Duizenden jongeren protesteren in Marokko tegen de gebrekkige staat van het onderwijs en de zorg. Dat hun land ondertussen indruk wil maken met de bouw van hypermoderne voetbalstadions, zoals die in hoofdstad Rabat, gaat er bij de jongeren niet in.
is correspondent Spanje, Portugal en Marokko van de Volkskrant. Mebius reisde voor dit verhaal naar Rabat.
Hassan Nasre (38) heeft de taxi gepakt om de nieuwste parel van Rabat met eigen ogen te kunnen zien. Het is alsof hij anders niet kan geloven dat het Moulay Abdellah-stadion, een gevaarte met bijna zeventigduizend stoeltjes, hier écht in twee jaar tijd is neergezet.
Stoer poseert Nasre voor een foto, in het witte uitshirt van de nationale voetbalploeg. Achter hem spat de felle zon van de korte zijde van het stadion. Met zijn golvende vormen en lichtgevende gevelpanelen, in rood, groen, blauw en wit, heeft het wel wat weg van een ruimteschip dat communiceert met de rest van het heelal.
‘Dit gaat een geweldig beeld van Marokko geven aan de wereld’, concludeert Nasre. Hij is op familiebezoek in de Marokkaanse hoofdstad, vertelt hij. Zelf woont hij in Marrakech, waar hij de tuinen verzorgt van villa’s van rijke buitenlanders. Aan zijn voeten zitten sandalen die zeker drie maten te groot zijn; onder de voorste riem piepen nog net zijn tenen uit.
Anders gezegd: Nasre is niet de minst, maar ook zeker niet de meest bemiddelde man van Marokko. Dat betekent dat hij op dagelijkse basis vooral met die ándere kant van het land te maken heeft. Die van het publieke onderwijs voor zijn drie kinderen, waarvoor hij weinig meer dan gemopper overheeft. De kant ook van de ouderwetse en snikhete trein die hem van Marrakech naar Rabat heeft gebracht.
‘Ik hoop’, zegt hij, ‘dat andere sectoren dezelfde aandacht gaan krijgen als het voetbal.’
Waar Nasre nog wel de meerwaarde ziet van het nieuwe stadion, geldt dat niet voor de duizenden jongeren die sinds afgelopen zaterdag de straten van Marokko bezetten. In zeker elf steden, waaronder Rabat, Casablanca en Marrakech, trekken jongeren iedere dag de straat op om zich uit te spreken tegen de grote sociale ongelijkheid in hun land.
In die protesten gaat het nadrukkelijk óók over de bouw van stadions als het nieuwe Moulay Abdellah. In de aanloop naar de Afrika Cup, die in december van start gaat in Marokko, en het WK 2030, dat het land samen met Spanje en Portugal organiseert, krijgt de nationale voetbalinfrastructuur een complete make-over.
Het in recordtijd gebouwde stadion in Rabat (genoemde kosten: circa 65 miljoen euro) is slechts een voorproefje van wat er staat te gebeuren in Benslimane, een stadje ten oosten van Casablanca. Voor het WK van 2030 moet hier het Hassan II-stadion verrijzen, vernoemd naar de vader van de huidige koning Mohammed VI, de machtigste man van het land.
Met plek voor 115 duizend toeschouwers wordt het stadion in Benslimane het grootste ter wereld. En dat in de vorm van een bedoeïenentent. Prijskaartje: 470 miljoen euro.
In totaal trekt het land de komende jaren naar schatting 5 miljard euro uit om zich klaar te maken voor de twee voetbalfeesten. Het signaal dat Mohammed VI daarmee wil uitzenden, is duidelijk: zijn koninkrijk zet economische reuzenstappen en kan zich meten met de groten der aarde.
De jongeren die nu demonstreren, horen iets heel anders: namelijk dat hun land meer geeft om zijn internationale imago dan om de leefomstandigheden van zijn inwoners. ‘De stadions zijn er, maar waar blijven de ziekenhuizen?’, scanderen zij in de straten. In hún Marokko is de gezondheidszorg gebrekkig, het onderwijs ondermaats en het aantal banen voor jongeren volstrekt onvoldoende.
Dinsdag groeiden de protesten op verschillende plekken uit tot rellen. Politieagenten grepen met geweld in en arresteerden meer dan vierhonderd demonstranten. In de oostelijke stad Oujda reed een politiebusje in op de menigte. Volgens staatspersbureau MAP raakte daarbij een persoon zwaargewond.
