Home

Hoofd geschiedenis Rijksmuseum Valika Smeulders: ‘Bij elk geloof heb je momenten van macht of juist onderdrukking’

Ze werd bekend bij het Rijksmuseum door haar aandacht voor koloniale geschiedenis en slavernij. Nu richt Valika Smeulders zich als bijzonder hoogleraar in Groningen op de rol van godsdienst. „Je kunt het menselijk bestaan eigenlijk niet goed beschrijven als je onvoldoende aandacht aan religie besteedt.”

Valika Smeulders is hoofd van de afdeling Geschiedenis bij het Rijksmuseum en bijzonder hoogleraar Musea, erfgoed en religie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze sprak vrijdag haar oratie uit.

Valika Smeulders (56) heeft belangstelling voor het vertellen van verhalen die in musea nog niet werden verteld. Als hoofd geschiedenis van het Rijksmuseum in Amsterdam is ze daarom de afgelopen jaren vooral bezig geweest met de koloniale geschiedenis, met een tentoonstelling over slavernij in 2021 als hoogtepunt. Nu gaat ze als bijzonder hoogleraar Musea, erfgoed en religie aan de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek doen naar religie.

En ook nu wil Smeulders zich weer richten op die verhalen die niet zo bekend zijn. Dat kan door het gebruik van historische, religieuze objecten. Maar ook door bijvoorbeeld te kijken naar hoe schilder Rembrandt van Rijn zijn omgeving in beeld vatte. Dan valt op dat ook zijn schilderijen religieuze componenten bevatten. Vrijdag 3 oktober hield Smeulders haar oratie, waarin ze het belang benadrukte van meerdere verhalen en gelaagdheid.

Religie is heel belangrijk geweest in Nederland. Waarom was het onderwerp in musea dan toch zo onderbelicht?

„Ik denk dat het een gevolg is van de scheiding van kerk en staat. Musea bestaan vooral vanaf de negentiende eeuw, dus het ontstaan ervan valt ongeveer samen met die scheiding en later de secularisering. In het Rijksmuseum werd de blik vooral gericht op het economische, politieke en bestuurlijke. Het idee was dat je als seculiere staat het religieuze aan de mensen overlaat. Alsof het iets is wat je alleen maar thuis beleeft of in een kerk. Maar eigenlijk zou je juist in de openbare ruimte meer plek moeten geven aan het beter leren kennen van elkaars religie. Behalve bij gespecialiseerde musea zoals het Catharijneconvent zie je daar weinig van terug.

„Religie is een constante in de samenleving en de geschiedenis. Je kunt het menselijk bestaan eigenlijk niet goed beschrijven als je daar onvoldoende aandacht aan besteedt.”

Heeft u al een beeld van de verhalen die u wilt vertellen?

„Onze collectie leent zich ervoor om er op heel veel manieren bij stil te staan. We hebben religieuze objecten, denk aan kruisbeelden of piëta’s. Maar je hebt ook objecten die mensen bij zich hebben gedragen, zoals pelgrimsinsignes. Rembrandt heeft ook een aantal schilderijen gemaakt die interessant zijn. Het Joodse bruidje bijvoorbeeld. Of het portret van zijn zoon Titus, in een franciscaner pij. Je ziet dat in zijn wereldbeeld religie ook een rol speelt. En dat willen we een duidelijkere plek geven.

„Daarnaast kun je ook denken aan wat er over geschreven is. We hebben onder andere een prachtige collectie boeken uit de achttiende eeuw over wereldreligies. Op die manier kun je gaan reflecteren op hoe mensen omgingen met het gegeven dat er in samenlevingen altijd meerdere religies tegelijkertijd zijn. En dat vind ik heel interessant: het laat zien hoe je als samenleving altijd weer op zoek bent naar hóé samen te leven. Daarbij is begrip voor de ander erg belangrijk, vanuit kennis over de ander en kennis over jezelf.”

Het klinkt ook als iets dat nog heel actueel kan zijn.

„Absoluut. Religie of het beleven van geloof is voor mensen een anker in hun bestaan. Dus mensen zullen dat altijd nodig hebben of er mee bezig zijn. En daar moeten we een goede plek aan bieden. Niet zozeer sturend, maar vooral informerend.”

In uw oratie kwam ook uw eigen familiegeschiedenis aan bod, aan de hand van twee foto’s van uw voorouders. We zien een witte man en een zwarte vrouw, Eduard en Charlotte. Wat wilde u daarmee vertellen?

„Op het eerste gezicht denk je: die man zal wel aan de verkeerde kant hebben gestaan en de vrouw is in slavernij geboren. Maar dat was dus niet zo. Zij was vrij geboren, hij niet. En dat had weer gevolgen voor hoe zij in het leven stonden. Hij kon zijn leven veranderen aan de hand van de geloofsgemeenschappen waar hij zich bij aansloot. Hij sloot zich later aan bij de protestantse kerk en werd via verkiezingen lid van een raad die over benoemingen ging. Zo had hij een stem in de maatschappij.

„Het is heel belangrijk dat we nu meer kennis hebben over het construct ras en wat voor gevolgen het heeft gehad. Maar als je het daarbij houdt, ga je mensen opnieuw in hele starre hokjes indelen. En door naar meerdere invalshoeken te kijken, ga je veel genuanceerder kijken naar individuen. Dat is volgens mij belangrijk om te laten zien in een museum.

„Ik zag in het archiefmateriaal dat ik verzamelde over mijn familie dat religie een belangrijke factor was. Want de manier waarop religieuze groepen konden bewegen in de koloniale samenleving veranderde steeds. Dus je kleur was een belangrijke factor in je acceptatie, je bewegingsvrijheid, maar je religie net zo.”

Welke rol speelde het geloof dan voor uw voorouders?

„In de koloniale samenleving, in Suriname, hadden protestanten de grootste macht. Op de vlucht voor de rooms-katholieke Inquisitie kwam de Joodse kring binnen. In de Surinaamse samenleving hadden ze meer rechten dan ze elders hadden. Wat ik in mijn oratie toelicht is dat ik zie hoe mensen door het Joodse geloof aan te nemen een emancipatieslag konden maken. En later gebeurde dat juist door het protestantse geloof. Dus dat verandert en wisselt steeds. Ik vind het razend interessant, omdat eigenlijk geen enkel geloof in de samenleving altijd aan de macht is. Je hebt bij elk geloof voorbeelden over momenten van macht of juist onderdrukking.”

U heeft in het verleden veel onderzoek gedaan naar de koloniale geschiedenis en in 2021 was er een tentoonstelling over slavernij in het Rijksmuseum. Het onderwerp laat u niet los, hoor ik ook nu weer?

„Het is zo’n lange periode geweest, en die periode is ook het hart van het Rijksmuseum. Onze kerncollectie komt uit de 17e eeuw, dat is de start van de koloniale periode. Dus het is heel logisch dat we daarover blijven vertellen. En het is zo bepalend geweest voor de samenleving nu. Je blijft het terugzien.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next