Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van de acties van Dolle Mina 11 dilemma’s voor regisseur Sia Hermanides. Als ze moet kiezen tussen zelf een Oscar winnen of een wetswijziging voor elkaar krijgen, dan weet ze het wel. ‘Er is geen goed beleid tegen femicide.’
Regisseren of demonstreren?
‘Op dit moment demonstreren. In mijn films probeer ik altijd onrecht aan te kaarten, maar nu voel ik echt de noodzaak om de straat op te gaan. Dat besef ontstond begin dit jaar, omdat ik werk aan een historische dramaserie over het ontstaan van Dolle Mina in de jaren zeventig, en de vraag: ‘Hoe ver ga je voor je idealen?’ De ontmoeting met de Mina’s van het eerste uur wakkerde iets in mij aan: waarom ben ik niet eerder de straat op gegaan? Waarom blijven we, met alles wat er in de wereld gebeurt, zo rustig? Daarom heb ik Dolle Mina nieuw leven ingeblazen.
‘Op 23 januari, precies 55 jaar na de eerste actiedag van Dolle Mina, organiseerde ik samen met twee van de eerste Mina’s, Dunya Verwey en Claudette van Trikt, een bijeenkomst bij het monument voor Wilhelmina Drucker in Amsterdam. Daar staken we symbolisch opnieuw een korset in brand om te laten zien dat feministische verworvenheden nationaal en internationaal onder druk staan. Daarna hebben we lokaal en landelijk actie gevoerd, zoals met de femicidemars in Rotterdam in augustus. Op vrijdag 3 oktober gaan we landelijk de straat op en slapen we in tenten om meer bedden te eisen in Blijf-van-mijn-lijfhuizen, omdat er op dit moment een tekort van 800 plekken is.’
Jaren zeventig of 2025?
‘Toch 2025, ook al had ik heel graag in de jaren zeventig willen zijn, bij de ‘Summer of Love’ en de seksuele revolutie. Maar als het gaat om vrouwenrechten, was het toen echt verschrikkelijk. Door het contact met de Dolle Mina’s uit die tijd besef ik des te meer hoe ongelijkwaardig de samenleving toen was, en hoeveel zij, en andere feministen zoals Hedy d’Ancona, hebben betekend. Zij hebben écht iets bereikt, zoals het recht op abortus en het zelfbeschikkingsrecht; rechten die nu opnieuw onder druk staan. Veel thema’s waarvoor zij toen streden, zijn nog steeds actueel, zoals straatintimidatie en femicide. De Mina’s van het eerste uur zeggen ook vaak: we hebben een déjà vu.’
Pippi Langkous of Goede tijden, slechte tijden?
‘Pippi Langkous. Ik herkende mezelf als jong meisje niet in de films die ik zag. Pippi Langkous was de enige in wie ik mezelf herkende, omdat Pippi actief was, een leider, iemand die avonturen beleefde. Zelf hield ik enorm van voetbal, maar dat zag ik niet op beeld. Vanuit dat gemis ontstond het idee voor mijn debuutserie Voetbalmeisjes uit 2016. Tijdens het maakproces kreeg ik vaak de vraag: ‘Gaan jongens hier wel naar kijken?’ Een vraag die je nooit hoort als het om meisjes gaat.
‘Van jongs af aan wist ik dat ik regisseur wilde worden. Samen met een vriendin maakte ik horrorfilmpjes. Haar oudere stiefzus was regisseur van Goede tijden, slechte tijden, en ik vond haar zó cool. Door haar werd het voor mij een tastbare optie om als vrouw regisseur te worden. Ze nam ons mee naar de filmacademie en gaf advies over onze horrorfilmpjes.’
Universiteit of kunstacademie?
‘Kunstacademie. Maar ik heb allebei gedaan en dat was allebei verrijkend. Na de middelbare school werd ik helaas afgewezen op de filmacademie, ik was nog niet ‘rijp’ genoeg. Na twee jaar universiteit ben ik begonnen aan de kunstacademie in Utrecht. Toen ik de HKU binnenliep, dacht ik meteen: dit is mijn plek.
‘Toch heeft de universiteit, waar ik media en cultuur heb gestudeerd, ook veel invloed gehad op mijn manier van filmmaken. Vooral de theorie van de minor genderstudies heeft mij bewust gemaakt van stereotypen en genderrollen in film en televisie. Vaak draai ik in mijn scripts de rollen om; mannen worden vrouwen en andersom. In Voetbalmeisjes zit een aflevering over Roxy, een meisje van wie de moeder profvoetballer wilde worden maar die dit niet was gelukt. In eerste instantie had ik geschreven dat haar vader profvoetballer had willen worden, maar dan heb je weer die typische voetbalvader, terwijl het ook een moeder kan zijn.’
Lesgeven of les krijgen?
‘Ik vond mijn studietijd ontzettend inspirerend, maar als ik zelf lesgeef, kan ik juist heel geïnspireerd raken door mijn studenten. Aan het Amsterdam Fashion Institute (AMFI) heb ik film en visual culture onderwezen. Daarnaast gaf ik een periode les in documentaire- en fictiefilm in Tanzania. Het was bijzonder om daar met studenten uit een totaal andere cultuur te werken. Ik vroeg de studenten om een film te maken over iets waar ze zich kwaad over maakten. Toen werd er zelfs een student van school gestuurd, omdat zij een kritische film had gemaakt over de corruptie binnen de regering. Toen besefte ik hoe geprivilegieerd het eigenlijk is als je films kunt maken vanuit de vraag waarover je je kwaad maakt.’
Speelfilms of series maken?
‘Het leuke aan films maken is dat je als maker meer tijd hebt om te experimenteren met bijvoorbeeld belichting of set design. Mijn eerste bioscoopfilm was White Berry, over een Nederlands-Afrikaans meisje met albinisme. Daarin zit een scène met een rijdende auto over de Erasmusbrug in Rotterdam, waarbij de camera 360 graden draait. Dat is een van de visuele hoogtepunten uit mijn carrière. Dit ene shot kostte een halve draaidag, terwijl je voor een serie in die tijd tien scènes zou kunnen hebben gedraaid.
‘Toch kies ik voor series, omdat je daar vaak meer mensen mee kunt bereiken. Voor een film moet je een kaartje kopen, wat voor veel mensen een drempel vormt. Mijn serie Voetbalmeisjes staat bijvoorbeeld ook op YouTube, en dat vind ik echt te gek. Bovendien kun je in een serie veel meer vertellen: je hebt de ruimte om dieper in te gaan op personages en thematiek. In Voetbalmeisjes kon ik iedere aflevering weer een nieuw probleem aankaarten en het grote thema, opgroeien als jonge vrouw, uitdiepen. De uitdaging van series maken is dat je in minder tijd meer scènes moet draaien. Het is rammen, snelheid, bijna topsport. Een filmische serie is daarom voor mij de ideale combinatie.’
Voetbalmeisjes, Papadag of Ninja Nanny?
‘Voetbalmeisjes, want dat is echt mijn hartenproject, omdat het vanuit een heel persoonlijke reden is ontstaan. Ik wilde een divers beeld van meisjes laten zien, en daarom hebben de elf personages allemaal een heel verschillend karakter. Het blijft bijzonder als ik kinderen ontmoet die zijn opgegroeid met Voetbalmeisjes. Dat er voor hen wel een serie was waarin ze zich herkenden, vind ik misschien wel het allermooiste. De serie heeft een groot publiek bereikt, we krijgen nog steeds veel positieve reacties, en het wordt elk jaar nog altijd twee keer op televisie uitgezonden.’
Een Oscar of een wetswijziging?
‘Absoluut een wetswijziging. Als ik denk aan de acties die we organiseren tegen femicide…’ (Raakt geëmotioneerd). ‘En ook wat er gebeurt in Gaza: in Den Haag is besloten dat we geen medische hulp gaan geven aan kinderen daar, terwijl we dat wél zouden kunnen doen. Ik schaam me echt voor Nederland. (Donderdag werd bekend dat het demissionaire kabinet toch overweegt enkele zieke kinderen naar Nederland te halen, red.)
‘We krijgen dagelijks mailtjes van vrouwen die in een onveilige situatie zitten, en daar is geen goed beleid voor. Daarom lopen we elke week de mars tegen femicide. Er liggen in allerlei landen wetswijzigingen klaar die daarin veel verder zijn. Abortus moet echt in de grondwet en uit het wetboek van strafrecht worden gehaald. Want wereldwijd wordt opnieuw gemorreld aan dat recht.’
Activisme of dialoog?
‘Dialoog, omdat ik denk dat het heel belangrijk is dat je met elkaar in contact blijft. De Dolle Mina’s van het eerste uur leren mij vooral om niet te ‘preken voor eigen parochie’, en met de andere partij in gesprek te gaan. Als we bewustwording willen creëren, bijvoorbeeld over anticonceptie, moeten we niet bij Ruigoord gaan staan, waar iedereen ons toejuicht, maar juist in de Biblebelt’. Op plekken waar meer wrijving is, ontstaat beweging.’
Alleen of samen in het donker naar huis?
‘Ik zou heel graag ’s avonds alleen naar huis fietsen, maar er zijn plekken die ik ’s nachts bewust ontwijk, en dat zou niet nodig moeten zijn. Het zit zo diep in onze maatschappij om te denken: ‘Het slachtoffer had daar niet moeten fietsen.’ Maar het probleem ligt natuurlijk helemaal niet bij het slachtoffer.’
Spandoek of filmdoek?
‘Beide zijn krachtige middelen. Films kunnen publiek laten zien wat nog niet eerder werd getoond en onrecht indringend zichtbaar maken. Films kunnen er ook toe leiden dat er zelfs in de politiek vragen worden gesteld. De kracht van het spandoek zijn de leuzen die erop staan, die mensen op een meer rechtstreekse manier tot denken aanzetten. Iedereen kent nog de demonstratieborden die de Dolle Mina’s in de jaren zeventig gebruikten, zoals ‘Baas in eigen Buik’. Die kunnen we nu weer uit de kast halen, helaas.’
1986 geboren in Amsterdam
2004-2008 Media en cultuur (minor genderstudies) aan de Universiteit van Amsterdam
2006-2010 Audiovisuele media aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht
2016 Voetbalmeisjes (BosBros) winnaar Cinekid Kinderkast Jury Award voor beste fictieserie
2017 Serie Papadag
2019-2022 Serie Ninja Nanny, seizoen 1 en 2
2023 speelfilm White Berry
2025 start Dolle Mina 2025
Dolle Mina wordt genomineerd voor de Joke Smitprijs (uitreiking 3 november)
Sia Hermanides woont in Amsterdam met haar vriend en hun zoon.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant