Home

Waarom (extreem)rechts antifa zo graag als terroristische organisatie wil bestempelen

Antifa is een terroristische organisatie, zegt in navolging van Donald Trump ook de Tweede Kamer. Een organisatie is antifa niet, maar wat dan wel? En welk doel dient deze framing van de antifascistische beweging?

is media- en cultuurredacteur van de Volkskrant.

Tienduizenden euro’s aan materiële schade. De ruiten van het D66-partijkantoor ingegooid. Vier agenten en zeven journalisten gewond, en schok alom over de openlijk racistische en antisemitische spreekkoren die op straat klonken.

Achteraf gezien was het antimigratieprotest van zaterdag 20 september in Den Haag gedoemd te mislukken. De verantwoordelijken voor het grootschalige geweld van die dag, extreemrechtse relschoppers en voetbalhooligans, hadden al aangekondigd weinig goeds in de zin te hebben.

Reden was het gerucht dat ze in Den Haag tegenover hun gezworen vijand zouden komen te staan: antifa, kort voor antifascisme, een militante protestcultuur die het, soms met illegale en gewelddadige middelen, opneemt tegen extreemrechts.

Dat was eind augustus aangekondigd op de Facebookpagina Antifa Nederland, blijkt uit een reconstructie van de Volkskrant. Op die pagina werd beweerd dat ‘burgers uit verschillende groepen waaronder de LGBTQIAP-gemeenschap, de kraakbeweging (antifascisten), studentenbewegingen en tevens personen/stemmers vanuit linkse partijen’ op 20 september ook naar Den Haag zouden afreizen.

Het bericht werd daarna grif gedeeld in extreemrechtse Telegramaccounts als Defend Netherlands (‘Lekker matten’).

Alleen: binnen andere antifa-kringen had niemand een idee van wie er achter de Facebookpagina Antifa Nederland schuilging. Er was een sterk vermoeden dat de pagina in handen is van extreemrechts.

Afgelopen week verdedigden de beheerders van de Facebookpagina zich met de verklaring dat zij slechts ‘satire’ bedrijven, niet in handen zijn van extreemrechts, en dat zij een ‘licht verstandelijke beperking’ hebben.

Antifa is geen organisatie

Het wijzen op antifa om extreemrechtse onlusten aan te wakkeren en om linkse oppositie zwart te maken, is niet uniek aan Nederland en lijkt een patroon dat zich de afgelopen jaren in meerdere westerse landen heeft afgetekend.

De nieuwste stap in deze ontwikkeling is het presidentieel decreet van de Amerikaanse president Donald Trump – medio september ondertekend – om antifa officieel tot een terroristische organisatie te bestempelen.

Dat klinkt verregaand, maar de juridische houdbaarheid van een presidentieel decreet is uiteindelijk aan rechters, die moeten beoordelen of het genoeg basis heeft in de Amerikaanse grondwet. Daarnaast: antifa is een ideologie, geen organisatie, en volgens de Amerikaanse wet kunnen alleen ‘overzeese organisaties’ als terroristische organisatie worden bestempeld.

Kort na de aankondiging van Trumps decreet werd in de Tweede Kamer een motie aangenomen, ondersteund door een rechtse meerderheid, om ook de Nederlandse regering te bewegen antifa als terroristische organisatie te beschouwen.

Weinig vertrouwen in politie en rechtbanken

Hoe is antifa internationaal uitgegroeid tot lokaas voor extreemrechts geweld, welk doel dient de framing van antifa als terroristische groep, en wat klopt er van de veronderstelde bereidheid tot geweld van deze militante, linkse beweging?

Het eerste dat experts willen benadrukken is dat het onzinnig is om over de antifascistische beweging te spreken als een ‘organisatie’, met een duidelijk vastomlijnde ideologie en organisatiestructuur, en met het motief om terreur te zaaien in de samenleving.

‘De kortste definitie die ik van antifa kan geven: het is een wereldwijde, radicaal-linkse beweging die is gericht op directe actie tegen extreemrechts, en die weinig vertrouwen heeft in het vermogen van de politie en rechtbanken om extreemrechts tegen te houden’, zegt Mark Bray, als docent verbonden aan de geschiedenisfaculteit van de Amerikaanse Rutgers-universiteit. In 2017 publiceerde Bray het boek Antifa – The Anti-Fascist Handbook, een historisch overzichtswerk van de antifascistische beweging.

‘Antifa is vooral een ideologie, met wisselende interpretaties van dit gedachtegoed per land en zelfs per aanhanger. Er is geen overkoepelende organisatie, geen leider, geen hoofdkantoor. En in vergelijking met politieke groeperingen telt ze weinig aanhangers.’

Professor Watchlist

Bray is een uitgesproken sympathisant van de antifabeweging. In de jaren tien was hij nauw betrokken bij de protestbeweging Occupy Wall Street. Die streed tegen de ontwrichtende invloed van de wereldwijde financiële sector en trok uit allerlei hoeken linkse activisten, onder wie antifascisten.

Volgens Bray is geweld door antifa, ter zelfverdediging en om fascisme in de kiem te smoren, ethisch verdedigbaar. Vanwege dit standpunt is hij de afgelopen jaren het doelwit geworden van een rechtse heksenjacht. Hij eindigde onder andere op de Professor Watchlist, een site die onderwijzers op universiteiten ‘ontmaskert’ die als te links-activistisch worden beschouwd. De site werd opgezet door Charlie Kirk, de conservatieve en Trump-gezinde provocateur die vorige maand werd doodgeschoten.

‘Ik heb het weleens met mijn vrouw gehad over wat we moeten doen als de strijd tegen antifa wordt opgevoerd en ik ook in het vizier terechtkom. Daar zijn we nog niet over uit. Voorlopig houden we een oogje in het zeil. Hopelijk zien ze mij uiteindelijk gewoon over het hoofd.’

Bestrijden om erger te voorkomen

In zijn boek schetst Bray een geschiedenis van antifa die minstens honderd jaar teruggaat en begint in Italië, Duitsland en Spanje. Daar ontstond het antifascisme, geschraagd door socialisten, communisten en anarchisten, als militante beweging tegen de opkomende fascistische en (neo)nazistische bewegingen.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg het antifascisme verder vorm en draaide het vooral om de vraag: wat te doen als er weer nazi’s of fascisten opstaan? Vanaf de jaren zeventig en tachtig is de beweging zich vooral gaan keren tegen xenofobie, de uitsluiting van migranten en de uitwassen van het kapitalisme.

Het militante karakter bij antifa zit hem in de overtuiging dat er actief – met het verstoren van fascistische bijeenkomsten en eventueel met geweld – moet worden opgetreden tegen (neo)nazi’s en fascisten om erger te voorkomen. In zijn boek citeert Bray een antifa-activist die deze gedachtegang als volgt verwoordt:

‘Je bestrijdt ze (fascisten, red.) door brieven te schrijven en te bellen, zodat je ze niet met je vuisten hoeft te bevechten. Je bestrijdt ze met je vuisten, zodat je ze niet met messen hoeft te bevechten. Je bestrijdt ze met messen, zodat je ze niet met wapens hoeft te bevechten. Je bestrijdt ze met wapens, zodat je ze niet met tanks hoeft te bevechten.’

Gebruik van geweld

Ook in Nederland is deze opvatting van geweld door antifascisten weleens tot de uiterste consequentie doorgevoerd. Denk aan de aanslag door radicaal-linkse activisten in 1986 op een bijeenkomst van de extreemrechtse partij Centrumdemocraten. Het hotel waar de Centrumdemocraten bij elkaar kwamen, werd bestookt met rookbommen, waarna het in de brand vloog. Een partijlid raakte daarbij zwaargewond.

In 1991 werd een bomaanslag gepleegd op de woning van Aad Kosto, de toenmalige staatssecretaris van Justitie namens de PvdA en verantwoordelijk voor asielzaken. De aanslag werd opgeëist door de Revolutionaire Anti-Racistische Actie (RaRa).

Bray wil er wel bij zeggen dat geweld slechts een klein onderdeel van de methoden is waarvan antifa zich bedient. Sommige activisten in dit milieu verfoeien geweld als methode.

Daarnaast: in 2020 becijferde de Amerikaanse denktank Center for Strategic and International Studies (CSIS), die zich richt op veiligheidskwesties, dat tussen 1985 en 2020 extreemrechts in Amerika kon worden gelinkt aan honderden moorden en antifa aan geen enkele. In de afgelopen vijf jaar is daar weinig verandering in gekomen, op één moord door een zelfverklaarde antifascist op een extreemrechtse activist na.

‘De meeste tijd gaat op aan maatschappelijk werk voor vluchtelingen en het houden van bijeenkomsten om linkse ideeën te bespreken’, aldus Bray.

Fixatie van Trump

Het middel dat antifa volgens Bray het meest inzet, en dat tot voor kort volgens hem veel effect had, is doxing: de praktijk waarbij iemands identiteit wordt onthuld en online gedeeld. De maatschappelijke gevolgen daarvan, verlies van werk of vrienden, heeft volgens antifa een afschrikwekkend effect.

‘Met doxing is het in het verleden gelukt om extreemrechtse individuen bijvoorbeeld ontslagen te krijgen van universiteiten. Maar het ding met doxing is dat het succes er ook van afhangt hoe de samenleving tegen racisme en fascisme aankijkt. Dat is in de afgelopen jaren nogal veranderd. Extreemrechts is meer en meer opgegaan in de Maga-beweging, het dook tijdens de covidperiode ook op in antilockdown- en antivaxprotesten. Het heeft nauwelijks nog maatschappelijke consequenties te vrezen voor zijn standpunten.’

Ondanks de beperkte impact van antifa, zoals Bray die schetst, is Donald Trump onaflatend bezig om de beweging als een van de grootste binnenlandse gevaren voor de Verenigde Staten af te schilderen. Die fixatie op antifa kwam al aan het begin van Trumps eerste presidentschap op gang.

‘Punching a nazi’

‘Voor 2016 wisten maar heel weinig mensen in Amerika wat antifa is’, zegt de Amerikaanse journalist Christopher Mathias, die zestig antifa-activisten sprak voor zijn boek To Catch a Fascist: The Fight to Expose the Radical Right, dat in februari volgend jaar uitkomt.

‘Veel Amerikanen maakte kennis met antifa op 20 januari 2017, de dag dat Donald Trump werd beëdigd als president. Aanhangers van antifa waren naar Washington gekomen en raakten slaags met de politie. Beelden van een in brand gestoken limousine gingen viraal. Meer dan tweehonderd mensen werden gearresteerd en vervolgd (en vrijgesproken vanwege gebrek aan bewijs, red.).’

Niet ver van de beëdiging werd op hetzelfde moment Richard Spencer, het goedgekapte gezicht van het wit-nationalistische ‘alt-right’, geïnterviewd door een journalist van een Australische tv-zender. Terwijl de camera’s nog draaiden, kreeg Spencer een dreun in het gezicht van een antifascist.

‘Punching a nazi’, zoals het moment ging heten, werd een meme en droeg in belangrijke mate bij aan het beeld dat de antifascistische beweging uitsluitend is gericht op geweld.

Petitie als afleiding

In de zomer van 2017 bereikte de clash tussen antifa en extreemrechts een dodelijk hoogtepunt toen honderden neonazi’s, Ku Klux Klan-leden en alt-rightfiguren van verschillende pluimage onder de titel ‘Unite the Right Rally’ een mars hielden door universiteitsstad Charlottesville. In de nasleep van de mars ramde een neonazi zijn auto door een groep tegendemonstranten en doodde daarbij een antiracisme-activist.

Volgens Christopher Mathias leidden de gebeurtenissen in Charlottesville tot de culminatie van een groeiende paniek onder de Maga-beweging over antifa. Het herhaalde gewelddadige treffen tussen antifa en fascisten, neonazi’s en alt-rightlieden, die openlijk hun steun voor Donald Trump uitspraken, werd een politiek pr-probleem voor de Maga-beweging. Vanaf dat moment, zo stelt Mathias, werd er serieus werk van gemaakt om antifa zwart te maken.

Het startschot van deze lastercampagne was een anoniem opgestelde onlinepetitie om antifa als terroristische organisatie te bestempelen. ‘Die werd meer dan 350 duizend keer ondertekend’, zegt Mathias. ‘Maar nog wonderlijker was dat de opsteller, onder de naam ‘Microchip’, in een interview met nieuwssite Politico onomwonden uit de doeken deed waarom hij de petitie was begonnen. Hiermee, zo vertelde hij, kon hij de angst voor antifa aanjagen en de aandacht afleiden van het dodelijk geweld door extreemrechts.’

Georkestreerde verdachtmakingen

Zulke strak georkestreerde verdachtmakingen van antifa volgden in de jaren daarop volop. Antifa werd in nepberichten gelinkt aan massale schietpartijen, werd verantwoordelijk gehouden voor het ontsporen van een trein, voor het beramen van een burgeroorlog, voor het stichten van bosbranden.

Volgens Mathias werd antifa, net als bij de protesten in Den Haag van 20 september, ook valselijk ingezet om extreemrechts geweld uit te lokken. Dat gebeurde online, vaak door extreemrechtse complotaccounts.

Dat was volgens Mathias in het bijzonder te zien in de zomer van 2020, toen overal in de VS Black Lives Matter-protesten uitbraken naar aanleiding van de moord door een politieagent op de zwarte Amerikaan George Floyd. Hoewel antifa een relatief klein onderdeel vormde van deze massale straatprotesten, werden in de (extreem)rechtse echokamers de wildste geruchten verspreid.

‘Online gingen bijvoorbeeld geruchten dat antifa met busladingen vol naar bepaalde steden onderweg was om winkels en bedrijven af te branden. Wat er vervolgens gebeurde: op sommige plekken kwamen extreemrechtse militiegroepen bij elkaar, bepakt met wapens, om antifa op te wachten. In Oregon stelden militieleden zelfs checkpoints in waar ze mensen vroegen naar hun politieke overtuigingen.’

Presidentieel decreet

Donald Trump sprong die zomer ook op de anti-antifa-trein, om de straatprotesten en de kritiek die daarbij klonk op zijn regime af te schilderen als geïnfiltreerd en gestuurd door gewelddadige linkse extremisten. Voor het eerst dreigde hij antifa als een terroristische organisatie te bestempelen.

Vorige maand pakte Trump zijn strijd tegen antifa weer op. Dit gebeurde niet lang na 10 september, de dag van de moord op Charlie Kirk. Nog op diezelfde dag beweerde Trump, zonder enig bewijs, in een televisietoespraak dat ‘radicaal-links’ verantwoordelijk was voor de dood van Kirk.

Op 22 september publiceerde het Witte Huis het presidentieel decreet waarin antifa wordt beschreven als ‘militaristische, anarchistische onderneming die expliciet oproept tot de omverwerping van de Amerikaanse regering’ en daarbij gebruikmaakt van een ‘campagne van geweld en terrorisme door het hele land’. Het decreet dreigt met strafvervolging van organisaties en individuen die met antifa samenwerken.

‘Los van de foute premisse dat het over antifa spreekt als een organisatie, staat het decreet vol met opmerkelijke beweringen’, zegt Mark Bray. ‘Zie bijvoorbeeld het woord militaristisch. Antifa is niet militaristisch, heeft geen leger en is in beginsel juist antimilitaristisch. Waarschijnlijk bedoelen ze militant.

‘En dan anarchistisch. Anarchisme is slechts één onderdeel van de antifascistische beweging, die bestaat uit veel meer linkse stromingen. Wat betreft de financiën van antifa: organisaties die vanuit een antifascistisch gedachtegoed opereren, moeten het vaak doen met kleine giften van individuen, hooguit 10 dollar per maand. Daarmee worden juridische kosten betaald, de huur van locaties. Ze hebben zelden meer dan 10 duizend dollar in kas.’

Zwaard van Damocles

Meer dan bestrijding van antifa dient het presidentieel decreet volgens Bray vooral een ander doel: de bestrijding van grotere, progressief georiënteerde organisaties die Trump kan afschilderen als (financieel) verlengstuk van antifa. Bray denkt bijvoorbeeld aan de Open Society Foundations, een filantropische stichting van de Hongaars-Amerikaanse George Soros, die via zijn organisatie wereldwijd steun biedt aan initiatieven die de democratie moeten verstevigen.

‘Het dient het politieke doel van Trump om antifa te presenteren als een kwaadaardige beweging uit één stuk’, zegt Bray. ‘Op die manier kan hij de aanval inzetten op organisaties als Black Lives Matter en de Democratische Partij.’

Hoewel het decreet geen juridisch bindend karakter heeft, en zomaar weer kan verdwijnen van Trumps immer wisselende prioriteitenlijst, beschouwt zowel Mathias als Bray het wel als een zwaard van Damocles dat antifa boven het hoofd hangt.

‘Als je ziet hoe Trumps regering zich nu al weinig gelegen laat liggen aan de grondwet, bijvoorbeeld door mensen zonder proces het land uit te zetten, dan is zo’n uitvoerend bevel wel enigszins beangstigend’, zegt Mathias. ‘Ik merk het nu al onder de mensen in de antifabeweging die ik spreek. Ze nemen het zeer serieus en zeggen voorzichtiger te zijn geworden; ze gaan nog meer ondergronds.’

‘Spreek je mij over een half jaar of een jaar, dan is het goed mogelijk dat er niks is veranderd’, zegt Bray. ‘Maar dit decreet is er, het blijft in de lucht hangen. Wie weet wat ermee wordt gedaan bij een nieuwe tragedie, of als er weer maatschappelijke onrust in de straten ontstaat. Dan ligt er in ieder geval een document klaar dat als springplank kan dienen voor verdere escalatie.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next