De minister van Buitenlandse handel moet beoordelen of de export van F-35-onderdelen naar Israël onaanvaardbare risico’s voor de schending van het het humanitair oorlogsrecht opleveren. Dat is het oordeel van de Hoge Raad, dat het besluit daarmee politiek maakt. Eerder had de rechter zich erover uitgesproken.
is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
In de praktijk verandert er niets: er gaan momenteel geen straaljageronderdelen naar Israël. De staat was in cassatie gegaan vanwege het principe dat rechters terughoudendheid past in zaken die het internationale veiligheidsbeleid raken. De Hoge Raad stelt dat de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp de toetsing binnen zes weken moet doen. Eerdere rechterlijke uitspraken waarin staat dat Nederland de uitvoer van F-35 onderdelen naar Israël moet staken, zijn vernietigd.
Bij de uitspraak vrijdag stelde de Hoge Raad: ‘Het gerechtshof mocht niet zelf beoordelen of met het verlenen van de vergunning een duidelijk risico op ernstige schending van het internationaal humanitair recht bestaat. Dat is aan de minister. De Hoge Raad draagt de minister daarom op om aan de hand van dit criterium de herbeoordeling van de vergunning opnieuw te doen. De termijn is zes weken.’
De Hoge Raad geeft aan dat de uitspraak geen gevolgen heeft voor de huidige status van de exportvergunning. ‘De minister heeft na de uitspraak van het gerechtshof de vergunning aangepast in die zin dat uitvoer van F-35 onderdelen naar Israël niet is toegestaan. Zolang de minister niet een ander besluit neemt, blijft de vergunning in die vorm gelden en is uitvoer van F-35 onderdelen naar Israël niet toegestaan.’
De uitspraak is een domper voor hulporganisatie Oxfam Novib, vredesbeweging Pax en de pro-Palestijnse organisatie The Rights Forum, die vorig jaar in hoger beroep gelijk kregen van de rechter in hun eis dat de export van F-35 onderdelen naar Israël zou worden gestaakt. Zij hadden goede hoop op een andere uitspraak vrijdag, nadat de advocaat-generaal in november vorig jaar de Hoge Raad adviseerde het cassatieberoep van de Staat tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag te verwerpen.
Niettemin geldt dat het vrijwel uitgesloten is dat de exportvergunning voor F-35 onderdelen naar Israël na toetsing wordt hervat. Bij de nu door de Hoge Raad gelastte nieuwe toetsing aan de wapenexportcriteria bestaat een geringe kans op een positief advies. Nederland heeft de afgelopen maanden de facto al een wapenembargo tegen Israël ingesteld, al wordt dat niet zo genoemd omdat er nog steeds onderdelen voor het Israëlische luchtafweersysteem Iron Dome worden doorgevoerd naar Israël.
De Staat betwistte in cassatie vooral het recht van de rechterlijke macht om zo diep in te grijpen in zaken aangaande nationale veiligheid en buitenlands beleid. Toenmalig minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp Geoffrey van Leeuwen (VVD) sprak over een ‘bij uitstek politieke afweging’. De uitgevoerde onderdelen lagen opgeslagen in een logistiek centrum voor F-35- onderdelen in Woensdrecht. Het stoppen van de export zou volgens hem afbreuk doen aan de verwachtingen van F-35 partners en het belang een betrouwbare bondgenoot te zijn.
De uitspraak van de Hoge Raad geeft duidelijk de grenzen aan van de rechterlijke bemoeienis met internationaal veiligheidsbeleid, maar onderstreept wel dat de exportvergunning opnieuw moet worden getoetst. Dit is in lijn met het advies van de advocaat-generaal. Die stelde vorig jaar dat hoewel het bij de F-35 onderdelen ging om een ‘algemene exportvergunning’ (die niet steeds opnieuw hoeft te worden getoetst, red.) er na de Israëlische militaire reactie op de aanslagen van 7 oktober wel aanleiding was om opnieuw te toetsen.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant