Stoppen Beeldend kunstenaar Paul Bogaers liep vast in zijn werk en werd schoonmaker. Componist Tom America maakte een muziekalbum over Bogaers’ afscheid van de kunst. ‘Ik vond het wel heroïsch om te erkennen: dit was het, ik heb gefaald, ik ben mislukt.’
Van links af: Paul Bogaers, componist Tom America en Joost Conijn
Hem overkwam het ergste wat een beeldend kunstenaar kan overkomen, zegt Paul Bogaers. Een paar jaar geleden, niet lang na een grote tentoonstelling van zijn collagekunstwerken in het Amsterdamse fotografiemuseum Foam, begon Bogaers (64) het geloof in zijn eigen werk te verliezen. De essentie van zijn kunstenaarschap, de zoektocht naar iets wat nog geen vorm heeft maar wat hij wel graag wilde vormgeven, was geleidelijk veranderd in ongeïnspireerd ploeteren, een herhalingsoefening die hem een gevoel van weerzin bezorgde. Zijn kunstenaarschap liep ten einde, concludeerde Bogaers, tijd om met pensioen te gaan.
Dat vertelde hij in november 2023 in een telefoongesprek aan zijn vriend Tom America, die componist en muzikant is. Het dramatische verhaal intrigeerde America. Het erkennen van mislukking is een universeel taboe onder kunstenaars, zegt hij. „Het verhaal van Bogaers leek me een interessant contrapunt in een kunstwereld waar jong en succesvol zijn bon ton is. Voor die andere, veelal onzichtbare kant is nauwelijks plek.”
En dus belde America de volgende dag terug. Hij stelde Bogaers voor zijn verhaal op muziek te zetten. Het resultaat van de samenwerking verschijnt deze week als de cd Ja ik ben vastgelopen. America interviewde Bogaers diverse malen en gebruikte het opgenomen stemmateriaal voor vier van de zeven composities op het album. America vroeg ook twee andere beeldend kunstenaars om een bijdrage. Joost Conijn, bekend van zijn zelfgebouwde vliegtuig en een op hout rijdende auto, vertelt in het nummer ‘Een wolk van angst’ over zijn vrees om letterlijk te vallen als hij met zijn handgemaakte vliegtuig boven de aarde zweeft. En in de slotcompositie spreekt Jos Houweling, maker van tal van fotoboeken met absurdistische collages, over de nutteloosheid van kunst.
Ja ik ben vastgelopen is een typisch Tom America-project. De 76-jarige muzikant is een randfiguur in de Nederlandse muziek, een componist die zijn eigen genre schiep. Al vier decennia toonzet hij gesproken taal die hij als een vlindervanger in zijn netje verzamelt. Voor het nummer ‘Maternité’ gebruikte hij in 1986 een gesprek met zijn moeder over de vraag wanneer hij voor het eerst een boterham met kaas at. En op zijn meest recente album, Wonden en brutaliteit (2020), maakte hij muziek bij veertien door de Vlaamse dichteres Delphine Lecompte voorgedragen gedichten.
America, Bogaers en Conijn komen op verzoek bij elkaar voor een toelichting op hun gezamenlijke project. Conijn, die recent nog in het nieuws kwam met zijn eigenhandig gebouwde ronddraaiende huis, is de buitenstaander in het gezelschap. Hij kan zich niet identificeren met het verhaal van Bogaers, zegt hij. „Ik kom tijd tekort om alles te doen wat ik als kunstenaar wil doen. Daarvoor zou ik nog drie extra levens nodig hebben.” Op verzoek van America las Conijn passages voor uit zijn boek Piloot van goed en kwaad (2012). Dat deed Conijn omdat hij de componist een aardige vent vindt.
Bogaers deed mee aan het muziekproject omdat hij inzag dat zijn verhaal bredere betekenis heeft. „Succes krijgt in de kunstwereld alle aandacht. En falen is niet interessant. Terwijl er meer kunstenaars falen dan er succes hebben.”
In het nummer ‘Ik dobber nu rond’ zegt Bogaers: „Ik vond het ook wel mooi, ook wel heroïsch om gewoon maar te erkennen, van nou ja, dit was het; ik heb gefaald, ik ben mislukt. Het is ook gewoon iets van het leven zelf.” Sinds kunst niet langer de spil van zijn bestaan is, loopt hij niet altijd meer met zijn camera in de aanslag over straat. Bogaers: „Achteraf realiseer ik me dat dat ook een soort escapisme was, om niet aan het leven zelf deel te nemen.”
Conijn verbaast zich over die woorden: „Jij maakt een onderscheid tussen je werk en jezelf. Dat doe ik niet.”
Vanaf zijn studie aan de kunstacademie in Tilburg leefde Bogaers van zijn werk, van verkopen, opdrachten en subsidies. Tegelijk met het verdwijnen van het geloof in zijn werk droogden zijn inkomsten op. Hij werkt nu als hulp in de huishouding bij een thuiszorgorganisatie én als dagcoördinator bij het Vestingmuseum in Naarden. Als gepensioneerd kunstenaar stapte hij ook mentaal uit de kunstwereld, zegt Bogaers. Als buitenstaander ziet hij opeens hoe klein de kunstwereld is. „Was dat nu de spil waarom alles moest draaien?”
Conijn verbaast zich opnieuw. Hij zegt hooguit met zijn kleine tenen in de kunstwereld te staan. „Als kunstenaar ben je toch autonoom, ga je uit van jezelf en bekijk je de dingen van een afstand. Met twee benen in de kunstwereld staan is echt niks.”
Conijn prijst ‘Modder’, het eerste nummer op het album. Bogaers spreekt daarin over de schoonheid van modder en papier-maché, materialen die hij in combinatie met fotografie vaak gebruikte voor zijn collage-kunstwerken. Conijn: „De gevoeligheid waarmee Paul over blubber en opdrogend papier-maché spreekt vind ik heel mooi. Dat zijn verhalen die alleen een kunstenaar kan vertellen.”
Waarom heb je niet zelf kunst gemaakt van je crisis als kunstenaar, vraagt Conijn. Aan succes, of het wegvallen daarvan, moet je als kunstenaar niks ontlenen, houdt hij Bogaers voor. „Zoals ik eens neerstortte met mijn vliegtuig, zo ben jij gevallen als kunstenaar. Maar jij verzet je, Paul. Ik zou denken: mijn leven gaat die kant op, ik ben nu schoonmaker, en dat is heel interessant. Kijk wat Ed van der Elsken [de fotograaf en cineast, red.] deed toen hij doodziek werd. Hij richtte de camera op zichzelf en maakte een bijzondere afscheidsfilm.”
America verheugt zich op de presentatie van zijn album in de Amsterdamse kunstenaarsociëteit Arti et Amicitae. De nummers van Ja ik ben vastgelopen zal hij daar voor het eerst publiekelijk ten gehore brengen. Als ‘voice jockey’ plaatst hij dan live de stemfragmenten tussen de muziek.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC