Home

Is de visie van Volt meer dan een EU-beleidsnota?

Josette Daemen houdt politieke partijen ideologisch bij de les. Voor welke waarden staan ze nou echt?

Was Volt ihr eigentlich?’ kopte het Duitse weekblad Die Zeit in 2019 boven een artikel over de pas opgerichte partij Volt. De jonge enthousiastelingen achter het pan-Europese project hadden ‘een nieuwe visie voor Europa’ beloofd, maar wat ze nou eigenlijk wilden met het continent bleef de journalisten een raadsel. Ook in Nederland werd Volt een gebrek aan programmatische en ideologische helderheid verweten. Achter de start-up-achtige presentatie en veilige slogans over ‘samenwerking’ en ‘problemen oplossen’ zag De Groene Amsterdammer vooral een partij van ‘jonge technocraten’.

Met die venijnige woorden van de West-Europese intelligentsia nog ergens in mijn achterhoofd, was ik verbaasd toen ik laatst uitgerekend naast een paginagrote close-up van Voltleider Laurens Dassen in NRC las dat ‘politiek veel meer over vergezichten zou moeten gaan’. In de Tweede Kamer ligt de focus „op de dag van vandaag, in plaats van op idealen of de toekomst”, zei Dassen in het interview, terwijl politiek toch „in de eerste plaats een ideeënstrijd” is.

Hé, dacht ik, dit kan interessant worden. Gaat Dassen nou alsnog het ongelijk bewijzen van die Duitse en Amsterdamse snobs?

Soort van, concludeerde ik uiteindelijk. Een aantal van zijn „vergezichten” lichtte Dassen uit in het interview; in het partijprogramma vond ik er onder de kop ‘onze nieuwe ideeën’ nog meer. Kweekvlees. Een basisinkomen. Een Europees leger. Tata Steel sluiten en een ‘Tata-Stad’ neerzetten. Ons eigen „Silicon Europa” bouwen, met „de slimste koppen van ons continent”, en die whizzkids komen op hun beurt natuurlijk óók weer met allemaal nieuwe ideeën – „bij dit idee voel ik echt die ideeënmultiplier”, je hoort het de programmacommissie zeggen.

Ik zou kunnen opmerken dat uit dit alles een wat technocratische interpretatie van het concept „vergezichten” spreekt; dat het eigenlijk meer „plannen” zijn, geen toekomstvisie voor de samenleving als geheel, geen uitgewerkt ideologisch verhaal. Ik zou kunnen zeggen dat het Voltprogramma bij vlagen nog altijd meer leest als een Europese beleidsnota dan als een politiek program („De Nutri-Score wordt een verplicht etiket op de voorkant van de verpakking. De impact van de Nutri-Score wordt gemonitord en aangepast op basis van wetenschappelijk bewijs”).

Toch zou dat flauw zijn. Het moet gezegd: inmiddels kan de partij de „was Volt ihr eigentlich”-vraag prima beantwoorden. En uit haar plannen wordt duidelijk zat wat voor ideologie de partij inspireert. De kern daarvan, als je het mij vraagt: een rotsvast maakbaarheidsgeloof, gepaard met de stellige overtuiging dat technologie de wereld beter zal maken. Echte kinderen van de Verlichting zijn ze bij Volt; die naam is perfect gekozen.

Vooral dat tech-optimisme valt me op in het verkiezingsprogramma. De partij wil investeren in kernenergie en modernisering van Franse atoomwapens. Als het aan Volt ligt, worden we een „innovatieve trendsetter” met „een Europees Tech Fund, dat risicovolle investeringen doet in innovaties zoals AI, kwantumtechnologie en biotech”. De partij wil „één digitale identiteit voor overheid, zorg, onderwijs en private diensten zoals banken”. Binnen de EU ziet Volt een digitale identiteit voor zich met „biometrische identificatie”; de partij wil verkennen of zoiets ook ingezet kan worden „om gebruikers zich te laten verifiëren” op sociale media.

Volgens Volt gaat het ons leven allemaal beter maken; zelf denk ik bij zulke ideeën vooral: dit zou wel eens gigantisch mis kunnen gaan. Kernafval blijft duizenden jaren radioactief, en hoeveel beleidsnota’s je ook volschrijft met „strenge eisen voor veiligheid en afvalbeheer”, ik zou daar niet millennialang voor durven instaan. Ook bij al die aangejaagde AI-ontwikkelingen vraag ik me af wat de onvoorziene gevolgen zullen zijn, en of de baten uiteindelijk opwegen tegen de risico’s. Dat geldt al helemaal voor allesomvattende digitale identiteitssystemen: hoe knap de koppen ook zijn die zoiets optuigen, ik ben er niet gerust op dat zo’n machtig instrument nooit vreselijk misbruikt zal worden door wie er dan ook maar aan de macht komt.

Volgens een Griekse mythe stal Prometheus ooit het vuur van de Olympische goden om het door te geven aan de mensen, die zo toegang kregen tot de techniek en daarop het heft in eigen hand namen. In het verhaal volgt daarna de goddelijke wraak, en ook in de echte wereld blijft de menselijke omgang met technologie spelen met vuur. Volt is er niet bang voor, die grijpt die brandende toorts met beide handen aan, en gaat ons voor naar fraaie horizonten vol kweekvlees en lieve robots. Terwijl ik zelf steeds vaker denk: kunnen we die fakkel nog ergens retourneren?

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Broncode

Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren 

Source: NRC

Previous

Next