Home

Mentale gezondheid gaat niet alleen om ‘lege’ tijd

We leven in een hypernerveuze samenleving, constateerde de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving deze week. Onze mentale gezondheid holt achteruit. Boosdoeners zijn individualisering, de prestatiesamenleving en de aanhoudende versnelling, waardoor je chronisch het gevoel hebt tijd tekort te komen.

Het meest opvallende advies om tot een meer ontspannen samenleving te komen is een pleidooi voor meer ‘lummelen’ en ‘lege tijd.’ Dat is tijd waarin je niet iets hoeft, tijd die niet productief wordt ingevuld. Het rapport verwacht er veel moois van: „Zulke tijd schept ruimte voor creativiteit, bezinning en echt contact.”

Meer lege tijd, ik juich het toe. Maar ik zie ook uitdagingen: zo is de lijn tussen uitstellen en lummelen vaak dun. Ook laat je leegte vaak ontsnappen. Gedurende de dag zijn er volop kansen, maar altijd is de smartphone binnen bereik. Het rapport rept nauwelijks over de relatie tussen smartphone en het gebrek aan leegte, hoewel uit een van de casussen blijkt dat niet het gebrek aan lege tijd, maar online pesten de grote bron van mentaal ongeluk was. Wat in Australië lijkt te lukken, een verbod op sociale media voor kinderen onder de zestien jaar, komt in Nederland maar niet van de grond. En waar ze in Japan een sociale afspraak hebben om in de publieke ruimte alle smartphones op stil te laten, toetert de Nederlander de boel bij elkaar. Wil de Nederlander wel leegte? Past deze oplossing wel goed bij de Nederlandse mentaliteit (‘gezellig druk’)?

Toch word ik er ook vrolijk van, een rapport vol aanbevelingen van leegte, al was het maar omdat het zo lastig te vangen is. Wanneer ben ik écht aan het niets-moeten? Als ik op de grond lig? Als ik naar buiten staar? De meeste mensen met een creatief beroep weten dat juist op de momenten dat ze niet met werk bezig zijn, de beste ideeën komen. Wijlen Joost Zwagerman ging meestal baantjes trekken in hetzelfde zwembad als ik. Als hij voorbijzwom riep ik weleens: „Joost! Heb je al een goed idee?”

Het rapport is kritisch over yoga en mindfulness als weg naar ontspanning en leegte. Dat zouden hyperindividualistische lapmiddeltjes zijn, quick fixes die ‘het systeem’ in stand houden. Ik zie dat anders. Yoga en mindfulness gaat niet om ‘fixes’, maar om vergeten basisvaardigheden: lang en diep ademen, om maar iets te noemen. Wie dankzij yoga of mindfulness kan ontspannen, belichaamt zelf de eerste verandering van het systeem. Als ik mijn zenuwstelsel kan kalmeren, heeft mijn omgeving daar voordeel bij. In de oosterse filosofie vind je vele varianten van dit ‘rimpeleffect’, het idee dat een enkele druppel het hele meer beroert.

Gelukkig liggen in deze hypernerveuze tijden de boekentafels vol met verdiepende en enthousiasmerende literatuur, bijvoorbeeld over de Japanse levensfilosofie van ‘Ma’, leegte, of preciezer: de ruimte tussen de dingen. Ook het werk van Laozi (‘Door niet te doen kun je je droom waarmaken’) wordt flink afgestoft. De ietwat gemakzuchtige interpretatie en neerbuigende afwijzing van yoga en mindfulness door de auteurs van het rapport („Je zou geen mindfulness-certificaat nodig moeten hebben om het leven aan te kunnen”) staat mijns inziens haaks op de aanbeveling van meer ‘leegte’. Hoe kun je aanbevelen lege tijd te omarmen zonder de oosterse oorsprong (boeddhisme, daoïsme) en de beoefening daarvan écht serieus te nemen?

Deze week lummelde ik trouwens een heerlijk eind in de rondte in Groningen en belandde daar in een sympathieke boekhandel met een eigenaresse met exáct dezelfde obsessie als ik: boeken over anti-leegte en overmatige zingeving. Lummeltijd leidt bij mij altijd tot het kopen van boeken, en zo vertrok ik met het recent verschenen Dark Squares. A Cult leader; a Child Prodigy and the Chess Revolution, de bizarre autobiografie van schaakwonder Danny Rensch, die nu werkt bij Chess.com. Hij groeide op in een sekte die de Church of Immortal Consciousness heet. Dark Squares is een vermakelijk boek, dat de schaakwereld portretteert als een wereld vol mannen met weinig talent voor zelfzorg, die overmatig veel zingeving putten uit een spel dat met een klok wordt gespeeld (‘begrensde speeltijd’). Ik maakte eruit op dat iemand die erg goed wordt in iets, vrijwel nooit meer lege tijd heeft. Toch heeft diegene geluk, want hij gaat helemaal ergens in op (‘flow’) en vergeet de tijd in positieve, kinderlijke zin (‘magische tijd’). Niet de lege tijd, maar de ‘vervulde tijd’ neemt het compleet over, de tijd waarbij je inspiratie opdoet. Mentale gezondheid gaat niet alleen om het vinden van lege tijd, maar om de balans tussen productieve tijd, lege tijd, lummeltijd, speeltijd, vervulde tijd en magische tijd.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next