Andersom bekogelden demonstranten agenten met stenen en beschadigden zij volgens de autoriteiten meer dan honderdvijftig voertuigen, waarvan een groot deel van de politie. Toen boze burgers in het stadje Lqliaa woensdag volgens MAP een politiebureau bestormden, openden agenten het vuur. Daarbij doodden zij drie demonstranten.
In totaal vielen er bijna driehonderd gewonden, volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken gaat het vooral om medewerkers van de veiligheidsdiensten.
Intussen krijgt het normaal gesproken zo effectieve staatsapparaat maar moeilijk greep op de protesten, die ingezet zijn door een anonieme groep jongeren die zich online organiseert en de naam ‘GenZ 212’ gebruikt (212 is het landnummer van Marokko).
Anderhalve week voordat het oproer uitbreekt, klinkt buiten het Moulay Abdellah in Rabat nog slechts geschroef, gezaag en gehamer. Hoewel het futuristische stadion op 5 september al officieel in gebruik is genomen, met een klinkende 5-0-zege op Niger, moeten er nog wat kinderziekten worden verholpen.
‘Tegen Niger deden niet alle lampen in de lichtmasten het’, zegt elektricien Said Belhssak (50). Op weg naar de lunch buiten de deur heeft hij zijn witte bouwhelm nog op. ‘Die zijn we dus aan het vervangen.’
In voetbalgek Marokko, dat nog voetbalgekker is geworden na het bereiken van de halve finale op het WK van 2022 in Qatar, zijn er wel degelijk ook mensen die trots ontlenen aan de bouw van de voetbaltempels. Belhssak en zijn collega-elektricien Loutfi Hadad (43) zijn misschien wel het trotst van allemaal. Gevraagd naar zijn rol bij de bouw brengt Hadad een hand naar zijn hart. ‘Om hier onderdeel van te zijn... We vinden het geweldig.’
Niet alleen het stadion staat in Rabat in de steigers. Met nog enkele maanden tot de Afrika Cup is een ware bouwwoede opgestoken in de hoofdstad, die moet glanzen voor het oog van het wereldwijde publiek. Gloednieuwe trein- en busstations brengen reizigers straks van en naar het stadion. Wegen worden verbreed om het verkeer rond de oude medina te ontstoppen.
Een stoet aan hijskranen – er lijkt geen einde aan te komen – laat de stad ook de hoogte in schieten. Aan de oever van de rivier Bou Regreg staat de met privaat geld gebouwde Mohammed VI-toren, met 250 meter een van de hoogste gebouwen van Afrika. Alles eromheen lijkt nietig.
Bijna net zo imposant zijn het nieuwe universitair ziekenhuis, dat 25 verdiepingen telt en net als de toren vernoemd is naar de koning, en het publieke Ibn Sina-ziekenhuis, waar meer dan duizend bedden zullen staan. Beide moeten af zijn voordat de Afrika Cup begint.
Het contrast is groot met Agadir, een zuidelijke kuststad die minder in de schijnwerpers staat. In korte tijd stierven hier volgens lokale media zeker acht vrouwen na een keizersnede, volgens hun naasten het gevolg van de tekortschietende zorg. De sterfgevallen vormden een directe aanleiding voor de protesten van deze week.
Buiten de steden ontbreekt het soms zelfs aan de eerste levensbehoeften, zoals een fatsoenlijk dak boven het hoofd, of schoon water. Het is wat Ali Benaissa (43) ‘het Marokko van de twee snelheden’ noemt, een term die onder inwoners in zwang is om de grote tegenstellingen te beschrijven.
Benaissa is met zijn zoontje Idriss (8) naar het Moulay Abdellah gekomen om van dichtbij het stadion te zien dat hij van veraf, in de nabijgelegen wijk waar hij met zijn gezin woont, met de week heeft zien groeien. ‘Dag en nacht waren hier werklui bezig.’ In de ideale situatie zouden andere sectoren eenzelfde behandeling krijgen, zegt hij. ‘Al snap ik dat je moeilijk alles tegelijkertijd kunt doen.’
Maar dat het voetbal in dat geval voorrang krijgt – daar kunnen in ieder geval de Gen Z 212-jongeren geen begrip meer voor opbrengen.
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant