Defensie Overal in het Europese luchtruim duiken drones op. Het leidt tot strijdvaardigheid én frustratie bij EU-landen.
De Deense premier Mette Frederiksen met de Oekraïense president Zelensky tijdens een bijeenkomst in Kopenhagen. Hier werd over een plan voor een Europese ‘dronemuur’ gesproken.
In het Deense stadje Aalborg, waar de luchthaven een paar uur gesloten was nadat er drones waren gesignaleerd, trof NRC afgelopen weekend een onthutste leraar aan. „We zitten hier in onze veilige kleine bubbel, in een sprookje van Hans Christian Andersen. Hier gebeurt nóóit iets. En dan dit”, aldus Kristian Larsen (59).
De drones die de afgelopen weken op verschillende plaatsen in het Europese luchtruim verschenen, zorgen voor onrust. Donderdagnacht nog: de luchthaven van München was ongeveer zeven uur gesloten, drieduizend passagiers liepen vertraging op. Er was een drone gesignaleerd, of meerdere: dat is vrijdag nog niet duidelijk. En vrijdagochtend verschenen berichten over vijftien drones boven een militaire basis in België. Een burgemeester zei niets te weten over een dreiging, hij wist wel van drone-inzet bij de zoektocht naar een „verdwaald paard”. En op Schiphol, vorig weekend, zagen piloten en vliegtuigstoppers een vliegend object aan voor een drone: de Polderbaan is driekwartier gesloten geweest. Het object bleek, naar alle waarschijnlijkheid, een ballon.
Het is goed dat men alert is, zei een woordvoerder van de marechaussee bij de NOS. „De keerzijde is dat het vliegverkeer mogelijk voor niets is omgeleid.” Enkele tientallen keren per jaar hebben Nederlandse luchtverkeersleiders te maken met een ‘dronevoorval’. Dat kunnen hobbyisten zijn, vliegtuigspotters. Maar sinds op 9 september negentien Russische drones in het Poolse luchtruim opdoken, is Europa hyperalert: elke drone kan een vijandige zijn.
Het Hans-Christian-Andersen-Europa van leraar Larsen, bestaat niet meer. En terwijl drones op steeds weer nieuwe plekken verschijnen, zijn de Europese regeringsleiders het eens over de ernst van de zaak, maar niet over de aanpak. Een plan voor een Europese ‘dronemuur’ werd bij een vergadering in Kopenhagen warm onthaald door landen aan de oostgrens, de rest ziet vooral praktische bezwaren.
De tijd van „nostalgie”, die is niet meer, zei Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen in een grote toespraak in september. Europa, zei ze, is in gevecht. De Duitse bondskanselier Friedrich Merz voegde daar deze week aan toe: we zijn niet in oorlog met Rusland. Maar, vrede? Nee, dat ook niet meer. De Nederlandse Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst omschreef de situatie in april als een „grijs gebied”.
Of alle gesignaleerde drones van de afgelopen weken – boven Polen, Noorwegen, Roemenië, Duitsland, België, Frankrijk – door Rusland zijn gestuurd is niet zeker. Maar veel twijfel is er ook niet over. De onrust die de dronesignaleringen tot gevolg hebben, is deels het doel waarmee ze de lucht in worden gestuurd. Niet alleen burgers worden nerveus, maar ook de bondgenoten die zich tegen Rusland proberen te verenigen. De EU-landen spraken deze week dezelfde krijgstaal, maar waren verdeeld over de vraag hoe nu verder. En in NAVO-verband vroeg de Amerikaanse president Donald Trump zich hardop af of de Russische drones boven Polen een „vergissing” betroffen. Een ander doel, schrijft Rafael Loss van denktank European Council on Foreign Relations: informatie verzamelen over hoe de Europese NAVO-landen hun defensie hebben georganiseerd. Elke reactie, of het gebrek daaraan, vertelt iets.
Zoals de negentien Russische drones die het Poolse luchtruim schonden. Het voorval maakte duidelijk dat de oostelijke grens is hier niet klaar voor was. De drones boven Polen werden met F-35s uit de lucht geschoten, een tamelijk (of: te) zwaar middel voor het doel. NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte is „trots op de Nederlandse piloten” die een paar van de drones neerhaalden, herhaalt hij afgelopen donderdag in Kopenhagen. Maar, erkent hij, „je kunt op langere termijn natuurlijk niet miljoenen uitgeven aan raketten die drones uit de lucht halen, terwijl die drones zelf een paar duizend euro kosten”.
Strijdvaardigheid ging samen met bij de Deense premier Mette Frederiksen, die deze week de Europese leiders in Kopenhagen verwelkomde voor een vergadering over defensie. „We bewegen op geen enkel onderwerp snel genoeg”, zei ze vooraf. „Ik denk dat iedereen heeft onderschat hoe groot de Russische dreiging echt is.”
In antwoord daarop heeft de Europese Commissie iets nieuws voorgesteld: een ‘dronemuur’. In een discussie die langer duurde dan verwacht zetten de Europese leiders deze week in Kopenhagen hun posities uiteen rond dat fenomeen. Wat bleek: hoe dichter bij de grenzen met Rusland, hoe meer draagvlak. Landen die er verder vanaf liggen, zien praktische bezwaren.
Het woord ‘muur’ moet niet letterlijk worden opgevat; in de kern gaat het om een samenwerkend netwerk van detectiesensoren dat drones aan de Europese grenzen moet signaleren en bij voorkeur ook onderscheppen.
Binnen een jaar zou de ‘muur’ klaar kunnen zijn, volgens de Eurocommissaris voor defensie. Eerder in de week zei de Duitse minister van Defensie, Boris Pistorius dat dronedefensie is een belangrijke prioriteitis, maar dat een dronemuur het antwoord niet is. Hij gelooft niet dat die zo snel tot stand kan komen, zelfs „drie tot vier jaar” ziet hij niet als realistisch.
Ook Emmanuel Macron, de Franse president, liet woensdag in Kopenhagen weten dat hij huiverig is voor het concept ‘dronemuur’. Hij legt prioriteit bij betere waarschuwingssystemen, langeafstandsvuur, grond-luchtverdediging en counter-drone systemen.
De Italiaanse premier Giorgia Meloni, ziet weer andere bezwaren: een gedeeld Europees defensieproject zou zich niet uitsluitend op de Oost-Europese grenzen mogen richten. Griekenland deelt de bedenking: aan de veiligheid van de zuidelijke Europeanen moet ook gedacht worden. Waarop de Finse premier tegen nieuwssite Politico zei: „Wij hebben ons de laatste twee decennia solidair opgesteld, bijvoorbeeld bij Covid, de economie, migratie.” En nu, zei hij, is het tijd voor solidariteit de andere kant op, solidariteit met de Finnen, de landen aan de oostelijke flanken.
Alleen al de landgrens met Rusland, van het hoge Finse noorden tot de Roemeense kust aan de Zwarte Zee, is zó omvangrijk: die kun je niet volledig afschermen, zegt Katja Bego, expert bij de Britse denktank Chatham House in EUobserver. In de praktijk zou een dronemuur zich moeten richten op burger- en militaire doelen. De maritieme grens blijft zonder eenzelfde beveiliging lek.
Op die zeegrens vormt bovendien de Russische schaduwvloot een probleem: schepen die de sancties tegen Rusland omzeilen. De Deense autoriteiten denken dat de drones die hun luchtruim schonden vanaf zulke schepen zijn gelanceerd.
De landen aan de Oostzee werken samen om problemen met de schepen tegen te gaan, maar een oplossing is nog niet gevonden.
Afgelopen week enterde de Franse marine een olietanker ter hoogte van de Franse kust. Het schip, dat onder de vlag van Benin voer, was volgens de Franse autoriteiten ongeregistreerd en met olie onderweg van Sint Petersburg naar India.
Rond dezelfde tijd dat er drones boven Denemarken vlogen, voer het schip langs het land. Zowel Frankrijk als Denemarken heeft niets gezegd over een eventueel verband. Maar, dat de schaduwvloot een probleem vormt, kan Frederiksen wel zeggen.
„Alles.” Als ze gevraagd wordt naar wat de Europese lidstaten nu kunnen leren van Oekraïne, benadrukt premier Mette Frederiksen: „Alles”. De rollen zijn haast omgedraaid: Oekraïne moet de EU helpen met haar verdediging. Al blijft Oekraïne „onze eerste verdedigingslinie”, benadrukt Frederiksen.
Na „drieëneenhalf jaar verschrikkelijke Russische aanvallen” weet Oekraïne hoe om te gaan met bedreiging, zegt NAVO-chef Mark Rutte donderdagochtend in Kopenhagen. Het is, zegt hij, „erg belangrijk” dat Oekraïne inzichten over dronebescherming en „digitale bedreingen” deelt met Denemarken en Polen.
De komende weken zullen de NAVO-landen „extra versnellen” op drone-capaciteit, aldus Rutte. „Wanneer de tegenstander zich snel ontwikkelt, moet je ervoor zorgen dat je dat bijhoudt”.
Natuurlijk, zegt president Zelensky donderdag, zal Oekraïne niet aan de zijlijn blijven staan. Europa heeft te kampen met „drone stress”, zegt hij, en Oekraïne weet hoe daarmee om te gaan. Na de negentien drones boven Polen bood Zelensky al dronebestrijdingshulp aan Polen na die negentien drones, alsook met de training van NAVO-militairen op NAVO-grondgebied.
Zelensky pleit ook voor één effectieve dronemuur, die heel Europa moet beschermen. Hij vergat West- en Zuid-Europa niet: die landen hebben, zei hij, „snelle en effectieve reactie- en verdedigingstroepen nodig die weten hoe ze met drones moeten omgaan.”
Nederland, ondertussen, ziet een kans. In debat met de Tweede Kamer benadrukte demissionair minister Ruben Brekelmans van Defensie dat Nederland op het gebied van drones een goede reputatie heeft: relatief veel bedrijven hebben succes in de branche. In EU-verband, vertelde demissionair premier Schoof dat Nederland met Letland en Kroatië de leiding wil nemen om drones en anti-dronesystemen te gaan ontwikkelen.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC