In Nederland staan nog niet zo lang flatgebouwen, weet architectuurjournalist Merel Pit. Ze kiest haar tien favorieten.
Bergpolderflat (1934), Rotterdam
„De meeste mensen zullen bij een flat aan een galerijflat denken”, zegt Merel Pit, hoofdredacteur van vakblad de Architect. „Maar in feite is het niks meer dan een stel gestapelde wooneenheden.” Pit (44) studeerde architectuur in Eindhoven en Berlijn en doceerde, voor ze koos voor de journalistiek, architectuur aan de TU Delft en de Rotterdamse Academie van Bouwkunst. Als architect heeft ze nooit gewerkt, omdat de praktijk haar „zoals veel vrouwen” niet aansprak. „De werkcultuur is competitief. Lange dagen, weinig ruimte voor twijfel en onderzoek.”
In Nederland duurde het vergeleken met andere landen lang voordat hoogbouw opkwam, zegt Pit. „Dat vonden we maar raar, onhygiënisch en slecht.” Maar woningnood veranderde dat, en na de Eerste Wereldoorlog verrezen hier de eerste flats. Pit: „Hollandse huizen werden van baksteen gemaakt. Flats van metaal, beton en glas. Daar moest iedereen natuurlijk aan wennen.”
Merel Pit
Wat Pit fascineert aan flats is dat ze „zeker in grote steden worden gezien als oplossing voor de woningnood” omdat ze veel mensen kunnen huisvesten en relatief snel te bouwen zijn. „Maar dat heeft nogal een betekenis voor de samenleving, hoogbouw.” Flats zijn ontzettend zichtbaar, zegt ze, en vaak anoniem. Als student woonde Pit in een galerijflat in Eindhoven. „In die tijd droeg ik hakken. Als ik daar ’s ochtends mee over de galerij liep, werd een van mijn onderburen daar wakker van.” Maar de onderbuurman wist niet waar ze woonde. „Uiteindelijk heeft hij me een keer opgewacht in de fietsenstalling. Nu woon ik in een rijtjeshuis en daar ken ik mijn buren wel. We zien elkaar in de straat of voortuin, daar ontmoet je elkaar.
„We moeten nog altijd leren wat goede hoogbouw is”, zegt ze. Het ultieme flatgebouw, esthetisch én goed ontworpen, is volgens Pit ook afhankelijk van de tijdsgeest. „Met mijn voorbeelden wil ik ook laten zien dat het een zoektocht blijft.”
Merel Pit: „Dit is echt een innovatief gebouw. Er zijn wel meer gebouwen van hout gemaakt, zoals Haut in Amsterdam. Bij zulke houtbouw is de kern nog van beton, want als je vloeren van hout maakt kan je problemen krijgen met trillingen en geluidsoverdracht. Maar hier is dat beton vervangen door kruislaaghout: heel dikke, zware balken.
„Ik zie dit als een stap om het appartementengebouw door te ontwikkelen. Dit is nu de meest duurzame variant: hout neemt ook CO2 op. Het is wel hartstikke duur. Een duurzaam gebouw maken is heel ingewikkeld. Hier zijn veel mensen bij betrokken geweest. Het voelt anders, de akoestiek is niet hol. Het gebouw ruikt ook veel lekkerder dan eentje van beton en staal. Volgens mij is het fantastisch om hier te wonen. Enkele architecten die ik ken hebben er ook een woning gekocht.”
„Er staan heel veel van dit soort anonieme flats in Nederland. Ze zijn niet zo hoog, dus je woont er best lekker denk ik. Je hebt er nog contact met de buren en met de straat. Maar veel flats zijn vaak wel toe aan een forse opknapbeurt. Deze flat is heel goed gerenoveerd door Zijdekwartier Architecten, dat niet bezig is met het creëren van iconen, maar met fijne woningen maken voor gewone mensen. Aan de Wiltonflats hebben ze kwaliteit toegevoegd door er balkons aan te brengen en de galerijen te verbreden. Daardoor is de galerij het niet meer een anonieme gang, maar een plek waar je kan zitten, planten neerzetten en contact maken.”
„Dit was een van de bekende honingraatflats in de Bijlmer. Het idee komt van modernisten als Le Corbusier. Bewoners moesten licht, lucht en ruimte hebben: goede woningen met zicht op groen, waar ze konden ontspannen en sporten. Dat zou allemaal fantastisch zijn. In werkelijkheid was er veel criminaliteit.
„In de plint van Bijlmerflats had je bergingen waar bewoners niet vaak kwamen. Er zaten geen winkeltjes of woningen op de begane grond, dus er was ook geen zicht op de straat. Daardoor was er geen sociale controle en werd het wat unheimisch om de flats heen. Tijdens de renovatie hebben ze de plinten opengemaakt. Er kwamen woningen en bedrijfjes in, waardoor de sociale controle toenam. Bij de renovatie konden mensen ook verschillende appartementen naast en boven elkaar kopen om met elkaar te verbinden. Zo kon je er met een groter gezin in gaan wonen.”
„Dit is de eerste ‘bosco verticale’ die in Nederland gerealiseerd werd: een woontoren met honderden bomen en struiken op de gevels. Iedereen zegt: ‘oh, dat is zo duurzaam, met planten die CO2 uit de lucht halen’. Nee, dit is niet duurzaam. Om dit te bouwen heb je véél beton nodig. Het is hartstikke zwaar met al die plantenbakken en daar valt ook nog water in als het regent, dat moet het gebouw allemaal kunnen dragen. Maar het is wel fantastisch als je er woont en zo uitkijkt op groen. Dat is heerlijk, goed voor je mentale welzijn. En wat ik er ook leuk aan vind, is dat dit sociale woningbouw is.
„Ik vind het van een bijzondere esthetiek. Het is allemaal heel strak, dat staat tegenover al die planten, struiken en bomen. Dat contrast vind ik mooi.”
„Dit was met 152 meter het hoogste gebouw van Nederland, tot het in 2010 werd ingehaald door de Maastoren, ook op de Kop van Zuid, die is 165 meter. Het was een van de eerste woontorens die geen sociale woningbouw was, waar rijke mensen in wilden wonen. Het is ook een van de beste plekken van de stad, met dat uitzicht over de Maas. Het is een hybride constructie: de begane grond is van staal gemaakt en de bovenste vijftien verdiepingen ook. Alles ertussen is van beton. De gevel is bekleed met baksteen en aluminium. In flats zie je vaak ritme en repetitie. Houben doorbreekt het ritme in dit ontwerp, doordat de gevels uit meerdere materialen bestaan. Dat vind ik heel dapper. Ik vind hem er ook niet gedateerd uitzien, terwijl hij twintig jaar geleden is opgeleverd.”
„Deze flat werd tijdens mijn studie bouwkunde opgeleverd en ik vond hem fantastisch. Tijdens mijn studie ging het veelvuldig over de vraag: hoe kan je flatbewoners zich laten identificeren met de plek waar ze wonen? Je identificeert je wel met je eigen woning, maar niet met zo’n groot complex; dat is zo groot en te abstract. Je voelt je misschien niet eens thuis op je galerij, maar pas als je de voordeur binnenstapt. Hierin zitten heel veel verschillende type woningen: ateliers, patiowoningen, studio’s, lofts, maisonnettes, penthouses. En elk woningtype heeft zijn eigen gevelmateriaal. Er was in een keer veel meer keuze, het gebouw was veel meer op de mens toegespitst. In een grote flat wonen niet allemaal hetzelfde type mensen. Silodam laat aan de buitenkant de diversiteit zien die aan de binnenkant zit.”
„Deze torens zijn een soort ‘welkom in Almere’ vanaf de snelweg. Ik reed hiervaak langs toen ik in Steenwijk woonde en dacht dan: oh ja, nu komen we in de buurt van stedelijk gebied. Ze verwijzen naar de graansilo’s uit de omgeving.
„De buitenkant van de torens is helemaal gemaakt van geprofileerde staalplaten. Dat betekent dat de platen niet recht zijn, maar strak gebogen. Daardoor ontstaat een ritme. De schoonheid van flats zit eigenlijk altijd in zo’n ritme.
„Uit cijfers blijkt dat vrouwelijke architecten vanaf hun dertigste weglekken uit de architectuurpraktijk. Liesbeth van der Pol was de enige vrouwelijke Rijksbouwmeester van de zeventien die er tot nu toe zijn geweest.”
„Wat ik zo knap aan de Pompenburgflat vind, is dat hij midden in de stad staat, maar aan de binnenkant een groen hof met een grote plataan heeft. Een soort oase.
„Alle galerijen en balkons grenzen aan datzelfde hof. Waardoor je dus, als je naar je woning loopt, je buurvrouw buiten op het balkon ziet zitten. Er is veel sociale cohesie in dat pand. Dat vind ik heel bijzonder.”
„Het is een brutalistisch gebouw. Het zit goed in elkaar en het is gerenoveerd – alle appartementen hebben energielabel A. Daarom is het zo bizar dat het gesloopt gaat worden. Al die mensen wonen daar prima, maar op die plek kunnen méér dan 226 sociale huurwoningen worden gebouwd. Er is veel geld mee te verdienen, er is woningnood. Dus de gemeente zegt: prima, ga maar doen. Erg duurzaam is dat niet.”
„Dit is de voorloper van de galerijflat. Tot het Justus van Effencomplex had je in Nederland niet zulke gestapelde woningbouw. Wat er bijzonder aan is en waarom ik denk dat het nog steeds fijn wonen is, is de soort luchtstraat aan de binnenkant van het blok, die langs de appartementen op de eerste verdieping loopt. De bovenstraat noemen ze het ook wel. Het is een open galerij, maar behoorlijk breed. Het is een opgetilde straat.
„Het complex stond in de jaren tachtig op de lijst voor de sloop. Maar omdat er geen geld was om iets nieuws te bouwen, gebeurde dat niet. In de jaren negentig hebben ze het maar een verfje gegeven. Later is het complex teruggebracht naar zijn originele staat en heel goed gerenoveerd.”
Foto Joost Rutten
„De Bergpolderflat is nog van voor de Tweede Wereldoorlog, maar hij diende als voorbeeld voor alle flats die na de oorlog werden gebouwd. Het is de allereerste galerijflat van Nederland. Er zitten 72 woningen in, dat was voor die tijd veel, en hij was volledig van staal, glas en beton gemaakt.
„Als je vroeger bouwde, gebeurde dat op de bouwplaats. Maar wat zo bijzonder is aan de Bergpolderflat: alle onderdelen werden gemaakt in de fabriek. Met het maken van de onderdelen zijn ze twee jaar bezig geweest, maar op locatie werd de flat in drie weken in elkaar gezet.
„In de flat zitten woningen van ongeveer vijftig vierkante meter, voor tweepersoonshuishoudens en kleine gezinnen. In de appartementen waren vroeger opklapbare bedden aan de muur vastgemaakt en er waren geïntegreerde kastenwanden. De grote slaapkamer werd bij de woonkamer getrokken: overdag kon je glazen schuifwanden opendoen en het bed opklappen, zo ontstond een relatief grote woonkamer. En ’s avonds deed je die wanden dicht en klapte je het bed naar beneden.
„Dit soort modulaire concepten zie je ook nu weer opkomen in Amsterdam. Nadat een ontwikkelaar en architect een gebouw hebben gemaakt, komt er een bedrijf langs die de appartementen inricht met schuifwanden, ingebouwde kasten of wegschuifbare bedden. Op het Cruquiuseiland heb je twee woongebouwen met Smart Tiny Lofts. In die appartementen zitten inschuifbare keukens, en onder het bed zit een ingebouwde koelkast en kledingrek.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC