Home

Drie pagina’s over Soedan, en nog gebeurt er helemaal niets

In het ziekenhuis komt een ernstig verzwakte vrouw van 17 jaar binnen, een meisje eigenlijk nog. Haar lichaam is slap en door de uitdroging zijn haar ogen ingezakt: ze heeft cholera. Haar familieleden hebben drie dagen lang moeten reizen om bij het ziekenhuis te komen en bij een eerste controle merken de artsen bovendien dat ze verkracht is. De artsen doen voor haar wat ze kunnen, maar de vrouw overlijdt terwijl ze aan haar bed staan.

Woensdag stond een ijzingwekkend verhaal van Afrika-correspondent Joost Bastmeijer in de krant over Fleur Smit, een Nederlandse arts die namens Artsen zonder Grenzen een ziekenhuis bemant in de vrijwel onbegaanbare Soedanese regio Zuid-Darfur. Voor de Volkskrant hield zij een week lang een dagboek bij over de gruwelen die ze aanschouwde in een oorlog die hier net zo gemakkelijk vergeten wordt als een paraplu in een trein, maar desalniettemin de ergste humanitaire crisis ter wereld veroorzaakt.

Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Vanwege de wreedheid van Arabische paramilitairen die de zwarte bevolking op grote schaal afslachten, zijn er al meer dan tien miljoen mensen gevlucht in Soedan. En vanwege de doelbewuste hongersnoden die worden opgewekt door vijandelijke gebieden af te sluiten voor voedselhulp, lijden er volgens de VN bovendien 24,6 miljoen mensen honger.

In de slipstream van die chaos moest Fleur Smit donderdag al rond half elf ’s ochtends beslissen of ze het 6-jarige meisje met de aangeboren hartafwijking zou aansluiten op de enige beschikbare zuurstoftank, of juist het 8-jarige jongetje dat een hartstilstand kreeg in het bed daarnaast. Smit besluit het jongetje twintig lange minuten met de hand te reanimeren, waarna hij eindelijk stabiliseert. ‘Voor ik vertrek, maak ik met de lokale artsen en verpleging een plan voor de nacht’, schrijft ze in haar dagboek. ‘Na het weekend kom ik erachter dat beide kinderen alsnog zijn overleden.’

Aangezien de vraag ‘waarom hoor ik nooit wat over Soedan?’ de afgelopen weken bijna dagelijks werd gesteld in Nederland (meestal door zeer bekommerde burgers die het hypocriet vonden dat mensen wel protesteerden tegen de verwoesting van Gaza, maar niet tegen de verwoesting van Soedan) had ik verwacht dat het dagboek van Smit deze week massaal zou worden gelezen. Eindelijk aandacht voor Soedan, en dat drie volle krantenpagina’s lang.

Maar in de praktijk gebeurde er helemaal niets. Op X werd het artikel nauwelijks gedeeld, op Facebook vrijwel niet geliket. Wie op sociale media zocht naar ‘Soedan’, zag een dag later alleen het knorrige gemompel van beroepsquerulanten als ‘migratie-expert’ Jan van de Beek en voormalig GeenStijl-medewerker Bert Brussen. Boven een nieuwsbericht dat het kabinet alsnog overweegt zieke kinderen uit Gaza over te vliegen, schreef die laatste bijvoorbeeld: ‘En de zieke kinderen uit Soedan?’ Het artikel van een dag eerder, dat letterlijk gaat over een Nederlandse arts die zieke kinderen helpt in Soedan, liet hij onbesproken.

In haar dagboek noteerde Fleur Smit ondertussen dat ze aangeslagen is, al kilo’s is afgevallen, maar zich desalniettemin schuldig voelt, omdat zij over een paar weken alweer naar huis mag, terwijl haar collega-artsen opgesloten blijven in ‘deze blijvende, intense en uitzichtloze situatie’.

Er klinkt de laatste tijd veel bezorgdheid, van links tot rechts, over de vele toetsenbordhelden die Nederland rijk is. Dat is natuurlijk terecht, want de polarisatie die zij vanachter hun computertjes veroorzaken is heus vervelend. Maar wee, om met Bertolt Brecht te spreken, toch vooral het land dat daadwerkelijke helden nodig heeft, zoals Fleur Smit in Soedan.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next