Home

Het verzet-wensverhaal van het Vossius-gymnasium tijdens de oorlog is drastisch herschreven

Waar een enkele straat de geschiedenis van een tijdperk kan vertellen, doet een school dat misschien nog veel meer. Ik merkte het bij het lezen van het deze week verschenen De school voor ‘Joden’ en ‘Roden’. Het Amsterdamse Vossius-gymnasium 1940-1945. van historicus Johannes Houwink ten Cate. Het is een onthullend boek, dat korte metten maakt met het naoorlogse verzet-wensverhaal, zoals Houwink het noemt, van de niet-Joodse Vossianen. Daarmee is ook het Vossius geen uitzondering op de regel dat tijdens de bezetting de meeste Nederlanders vooral volgzaam waren en braaf deden wat de boven hen gestelden eisten. Niet zozeer uit overtuiging, maar uit angst, egoïsme en zelfbehoud.

Uit de titel van het boek kun je opmaken dat er voor de oorlog zowel veel Joodse kinderen als kinderen uit arbeidersmilieus op het Vossius zaten. En dat was iets waarmee ouders van leerlingen uit het sjieke deel van Zuid vanaf 1938 steeds meer moeite hadden. Ze vonden de school ‘te Joods’, ‘te rood’ en daardoor ‘te onbeschaafd’. En dat zou nadelig kunnen uitpakken voor hun kinderen, die daardoor te weinig met standgenoten in aanraking kwamen. Terwijl het Vossius juist dankzij die gemengde leerlingenpopulatie en de door rector P.J. Bruijn aangemoedigde rommeligheid een bijzondere school was, die menige beroemdheid zou opleveren.

Het in 1926 opgerichte Vossius was het tweede openbare gymnasium van de stad en moest opboksen tegen het oudere, deftige Barlaeus. Die wedstrijd had voornamelijk te maken met het dalende leerlingenaantal, dat het voortbestaan van de school bedreigde. Daarbij kwam ook dat het gemeentebestuur overwoog het krimpende Vossius op te laten gaan in een nieuw lyceum.

De oorlog leek dat proces te bespoedigen als gevolg van de verwijdering van de Joodse leerlingen op last van datzelfde gemeentebestuur. Anders dan zijn collega Gunning van het Amsterdams Lyceum voerde rector Bruijn dat bevel braaf uit, zo blijkt nu. Waarom hij dat deed, wordt enigszins vergoelijkt door zijn kwetsbare positie als ambtenaar en zijn privé-situatie, waardoor hij zich geen verzet kon veroorloven. En ook al gruwde hij van de anti-Joodse maatregelen, die aan 143 leerlingen het leven zouden kosten, toch probeerde hij alles te doen om te voorkomen dat de bezetter zijn school sloot.

Houwink brengt de dagelijkse sfeer op het Vossius tijdens de oorlog op een knappe manier tot leven. Dat doet hij behalve door zijn verhaal in te bedden in het recente historisch onderzoek naar de Jodenvervolging in Nederland ook aan de hand van de schitterende dagboeken van dichteres en Vossiana Hanny Michaelis. Daarmee trekt hij je de klas in en voel je de dreigende ondergang van de school bijna aan den lijve.

Ook de door zijn leerlingen aanbeden docent Jacques Presser komt zo weer tot leven. Houwink zet hem niet alleen neer als een onconventionele leraar die op gelijke voet met zijn leerlingen omging, maar ook als een verwende ijdeltuit en fabulant, die als het op overleven aankwam vooral aan zichzelf dacht. Wel wil ik hierbij aantekenen dat zonder Pressers hulp mijn beste vriendin, die na 1945 de heerlijkste tijd van haar leven op het Vossius doorbracht, deze week niet op 90-jarige leeftijd haar laatste adem had uitgeblazen, maar in Auschwitz zou zijn vermoord.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next