Home

Het drama van de boswachter en de zeven geitjes

Natuurbeheer Op een dag zijn alle dwerggeitjes uit het Panbos in Katwijk verdwenen. Hoe? Waarom? Het raadsel houdt inwoners en gemeenteraad maanden in zijn greep.

Het is te stil in de Pan van Persijn. Tinus Geertsma voelt al voor hij zijn ontdekking doet dat er iets mis is. Al jaren wandelt hij met zijn witte berghond Olivia in het bos aan de rand van de gemeente Katwijk. Ze komen er tot rust, normaal gesproken. Hij houdt van het ruisen van de bomen, het verstrijken van de seizoenen en zijn dagelijkse momentje met de damherten en geitjes in de dierenweide. Deze miezerige dag ruim een week voor Kerst is anders.

Als hij langs de vijver met karpers en schildpadden loopt en voorbij het kippenhok bij de dierenweide aankomt, ziet hij waarom. Normaal gesproken staan daar tussen de damherten ook mekkerende bruin met witte dwerggeitjes, met hun korte staartjes fier in de lucht. Maar hij ziet ze niet. Hij speurt de weide af. De geitjes zijn weg.

Het zit hem niet lekker. Hij spreekt iedereen aan die hij in het bos tegenkomt. Weet u waar ze zijn? Heeft u iets gehoord? Of iets gezien? Als gepensioneerd politieagent weet hij ook op zijn 77ste heus nog wel hoe je een onderzoek uitvoert. Hoe je feit van fictie scheidt. Dat informatie pas telt als meerdere mensen onafhankelijk van elkaar hetzelfde verhaal vertellen. Eén bron is geen bron.

Wat Geertsma hoort van de andere wandelaars stemt hem steeds ongeruster. Hij hoort dat het Panbos overgenomen gaat worden door een drinkwaterbedrijf, omdat de gemeente wil bezuinigen. En dat de boswachter bijna met pensioen gaat. Een duister scenario dringt zich steeds verder aan hem op. Dan spreekt hij twee vrouwen die, los van elkaar, zijn ergste vermoedens bevestigen.

Ze vertellen hem dat ze de geitjes hebben gevonden. Aan de rand van het bos. Op de oprijlaan van het huis van de boswachter. Dood. Onder een zeil.

Woest is hij. Nachten achter elkaar doet hij geen oog dicht. Hij snápt het vooral niet: wie heeft dit op zijn geweten en waarom moesten de geitjes dood?

Tegen de jaarwisseling wordt het hem te veel. Hij stuurt een brandbrief naar De Rijnsburger, de lokale krant. Op 2 januari wordt die onder de kop ‘Een noodkreet over het Panbos’ afgedrukt. Hij schrijft hoezeer het hem heeft aangegrepen en wijst een schuldige aan: drinkwaterbedrijf Dunea. „Onvoorstelbaar, dat een koud bedrijf de beslissing heeft kunnen nemen om al die mooie dieren te doden en op te ruimen. Misselijkmakend.”

Het is niet heel gek dat hij Dunea als de schuldige aanwijst. „Met ingang van het nieuwe jaar gaat het Panbos over van de gemeente naar Dunea”, heeft de krant in het intro boven zijn brief gezet. Al vijf jaar zijn bedrijf en gemeente daarover in onderhandeling. Maar Geertsma en de lokale krant weten niet dat die overdracht niet is doorgegaan.

De plaats delict

Het zou niet de eerste keer zijn dat het Panbos van eigenaar en van functie veranderde. In de zestiende eeuw gebruikten de heren van Persijn het als jachtgebied. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het hele bosgebied onderdeel van de Atlantikwall: de ruim vijfduizend kilometer lange verdedigingslinie die nazi-Duitsland aanlegde langs de westkust van Europa. Tot in maart 1945 de Engelsen het gebied plat bombardeerden. Het Katwijkse deel van het bos werd in 1955 door de gemeente Katwijk overgenomen van de familie Jochems.

Nu, zeventig jaar later, is het bos een groene recreatieplek voor de inwoners van Katwijk, in 2023 samen met Westland nog uitgeroepen tot de minst groene gemeente van Nederland. Eenmaal in handen van Dunea moet het als waterwingebied ook voldoende drinkwater voor de omgeving garanderen. Onder meer voor de nieuwe wijk Valkenhorst, met 5.600 woningen vlak bij het Panbos. De overdracht aan water- en natuurbeheerder Dunea had op 1 januari 2025 moeten plaatsvinden. De gemeente had in de programmabegroting ‘afstoten Panbos’ al opgenomen als structurele bezuiniging van 81.000 euro per jaar. Maar de overname komt maar niet rond.

Dat heeft te maken met een erfenis uit de Tweede Wereldoorlog. Aan de rand van het bos staat een ‘barakkendorp’. Het markeert de grens van het bos én de oprit naar de TheaterHangaar waar de musical Soldaat van Oranje nog altijd wordt gespeeld. Dunea acht het noodzakelijk een deel van de gebouwen te slopen. Maar de rechter heeft een streep door dat plan gezet. Dat erfgoed, is het besluit, mag niet worden gesloopt.

Nu bevindt het bos zich in een schemergebied. Dunea wil het op deze manier niet hebben. Gevolg: de gemeente is nog altijd verantwoordelijk, maar heeft op papier geen cent gereserveerd voor het bos én de daar levende dieren. Dat baarde de gemeenteraad al langere tijd zorgen. Raadsleden stelden vragen over de staat van het bos. Waarom werd een lek in de waterleiding naar de dierenweide niet opgelost? Waarom werden er steeds minder bosbeheerders ingezet om het bos te onderhouden? En waarom werd voor de vertrekkende boswachter geen opvolger gezocht?

En dan blijken alle geitjes uit het Panbos plots dood. De brief van Geertsma wordt gedeeld op de Facebook-pagina ‘Je bent Katwijker als…’. Honderden mensen plaatsen woedende reacties. „Afgrijselijk.” „Onbegrijpelijk.” „Wat een rotbedrijf.” Na vijf dagen ziet algemeen directeur Wim Drossaert van Dunea zich genoodzaakt te reageren. Dunea is geen eigenaar of beheerder van het Panbos, schrijft hij aan de website Alles over Katwijk. „Wij zijn ook op geen enkele wijze betrokken bij het beheer van dit bos of bij besluiten over de zorg voor de dieren.”

De klacht

Een paar dagen na de brief van Geertsma komt Alles over Katwijk met een vervolgverhaal over de dierenweide, waar nu alleen nog vier damherten staan. Voor dat artikel doet de journalist navraag bij de gemeente. Een woordvoerder bevestigt op 4 januari aan de website dat „de zeven overgebleven geiten vorige maand inderdaad zijn ingeslapen”.

Volgens de woordvoerder waren ze ouder dan veertien, wat „een zeer hoge leeftijd is voor geiten”, en zouden ze niet meer in goede gezondheid verkeren. Ook zegt de gemeente dat de zeven geitjes hun hele leven in het Panbos hebben doorgebracht. „Het verplaatsen van de oude dieren zou veel stress opleveren.” Een deskundige besloot daarom dat het beter was de dieren te laten inslapen. Daarbij wordt de uitgestelde overdracht van het bos aan Dunea genoemd. Alleen het hoognodige onderhoud zal nog gepleegd worden, en door de aanstaande pensionering van de boswachter is „een situatie ontstaan waarin de zorg voor de dieren niet kan worden gegarandeerd”.

Tinus Geertsma, die het lokale nieuws aandachtig volgt, leest het artikel en gelooft er niets van. Op 6 januari dient hij – nog altijd boos – een officiële klacht in bij de gemeente, want het is hem wel duidelijk dat die er iets mee te maken heeft. Hij krijgt een officiële reactie. „Geachte heer Geertsma, eind 2024 is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Katwijk geïnformeerd dat de geiten in het Panbos niet meer leefden.” Het maakt hem woest. Ze willen hun betrokkenheid gewoon onder het tapijt vegen, denkt hij.

Onder het tapijt is in het geval van de geitjes: onder een zeil. Het is aan de reukzin van de honden van de twee wandelaars die Geertsma sprak te danken dat ze gevonden zijn. Snuffelend, met hun neus aan de grond, trokken ze hun baasjes mee – en die tilden het zeil op.

Hij heeft het niet in zijn brief gezet, maar de geiten, weet hij van de wandelaars, zijn niet ingeslapen. Geen spuitje. Ze hebben het bloed gezien. De geiten zijn afgeschoten.

En de enige die dat gedaan kan hebben, zo gonst het dan door Katwijk, is de boswachter. Die houdt zich op dat moment gedeisd. Hij woont in de dienstwoning bij de ingang van het bos. Dat huis is van de gemeente, een huurcontract heeft hij niet. De huur wordt ingehouden op zijn salaris – zo is dat altijd gegaan. Maar geen huurcontract betekent ook geen rechten. Zijn verhaal doen durft hij niet. Straks zetten ze me mijn huis uit, denkt hij.

De doofpot

In de gemeenteraad rommelt het in januari ook al flink. Raadsleden willen openheid van het college. De SGP en PvdA dienen schriftelijke vragen in over de toekomst van het Panbos en de geiten. Het is onbegrijpelijk, zegt PvdA-raadslid Matthijs van Tuijl in het radioprogramma West Wordt Wakker over de ruiming. „Dit is toch niet de manier waarop we met dieren en dit bos moeten omgaan?”

Dierenrechtenorganisaties krijgen er lucht van. Een collectief – samengesteld uit Comité Dierennoodhulp, Diervriendelijke Kinderboerderijen, House of Animals en Diervriendelijk Nederland – dient een verzoek tot openheid in bij de gemeente. Op basis van de Wet open overheid (Woo) vragen ze op 15 januari om documenten met betrekking tot de verwaarlozing en het doden van de zeven geiten.

De dierenorganisaties willen per geit een diagnose van de dierenarts of deskundige. Ze willen uitsluitsel: konden de geiten niet geholpen worden? Ze willen weten hoe het zo slecht met ze kon gaan, terwijl ze onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vielen. Ze willen weten welke dierenarts de dieren heeft gedood. In een bijgevoegde brandbrief schrijven ze dat ze op basis van wat er uit die documenten komt, beslissen of ze aangifte gaan doen.

De gemeente kondigt daarop een intern onderzoek aan, omdat ze eerst zelf moet weten wat er precies is gebeurd. Daarna is het stil.

Op 26 maart ontvangen de organisaties een brief. Wij kunnen uw Woo-verzoek niet inwilligen, schrijft de gemeente, want er is niks gevonden. „De besluitvorming en de daaraan voorafgaande afwegingen zijn mondeling besproken en niet schriftelijk gedocumenteerd.” De conclusie die de gemeente trekt: „Als documenten niet bestaan, kunnen wij deze niet openbaar maken.”

Niks. Geen facturen. Geen mailtjes. Geen advies van de dierenarts. Helemaal niets.

De gemeente heeft wel iets anders dat ze wil delen. Het college is ook bezorgd door wat uit hun onderzoek naar voren is gekomen. De ontstane situatie blijkt „een complexe zaak” die medewerkers persoonlijk raakt. Maar er wordt van uitgegaan dat bij de afwegingen het belang van de dieren voorop stond.

Echter, zo schrijft de gemeente, het blijkt dat de werkwijze niet volledig overeenkomt met de geldende wet- en regelgeving. „Daarom doet de gemeente melding hiervan bij de politie en bij de NVWA”, de Voedsel- en Warenautoriteit.

Welke regels precies zijn overtreden, laat de gemeente niet weten. Dat onderzoek ligt bij de politie ter beoordeling en moet voorlopig geheim blijven, stelt de gemeente. Raadsleden, inwoners en de dierenrechtenorganisaties blijven in verwarring achter.

De geiten

Het geitennieuws bereikt ook de kinderboerderij van Rijnsburg, een ander dorp in de gemeente Katwijk. Een vrijwilligster betrapt de gemeente op een leugen. Anders dan de gemeente doet geloven, hebben vier van de zeven geiten helemaal niet hun hele leven in het Panbos doorgebracht, weet zij. Ze zijn op 24 augustus 2019 vanaf de kinderboerderij naar het bos verhuisd. Ze heeft er een filmpje van, mailt ze Diervriendelijke Kinderboerderijen, een van de organisaties die het Woo-verzoek bij de gemeente indiende.

Op het vijftien seconden durende filmpje is te zien hoe vier geiten uit een wit busje springen. Eentje donkerbruin met een witte buik, de andere drie wit met een lichtbruine kop en een lange witte sik.

De vier geiten verhuisden naar het Panbos onder de voorwaarde dat ze daar hun oude dag mochten slijten, schrijft de vrijwilligster. Daarbij, deze geiten waren helemaal niet zo oud als de gemeente zegt. En zelfs als dat zo was: „Dwerggeiten worden 16 tot 18 jaar!” Sandra van de Werd, van Diervriendelijke Kinderboerderijen, mailt haar terug met de vraag of ze ook de oormerknummers van de geiten heeft. De vrijwilligster laat weten dat ze gaat zoeken.

Deze nummers hadden gewoon bij de gemeente bekend moeten zijn, stellen de dierenrechtenorganisaties op 18 juni tijdens de hoorzitting bij de bezwaarcommissie over hun Woo-verzoek. Ook andere documenten zouden beschikbaar moeten zijn. Zoals een factuur voor het ophalen van de geitenlijkjes.

Kadavers en dierlijk restmateriaal worden in heel Nederland in opdracht van de overheid opgehaald door Rendac. Om zes uur ’s ochtends moet een kadaver klaarliggen, op een plek waar de autolaadkraan er goed bij kan. In het Panbos is dat de oprijlaan van de boswachter, naast het parkeerterrein voor bezoekers. De ‘kadavertarieven’ voor het ophalen en vernietigen bedragen 28,87 euro voor de stop en een bedrag per dier, voor geiten 2,24.

Als zelfs die factuur er niet is, dan moet er wel iets geks zijn gebeurd, stelt Van de Werd van Diervriendelijke Kinderboerderijen. Misschien wel, en dat komt overeen met de geruchten die ze heeft gehoord over geweerschoten in het bos: „moord.”

Weken later volgt het verweerschrift van de gemeente. Daarin staat dat zij in het Woo-onderzoek telefonisch contact had met de dierenarts, maar daarvan niets documenteerde omdat er niets te melden viel: „De dierenarts heeft aangegeven geen informatie te hebben omtrent de verwaarlozing en het doden van de geiten.”

Op 1 juli mailt de vrijwilligster van de kinderboerderij aan Sandra van de Werd dat ze goed nieuws heeft: de oormerknummers zijn gevonden. Via de website Mijnvee.nl bieden de nummers van de zeven geiten een inkijkje in hun leven. Waar ze geboren zijn, leeftijd, verhuizingen, vaccinaties, einde.

De geiten waren inderdaad niet zo oud als de gemeente zei. Stuk voor stuk waren ze elf jaar en een paar maanden. Allemaal zijn ze geboren in het Panbos, ook de geiten van de kinderboerderij – hun tijd daar was een uitstapje. De overlijdensdatum van de geiten is op verschillende dagen gezet. Vier data tussen 22 oktober en 3 december. „Mochten de dieren toch door een dierenarts zijn geëuthanaseerd, dan is het wel gek dat dat op verschillende dagen is gebeurd”, mailt de vrijwilligster.

De aangifte

Ook NRC diende een Woo-verzoek in. Op 14 juli reageert de gemeente Katwijk. Er zijn zeven documenten aangetroffen. Maar de behandeling van de melding bij de politie duurt langer dan gedacht. Daarom, laat de gemeente weten, rust op één van de opgevraagde documenten een verplichting tot geheimhouding en geven ze niets vrij.

Ondertussen laten ook gemeenteraadsleden zich weer horen. De SGP en de PvdA dienen samen vragen in over de toekomst van het Panbos. „Inwoners hebben recht op uitleg”, stelt raadslid Jacco van Duijn in een bericht op de website van CDA Katwijk. Er is transparantie nodig, is de algemene opvatting. Maar daar is het college nog niet aan toe. Op 17 juli stuurt het college een brief naar de gemeenteraadsleden. Ze blijven de geheimhoudingsplicht handhaven zolang politie en justitie de zaak onderzoeken.

Maar van een strafrechtelijk onderzoek is geen sprake, laat het Openbaar Ministerie vlak daarna op 22 juli weten. „Er is zowel door de politie als het OM informatie verzameld, maar dit is voor het OM geen aanleiding geweest om de zaak ambtshalve te vervolgen.” Pas als de gemeente besluit aangifte te doen, zal de zaak opnieuw bekeken worden.

Een dag later verschijnt er een persbericht op de website van de gemeente Katwijk. „College onderneemt vervolgstappen in kwestie Panbos.” Hoewel het OM heeft geoordeeld dat „is getracht te handelen in het belang van de dieren” en er „geen aanwijzingen zijn dat betrokken medewerkers met kwade opzet hebben gehandeld” doet het college tóch aangifte, omdat de manier van euthanaseren, strafbaar is onder de Wet dieren.

Aan de gemeenteraadsleden schrijft het college in een brief: „Als een medewerker in dienst van de gemeente Katwijk strafbaar handelt volgens de wet, hoe onbewust of goedbedoeld ook, kunnen we dat niet aanvaarden.” Het college betreurt de gebeurtenissen en zegt zich in te blijven zetten voor het Panbos.

In een schriftelijke reactie noemen de dierenrechtenorganisaties de aangifte van de gemeente „een poging om de handen te wassen in onschuld door een van haar werknemers de boosdoener te maken”. En, vragen ze de gemeente: „Waar is de verantwoordelijke wethouder in deze kwestie?”

De broer

Op 11 augustus schrijft gemeenteraadslid Jaap Haasnoot van KiesKatwijk een brief aan de gemeenteraad. „Nu ‘geitjesgate’ tot ‘boswachtergate’ is verworden door acties van het college voel ik mij gedwongen om met de voorliggende verklaring te komen.” Het zal bij één brief blijven, schrijft hij. Daarna trekt hij zich terug uit het politieke debat. De reden: „Omdat de boswachter mijn broer is.”

Pas met deze brief staat voor de buitenwereld zwart op wit dat het inderdaad de boswachter was die de geitjes heeft gedood – maar nog niet hoe.

Broer Jaap is van mening dat het college natuurlijk direct nadat „de shit de fan raakte” met een verklaring had moeten komen. Het college had vooral de zaak niet moeten laten escaleren zoals ze met hun geheimhouding hebben gedaan. „Zelf aangifte doen tegen een medewerker is in dit geval natuurlijk buiten alle proporties.”

Dat er een debat over de geitenkwestie zal plaatsvinden juicht hij toe: „Omdat er in het Katwijkse bestuur op te veel dossiers gefaald wordt, en er daarvoor meestal geen verantwoordelijkheid wordt genomen door degenen die door onverstandige besluiten de veroorzakers zijn van ellende en schade.”

Jaap Haasnoot legt zijn werkzaamheden voor de gemeente neer tot de kwestie is opgelost. Boswachter Henk Haasnoot heeft zich al die tijd afzijdig gehouden. Interviewverzoeken wijst hij af. „Ik heb besloten niet met de pers te praten”, appt hij op 13 augustus.

De beslissing

Op 17 september spreekt NRC de boswachter toch. Een kleine week voor de afspraak is in de gemeenteraad besloten dat de eerder geheimgehouden stukken op 29 september vrijgegeven worden. Eindelijk. Boswachter Henk Haasnoot (67) kan en wil nu zijn kant van het verhaal vertellen. „Mensen doen alsof ik gewoon – boem, boem, boem – de geitjes heb afgeschoten, om er vanaf te zijn. Dat is natuurlijk niet waar.”

Ja, hij heeft de geitjes doodgeschoten. Maar dat deed hij niet zomaar. Hij zag geen andere oplossing en wilde niemand anders ermee belasten. „Het is het moeilijkste wat ik ooit gedaan heb in mijn leven.”

Hij deed uitgebreid onderzoek naar de beste methode en kwam uit bij een persluchtbuks waarmee in de Verenigde Staten op wilde zwijnen wordt gejaagd. Hiervoor is geen vergunning nodig. Hij heeft de geiten met speciale munitie van korte afstand geschoten. In sommige gevallen had hij de loop zelfs tegen het lijf van het geitje geplaatst, zegt hij. Achter de voorpoot, waar het hart zit. Ze waren op slag dood. „Ik ben fout geweest, want het is niet volgens de wettelijke kaders gegaan. Dus ik had het niet mogen doen. Maar vanuit geitenoogpunt heb ik er vrede mee. Het is zonder lijden gegaan. Ze hebben een mooi leven gehad en ik heb ze een hoop leed bespaard.”

Hij vertelt dat de geiten zich de laatste jaren steeds slechter lieten benaderen. De dierenarts kon niet bij ze in de buurt komen. Ze stonden al lange tijd met gebogen hoofden, artritis en pijnlijke hoeven in de wei. Normaliter moeten de hoeven van geiten vier keer per jaar gekapt worden, maar dat was onmogelijk geworden bij de angstige geiten. Het laatste jaar konden ze niet eens worden gevaccineerd.

Ze waren er volgens de boswachter zo slecht aan toe dat hij ze elke dag telde, omdat hij dacht dat er elk moment eentje kon neervallen. „Wanneer je een dier laat gaan, ja, dat is persoonlijk natuurlijk. Dat zie je bij baasjes van honden ook. Ik denk dat ik na 23 jaar zorg voor de geiten te hebben gedragen die beslissing wel afgewogen kon maken.”

Het doden van de zeven geitjes heeft inderdaad plaatsgevonden op de data die zijn ingevoerd bij de oormerknummers. Maar er waren nóg twee geiten, allebei geboren op 15 maart 2011, zij waren bijna veertien jaar oud. De laatste zeven geiten, zoals de gemeente bij hoog en laag volhield, waren er in werkelijkheid negen, zegt de boswachter. Hij heeft de factuur van Rendac zelfs aan de gemeente gegeven, maar ze blijven erbij dat het er zeven waren. Hij weet ook niet waarom. Misschien omdat ze ook hierin weigeren hun fouten te erkennen. Want achter de acties van de boswachter gaat een verhaal van gemeentelijke verwaarlozing schuil.

De boswachter

Het verhaal van de boswachter begint in 1978, als hij ter voorbereiding op de bosbouwschool een jaar vrijwillig werkt in het Panbos. Er werken op dat moment twee boswachters en er is een meewerkend voorman, die acht medewerkers van de sociale werkvoorziening aanstuurt. Als hij in 2001 in dienst komt, werkt hij samen met een boswachter en zo’n vier medewerkers.

Door een bezuinigingsoperatie (‘Scherp aan de wind’) wordt er geen opvolger gezocht als de andere boswachter in 2012 met pensioen gaat. Sindsdien werkt Henk zeven dagen per week. In 2024 werken er nog maar twee andere mannen in het bos. Zij hebben een flinke afstand tot de arbeidsmarkt en kosten volgens hem meer tijd dan ze opleveren.

Er is overlast in het bos: hangjeugd, drank, lachgaspatronen. De waterleiding naar de dierenweide blijft lekken. Henk is alleen verantwoordelijk. De gemeente maakt geen beheerplan, komt niet langs, is niet geïnteresseerd, er zijn geen werkoverleggen. Zelfs de verantwoordelijk wethouder is volgens de boswachter nooit bij hem in het bos geweest. De laatste jaren voelt hij zich in het bos steeds vaker een gevangene. In 2025 zal hij met pensioen gaan en hij moet via via horen dat het bos van de begroting is gehaald. Henk vraagt zich af: wie gaat er dan voor de dieren zorgen?

Al in 2012 heeft hij een beslissing genomen die van invloed is op de laatste negen geitjes van het Panbos. Tot dat jaar zijn de geitenweide en het hertenkamp van elkaar gescheiden. Elk voorjaar worden er zo’n vijftien jonge geitjes geboren. Leuk voor de jonge gezinnen, die door de klaphekken tussen de geitjes kunnen lopen, maar niet zonder risico. Zo laat een bezoeker eens een vechthond los in de wei, die meerdere geiten aanvalt en verwondt. In zijn eentje kan Henk de veiligheid van de geitjes niet voldoende waarborgen.

En wat de bezoekers niet weten, is dat veel van die geitjes als ze groot genoeg zijn op transport worden gezet naar een slachthuis in Italië. Dat gaat hem steeds meer tegenstaan. „Op zaterdagochtend, heel vroeg, als niemand het kon zien, werden ze dan ingeladen. En je weet waar ze naartoe gaan.”

In 2012 moet ook de bok Max, de laatste geit die hij een naam geeft, op transport. Max is oud, heeft artritis en is op, maar toch doet het de boswachter pijn. Hij is aan Max gehecht. „We gaven hem elke dag een plukje shag om op te kauwen, dat vond hij lekker.” Als hij moet worden ingeladen, is het alsof Max weet wat hem te wachten staat. Met vier man moeten ze de bok in de wagen dwingen. „Hij gilde en hij schreeuwde. Het was afschuwelijk.”

Dit nooit meer, denkt de boswachter. Na Max maakt hij een mentale rekensom. Als hij nu de geiten overplaatst naar het hertenkamp, staan ze niet alleen beschermd, maar kan hij ook stoppen met het fokbeleid dat erop gericht is dat jonge gezinnen gezellig tussen babygeitjes kunnen lopen. Hij overlegt het niet met de gemeente. „Ik rekende uit dat tegen de tijd dat ik met pensioen zou gaan, de meeste een natuurlijke dood zouden zijn gestorven.” Dat bleek niet zo te zijn. En die laatste geiten op transport naar de slacht zetten, dat wilde hij absoluut voorkomen.

De zondebok

Al begin dit jaar, bij de eerste onrust over de dode geitjes, stelt boswachter Henk aan de gemeente voor met de boze dierenrechtenorganisaties in gesprek te gaan. Om het uit te leggen. „Als ze dan toch aangifte hadden gedaan, was dat prima geweest. Dat recht hebben ze.” Maar de gemeente wil dat gesprek niet. Daarbij geeft Henk bij de gemeente aan dat hij denkt dat het interne onderzoek gepubliceerd moet worden. Ook dat wil de gemeente niet. „Ze gaven als reden dat ze mij zo uit de wind wilden houden. Dat heeft averechts gewerkt. Want iedereen weet natuurlijk dat ik de boswachter ben.”

De boswachter wás. Sinds april is Henk met pensioen. Daarna kreeg hij nog een tijdelijk dienstverband voor acht uur per week, in ruil waarvoor hij tot eind dit jaar in de dienstwoning zou kunnen blijven wonen. In dat tijdelijke contract, dat dateert van 14 april, wordt aangehaald dat als „strafrechtelijke vervolging of anderszins consequentie(s)” volgen op de meldingen over de geiten, dit contract én het gebruik van de dienstwoning wordt heroverwogen.

Op 31 juli krijgt hij een brief, met als onderwerp ‘opleggen disciplinaire maatregel’, getekend door de algemeen directeur van de gemeente. De politie gaat geen onderzoek starten naar de zaak, schrijft de directeur, ténzij de gemeente aangifte doet. En dat is precies wat het college doet. Ze zijn van mening dat „gezien het belang […] en de impact van de zaak” aangifte tegen de boswachter noodzakelijk is. De boswachter heeft verwijtbaar gehandeld, schrijft hij. „Als ambtenaar heb je een ambtseed afgelegd, waarmee je hebt beloofd je als een goed ambtenaar te gedragen.” Dat heeft Henk volgens de brief nagelaten. Ja, de afweging om de geiten in te laten slapen was „weliswaar voorgelegd aan de clustermanager, maar de wijze waarop en door wie” volgens de directeur niet.

Henk wordt per 1 augustus geschorst uit het dienstverband dat eind december sowieso zou verlopen. Het is „wellicht goed om na te denken over het inschakelen van juridische bijstand”, schrijft de directeur. Op 26 augustus ontvangt de boswachter een ‘beëindigingsovereenkomst’. Zwart op wit staat hierin dat hij volgens het OM strafbaar heeft gehandeld bij het „onbedwelmd afschieten” van de geiten. Hij mag nog wel tot eind van het jaar in de dienstwoning blijven, maar moet daarvoor gaan betalen. Als hij tekent belooft hij „strikte geheimhouding jegens derden”.

Voor het raadsdebat over de kwestie, die op 30 september plaatsvindt, heeft Henk noten toegevoegd aan het document. „De gemeente was van tevoren op de hoogte van mijn plannen, heeft toestemming gegeven en heeft niet ingegrepen”, schrijft hij. De overeenkomst heeft hij niet ondertekend. Sindsdien heeft hij niks meer gehoord, niet over zijn woning, niet over het contract en niet over de aangifte.

De gevolgen voor de boswachter zijn groot. Hij slaapt niet en heeft twee hartaanvallen gehad. Een in mei 2024, toen hij de geiten water moest brengen vanwege de kapotte waterleiding, en een in januari 2025. „Ik lig al ruim acht maanden onder vuur. Het raakt me diep. Ik zou zo graag weer richting de toekomst kijken.”

Hij wil vooral graag weten: „Waarom heeft de gemeente geprobeerd de zaak in de doofpot te stoppen?” En: „Waarom zijn de acties van de gemeente er vooral op gericht om mij te straffen en alle schuld bij mij te leggen?”

De verantwoordelijkheid

Alle geheimgehouden documenten worden op 29 september openbaar gemaakt. De factuur van Rendac en de stallijst met daarop negen geiten, het onderzoek met de bijdrage van de boswachter, de antwoorden op raadsvragen. Diezelfde dag laat de broer van de boswachter weten dat hij opstapt als gemeenteraadslid. Jaap Haasnoot is klaar met de „combinatie van zwak bestuur en een gebrekkige organisatie”.

Een dag later zit hij op de tribune bij het ‘debat over het bestuurlijk handelen inzake het ruimen van de geiten in het Panbos’, in het gemeentehuis in Katwijk. Naast hem zit Sandra van de Werd van Diervriendelijke Kinderboerderijen. Zij maakt, net als Karen Soeters van House of Animals, gebruik van het spreekrecht.

Ze hebben met de boswachter gesproken, vertelt Soeters de gemeenteraad. Wat hij met de geitjes heeft gedaan keurt ze niet goed. Maar ze ziet ook dat hij spijt heeft. „In tegenstelling tot het college, dat jarenlang wanbeleid heeft willen maskeren.” Een motie van wantrouwen lijkt haar op zijn plaats. „Voor de geitjes en eigenlijk ook voor de boswachter is het te laat, maar er leven ook nog herten in het Panbos.” Sandra van de Werd zegt dat het de wethouder zou sieren als hij „eindelijk zijn verantwoordelijkheid neemt en aftreedt”.

De raad vindt dat het college de zorgplicht voor de dieren én voor de eigen medewerker niet is nagekomen. Dat de reflex van geheimhouding onaanvaardbaar is. „Het is een zwarte bladzijde”, klinkt het vanuit de PvdA. „Het begon bij een brief, het eindigde in een soap”, vanuit de VVD. GemeenteBelangen: „Naar ons idee heeft het college bewust het beheer uit de klauwen laten lopen met dode geiten tot gevolg.” SGP, de partij van de verantwoordelijk wethouder: „We hebben het hier wel over dieren waar we als rentmeester in opdracht van onze schepper goed voor hadden moeten zorgen.”

Dan mag wethouder Jacco Knape het woord nemen. Hij heeft van 2014 tot 2018 en sinds 2022 onder andere de portefeuilles ‘dagelijks bestuur’ en ‘groene leefomgeving’ onder zich. Al die tijd heeft hij zich in het openbaar niet uitgelaten over de geiten. Hij begint met „iets persoonlijks”. Deze geschiedenis heeft ook het college geraakt. Ze hadden het liefst vanaf dag één alles naar buiten gebracht, maar helaas ging dat niet, zegt hij. Hij wijst op de noodzaak tot „bescherming” van de boswachter. „Er werd heel heftig gereageerd.” Het college is verantwoordelijk voor wat er binnen de organisatie gebeurt, ook voor de acties van de boswachter. „Die verantwoordelijkheid nemen we ook.” Maar, voegt hij toe, ze wisten pas na het overlijden van de geiten wat de boswachter had gedaan. „Verantwoordelijk op alle fronten, maar niet op de hoogte.”

De boswachter die „naar eer en geweten” heeft gewerkt, heeft de wethouder nog nooit gesproken. „Achteraf denk ik, we hadden best een keer kunnen gaan kijken, maar het liep zoals het liep.”

Maar waarom de aangifte tegen de boswachter, vragen raadsleden, nadat het OM al had besloten niet met de zaak aan de slag te gaan? „Dat is een lastige. We hebben het er lang over gehad, maar als in onze organisatie iemand handelt in strijd met wet- en regelgeving, hoe goedbedoeld ook, hoort daar aangifte bij.” Hij wil de aangifte niet heroverwegen. Een deel van de gemeenteraad wil dat wel. Maar om zijn aftreden wordt in het debat niet gevraagd. En er komt ook geen motie van wantrouwen.

„Je hebt een tegeltje”, zegt Knape na afloop van het debat, „waarop staat: ‘aftreden of optreden’. Vanaf het moment dat wij hoorden over de geiten zijn we gaan optreden. Dat is verantwoordelijkheid nemen. Het had niet mogen gebeuren, maar dan opstappen is niet hoe ik verantwoordelijkheid nemen opvat.”

De afloop

De overdracht van het Panbos naar Dunea gaat voorlopig niet door. Binnenkort komt de gemeente met een beheerplan voor het bos, zegt Knape. Dat gaat ook over de verzorging van de paar nog in het bos levende damherten.

De dierenrechtenorganisaties doen geen aangifte tegen de boswachter. „Hij handelde uit onmacht veroorzaakt door het bestuur van de gemeente”, zegt Van de Werd. Wel overweegt zij samen met Soeters aangifte te doen tegen de wethouder. „Onterecht”, zegt de wethouder. „Maar dat mogen ze doen.”

De boswachter hoopt dat de gemeente goed nadenkt voor ze besluit het Panbos in eigen beheer te houden. Hij vraagt zich af of de gemeente deze taak wel naar behoren kan uitvoeren. Zelf gaat hij ver van het bos wonen. Het is tijd de banden door te snijden.

Tinus Geertsma loopt nog steeds elke dag twee uur met Olivia in het bos. Ze brengen de herten in de verder lege wei stukjes appel. Die neemt hij in een zakje mee van huis. Hij blijft bang dat ook de herten op een dag opeens verdwenen zijn.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next