Na twee desastreus verlopen verkiezingen verkeert de Japanse Liberaal-Democratische Partij (LDP) in een diepe crisis. Een nieuwe partijleider moet gedesillusioneerde kiezers terugwinnen, maar die zijn massaal overgestapt naar een uiterst rechtse nieuwkomer.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Vlaskamp was 18 jaar correspondent in Beijing.
Op het eerste gezicht lijkt het alsof Japan zaterdag de verkiezingen voor het partijleiderschap van een jaar geleden overdoet. Dezelfde kandidaten met hun overbekende plannen om de economie op te fleuren, afgewisseld met opgewarmde ophef over oude controverses, zoals de vraag of vrouwen na hun trouwen hun eigen achternaam mogen houden.
De schijn van herhaling bedriegt echter, want onverwachts hebben politieke nieuwelingen op rechts de gevestigde orde opgeschud. Deze zomer won de Democratische Partij voor het Volk, voorheen een bescheiden centrumrechtse partij, bij de senaatsverkiezingen ineens zestien zetels. De in 2020 opgerichte partij Sanseito, voortgekomen uit verzet tegen mondkapjes en vaccinaties tijdens de pandemie, ging met veertien senaatszetels naar huis.
Deze marginale groep antiglobalisten werd uit het niets zo groot door een felle populistische campagne onder het motto ‘Japan Eerst’. Met dezelfde virale memes en YouTube-filmpjes waarmee oprichter Sohei Kamiya conservatieve antivaxers verenigde, stookte hij onvrede over immigratie op. Ook voedt hij het geloof in een wereldwijde samenzwering van de ‘elite’ om ‘gewone mensen’ te onderdrukken. Een soort Forum voor Democratie, maar dan op zijn Japans.
Japan, een land dat trots is op zijn sociale harmonie, maakt voor het eerst kennis met polarisatie door een populistische partij. Sanseito trekt vooral mensen van middelbare leeftijd, die hun loopbaan begonnen in ‘de economische ijstijd’ en bleven steken in onzekere, slecht betaalde banen. Voor dit vergeten electoraat is stemmen op een partij met een afkeer van immigranten en andere ‘vreemdelingen’, zoals buitenlandse toeristen, een uitlaatklep voor hun frustratie met de LDP.
Overtoerisme is een probleem in Japan, immigratie niet. Slechts 3 procent van de Japanse bevolking is van buitenlandse afkomst. Met het oog op de vergrijzing zijn juist meer buitenlandse arbeidskrachten nodig. Daarom heeft de LDP de immigratiewetgeving recentelijk versoepeld, zonder het over de gevolgen daarvan voor de samenleving te hebben. Dat werd deze zomer afgestraft bij de verkiezingen en de slechte uitslag dwingt de LDP nu met een antwoord op uiterst rechtse xenofobe complotdenkers te komen.
Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. De regeringspartij hobbelt sinds de moord op zijn belangrijkste partijprominent, oud-premier Shinzo Abe, van de ene crisis naar de andere. Misbruik van campagnegeld, banden tussen politici met omstreden kerkgenootschappen en gebrek aan daadkracht door een onderlinge machtsstrijd geven kiezers het gevoel dat hun problemen er niet toe doen. Daardoor doet elke premier het zo slecht in de peilingen, dat die na een jaartje regeren weer wordt vervangen door een nieuwe leider, in de hoop daarmee de electorale vrije val te stoppen.
Zo’n nieuwe partijleider, die vrijwel altijd als premier gaat regeren, wordt gekozen in twee rondes. Daarbij tellen de stemmen van gewone partijleden minder zwaar dan die van LDP-parlementsleden. Het probleem is dat de denkwereld van gewone leden en de LDP-elite op het pluche al erg van elkaar verschillen, maar de gewone kiezer staat er buiten deze LDP-bubbels helemaal verwaarloosd bij.
In de ogen van Japanners die voor Sanseito of andere rechtse partijen hebben gekozen is het eenvoudig: de LDP moet terug naar zijn oorspronkelijke conservatieve karakter en dan een forse ruk naar rechts maken. Dan komt de partij in de buurt van Sanseito-voorman Kamiya, die als oud-militair groot fan is van Abes ultranationalistische gedachtegoed.
Vandaar dat Sanae Takaichi (64) staat te trappelen. Na vijf ministersposten is deze oerconservatieve hardliner toe aan het premierschap, waar ze al enkele keren naast greep. Omdat een vrouwelijke premier voor Japan een revolutie is, komt ze over als een frisse wind.
Als beschermeling van Shinzo Abe kan Takaichi het succes van Sanseito als vrijbrief gebruiken om op te schuiven naar de ultrarechtse flank. Dan kan ze Abes erfenis bewaken, bijvoorbeeld door zijn economische stimuleringsbeleid voort te zetten en zijn omstreden plannen uit te voeren voor grondwetsherzieningen die het Japanse buitenlandbeleid en het leger meer slagkracht geven.
Ook zegt ze in de voetsporen van Abe te treden met de verering van oorlogsdoden, onder wie oorlogsmisdadigers die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Azië hebben huisgehouden. Juist wegens dat extreme nationalisme koos de LDP Takaichi eerder niet als leider, maar dat pakt met Sanseito op de achtergrond nu wellicht anders uit.
Gewone leden zien Takaichi zeker zitten, maar LDP-parlementariërs hebben een andere favoriet. Dat is Shinjiro Koizumi, zoon van een voormalige premier die met een zwierige stijl en hervormingsplannen een zeer populaire tegenpool van Abe was. Als de 44-jarige Koizumi wint, is hij als jongste naoorlogse premier een noviteit.
Koizumi is lhbti-vriendelijk en steunt getrouwde vrouwen die hun eigen achternaam willen gebruiken. Ironisch genoeg doet hij het goed bij ouderen, omdat hij als landbouwminister de torenhoge rijstprijzen omlaagbracht. Om die kiezers niet af te schrikken heeft Koizumi zijn meest vooruitstrevende plannen op de waakvlam gezet.
Hij probeert de LDP weer tot behoudende middenpartij voor het hele land te maken, terwijl Takaichi appelleert aan nationale trots en snoeirechts conservatisme. De worsteling met deze identiteitscrisis heeft de LDP nu al zoveel kiezers gekost dat de partij alleen nog met een minderheidskabinet kan regeren.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant