Nieuwe albums De nieuwe van Pygmalion is in de klassiekemuziekwereld zo’n evenement, dat je er huiverig van kunt worden. Maar eventueel scepsis kun je opzij zetten. Ook hun Brahms is opwindend.
Klassiek
Pygmalion o.l.v. Raphaël Pichon Brahms: Ein deutsches Requiem
Om te beginnen is het nuttig om te constateren dat een nieuw album van dirigent Raphaël Pichon en zijn ensemble Pygmalion een ‘evenement’ is in de wereld van de klassieke muziek. Sinds hun doorbraak met bijzondere Bach-opnames, ruim vijftien jaar geleden, hebben Pichon c.s. een formidabele reputatie opgebouwd met heldere en bezonnen uitvoeringen van vooral oude muziek. En net als andere oudemuziekspecialisten, zoals dirigent Philippe Herreweghe, breiden ze hun werkterrein gaandeweg uit naar de negentiende eeuw, die ze vanuit dezelfde principes (historisch instrumentarium, frisse blik op de noten, gewaagde interpretaties) benaderen. Het is dus een evenement, de nieuwe Pygmalion, nog voordat je weet dat er Brahms op staat. Sommigen onder ons worden een tikje huiverig als dingen een evenement zijn nog voor er een noot heeft geklonken.
Ein deutsches Requiem (1868) is misschien wel Brahms’ mooiste muziek. Tien jaar lang hebben de musici zich erin verdiept om nu met deze interpretatie op de proppen te komen, aldus het persbericht waarmee het album de wereld in wordt gestuurd. Zo’n bewering neigt een beetje naar folklore of mythevorming – alsof andere musici Ein deutsches Requiem op cd zetten nadat ze de partituur gisteren pas hebben opengeslagen. Natúúrlijk hebben ze zich er tien jaar in verdiept.
Tot zover de scepsis en het narrige gemompel. Want hoe je het ook wendt of keert, Pichon en zijn ensemble flikken het weer. De toewijding die al hun projecten kenmerkt is voelbaar in iedere maat, zonder dat het resultaat gemaniëreerd aandoet. Alles klinkt vanzelfsprekend en toch opvallend, de tekst is woordelijk verstaanbaar, de kleine solo’s uit het prominent aanwezige orkest zijn smaakvol, de klank is warm, het koor zingt subliem. De solisten, sopraan Sabine Devieilhe en bariton Stéphane Degout, zijn uitstekend, of ze nu je favoriete vertolkers zijn of niet.
De instrumentale opening van het eerste deel heeft een trefzekere cadans en er is sprake van een minimaal crescendo, tot aan de eerste inzet van het koor op ‘Selig sind’, die juist nadruk krijgt door een fluisterzacht understatement. Zo’n uitgekiend dynamisch reliëf is typerend voor Pichons benadering. Een ander prachtig voorbeeld is de baritonsolo van het derde deel, die na een paar minuten verschiet naar de intimiteit van een liedrecital, waardoor de hele sfeer verandert. Het effect heeft iets filmisch, alsof een virtuoze cameravoering je in een vloeiende beweging vanuit een panoramashot naar een close-up brengt, en weer terug.
Brahms’ ‘menselijke’ requiem is overwegend langzaam en ingetogen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Verdi’s onstuimige Requiem van een paar jaar later. In die beperkte bandbreedte maken Pichon en de zijnen van subtiliteit en nuance een grote aantrekkingskracht. Maar waar de muziek naar een hoge versnelling schakelt, zoals bij de fuga aan het einde van het derde deel, is de opwinding des te groter.
22/11 treden Pygmalion & Pichon op in de NTR ZaterdagMatinee met ander werk van Brahms. Info: npoklassiek.nl
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC