Een piepjonge Amsterdamse ondernemer stampte in enkele jaren de snelgroeiende fastfoodketen Fat Phill’s uit de grond. De burgers zijn goed, maar de overvloedig aanwezige kaassaus is wel heel erg geel.
is culinair recensent van de Volkskrant. Ook schrijft ze over culinaire (pop-)cultuur.
Beelden van kaas doen het op een of andere manier al jaren uitstekend op sociale media. De kaas in kwestie moet bij voorkeur gesmolten zijn en obsceen lange draden trekken, en vergezeld worden door de tactiele, aanstekelijke, Engelstalige beschrijvingen die zich zo goed voor gesmolten kaas laten gebruiken (crispy, oozy, gloopy, stretchy, creamy). Kaas gedraagt zich bij verhitten door z’n lange ketens caseïne-eiwit anders dan alle andere voedingsmiddelen die we kennen en dat fascineert. Er is zelfs een speciaal woord voor dat op beeld uitrekken van kaas tussen de linker- en de rechterhelft van je tosti, met je vork een meter de lucht in, of van bord naar mond: een cheese pull.
Marktlaan 164, Hoofddorp (en 22 andere locaties in het land)
Cijfer: 6,5
Franchiseketen met smashburgers vanaf € 9, loaded fries vanaf € 8, broodjes vlees en milkshakes – alles eventueel opgedirkt met extra kaas, slagroom of saus.
De nieuwe fastfoodketen Fat Phill’s is duidelijk door dit soort online beeldcultuur beïnvloed. De burgerketen adverteert met ook al Engelstalige slogans als ‘Cheese pulls longer than my last relationship’ en ‘Burgers smashed harder than Mario’ en ‘Shakes colder than your ex’s heart’. De inrichting is donker en sober, met zwart-witte graffiti op de muren en harde muziek uit de speakers – de doelgroep is duidelijk jonger en stedelijker dan die van McDonald’s. Het enige kleuraccent dat in de zaak te vinden is, is kanariegeel: de kleur, zullen we snel zien, van de kaassaus die hier overal met liters overheen wordt gegoten. De zaak adverteert met van puilende vulling haast uit elkaar vallende burgers, met kaas en ander beleg bedekte (‘loaded’) frites, en milkshakes.
Hoe Amerikaans de keten er ook uitziet, de eigenaar is een jonge Amsterdammer. Armin Vahabian werd geboren in Iran, groeide op in het Perzische restaurant Manoto van zijn ouders in Amsterdam, en begon op zijn 24ste zijn eerste smashburgerzaak. Na de eerste twee locaties maakte hij er een franchiseformule van, en zijn imperium groeit razendsnel. In een paar jaar openden 22 locaties in Nederland, en staan er een aantal in Duitsland op de planning. In Engeland openden er twee, en een lokale franchise-organisatie daar heeft er in de komende tien jaar wel honderd op de planning.
We bezoeken de vestiging in Hoofddorp, en zien tot onze stomme verbazing dat er bij winkelcentrum Vier Meren, waar Fat Phill’s naast de ingang zit, nóg twee andere smashburgerzaken zijn geopend. De smashburger – een hamburger die niet gemaakt is van een voorgevormde burger, maar van een op de plaat platgedrukte bal vet gehakt – lijkt daarmee officiëel Nederlands nieuwe favoriete snack.
We worden heel vriendelijk begroet door het personeel achter de balie, dat ons stralend toelacht en dat de hele avond zal blijven doen. Voor de bestelling worden we naar de grote bestelcomputer gedirigeerd. Dat is nog helemaal niet zo makkelijk: alle burgers kunnen in enkel, dubbel of driedubbel worden besteld; ieder gerecht heeft allerlei supplementen die kunnen worden toegevoegd, en dan zijn er ook nog allerlei combinatiedeals, ‘drip deals’ geheten. Als ik eindelijk klaar ben met mijn bestelling, komt de serveerster naar onze tafel om te vertellen dat de mozzarellasticks en de ‘tater tots’ (een soort aardappelkroketjes) helaas op zijn. ‘Kunt u in plaats daarvan iets anders bestellen dat ongeveer hetzelfde kost?’ Ik vind het prima om bij een computer in plaats van bij een mens te bestellen, maar dit is wel onhandig – ik heb immers al betaald. Vooruit dan maar: we nemen er onion rings en macaroni met kaas bij.
De drankjes arriveren als eerste. De ‘F’real premium Choco supreme’ (€ 8,95) laat zich overigens nauwelijks zo noemen: het is een reusachtige milkshake die calorisch tot beslist volwaardige avondmaaltijdproportie is opgeleukt met slagroom, stroop en koekjes. De gewone vanilla shake, zonder toeters en bellen, is met € 4,85 wat mij betreft lekkerder – goede dikte, niet te zoet – maar dat is een kwestie van voorkeur. Ook bestellen we de huisgemaakte watermeloenlimonade – die smaakt naar bubblegum.
De burgers zijn beslist niet slecht. Voor een smashburger word het hamburgervlees met een soort strijkijzer op de hete plaat platgedrukt en uitgewreven. Dit vergroot het contactoppervlak van het vlees, dat zo in korte tijd bruin wordt gebakken in z’n eigen vet, terwijl de binnenkant sappig en rood blijft, met een craquelé-achtig netwerk van krokante vleesfrutsels als gevolg. We proberen de cheeseburger (€ 9,25); smakelijk vlees op een prima, licht getoaste kadet met een lekkere saus, sla, tomaat, augurk en de smeltkaas die ook wel Amerikaanse of bewerkte kaas of (foutief) cheddar wordt genoemd. Hoewel ik tegen tomaat op hamburgers ben (die maken ze te nat), is het echt een prima hap. De vegaburger (€ 8,95) heeft hetzelfde beleg als de gewone, en een smakelijke burger van nepvlees. De Nashville hot chicken burger (€ 9,95) bestaat uit versgefrituurde stukjes kip met een pikant korstje met augurk en coleslaw.
Helaas was dat het ook wel, qua lekker. De Philly cheese steak fries (€ 12,95, vernoemd naar de beroemde Amerikaanse sandwich met dungesneden entrecote) zijn melige, al enigszins koud geworden kreukelfrites met snippers vlees, jalapeño’s en een reusachtige hoeveelheid radioactief kanariegele saus. Die saus blijkt de kaastoevoeging op verder vrijwel alles: op de cheese fries (€ 8), door de macaroni (€ 8), over de bijbestelde onion rings.
De saus is, ik herhaal het nog maar eens, héél erg geel, maar verder in smaak of textuur op geen enkele manier kazig; niet kazig zoals kaas kazig is, niet kazig zoals Amerikaanse smeltkaas kazig is, en zelfs niet kazig zoals kaassaus kazig is. Het is niet ‘stretchy’, niet ‘cheesy’ en niet ‘oozy’, het lijkt eigenlijk vooral erg op gele vla.
Ik heb bijna het gevoel dat ik iets gemist heb, want de kaassaus geldt als een soort van signatuurtoevoeging van dit restaurant. Om ons heen kopen mensen zelfs extra potjes saus, om ook nog – liefst voor het oog van de camera – over hun burger heen te gieten, waar toch ook al heel behoorlijke Amerikaanse smeltkaas op zat.
Misschien zit het er vooral op, omdat het het leuk doet op de foto.
Ham / smash
De hamburgersandwich (zoals de hambuger tot ver in de 20ste eeuw werd genoemd) heeft een opvallend korte en onduidelijke geschiedenis. Vleeswaren uit de Noord-Duitse stad Hamburg waren lang vermaard, en de Hamburger (gehakte) biefstuk en ‘frikadelle’, een gehaktbal, werden door Duitse immigranten meegenomen naar de Verenigde Staten. Wie het vlees daar vervolgens als eerste op een broodje serveerde is onbekend – er zijn tientallen claims op de uitvinding. Zeker is dat de Texaan Fletcher Davis op de St. Louis Fair in 1904 hamburgersandwiches verkocht. In 1921 ging in Kansas White Castle van start, een ketenrestaurant met kleine, vierkante hamburgers, en in 1940 opende de eerste McDonald’s. Zo groeide de hamburger fluks uit tot het nationale lievelingsgerecht van de Verenigde Staten, en dat is het nog steeds – Amerikanen eten er, naar schatting, een adembenemende vijftig miljard per jaar. De op de plaat platgedrukte smashburgers zijn een Amerikaanse inventie: die werden voor het eerst gebakken in Kentucky, in de jaren zestig.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant