Mobiliteit Na steden als Amsterdam, Rotterdam en Gouda voert ook Haarlem 30-kilometerzones in. Talloze straten en verkeersborden worden aangepast. Nog niet overal wordt die maximumsnelheid gehandhaafd.
In Haarlem werd op veel plekken de maximumsnelheid teruggeschroefd naar 30 kilometer per uur.
Stapvoets rijden binnen de bebouwde kom: na steden als Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven en Enschede, voert ook de gemeente Haarlem 30-kilometerzones in. In Amsterdam, waar dat sinds 2024 voor bijna 80 procent van het wegennet geldt, is het aantal ongevallen met gemotoriseerd verkeer met 11 procent afgenomen.
Andere steden hopen ook op zulke resultaten. Maar eerst moeten nog miljoenen worden geïnvesteerd voordat het sluitstuk van dat beleid – effectieve handhaving van die maximumsnelheid – is verwezenlijkt. De politie controleert namelijk pas wanneer alle verkeersaanpassingen, zoals drempels, gescheiden fietspaden, duidelijke verkeersborden of verkeersremmend asfalt, geregeld zijn. De meeste gemeenten zijn zover nog lang niet.
Neem Haarlem. Op 132 wegen geldt vanaf oktober een snelheidslimiet van 30 kilometer per uur, in plaats van 50. Sinds donderdag worden automobilisten begroet met een groene smiley op elektronische verkeerszuilen als ze zich daaraan houden. Wie dat niet doet, krijgt niet automatisch een bon: de politie gaat pas op grote schaal controleren of flitsen als de verkeersaanpassingen op orde zijn.
„Een aantal wegen voldoet nog niet aan die inrichtingseisen en de politie heeft kanttekeningen geplaatst bij de handhaafbaarheid”, zegt een woordvoerder van de gemeente. „We erkennen de noodzaak om die wegen aan te pakken, maar we gaan toch door omdat onderzoek heeft aangetoond dat het aantal ongelukken sterk daalt dankzij die 30-kilometerzones.”
Het besluit past in een landelijke trend. In 2021 nam de Tweede Kamer een motie aan om de maximumsnelheid overal binnen de bebouwde kom zoveel mogelijk terug te brengen naar 30 kilometer per uur. In 2023 werd het landelijk Reglement verkeersregels en verkeerstekens aangepast, waardoor die motie ook praktische betekenis kreeg.
Amsterdam had de primeur. In de nacht van 7 op 8 december 2023 werden daar 4.500 stickers van verkeersborden afgetrokken, waardoor een rode ring met het getal ‘30’ werd onthuld. Sindsdien geldt in vijfhonderd straten in de hoofdstad, bij elkaar zo’n 270 kilometer, de ‘nieuwe norm’: een maximumsnelheid van 30 kilometer. Dat vereiste 4.500 nieuwe verkeersborden en 140 extra verkeerslichten om het verkeer in goede banen te leiden.
Amsterdam volgde daarmee steden als Berlijn, Oslo, Bilbao en Brussel, die dat al eerder deden, over het algemeen met succes. Steden als Rotterdam, Utrecht en Nijmegen volgen op bescheidener schaal. Utrecht wil volgend jaar maart de ‘nieuwe norm’ in de meeste straten invoeren. Rotterdam doet dat sinds afgelopen juni met 115 extra straten waar het aantoonbaar slecht is gesteld met de veiligheid. Voor 55 procent van de straten geldt al de snelheidsbeperking van 30 kilometer per uur. De uitbreiding gebeurt stapsgewijs: straten worden voor langzamer wegverkeer geschikt gemaakt indien dat is te combineren met andere wegwerkzaamheden. Dit kan voorkomen dat de stad onbereikbaar wordt, volgens een woordvoerder. Maar de verwachting is wel dat het verkeer veiliger wordt en de verkeersongelukken afnemen.
In Rotterdam is de verkeersveiligheid in tien jaar tijd verslechterd. In 2023 liepen daar 1.446 mensen verkeersletsel op, in 2021 1.159. De snelheidsbeperking moet dat tij keren. Maar van die extra 115 straten voldoen slechts 34 aan de wettelijke norm die het voor de politie mogelijk maakt te handhaven. De overige straten moeten eerst ingrijpend worden geherprofileerd, voordat agenten kunnen controleren en handhaven. Tot die tijd geldt de oude maximumsnelheid van 50 kilometer.
Een truck en een fiks aantal verkeersborden sieren de straten van Haarlem-West.
Amsterdam boekte opmerkelijke eerste resultaten. Een jaar na invoering van de zones is het aantal verkeersslachtoffers zichtbaar gedaald, zo blijkt volgens de gemeente uit het in juni gepubliceerde rapport 30 km/u in de stad. Zo daalde het aantal ongelukken waar auto’s en fietsers of voetgangers bij betrokken waren, met 15 procent. Vier op de tien automobilisten houdt zich aan de nieuwe maximumsnelheid. Een kwart rijdt een paar kilometer te hard (tot maximaal 35 kilometer). Zo’n 20 procent trekt zich weinig aan van de nieuwe norm, maar het aantal échte hardrijders (meer dan 55 kilometer) is gedaald van 1 procent in 2023 naar 0,2 procent vorig jaar.
Hulpdiensten (brandweer, politie en ambulances) kunnen leven met de nieuwe norm. Uit analyses van bijna achtduizend ritten van de brandweer en ongeveer vijftigduizend van de ambulance, blijkt dat de uitruktijden vorig jaar nauwelijks opliepen.
Ook het openbaar vervoer ondervindt nauwelijks hinder, terwijl daar door het openbaar vervoerbedrijf GVB wel voor werd gewaarschuwd. Gemiddeld bereiken de meeste buslijnen veertig seconden later hun eindhalte, en tramlijnen slechts tien seconden. Daartegenover staat dat het aantal ongelukken waar bussen of trams in Amsterdam bij betrokken waren, met bijna een kwart is afgenomen.
Driekwart van de Amsterdammers zonder auto is positief over de nieuwe snelheidslimiet, zo bleek vorig jaar juni uit een, volgens de gemeente representatief, panelonderzoek. Dat geldt ook voor een meerderheid van de automobilisten.
Tien procent van de ondervraagden zonder auto en 30 procent van de automobilisten is uitgesproken negatief over de beperking. Die mensen stoort het vooral dat veel automobilisten zich niet houden aan de snelheid; ze pleiten dus voor strenger handhaven.
Ook de politie was vanaf het begin minder enthousiast, maar dan vooral vanwege de mogelijkheid om te handhaven. Extra handhaving blijft uit in eerste instantie, liet een woordvoerder van de Amsterdamse wethouder Melanie van der Horst (Verkeer en Vervoer, D66) eind 2023 al weten. Pas „na een paar maanden” en/of „op risicovolle plekken” wordt eventueel extra gehandhaafd, met bijvoorbeeld flitspalen of snelheidscontroles.
Maar zonder handhaving lappen veel automobilisten die nieuwe norm aan hun laars. Op plaatsen waar vorig najaar in Amsterdam met mobiele flitscamera’s tijdelijk werd gehandhaafd, daalde de gemiddelde snelheid met meer dan 20 procent. Zodra die flitscamera’s weg waren, steeg die gemiddelde snelheid weer tot boven de norm.
Handhaving is dus de achilleshiel. Maar die is nog niet goed geregeld in de meeste gemeenten – niet in Amsterdam, maar ook niet in Haarlem of Rotterdam. „We hebben ervoor gekozen in één keer over te gaan op 30 kilometer per uur als norm, in plaats van te wachten tot we straat voor straat volledig hebben ingericht”, zegt een Amsterdamse woordvoerder. „Anders zijn we tientallen jaren verder, tegen gigantische kosten. Nu is de maximale snelheid ook duidelijk voor de automobilist.”
Rotterdam doet dat anders. Daar worden de straten wel eerst verkeerstechnisch aangepast voordat de politie flitspalen inzet om te handhaven, bevestigt een woordvoerder. Want zonder die aanpassingen worden eventuele boetes door de rechter nietig verklaard.
Gesprekken met het Openbaar Ministerie over de inzet van flitspalen in die 30-kilometerzones lopen ook in Haarlem. De politie adviseerde afgelopen zomer ronduit negatief over de handhavingsmogelijkheden, omdat ook daar een groot deel van de wegen met die nieuwe maximumsnelheid niet volgens die wettelijke normen werden ingericht. „Er ontstaat voor de politie geen handhaafbare verkeerssituatie”, schreef het college van burgemeester en wethouders.
„Het klopt dat de verkeerspolitie heeft aangegeven dat een aantal straten niet voldoet aan de richtlijnen„, aldus de woordvoerder. Daarbij gaat het onder meer om verkeersdrempels of vrijliggende fietspaden. „Als gemeente monitoren we voorlopig in hoeverre de weggebruikers zich aan de nieuwe snelheid houden. De ervaring leert dat deze verandering wel even kan duren.” Haarlem mikt volgens een woordvoerder tot nader order met name op gedragsverandering, onder andere met die smiley-borden.
Ook Amsterdam overlegt met de politie over straten waar wel geflitst kan worden, zonder dat boetes vervolgens bij de rechter stranden. Maar handhaving is de bepalende succesfactor, benadrukt de Amsterdamse wethouder, Melanie van der Horst, vorige week tijdens een debat in de gemeenteraad. „Ik probeer nog steeds om die flitspalen tóch bij het Openbaar Ministerie geregeld te krijgen. Ik doe mijn best om dat voor het hele land geregeld te krijgen.”
Links een 30-kilometerverkeersbord, rechts een mevrouw op een bakfiets, nabij de Randweg in Haarlem.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC