemiddeld hadden zij 2.000 euro schuld. Maar de streep door de medische rekeningen had geen effect op hun mentale, lichamelijke én financiële gezondheid.

En ook zevenhonderd huishoudens uit het Californische Compton met een laag inkomen gingen er niet op vooruit toen ze vanaf 2021 500 dollar per maand ontvingen. Na anderhalf jaar verdienden zij gemiddeld 333 dollar minder bij naast dat startbedrag dan een controlegroep die geen vaste ‘uitkering’ kreeg. En vooral parttimers gingen (nog) minder werken. ‘We vinden geen effect op psychologisch en financieel welbevinden’, schrijven de wetenschappers in een tussenrapportage. In een recent vergelijkbaar experiment met een basisinkomen van 1.000 dollar werd eenzelfde conclusie getrokken. Deelnemers daarvan leken ook niet meer tijd in opleidingen te steken.

Inherent beperkt

Einde verhaal dus voor het basisinkomen? Nee, nuanceert de Utrechtse econoom Groot. ‘De algemene geldigheid van dit soort experimenten is inherent beperkt. Mensen lijken niet te stoppen met werken, zoals vaak wordt gevreesd. Maar dat kan ook komen doordat ze weten dat ze alleen gedurende zo’n experiment geld krijgen, bijvoorbeeld één of twee jaar. Dan zeg je niet snel je baan op.’

Voer je een basisinkomen voor iedereen in, dan zal de hele economie veranderen, zegt hij. Maar hoe precies, is onduidelijk. Gaan meer mensen parttime werken? Of leuker, maar slechter betaald werk doen? ‘De economische wetenschap is nog niet zover dat ze dat kan voorspellen.’

Daarvoor moet je bijvoorbeeld ook weten hoe rijke mensen reageren. Maar die zullen niet snel willen meedoen aan zo’n wetenschappelijk experiment, legt Groot uit. ‘Veelverdieners zullen namelijk meer belasting moeten gaan betalen, om het basisinkomen te financieren. Dat doet natuurlijk niemand vrijwillig.’

Minder inkomensongelijkheid

Als aanvulling op de beperkte experimenten worden daarom simulaties ingezet. Zo berekende het Centraal Planbureau (CPB) in 2020 met modellen – dezelfde als die worden gebruikt voor koopkrachtplaatjes – de effecten van een basisinkomen. Groot: ‘Die leverden twee belangrijke positieve resultaten op: dat het haalbaar is én dat de inkomensongelijkheid omlaaggaat.’

Daartegenover staat wel dat het arbeidsaanbod daalt (het totaal aantal uren dat mensen kunnen en willen werken) en dat met name vrouwen minder gaan werken. Groot: ‘Daarom staat de vrouwenbeweging ook ambivalent tegenover het basisinkomen.’ Bovendien blijven het maar modelberekeningen.

Of een basisinkomen een zinvol instrument kan zijn, hangt vooral af van welk doel je ermee wilt bereiken, zegt hij. ‘Als mensen de uren die ze minder gaan werken nu kunnen besteden aan de zorg voor hun kinderen, is dat weer goed voor de maatschappij.’ De Amsterdamse hoogleraar De Beer is het met hem eens. ‘Wil je arbeidsdeelname bevorderen of de positie van werknemers verbeteren? Welzijn verbeteren? Of bureaucratie verminderen?’

Hij pleit voor het gericht inzetten van het basisinkomen, bijvoorbeeld als alternatief voor de bijstand. Dat is waarschijnlijk zinvoller dan in de brede groepen uit de Amerikaanse experimenten. Onder meer de stichting Collectief Kapitaal probeert dit te realiseren, via crowdfunding. ‘Veel mensen worden gemangeld in het huidige socialezekerheidsstelsel en de Participatiewet.’ Uitkeringsgerechtigden moeten zich aan talloze voorwaarden houden; zo mag je naast een bijstandsuitkering bijna niet werken. ‘Met een basisinkomen kan er een streep door een hoop papierwerk.’

Antoinette (22) uit Eindhoven:
‘Voor het eerst had ik het gevoel dat ik op eigen benen stond’

‘Soms at ik een paar dagen niet, omdat ik anders mijn vaste lasten niet kon betalen.’ Antoinette (22) uit Eindhoven zat drie jaar geleden financieel aan de grond. Ze studeerde fashion design, maar moest volledig haar eigen broek ophouden. ‘Met mijn ouders had ik geen contact meer, door dingen die in het verleden waren gebeurd. Ik had een bijbaan, maar alleen een nulurencontract.’ Dat was samen met haar studiefinanciering – destijds nog een lening – verre van voldoende om van rond te komen.

Een schoolmaatschappelijk werker meldde haar aan voor Het Bouwdepot, een aanpak, ontwikkeld door de gelijknamige stichting, waarmee gemeenten 18- tot 21-jarigen in een sociaaleconomisch kwetsbare positie financieel kunnen ondersteunen. Een jaar lang ontvangen zij 1.150 tot 1.300 euro per maand (ongeveer de bijstandsnorm voor een alleenstaande 21-jarige), zonder beperkingen of tegenprestatie. Ze krijgen daarnaast gemeentelijke begeleiding, bijvoorbeeld om toekomstplannen te maken, denk aan het volgen van een studie of het halen van een rijbewijs. Een basisinkomen heet het formeel niet, maar in de praktijk heeft het er veel raakvlakken mee.

Het Bouwdepot is bottom-up tot stand gekomen, vertelt stichtingsdirecteur Marleen van der Kolk. ‘Het is belangrijk om te luisteren naar de jongeren zelf en hun hulpverleners.’ Ze hebben bijvoorbeeld in jeugdinstellingen gezeten en zitten financieel klem als ze op hun 18de plots op zichzelf aangewezen zijn. De bijstandsuitkeringen en het minimumjeugdloon zijn op die leeftijd laag. Als ouders dan uit beeld zijn en niet financieel bijdragen kunnen jongeren verder in de problemen komen. ‘Daardoor dreigen ze dakloos te worden.’

Hoger cijfer

Inmiddels zijn er proeven geweest met in totaal zo’n tweehonderd deelnemers in twaalf gemeenten, waaronder Eindhoven en Amersfoort. In die laatste stad gaven de dertig deelnemers van de meest recente proef hun leven naderhand een hoger cijfer, had bijna de helft van hen werk (tegen een derde aan het begin), en raakte een derde van de jongeren met schulden hun schuld kwijt.

Of je die resultaten succesvol kunt noemen, hangt af van welke morele bril je opzet, zegt socioloog Frank van Steenbergen, die de proeven wetenschappelijk evalueert. ‘Als je het socialezekerheidsstelsel wilt vereenvoudigen voor deze doelgroep, is dit zeker effectief.’ Van der Kolk hoopt dan ook dat er binnenkort binnen de Participatiewet wettelijke ruimte komt voor dit soort initiatieven.

Maar zonder controlegroepen, grotere deelnemersaantallen en meerjarige follow-ups is het lastig om concrete uitspraken te doen, erkent Van Steenbergen. ‘Het Bouwdepot is geen heilige graal. Iemand transformeert niet plots tot een nette volwassene. Mensen die dat verwachten, snappen weinig van hoe sterk uitsluiting en armoede doorwerkt.’ Het Bouwdepot is geen quick fix, benadrukt ook Van der Kolk. ‘Maar het helpt de jongeren wel concreet vooruit.’

Ook Antoinette kreeg haar leven weer op de rit. ‘Voor het eerst had ik het gevoel dat ik op eigen benen stond. Ik kon zelfs eindelijk een paar meubels kopen voor in mijn kamer. Inmiddels doe ik een juridische opleiding en heb ik een bijbaan die beter betaalt.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next