Identiteit Glenn de Randamie (41) schreef een boek over de haat-liefde-verhouding die hij heeft met de artiest die hij ook is, Typhoon. „Ik zag mijn lichaam als een werktuig, ik kon er geen contact meer mee maken.”
Aan de overzijde van de brede vaart claxonneert een graafmachinist naar Glenn de Randamie (41), artiestennaam Typhoon. De rapper staat op de stoep voor zijn Amsterdamse kantoor en zwaait vrolijk terug. Of ze elkaar kennen? „Nee, ik denk dat hij mij kent.” Tienerjongens stappen van hun fiets en richten hun telefoons op hem. Hij merkt het niet, of doet alsof hij het niet merkt.
Al ruim twintig jaar is Typhoon een succesvolle artiest, geliefd om zijn vriendelijkheid en bekend om zijn openhartigheid. In zijn rapteksten en in interviews spreekt hij zich uit over zijn twee burn-outs, zijn depressie, zijn suïcidale gedachten, racisme, de liefde die hij uiteindelijk vond en zijn geloof. Al die onderwerpen passeren ook in het boek dat hij schreef over zijn leven, Liefde is de baas. „Maar in mijn boek ben ik de échte Glenn, zoals mijn naasten me kennen en nog iets verder dan dat. Rauwer.”
Al voordat het officieel uit was, stond zijn boek op de zesde plaats in de bestseller-top-60. Aansluitend op dit interview is zijn boekpresentatie.
„Vooral ongemakkelijk. Net als het vieren van mijn verjaardag, en als meedoen aan het televisieprogramma Beste Zangers, zoals ik onlangs heb gedaan. Als artiest vind ik het niet erg om in het middelpunt te staan, maar ik voel ongemak wanneer ik er sta als mezelf.”
„Typhoon is een performer. Samen met de band een podium bestieren: wauw. Dat kan ik voor duizenden mensen doen. Maar ikzelf gedij het beste in een zo rustig mogelijke omgeving.”
„Het is een gigantische strijd geweest. Een grote zoektocht waarin de echte vraag was: hoe verenig ik mijn werk met mijn privé? Veel mensen struggelen daarmee, maar bij mij kwam die bekendheid erbij. Daardoor was het nog moeilijker om mezelf los te koppelen van mijn werkidentiteit.”
„Ik heb er vijftien jaar van mijn leven aan gespendeerd om door te breken, maar als het dan eenmaal zover is, weet je niet wat je overkomt. Ik wilde alles absorberen, het was geweldig, ik voelde zoveel potentie die ik kon benutten, maar ik wist niet hóé. Het vroeg zoveel van me en ik wist niet hoe ik moest terugschakelen. En daardoor ontstond er een haat-liefdeverhouding tussen mij en de artiest Typhoon.”
In zijn boek beschrijft hij de voortdurende druk die hij voelde: druk van zijn platenlabel en zijn fans om met een nieuw album te komen, van zijn band die afhankelijk was van hem, van de Belastingdienst om rekeningen te betalen waarvoor hij het geld niet had. Van zijn altijd stampvolle agenda. Zijn leven veranderde in een doorlopende worsteling. Hij kreeg een burn-out in 2010, en opnieuw in 2018. Zijn manager ontraadde hem om erover te praten: kwetsbaarheid tonen is gevaarlijk in de muziekindustrie. Een muzikant met mentale problemen wordt gezien als een risico om te boeken of te contracteren. In de muziekwereld, schrijft hij, wordt er niet gesproken over burn-outs, stress en overspannenheid. „We spreken over zware griep, keelontstekingen en familieomstandigheden.”
Toch besloot hij eerlijk te zijn. Omdat het hem rust gaf als de buitenwereld wist waarom hij zich een tijdlang moest terugtrekken, en ook omdat hij niet meer in staat was om die rust uit zichzelf te halen. „Ik wist niet meer zo goed waar die buitenwereld stopte en waar ik een plekje voor mezelf had.”
„Poeh, ja, dat was fucking hard om te horen. Heel erg onprettig. Maar het was een waarheid die ik móést horen. Ik zag mijn lichaam als een werktuig, ik kon er geen contact meer mee maken.”
„Ja, ja.”
„Een gebroken man die zich sterker voordeed dat hij zich voelde. Ik voel ook compassie. Oh jongen toch, oh jongen toch. Wat deed je jezelf toch aan?”
„Ja, ik weet waar het vandaan kwam: bewijsdrang en een gebrek aan zelfliefde, waardoor ik zwaar over mijn grenzen liet heengaan. En zelf heenging. Alles was belangrijker dan mijn gezondheid. Maar nu weet ik: Typhoon is wat ik doe, en Glenn de Randamie is een persoon. Ik kan nu veel meer vanuit daar opereren, al blijft er altijd dat spanningsveld. Dat herken ik ook bij andere artiesten. Het komt ook doordat je in the picture staat. Dat heeft iets ongewoons.”
„In eerste instantie toch uit vreugde over het makerschap, en omdat het schrijven een medicijn is voor mezelf. Het moet eruit. En dat is heel helend geweest. Toen ik mijn debuutalbum Tussen licht en lucht (2007) uitbracht vroeg ik me af of er meer mensen zoals ik zouden zijn, met eenzelfde gevoeligheid. Ik voelde me als een soort alien die een pijl schoot en moest afwachten of die ergens zou landen. Maar nu weet ik dat ik niet de enige ben in mijn soort. Bovendien krijgt uiteindelijk iedereen met leed te maken. Dit boek is een cadeau aan mezelf, in de hoop dat het ook een cadeau voor anderen kan zijn. Ik hoor al mijn hele carrière dat ik woorden geef aan wat anderen ook voelen maar niet kunnen uiten. En nu dacht ik: eens kijken of ik nóg een paar laagjes kan afschrapen om te zien of dat ook resoneert.”
„Omdat ik opnieuw in gesprek ben gegaan met mijn omgeving, met mijn familie en met mezelf. Die gesprekken hebben pijnen blootgelegd, maar ook mooie herinneringen die ik was vergeten.”
„Ik ben gaan dieken [graven, zoeken] en vond een brief van mijn vader die hij me in 2001 stuurde vanuit Joegoslavië, hij was daar op uitzending als militair. Die brief raakte me zó.”
„Alleen al vanwege de aanhef, hij schreef: ‘Dag vriend.’ Ik kon me niet herinneren dat mijn vader me ooit zijn vriend heeft genoemd.”
„Wij mensen zijn geneigd om eerder aandacht te hebben voor de gevaren, voor de angsten. Ik moet mezelf trainen om niet direct naar de negatieve ervaringen te gaan. Dus als ik aan mijn jeugd denk, komen er mooie gedachten op, maar het lijkt alsof de dingen die pijnlijk waren, of die me verdrietig maakten, meer aandacht vragen. Dit boek heeft mij geleerd om voorbij die eerste emoties te gaan.”
„Kijk, militairen communiceren op een bepaalde manier. Kort, ferm. Af en toe moest mijn pa eraan herinnerd worden dat hij na vijf uur niet meer op de kazerne was, maar thuis.”
„Ja, ehm, Surinamers hebben er sowieso een handje van om niet iets te vragen maar te bevelen. Pak dit, doe dat. Het voelde vaak meer als een opdracht dan als een vraag. Maar nu we het erover hebben, realiseer ik me dat de dingen die hij zei vaak ook beschermend bedoeld waren. En de ene opvoedstijl is wat dwingender dan de andere.”
„Zeker, zeker. Mijn ouders waren bepaald geen… Hoe noem je dat nou?” Hij maakt een vegende beweging met zijn armen.
Hard lachend: „Nee, mijn ouders waren geen curling ouders, zeker niet. Ze waren bovendien immigranten, ze kwamen vanuit Suriname naar Nederland en moesten zichzelf wegwijs maken in een tijd en in een dorp [’t Harde, op de Veluwe] waar mensen soms nog nooit zwarte mensen hadden gezien. Er was veel waarvoor ze ons wilden beschermen. Ik was een jaar of acht toen mijn moeder zei dat ik in deze maatschappij twee keer zo hard zou moeten werken omdat ik een kleurtje heb. Ik vond dat verschrikkelijk om te horen. Natuurlijk wilde ik niet anders zijn.”
„Ja, het gebeurde nadat ik thee had gedronken bij een buurvrouw. Dat deden we vaak. Zij was veel ouder dan ik, maar ik vond het prettiger om met volwassenen te praten dan met leeftijdsgenoten. Maar die dag had ze ook een vriendin op bezoek. Terwijl we met z’n drieën thee dronken en met elkaar praatten keek die vriendin mijn buurvrouw aan en zei: ‘Hij spreekt wel goed Nederlands, hè?’ Haar onwetendheid en haar impliciete vooroordeel deden me pijn omdat ik dacht dat we gelijken waren. Ik heb dat daarna huilend aan mijn moeder verteld.”
Al vanaf jonge leeftijd voelde hij dat hij „niet per se op deze aarde wilde zijn”. En rond zijn twaalfde begon hij te denken: prima als mijn leven stopt. Hoewel hij dat zelf niet zwaar vond, hij kende niet anders, begreep hij wel dat het bij zijn naasten gevoelig zou liggen. Daarom sprak hij die gedachten niet uit. „En nu, met dit boek, merk ik die gevoeligheid ook. Mensen om me heen vroegen me na het lezen of ze iets hadden kunnen doen. Ik moet steeds zeggen: nee, je had niks kunnen doen en ik héb heel veel aan je gehad. Maar bepaalde dingen deel je niet.”
„Het is oké als ik hier ben, en het is ook oké als ik hier niet ben. Het is een acceptatie: nu ik er ben, maak ik er het beste van, maar als het klaar is, is het klaar. Want ik weet al waar ik thuis hoor.”
„In de natuur. Bij God: een energie, een oneindig bewustzijn. Al sinds ik heel jong ben, voel ik daar de connectie mee. Meer dan met de ingewikkelde dynamieken van mensen op aarde. Het kan, en het wordt, veel rustiger. En iets in mij heeft altijd naar die rust, naar die vrede, verlangd. Daarom is de natuur zo fijn, daar voel ik die vrede ook. Daarom woon ik op het platteland. Daar is het echt stil.”
„Mag ik de wedervraag stellen? Wat vind jij van wat ik in mijn boek heb gedeeld over hoe ik God ervaar?”
„Ik heb dit boek geschreven omdat ik meer mezelf ben geworden. Niet vanuit de hoop dat iedereen zich volledig met mij kan identificeren. Ik ben thuisgekomen, en ik wens dat iedereen toe. Thuiskomen is een universeel gevoel, of dat nou in het geloof is of niet. Maar ik moet wel zeggen dat ik lang niet alles heb opgeschreven over mijn geloofservaring. Want ik weet dat ik dan mensen kan kwijtraken.”
Als tiener ontdekte hij dat rappen hem vrijheid gaf. Hij kon er zijn boosheid in kwijt, en zijn creatieve vindingrijkheid. „Hiphop is een speelveld zonder grenzen. De enige eis is dat je authentiek bent. Doe niemand na.” Hij citeert hiphop-grondlegger KRS-One: „Hiphop is the courage for you to be you. Dat klonk als muziek in mijn oren. Want ik voelde me anders en ineens ontdekte ik een muziekstroming die juist dat anders-zijn vierde. Het gaf me een identiteit, purpose en zelfvertrouwen.”
„De manier waarop ik naar kunst kijk is onlosmakelijk verbonden met eerlijkheid en rauwheid.”
„Een van mijn allerbeste vrienden vertelde pas dat zijn vriendin vier miskramen had gehad nádat ik over die van Marie had verteld. Veel vrouwen krijgen in hun leven met miskramen te maken, maar er wordt weinig over gesproken. En ik weet ook waarom: het is superpersoonlijk. Het raakt je in je kern. Ons miskraamverhaal staat symbool voor de kwetsbaarheid van het leven. Ik vond het belangrijk om niet alleen te schrijven over de kunst van moedig leven, maar die ook te tonen. This is who I am. Ik ben me ervan bewust dat ik een platform heb. Misschien inspireert het anderen ook.”
„Het was een moeilijk besluit voor ons beiden, maar we hebben er samen voor gekozen. En ze weet met wie ze getrouwd is. Ik probeer mensen te raken door mezelf mee te nemen in mijn uitlatingen. Soms is dat ingewikkeld, bijvoorbeeld toen ik over racisme sprak bij Zomergasten [in 2020]. Het voelde als een staatsexamen van mijn kunstenaarschap. Gigantisch kwetsbaar, omdat ik wíst dat ik mijn nek uitstak en het voor gedoe zou zorgen.”
„Ja, het begint bij de erkenning dat je je bewust bent van de blinde vlekken die iedereen heeft, óók ik. En ik dacht wel dat ik het genuanceerd zei, maar ik wist ook: dit is de grote olifant in de kamer.”
„Inderdaad. Mensen die geen racist genoemd willen worden, wat ik begrijp. Maar ik zeg niet dat je een racist bent, ik zeg dat racisme in onze samenleving is en dat wij allemaal onderdeel van deze samenleving zijn. Maar goed, er zijn mensen die vinden dat ik überhaupt mijn mond moet houden daarover. Zoals een bepaalde figuur die direct zijn mening erover op X zette.”
Geert Wilders, bedoelt hij. Het was het eerste bericht dat hij na de uitzending las. ‘Ga dan lekker in een ander land de lucht inademen als het je hier niet bevalt en laat ons met rust met je ziekelijke gezeur.’ „Prima dat hij dat schreef. Minder fijn was het dat andere mensen zich geroepen voelden om doodsbedreigingen te uiten. Zo werd het privé.”
De VPRO vroeg of hij aangifte wilde doen, maar hij besloot dat hij er geen aandacht aan wilde besteden. Omdat hij dacht dat het dan alleen maar groter zou worden. „Nu zou ik een andere beslissing hebben genomen. Ik wist toen nog niet dat haat een sluipmoordenaar was die allang mijn huis was binnengedrongen. Ik kon niet meer ontspannen. Pas later realiseerde ik me dat die doodsbedreigingen daaraan hadden bijgedragen. Ik dacht dat ik een dikke huid had. Maar hoeveel haat kun je aan voordat het je huid penetreert?”
„Nee, ik ben nooit bang geweest. Haat is angst die wordt geprojecteerd op iemand anders. Dat onderscheid wist ik wel te maken.”
„Ja, ja.”
„Wat het zou betekenen, is dat we een kind zouden krijgen dat zich er ook bewust van gaat zijn dat er anders naar hem of haar wordt gekeken omdat hij of zij afwijkt van de standaard hier in Nederland. Er zullen meer uitdagingen voor ons kind zijn als het een donkere kleur heeft. Zeven jaar geleden was ik bij een Black Lives Matter-rally in de Verenigde Staten, voor de documentaire die ik maakte over Martin Luther King. De opa van een jongere die meeliep vertelde dat hij de segregatie in de jaren vijftig, zestig had meegemaakt, maar dat hij deze tijd heftiger vond. Ik was daar zo verbaasd over. Misschien komt het doordat het racisme nu zoveel zichtbaarder is, bijvoorbeeld het politiegeweld tegen zwarte mannen. Vroeger leefden mensen meer in hun eigen wereld. Met mijn activisme hoop ik bij te dragen aan een betere leefwereld. Is het niet voor ons eigen kind, dan wel voor de neefjes en nichtjes die ik heb, voor anderen.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.