Het Uur Protestzangeres Sophie Straat gaat met compromisloze teksten in tegen onrecht. Op haar nieuwe album Wie de fak is Sophie Straat houdt ze Nederland een spiegel voor: een land vol regels, zonder ruimte voor empathie. In Het Uur spreekt ze met Pieter van der Wielen over het doorbreken van kaders.
Sophie Straat.
Sophie Straat is een protestzangeres pur sang. Ze wordt vaak activist genoemd, maar zelf ziet ze dat anders. Op haar nieuwe album Wie de fak is Sophie Straat houdt ze Nederland een spiegel voor: een land waarvan het verhaal volgens haar allang is opgeschreven, waarin we al weten wie de winnaars en wie de verliezers zijn, waar geen ruimte is voor empathie.
In de podcast Het Uur gaat Pieter van der Wielen met Straat in gesprek over haar verlangen om buiten die kaders te treden. Als samenleving, maar ook als artiest en persoon. Ze spreken over de vraag of muziek de wereld kan veranderen, over de criminalisering van protest tegen de genocide in Gaza en hoe Sophies Joodse identiteit losstaat van haar verzet.
Dit is een, voor de leesbaarheid geredigeerde versie van het gesprek dat Pieter van der Wielen voerde met Sophie Straat voor Het Uur, de wekelijkse interviewpodcast van NRC. Luister en volg Het Uur via nrc.nl, de NRC Audio-app of een ander podcastplatform. Het Uur is ook te bekijken op YouTube.
„Ik denk het niet. Het irriteert me ook ergens.”
„Vaak krijg ik de vraag of Sophie Straat een alter ego is, of ik dat wel of niet echt ben. En dan raak ik lichtelijk geïrriteerd. Dan denk ik: ik ben toch gewoon ik? Of als ik een beetje goed in mijn vel zit, dan zeg ik: op het podium ben ik een uitvergrote versie van mezelf. Maar het antwoord heb ik gewoon niet. En het irriteert me omdat het ergens een spiegel is die ik voor mezelf hou. Dat ik niemand ben zonder de rest van de wereld, zonder mijn publiek.”
„In zekere zin wel, toen ik misschien het eerste liedje maakte? Ik denk dat de muziek inmiddels wel is wie ik ben. Geloof ik. Ik zeg het betwijfelend, want dat weet ik ook niet zo goed. En ik denk dat achteraf gezien het album gaat over het openstaan voor verandering en hetgeen wat ik zelf ook niet zo goed begrijp. Ik denk dat dat een pleidooi is geworden voor dat ik meer wil zijn de kaders die ik voor mezelf heb bedacht, van dit is wie ik ben en dat is nou eenmaal zo. Ook als muzikant of als artiest of als persoon. Achteraf gezien denk ik dat ik graag zou willen dat ik meer ben of meer kan zijn en dat ik wil dat de rest van de mensheid dat ook zou kunnen en moeten doen. En ik ben bang dat ik kaders heb bedacht waardoor ik vastzit in genre, in smaak, in identiteit.”
Sophie Straat: "Ik ben niemand zonder mijn publiek"
„Dat heeft natuurlijk iedereen. Ooit heb ik bedacht dat ik overal tegenaan zou gaan schoppen. Voordat ik muziek maakte, was ik altijd een beetje de mainstream persoon in de alternatieve wereld en in de alternatieve wereld was ik dan weer de outsider. Die identiteit van ergens tegen aantrappen, dat was iets wat ik waar ik me aan vasthield.”
„En hoe absurd dat eigenlijk is.”
„In eerste instantie wel. Ik studeerde fotografie aan de kunstacademie en aan ons werd verteld dat er ongeveer vier seconden naar een kunstwerk wordt gekeken in het museum of een expositieruimte. Toen dacht ik: zit ik daar, om levenswerk te maken, en dan kijken mensen vier seconden. Met een liedje heb je misschien iets langer de tijd, zullen mensen luisteren en misschien zelfs wel meezingen. En als je geluk hebt, gaan ze er zelf ook over nadenken. Een soort propaganda.”
„Ik ging het proberen en het beviel me. Ik heb altijd van muziek gehouden, zoals heel veel mensen van muziek houden. Er ging een wereld voor me open. Niet alleen omdat ik merkte dat mensen gingen luisteren, maar ook omdat ik op een andere manier van muziek ging houden.
„Ik werd verliefd op het vak van experimenteren van geluiden en wat je er allemaal wel niet mee kan doen.”
„Daarmee is voor mij het muziekmaken ontstaan. Wat heel vreemd is, want ik heb zelf nooit smartlappen geluisterd. Ik kom helemaal niet uit een Nederlands gezin. Maar, ja, een project dat ik deed, ging over gentrificatie. Ik ben geboren in de Pijp [in Amsterdam] en dat is een soort grondlegging van de gentrificatie. Zoekend naar een medium om uit te leggen wat ik wilde zeggen kwam ik al snel bij de smartlap terecht, omdat het gaat over het oude Amsterdam.”
„Ik was niet alleen, ik ben tweeling. Mijn broer is er ook. Mijn ouders zijn naar Nederland gekomen en we hebben heel erg geleerd om te doen waar we gelukkig van worden. Dat is volgens mij echt wel een millennial dingetje, want onze ouders hebben dat niet gedaan. Mijn moeder was een schilder, ze maakte grote muurschilderingen in Londen. Ze deed dat heel goed, maar toen ze naar Nederland kwam, was er weinig werk te vinden in haar vakgebied en is ze Engels docent geworden. Ze zal nooit bekennen dat ze spijt van heeft, maar ik weet dat ze het mist. Bij ons thuis werd dan ook gezegd: ga naar de kunstacademie. De universiteit was bijna geen optie.”
„Ja. Creativiteit is de toekomst. Eigenlijk is het een heel individualistisch gedachtegoed, want je kiest voor je eigen geluk. En dat is allemaal gebaseerd op je eigen welzijn.”
„Ja, dat is ook wel een thema in mijn leven.”
„Klopt. Helemaal.”
„Ja, dat heb je goed gehoord.”
„Wel vaker.”
„Om 6 gaan we eten is gebaseerd op een dag, 8 november, de dag na de rellen van de Maccabi -hooligans. Het demonstratierecht is toen ontnomen. Dat is iets heel gevaarlijks om te doen, want in een tijd van genocide, onderdrukking en moord is demonstreren en je uitspreken het enige wat je kan doen als je je machteloos voelt. Als dat wordt ontnomen, dan kan je helemaal niks meer. Om 6 Gaan We Eten gaat over die dag dat ik naar de Dam ging en op de grond werd gegooid door een agent. Wij allemaal. Het moment dat ik binnenkwam werd ik in een arrestatiekring gegooid bij de rest. Ik was een van de eerste van de demonstratie en we werden meteen gearresteerd. Ik was die dag al verdrietig, om verschillende redenen. En als je dan op de grond wordt gegooid en een klap krijgt, dan voel je die hele dag op je vallen. Dat triggert van alles en daar gaat dat liedje over. Het banale van zo ’n dag is dat je dat dan heb gehad en weer thuiskomt tussen al je spulletjes. Het is allemaal zo normaal, terwijl er van alles aan de hand is.”
Sophie Straat: "Dat ik opgepakt word bij een demonstratie, is echt de wereld op zijn kop"
„Ik heb sowieso wel dat stress of verdriet op mijn lichaam slaat. Of ik kan niet slapen of ik menstrueer niet, dat kan gebeuren. Die nacht kan ik me niet meer herinneren. Ik heb er een liedje over geschreven, dus het is wel bij me gebleven, die dag.”
„Dat was de dag erna. Die hele week waren daar demonstraties, voor of tegen politiegeweld, voor demonstratierecht en natuurlijk tegen genocide. Dat bleef doorgaan tot het demonstratierecht werd hersteld. Dat is de wereld op zijn kop. Je probeert op te komen tegen genocide en dat wordt gecriminaliseerd. Dat is gestoord, ik kan niet anders zeggen. Ik bedoel, er is gewoon een waarheid dat er elke dag mensen vermoord worden en kinderen kogels in hun kop krijgen. En nog steeds wordt dat ontkracht door onze overheid en door de media.”
„Onbegrip allereerst en machteloosheid. Pessimisme, denk ik. Ja, van alles en ook wel ook wel strijdlustig.”
„Ja 100 procent.”
„Volgens mijn vrienden heb ik leo energy. Volgens de sterren zou ik moeten genieten van aandacht. Ik geef ze geen ongelijk. Maar ergens vind ik het ook een vreemd idee. De teksten die ik heb geschreven, zou iemand anders ook kunnen schrijven. Er zijn genoeg teksten geschreven, er zijn genoeg denkers met goede gedachten, gepubliceerd of ongepubliceerd. Waarom krijg ik dan deze microfoon, hier vandaag?”
„Ja, daar zit wel een paradox. Want ik neem dat podium, ik breng dat album uit en ik vind het een goed album. ik wil dat mensen dat luisteren. Tegelijkertijd denk ik: sorry, het hoeft ook niet. Je hoeft niet naar mijn muziek te luisteren. Misschien valt het ook wel tegen allemaal.”
„Ja, ik weet niet of ik het verdien. Maar ik weet ook niet of ik het iedereen gun om die microfoon te krijgen.”
„Nou, ik weet wel dat er een genocide is en ik weet wel dat Israël kut is. Dat zijn waarheden en daar sta ik achter. Ik vind ook de term activist zoiets vreemds. Ik bedoel: het is ook een waarheid dat ik een activist ben. En het is een waarheid dat de activisten om mij heen activisten zijn. Maar waarom zijn wij noemenswaardig en gaat het niet over de onderdrukte mensen, de mensen die vermoord worden en de kinderen met de kogels in hun hoofd? Die zouden dan misschien de waarheid kunnen vertellen.”
„Maar daar gaat het natuurlijk om. Het gaat om hun, het gaat niet om ons.”
„Ergens zie ik daar ook twee verschillende kanten van. Muziek is ook een plek voor vrijheid. Als vrijheid bestaat, dan is het misschien muziek, want het is een plek waar je even helemaal nergens aan hoeft te denken. Het is iets heel moois. Een veilige plek, denk ik. Ik bedoel, bepaalde muziek in ieder geval. En tegelijkertijd, als je dat podium hebt zijn er ook momenten dat je daar gebruik van zal moeten maken.”
„Er zijn bepaalde plekken waar je niet anders kan. Als je dan toch iets aan het zeggen bent, dan kan je het er niet níet over hebben als het aan de hand is.”
„Nou, liefde is ook iets heel belangrijks en ook iets waar je mee zit. Als je een gebroken hart hebt, dan kan je niet anders dan het erover hebben. Het onrecht dat jou is aangedaan, daar moet je iets mee. En dat is ook met een genocide zo. Het is zoiets groots waar je dan mee te maken hebt, je kan nergens anders meer aan denken. Toch? Je moet het hebben over de dingen die niet oké zijn of de dingen die jou iets aandoen.”
„Maar ik denk dat het ook oké is als je niet de woorden ervoor hebt. Het is ook een bepaald gevoel dat klopt. Fuck Israël, dat moet je gewoon kunnen zeggen zonder dat je de cijfers hebt en de woorden ervoor. En ook als je niet begrijpt waar dat vandaan komt of waarom dat zo is. Of moet je er voor openstaan om het wel te kunnen begrijpen of het ook aannemen dat je het niet kan begrijpen.”
„Ik ben huiverig. Ik word knettergek van alle mannelijke journalisten. Vooral de cis-journalisten waar ik extra hard moet werken.”
„Nee. Ik bedoel: Israël is kut, of ik nou Joods ben of niet. En ik denk ook: als we die twee alsmaar naast elkaar laten staan, dat dat alleen maar voor gevaar zorgt.”
„De staat Israël koppelt aan het Joodse geloof. Dat is niet waar. Het gaat niet hand in hand. En als we alsmaar de kaart trekken van: Joden voelen zich onveilig, dan gaat het niet meer om de Palestijnen en gaat het niet meer om de genocide. En als er altijd wordt verteld: Sophie Straat, zij is Joods en ze is tegen genocide, dan is dat dus noemenswaardig. Maar natuurlijk ben ik tegen genocide.”
„Ja, omdat de Joden ook genocide hebben meegemaakt.”
„Wat jouw familie is aangedaan.”
„Het is niet anders dan mijn vrienden doen. Het is een deel van mijn leven, het activisme. Blijkbaar ben ik activist. Maar ik zie dat dus niet echt zo.”
„Protestfest is een festival dat ik elk jaar organiseer. Aankomend jaar wordt de vierde editie. Het is een dag van muziek en kunst in Paradiso. Daar nodig ik artiesten en sprekers en kunstenaars uit die ook iets met protest te maken hebben in hun werk. Wat ik merk is dat op zo ’n dag Paradiso volstaat met gelijkgestemde mensen. En dat je niet tegen de grond geduwd wordt. Een soort veilige plek van uitspreken. En dat met je vrienden en muziek, de twee mooiste, belangrijkste dingen op de wereld. Ja, dat is de leukste dag van het jaar.”
„Precies, ja. Waar is de verontwaardiging over wat het Palestijnse volk wordt aangedaan? Dat is precies dat argument.”
„Het is altijd angst, denk ik, voor wat zij zullen verliezen. Ja, angst. Misschien is het ook wel domheid, als dat bestaat.”
„Dat sowieso. Fascisme, populisme. Het is grappig, we hadden het net over de microfoon nemen bij NRC. Mijn grootste angst is altijd geweest dat ik niet slim genoeg was voor dit soort dingen. Maar ja, die domheid die bestaat wel, dat niet openstaan voor hetgeen wat je niet begrijpt. En dat zijn zij.”
„Ik ben bang van wel.”
„Ik ben huiverig. Ik word knettergek van alle mannelijke journalisten. Vooral de cis-journalisten waar ik extra hard moet werken. Ik vind een interview sowieso iets heel geks. Dat ik geïnterviewd word en dat het dan in een keer over mij gaat. Maar als dat dan gebeurt, doe dan gewoon één Google-search. Toch? Even kijken met wie je straks te maken hebt. Dat doe ik ook met de journalist. Ik wil gewoon weten met wie ik straks aan tafel zit. En die komen dan thuis bij mij en dan hebben ze gewoon geen idee wie ik ben. Totaal niet voorbereid. Je wil toch weten wat je moet vragen? Ik merk dat dat vaker met de mannelijke journalisten is, of ja, bijna altijd.”
„Dat heeft heel veel te maken met de Nederlandse bedrijfscultuur, of de Europese bedrijfscultuur waarin de man altijd serieus is genomen. De witte cis-man is altijd serieus genomen, die geloof ik ook sneller. Het is iets heel stoms, maar ik betrap me er zelf ook vaak op dat als ik ergens in een ruimte iets moet vragen aan iemand… Dan denk ik: oh, hij zal het wel weten. Terwijl dat is …”
„Ja, het prototype mannetje in het pak.”
„Wat we bijvoorbeeld bij Sylvana Simons in de Tweede Kamer hebben gezien, is dat zij voortdurend wordt aangesproken op hoe zij praat. In plaats van de belangrijke inhoud die ze net heeft voorgelezen. Het is gestoord. Dan wordt er alleen maar gepraat over de toon die ze heeft aangehouden.”
„Ik word sowieso niet gedraaid op de radio. En ik weet nooit of dat zo is omdat ik kutmuziek maak of omdat het te politiek is of omdat het niet mainstream genoeg is.”
„Nou er zijn wel mensen die zeggen waarom moet het allemaal zo ingewikkeld en feministisch en kun je niet gewoon een keer gezellige muziek maken. Maar ik heb ook een heel groot publiek daaraan te danken en als ik naar Protestfest kijk, dat er dan drie verdiepingen volstaan met gelijkgestemde mensen, dat is er ook.”
„Ik word sowieso niet gedraaid op de radio. En ik weet nooit of dat zo is omdat ik kutmuziek maak of omdat het te politiek is of omdat het niet mainstream genoeg is.”
„Ik voel grenzen en ik voel mogelijkheden. En dat gaat ergens ook wel weer samen, maar het segregeert ook wel een beetje.”
„Nou, op een bepaalde manier dat je daarmee een bepaald publiek aantrekt.”
„Ja, ergens wel. Je hebt natuurlijk meerdere plekken waar je komt als artiest. Ik vraag me af of ik bijvoorbeeld nog een keer word uitgenodigd op een plek waar ik een keer heb gedemonstreerd op het podium waar het publiek misschien niet voor was bestemd. Bijvoorbeeld een keer in de Ziggo Dome, met 750 jaar Amsterdam. Toen heb ik een protestactie gedaan en dat werd niet supererg voor lief genomen”
„Nou, ze hebben het gewoon in een doofpot gestopt. De camera draaide weg en ze hebben het er niet over gehad. Het licht ging uit”
„Ja precies. Dus het feestje is er niet. We kunnen geen feestje hebben. De hele slogan ‘No one is free until we are all free’ … Er is geen vrijheid, er is geen feestje. Er valt niks te vieren wanneer er een genocide is. Een demonstratie is geen feestje. En tegelijkertijd kan het protest ook iets heel moois zijn en kan het wel een feestje zijn. Bijvoorbeeld bij de demonstratie van de UvA, toen de studenten de banden van de UVA wilden verbreken met Israël. Toen was er wel bijna een soort feest. Voor mij was het in ieder geval iets waarin ik blijdschap ervaarde, want ik keek om me heen en ik zag: misschien is dit wel een revolutie, misschien zijn we wel iets aan het veranderen. Dat was iets heel moois juist, iets heel leuks. Daar was iets positiefs.”
„Oh, dat weet ik echt niet. Ik vind het zo ’n raar idee dat het er ineens straks is. Ik had het hier toevallig over met een vriend van mij die in een succesvolle Nederlandse popband zit en hij vroeg aan mij hoe het met me ging. Ik kon de vraag niet zo goed beantwoorden, want er zit zoveel spanning in mijn lichaam. En ik weet niet of het is vanuit bang zijn voor een teleurstelling of hopen op extase of er kan van alles gebeuren. Ik bedoel, misschien verandert mijn leven en misschien helemaal niet. En beide van die twee vind ik jammer.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC